Noord Nederlands Orkest en ZO! Gospel Choir in Swing Symphony van Wynton Marsalis
Noord Nederlands Orkest
ZO! Gospel Choir
Bigband Prins Claus Conservatorium
Wayne Marshall dirigent
Danny Grissett piano
Gene Jackson drums
Joris Teepe contrabas
Ian Cleaver trompet
Don Braden saxofoon
Luis Bonilla trombone
Ook interessant:
- Wat is het verhaal van de gospel?
- Wie is Wynton Marsalis?
TRADITIONEEL
Something Inside So Strong
Lean on Me
Window of Hope
Presence of the Lord
Total Praise
He’s Got the Whole World
volgorde onder voorbehoud
pauze ± 20.55 uur
Wynton Marsalis (1961)
Swing Symphony (2010)
St. Louis to New Orleans
All-American Pep
Midwestern Moods
Manhattan to LA
Modern Modes and the Midnight Moan
Think-Space: Theory
The Low Down (Up on High)
einde ± 22.25 uur
Met dank aan de begunstigers van Concertgebouw Connects.
Toelichting
Toelichting
Door Lonneke Tausch
‘Duke was optimism. I’m with him.’ Aldus de Amerikaanse tist, bandleider en componist Wynton Marsalis naar aanleiding van zijn Swing Symphony. Wat hij met die kernachtige karakterisering zeggen wil is dat de esprit van jazzlegende Duke Ellington alom aanwezig is in zijn symfonie over de geschiedenis van de jazz.
Voor de pauze brengt het ZO! Gospel Choir een selectie gospels: eren die tot slaaf gemaakte Afro-Amerikanen in de negentiende eeuw zongen op de katoenvelden van de zuidelijke staten van Amerika. De gospel laat horen waaruit de jazz is voortgekomen.
Wynton Marsalis (1961)
Swing Symphony
De Swing Symphony, de derde symfonie die Wynton Marsalis componeerde, ontstond uit een gezamenlijke opdracht van de New York Philharmonic, de Berliner Philharmoniker, de Los Angeles Philharmonic en het London Symphony Orchestra en klinkt vandaag voor het eerst in Het Concertgebouw. Binnen ruim een uur speeltijd bestrijkt ze een breed emotioneel scala: van beschouwelijk tot bombastisch, van tot levendig, van elegant tot energiek, van rustig tot ritmisch, en voortdurend ligt er een zweem van nostalgie over de noten. De Swing Symphony is Amerikaanse symfonische muziek voor het concertpodium, waarin pit en geest van de jazz overal doorsijpelen. Deze krachtige symbiose van jazz met klassiek is uit de pen gevloeid van een groot musicus die het genre als geen ander belichaamt en uitdraagt – met zijn spel, met het door hem in het leven geroepen Jazz Orchestra at Lincoln Center (sinds 1988), met zijn niet aflatende inspanningen voor educatie, documentatie en onderzoek (hij draagt 39 eredoctoraten) en met zijn originele composities die zowel traditie als toekomst ademen.
Geboren in New Orleans (Louisiana), bakermat van gospel en jazz, opgegroeid tussen jazzmusici en als student gevestigd in New York leerde Marsalis de rijke traditie van het genre tot in alle finesses kennen. Daarnaast werd zijn inspiratie gevormd door eerdere Amerikaanse componisten die hun concertmuziek doorspekten met de vrijere geluiden van de jazz, zoals Scott Joplin, George Gershwin, Aaron Copland, Duke Ellington en Leonard Bernstein. Marsalis componeerde zijn Swing Symphony voor een combinatie van met bigband en solisten op traditionele ‘jazz-instrumenten’ als saxofoon, trombone en drums. En natuurlijk – in de Amerikaanse première nam Marsalis deze partij zelf voor zijn rekening. In zeven delen beschrijft de Swing Symphony de ontwikkeling van de jazz: ieder deel heeft zijn plek in de topografie van het populaire genre dat binnen een paar decennia groot werd in Amerika en van daaruit de wereld veroverde.
