Nino Gvetadze solo en in Elgars Pianokwintet

Amsterdam Sinfonietta Soloists:
Candida Thompson viool
Jacobien Rozemond viool
Daniel Bard altviool
Kaori Yamagami cello

Nino Gvetadze piano

Franz Schubert 1797-1828

Moderato in C groot
Andantino in As groot
Allegro moderato in f klein
uit ‘Six moments musicaux’, op. 94, D 780
(1823-28)
voor piano solo

Strijktrio in Bes gr.t., D 581 (1817)
Allegro moderato
Andante
Menuetto: Allegretto
Rondo: Allegretto

pauze

Edward Elgar 1857-1934

Pianokwintet in a kl.t., op. 84 (1919)
Moderato – Allegro
Adagio
Andante – Allegro

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

moments musicaux en strijktrio

Er is nauwelijks een componist wiens werken de muzikale cultuur van een stad – Wenen – zo treffend weerspiegelen als die van Franz Schubert. Toch is zijn carrière als componist in deze stad op een mislukking uitgelopen. Met talrijke eren, dansen, Ländler en écossais probeerde Schubert aanvankelijk het Weense publiek voor zich te winnen. Dat nam hem echter, de grote composities van Mozart en Beethoven nog vers in het gehoor, niet serieus. Toen Schubert zich op nieuw muzikaal terrein waagde, bijvoorbeeld met de Winterreise, konden ook zijn vrienden hem niet meer volgen. Hij bleef onbegrepen. Zijn laatste grote symfonieën werden deels pas decennia na zijn dood ontdekt, zijn prachtige pianosonates raakten niet eerder dan zo’n vijftig jaar geleden door pianist Alfred Brendel bekend. Schubert strandde op de oppervlakkigheid van een stad waarvan hij de klank als geen ander gevangen heeft. De tragiek van Schubert ligt hierin, dat zijn soms – vooral in zijn jonge jaren – te vergaande bereidheid zich aan de smaak van het publiek aan te passen op gespannen voet stond met zijn zoektocht naar individuele expressie.

De in totaal zes Moments musicaux van Schubert, waarvan er drie op dit programma staan, dateren uit de laatste levensjaren van de op 31-jarige leeftijd overleden componist. Deze tegenwoordig alom bekende pianocomposities verschenen nog tijdens Schuberts leven, verspreid in diverse verzamelingen met pianowerken van verschillende componisten. Het is niet duidelijk door wie de term ‘moment musical’ voor het eerst werd gebruikt. Pianostukken met deze en andere karakteriseringen – , , rapsodie, intermezzo – waren gedurende de gehele negentiende eeuw populair. Doorgaans hebben ze een driedelige opbouw: twee hoofdgedeeltes omlijsten een qua stemming en daarmee in contrast staand middengedeelte. Schuberts Moments musicaux vertonen karakteristieken die de muziek van deze componist zo fascinerend maken: het spelen met licht en donker, het naast elkaar plaatsen van en en het opzoeken van ver van de grondtoonsoort verwijderde harmonische regionen. Zo mengen zich in het Moderato in C groot na een optimistisch begin al snel melancholieke klanken, en verandert de in zichzelf verzonken blijdschap van het e Andantino in As groot in somberheid. Het moderato in f klein toont zich in de gedaante van een volksachtige galop, vastberaden, grimmig en plotseling zonnig – de muziek van de volwassen Schubert blijft bedrieglijk.

Het Strijktrio in Bes groot is een vroeg werk van Schubert. De componist, twintig jaar oud, is in die tijd werkzaam als leraar aan de school van zijn vader en woont bij zijn vriend Franz von Schober in huize Der Winter, hoek Tuchlauben en Landskrongasse. Het bekoorlijke en met Weens aandoende motieven gelardeerde werk heeft een mozartiaanse allure. De opbouw is traditioneel: een als deel geconcipieerd openingsdeel ( moderato), een contemplatief , een to met een somber in en een overwegend vrolijke finale. De tegengestelde stemmingen wisselen hier niet, zoals in zijn latere werken, om de haverklap, maar op klassieke manier met de ’s en vormdelen. Toch geeft het werk al een voorgevoel van het latere oeuvre van een componist met een wankel gevoelsleven. Het werd pas in 1897, 69 jaar na Schuberts dood, gepubliceerd.

