Nikolai Lugansky in Brahms’ Tweede pianoconcert
Noord Nederlands Orkest
Kerem Hasan dirigent
Nikolai Lugansky piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede pianoconcert in Bes gr.t., op. 83 (1878-81)
Allegro non troppo
Allegro appassionato
Andante
Allegretto grazioso
pauze (± 21.00 uur)
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)
Vierde symfonie in f kl.t., op. 36 (1877-78)
Andante sostenuto – Moderato con anima
Andantino in modo di canzona
Scherzo: Pizzicato ostinato, Allegro
Finale: Allegro con fuoco
einde (± 22.15 uur)
Toelichting
Johannes Brahms 1833-1897
Brahms: Tweede pianoconcert
Door Aad van der Ven
Als componist was Johannes Brahms zeker gevoelig voor de omgeving waarin hij verkeerde. Zo schreef hij tijdens een vakantie in Zwitserland, omringd door natuurschoon, dat de ën daar in zo groten getale op zijn pad kwamen dat hij er bijna over struikelde.
Na zijn eerste reis naar Italië in 1878 ontstonden schetsen voor een nieuw pianoconcert, zijn Tweede pianoconcert in Bes groot. Die liet hij vervolgens liggen omdat hij voorrang gaf aan onder meer zijn Vioolconcert in D groot. In 1881, vlak na zijn tweede Italiaanse reis, voltooide hij alsnog het pianoconcert.
Men kan moeilijk zeggen dat het een Italiaans karakter bezit, wel dat er iets in doorklinkt van het aloude verlangen onder Duitse kunstenaars naar mediterrane onbezorgdheid. Wat echter niets wegneemt van de allure van dit werk, dat qua omvang en technische eisen voor de solist het twintig jaar daarvoor ontstane Eerste pianoconcert in d klein nog overtreft (de Oostenrijkse pianist Alfred Brendel schreef in dit verband over ‘onovertrefbare pianistische perversiteiten’).
Opvallend is dat Brahms, die overigens zelf een voortreffelijk pianist was, ver af staat van de excessieve virtuositeit van Franz Liszt en andere aan het klavier verslingerde romantische componisten, die in hun concerten de pianist ten strijde laten trekken tegen het orkest. Al snel, op de eerste bladzijde, wordt duidelijk dat de solist en het orkest hier vrienden zijn, geen rivalen.
Het symfonische karakter wordt nog versterkt doordat het werk vierdelig is, met een (al wordt het niet als zodanig aangeduid) als tweede deel. Aan zijn vriend Theodor Billroth schreef de componist dat hij dat nodig achtte omdat het eerste deel zo ‘simpel’ was, een opmerking die weinig mensen – en zeker weinig pianisten – zullen beamen.
Het wilde, onstuimige tweede vormt inderdaad een contrast met zijn omgeving. Wilde syncopen verhogen de spanning, terwijl op de plaats van het in de klassieke symfonie een uitgesproken krachtdadige episode de aandacht trekt.
In het derde deel, , maakt zich de solocellist los van de groep. De melodie zou Brahms later citeren in zijn Immer leise wird mein Schlummer. Ondanks de onrustige centrale episode, met driftige trillers, blijft dit derde deel een serene rustpauze.
Een heroïsche finale als bekroning van dit concert had voor de hand gelegen. Maar Brahms schreef een luchtig Allegretto grazioso, een combinatie van - en , met een solist die pirouettes draait in het glinsterende hoge register van het klavier. Af en toe duikt de componist van de Hongaarse dansen op.
De première op 8 november 1881 in Boedapest, met Brahms zelf als solist, was een groot succes. Brahms speelde kort na de première zijn Tweede pianoconcert ook zelf in Amsterdam, in Felix Meritis onder leiding van Johannes Verhulst.
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Vierde Symfonie
Door Marco Nakken
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski voltooide zijn Vierde symfonie in januari 1878 in San Remo. Een maand later ging het werk in Moskou in première. De componist was hierbij niet aanwezig. Hij was in de zomer van 1877 na een even kortstondig als rampzalig huwelijk in overspannen toestand uit Moskou gevlucht.
Zijn voormalige leerling Serge Tanejev had het concert wel bijgewoond en deed er op Tsjaikovski’s verzoek verslag van. Tanejevs oordeel was overwegend welwillend, maar hij had ook kritiek. Wat hem onder andere gestoord had, was het programmatische karakter van het eerste deel. Tsjaikovski deelde zijn bezwaar niet: ‘Ik wil niet dat mijn symfonieën een ijdel spel met en, s en s zijn. Uiteraard is mijn symfonie programmatisch, alleen kan dat programma niet in woorden worden uitgedrukt.’
Voor zijn correspondentievriendin en weldoenster Nadezjda von Meck, aan wie de symfonie is opgedragen, heeft Tsjaikovski, zij het onder voorbehoud, wel degelijk een poging gedaan om het programma in woorden uit te drukken: ‘Onze symfonie heeft een programma. De introductie is de kiem van de hele symfonie, de hoofdgedachte. Het is het noodlot, de fatale kracht die het streven naar geluk breekt. Verzet is zinloos. Een lieflijke droom verschijnt, maar het noodlot wekt ons.’