In het openingsdeel worden een paar pijlers van de jazz geïntroduceerd (de ragtime van Jerry Roll Morton, de slow drag uit New Orleans, de funeral march). Nadruk ligt – hier, en ook in het vervolg van de symfonie – op het vervagen van het volgens Marsalis’ stelligste overtuiging kunstmatige onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur.
Aan de basis van het tweede deel, met zijn vele syncopische s, staat de charleston, de populairste dans van de roaring twenties. Dit loopt uit in de introductie van Afro-Latin-dansen als tango en milonga, om af te sluiten met een zinspeling op Happy Days Are Here Again – een opbeurende hit van net na de Great Depression van 1929.
In het derde deel, door Marsalis omschreven als Kansas-City-swing (denk Count Basie), arriveren we in de swing-era. Een belangrijke bouwsteen is het vraag-en-antwoordspel, tussen solist en groep maar ook tussen symfonieorkest en bigband. Het is een structuur die we ook kennen van de gospel, met voorzang door een voorganger en bijval door de kerkgemeente. Marsalis onderwerpt twee klassiekers aan zijn vraag-en-antwoordspel: Body and Soul van Coleman Hawkins (die naast tenorsaxofoon ook speelde, de twee instrumentgroepen die nu in Marsalis’ eerbetoon op elkaar reageren) en Benny Goodmans Sing Sing Sing (de kenmerkende drumsolo is verlegd naar eerst conga’s en later ook allerlei ander orkestslagwerk; onder de vele solo’s zijn er ook een paar voor Goodmans instrument, de klarinet).
Met deel 4 refereert Marsalis aan de vlugge virtuositeit van de beboppers Dizzy Gillespie op trompet en Charlie Parker op altsaxofoon. Via een mambo (inclusief handgeklap) komt Latijns-Amerika opnieuw in beeld, en daarna mondt een stukje ontspannen West-Coast-jazz à la altist Benny Carter uit in een film noir-jazzsoundtrack met strijkers en gedempt koper. Hier zou de Swing Symphony hebben kunnen eindigen, als een volwaardige vierdelige symfonische constructie zoals die sinds de achttiende eeuw was geëvolueerd in het klassieke concertleven.
Maar Marsalis heeft nog drie delen in petto. Deel 5 begint als een ingenieuze en brengt de luisteraar via contrabassist Charles Mingus bij de onregelmatige en van Miles Davis. Bij het zesde deel doet de introspectie van Bill Evans zijn intrede, en met een opvallend aandeel voor de sectie memoreert Marsalis Wayne Shorter en Herbie Hancock, voorbeelden met wie hij als jonge trompettist mee mocht op tournee. Na een drievoudig tussen saxofoons, s en strijkerspizzicato’s laat Marsalis vele stijlen samenvloeien ‘like in the sixties, everything and nothing, just people doing their thing’. Deze overvolle ‘collage van vrijheid en expressie’ trekt de componist door naar deel 7, een grootse, kaleidoscopische finale vol ‘totally new music’. Voor de slotpassage van zijn Swing Symphony heeft Marsalis het einde van Duke Ellingtons baanbrekende trilogie Black, Brown and Beige (1943) voor ogen genomen, ‘and the soul just goes up’.
Biografie
ZO! Gospel Choir, koor
Het ZO! Gospel Choir is in 2010 door Donna Lewis en Gordon Cruden opgericht in de Amsterdamse Bijlmer; ‘ZO’ staat voor Zuidoost. Mede-oprichter is Berget Lewis, die samen met Shirma Rouse de artistieke leiding voert over het koor. Met beide zangeressen heeft het ZO! Gospel Choir al op het podium van Het Concertgebouw gestaan.
In december 2018 was de groep te gast in de samen met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, Dennis Mackrel en solisten Michelle David en Humphrey Campbell. Met zijn programma Songs of Slavery and Freedom deed het koor in oktober 2023 ook Het Concertgebouw aan.