Edward Elgar 1857-1934

pianokwintet

Engeland koestert een eeuwenoude koortraditie. Het zingen in scholen en internaten behoort tot op heden tot de pedagogische , zoals überhaupt het ingebed zijn van muziek in een maatschappelijke context typerend is voor Groot-Brittannië. Dat geldt ook voor zijn componisten. Elgar, Britten, Tippett, Maxwell Davies, Tavener, Birtwistle hebben zich ook op pedagogisch en sociaal-cultureel vlak verdienstelijk gemaakt. Aan allen werd de adellijke titel ‘Sir’ toegekend, een eer die vooral hen toekomt die ook over de grens een naam hebben opgebouwd. Sir Edward Elgar – de foto toont hem met de Order of Merit – beantwoordt aan dit beeld. Hij zong als jongen in het schoolkoor in zijn vaderstad Worcester, waar zijn vader een muziekzaak runde. De jonge Elgar leerde verschillende instrumenten bespelen en begeleidde als organist de diensten van de St George’s Roman Catholic Church. Hij deed mee aan concerten, kerkelijke en profane, en aan muziekfestivals die hij later zelf zou leiden. Zo veelzijdig hij was als musicus, zo breed georiënteerd was hij ook als componist. Van variaties over God Save the Queen tot ambitieuze symfonieën is in zijn oeuvre bijna elk muzikaal genre, vocaal en instrumentaal, vertegenwoordigd. De werken van deze allround-musicus zijn meestal geschreven voor speciale gelegenheden en muzikale gebeurtenissen in zijn stad. ‘Typically English’ is Elgar ook wat betreft zijn onbekommerd gebruik van stijlcitaten, al zijn die voor een groot deel van continentale origine. In zijn Pianokwintet in a klein vallen Weense invloeden te bespeuren. Met name in het e middendeel waarvan het wiegende associaties wekt met een langzame .

Opmerkelijk in het openingsdeel is de voortdurende afwisseling van in karakter contrasterende gedeeltes – ingetogen en uitdagend (Moderato-). Zowel het eerste deel als ook de bij het Adagio aanknopende finale vertoont orkestrale trekken. In een recensie van een opname, ongeveer vijftig jaar na het ontstaan van de compositie, staat in Gramophone te lezen: ‘It is big chamber music with at times an almost orchestral sonority to it.’


Christiane Schima

Biografie

Candida Thompson, viool

Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.

De Britse ­violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).

Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Piano­tri­o. Als soliste trad ­Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).

Jacobien Rozemond, viool

Jacobien Rozemond studeerde viool bij Davina van Wely en Ilya Grubert en won in 1995 de Essoprijs voor het beste eindexamen van dat jaar aan het Rotterdams Conservatorium. In datzelfde jaar was ze finaliste in de Vriendenkrans van Het Concertgebouw. Ze vervolgde haar studie bij David Takeno in Londen.

Als lid van het Ruysdael Kwartet nam Jacobien Rozemond in 2006 de Kersjesprijs in ontvangst. Van 1997 tot 2004 maakte de violiste deel uit van Combattimento Consort Amsterdam, en met het Amsterdam Bridge Ensemble nam ze onder andere kamermuziek van Hendrik Andriessen en René Samson op.

Sinds 2003 is Jacobien Rozemond aanvoerder van de tweede vioolgroep van Amsterdam Sinfonietta en in 2015 richtte ze met violiste Floor Le Coultre, altvioliste Francien Schatborn en cellist William McLeish het Hermitage Kwartet op.

Kaori Yamagami, cello

Kaori Yamagami studeerde bij Orlando Cole aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Aan het New England Conservatory in Boston volgde ze lessen bij Paul Katz. Tot 2010 was ze student en tevens assistent van Frans Helmerson aan de Musikhochschule in Keulen.

Als soliste en kamermusicus werd Kaori Yamagami geëngageerd door bekende muziekfestivals wereldwijd en door orkesten als The Philadelphia Orchestra, het Orchestre de Paris en het Toronto Symphony Orchestra.

De celliste viel in de prijzen tijdens het Internationale Rostropovich Concours in Parijs (2005) en het Internationale Tsjaikovski Concours in Moskou (2007). In juli 2011 won ze de prestigieuze Virginia Parker Prize voor jonge, getalenteerde Canadese musici.

Kaori Yamagami is sinds 2010 -aanvoerder bij Amsterdam Sinfonietta.

Nino Gvetadze, piano

Nino Gvetadze begon haar studie in haar geboorteplaats ­Tbilisi (Georgië) en studeerde in Nederland bij Paul Komen en Jan Wijn. Ze won in 2004 het YPF Pianoconcours en behaalde in 2008 de tweede prijs, de persprijs en de publieksprijs van de International Franz Liszt Piano Competition in Utrecht. Twee jaar later ontving ze een Borletti-Buitoni Trust Award.

s geeft de pianiste over de hele wereld en ze maakte diverse solo-cd’s. In december 2025 verscheen haar nieuwste album As You Like It, een ode aan de Georgische componisten Nodar Gabunia en Giya Kancheli. Nino Gvetadze werd uitgenodigd door onder meer het Mahler Chamber Orchestra, het Seoul Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en vele Nederlandse en, en ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin en Klaus Mäkelä.

Naast haar podiumcarrière is Nino Gvetadze mede-oprichter en artistiek leider van het Naarden International Piano Festival en is ze sinds 2021 ook artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Bovendien geeft ze les aan het conservatorium van Rotterdam. Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren in de een programma met het Groot Omroepkoor op zondagochtend 6 oktober 2024 en in diezelfde week in de een kamermuziekprogramma ron­dom celliste Harriet Krijgh.