Het ZO! Gospel Choir is niet alleen veelgevraagd voor gospel, maar zingt ook soul, R&B, pop, jazz, hiphop en klassiek. Onder de internationale sterren met wie het optrad en/of opnames maakte, zijn Sam Smith, Martin Garrix, Mariah Carey, Kamasi Washington, Oleta Adams en Gregory Porter, en ook werkte het koor samen met de vocal cast van The Lion King, het Re:Freshed Orchestra en het Metropole Orkest.
Het veelzijdige gezelschap staat niet alleen in het theater en de concertzaal, maar verleent ook zijn medewerking aan festivals, studiosessies en televisieshows. Het gaf meermaals eigen concerten in Paradiso in Amsterdam, zong op het Prinsengrachtconcert 2021 en stond vorige maand in de Ziggo Dome in het openingsconcert van Amsterdam 750 jaar.
In samenwerking met de ZO! Academy verzorgt het ZO! Gospel Choir masterclasses en gospelworkshops.
Noord Nederlands Orkest, orkest
De geschiedenis van het Noord Nederlands Orkest gaat terug tot 1862 en daarmee is het ‘s lands langst actieve professionele . Het gezelschap telt zo’n 70 orkestleden van 14 nationaliteiten, en de afgelopen jaren zijn er veel jonge getalenteerde musici aangetrokken. Het orkest brengt symfonische muziek in de drie noordelijke provincies – met ruim honderd concerten per seizoen in concertzalen, op buitenlocaties en op scholen.
Thuisbasis is De Oosterpoort in Groningen, de musici reizen geregeld af naar bijvoorbeeld TivoliVredenburg in Utrecht en Het Concertgebouw, en het seizoen 2025/2026 werd geopend op Lowlands. De programmering reikt van puur klassiek tot verrassende mixprogramma’s, en er is een nauwe samenwerking met andere kunstinstellingen en met de conservatoria van Groningen, Amsterdam en Den Haag. Chef- is Eivind Gullberg Jensen en vaste gastdirigenten zijn Hartmut Haenchen en Kerem Hasan; Antony Hermus is honorair dirigent en Michel Tabachnik dirigent emeritus.
Het Noord Nederlands Orkest werkte verder met dirigenten als Wayne Marshall, Susanna Mälkki en Han-Na Chang en solisten als Nemanja Radulović, Simone Lamsma, Guy Braunstein, Bertrand Chamayou, Alice Sara Ott, Martin Grubinger, Jeanine De Bique, Nelson Goerner en Leif Ove Andsnes. Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was het project Blue Potential met producer/dj Jeff Mills tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2025.
Wayne Marshall, dirigent
Wayne hall was chef- van het WDR Funkhausorchester in Keulen, organist en associate artist van de Bridgewater Hall in Manchester en eerste gastdirigent van het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi.
Als gastdirigent werd de Brit uitgenodigd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Konzerthausorchester Berlin, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Orchestre Philharmonique Luxembourg, het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, het Orchestre de Paris, het BBC Philharmonic Orchestra en het Chineke! Orchestra.
recitals gaf hij in heel Europa en in de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles en het National Grand Theatre in Peking. Ook in de is Wayne hall een graag geziene gast; zo debuteerde hij in Montréal met Dead Man Walking van Jake Heggie, dirigeerde hij in de Semperoper in Dresden de Europese première van The Great Gatsby van John Harbison en leidde hij bij de Berliner Staatsoper Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill en Candide van Bernstein. Porgy and Bess van Gershwin zette hij op de lessenaar in Wenen, St. Gallen, Parijs, Praag, Washington, Dallas en Montréal.
Bijzondere debuten waren die op het Edinburgh Festival met een Rodgers&Hammerstein-gala en bij de SWR met een Frank Zappa-project. Wayne Marshall kreeg een eredoctoraat van de Universiteit van Bournemouth en werd in 2010 benoemd tot Fellow van het Royal College of Music in Londen.