‘Het tweede deel brengt een ander aspect van droefheid tot uitdrukking. Je bent verdrietig, omdat zo veel dingen voor altijd voorbij zijn en toch is het prettig om aan je jeugd terug te denken.’
‘In het derde deel worden geen bepaalde gevoelens geïllustreerd. Het zijn grillige arabesken die in je fantasie rondwaren als je een beetje aangeschoten bent.’
‘Het vierde deel: Als je in jezelf geen blijdschap kunt vinden, begeef je dan onder het volk. Zodra je echter opgaat in de vreugde van anderen doemt opnieuw het onverbiddelijke noodlot op.’
Biografie
Noord Nederlands Orkest, orkest
De geschiedenis van het Noord Nederlands Orkest gaat terug tot 1862 en daarmee is het ‘s lands langst actieve professionele . Het gezelschap telt zo’n 70 orkestleden van 14 nationaliteiten, en de afgelopen jaren zijn er veel jonge getalenteerde musici aangetrokken. Het orkest brengt symfonische muziek in de drie noordelijke provincies – met ruim honderd concerten per seizoen in concertzalen, op buitenlocaties en op scholen.
Thuisbasis is De Oosterpoort in Groningen, de musici reizen geregeld af naar bijvoorbeeld TivoliVredenburg in Utrecht en Het Concertgebouw, en het seizoen 2025/2026 werd geopend op Lowlands. De programmering reikt van puur klassiek tot verrassende mixprogramma’s, en er is een nauwe samenwerking met andere kunstinstellingen en met de conservatoria van Groningen, Amsterdam en Den Haag. Chef- is Eivind Gullberg Jensen en vaste gastdirigenten zijn Hartmut Haenchen en Kerem Hasan; Antony Hermus is honorair dirigent en Michel Tabachnik dirigent emeritus.
Het Noord Nederlands Orkest werkte verder met dirigenten als Wayne Marshall, Susanna Mälkki en Han-Na Chang en solisten als Nemanja Radulović, Simone Lamsma, Guy Braunstein, Bertrand Chamayou, Alice Sara Ott, Martin Grubinger, Jeanine De Bique, Nelson Goerner en Leif Ove Andsnes. Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was het project Blue Potential met producer/dj Jeff Mills tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2025.
Kerem Hasan
Kerem Hasan werd geboren in Londen en begon zijn muzikale opleiding aan het Royal Conservatoire of Scotland. Vervolgens studeerde hij aan de Hochschule für Musik ‘Franz Liszt’ in Weimar en momenteel volgt hij nog lessen bij Johannes Schaefli aan de Hochschule der Künste in Zürich.
Masterclasses volgde de jonge bij onder anderen David Zinman en Bernard Haitink. Kerem Hasan was in 2017 winnaar van de Nestlé and Salzburg Festival Young Conductors Award. Een jaar eerder viel hij in de prijzen tijdens de Donatella Flick Conducting Competition, waar hij musiceerde met het London Symphony Orchestra. In 2017 keerde hij bij dit orkest terug. Inmiddels werd hij ook geëngageerd door gezelschappen als Welsh National , Royal Northern , het Tonhalle Orchester Zürich, Camerata Salzburg en het Sint-Petersburg Symfonie Orkest.
Met ingang van het huidige concertseizoen is Kerem Hasan chef-dirigent van het Tiroler Symphonieorchester Innsbruck. In juni 2018 debuteerde hij bij het Koninklijk Concertgebouworkest met Mahlers Negende symfonie, als invaller voor Bernard Haitink. Dit was tevens zijn debuut in de , waar hij sindsdien terugkeerde met het Noord Nederlands Orkest en pianist Nikolai Lugansky in september 2018 en met het Radio Filharmonisch Orkest en pianist Simon Trpčeski op 7 juli jongstleden.
Nikolai Lugansky, piano
Nikolai Lugansky studeerde in zijn geboortestad Moskou bij Tatjana Kestner, Tatjana Nikolajeva en Sergei Dorensky en won in 1994 het Tsjaikovski Concours. In Nederland maakte hij in 1990, op zijn zeventiende, een opvallend debuut in Vredenburg in Utrecht als invaller voor Maria João Pires.
Datzelfde jaar debuteerde hij met een in de van Het Concertgebouw, waar hij meermaals zou terugkeren in de serie Meesterpianisten.
Hij soleerde met vele Nederlandse orkesten, bijvoorbeeld afgelopen juni bij het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Eerste pianoconcert van Rachmaninoff, en hij verzorgde afgelopen september een pianokwartetprogramma in de met Nikita Boriso-Glebsky, Maxim Rysanov en Narek Hakhnazaryan. Onder zijn kamermuziekpartners zijn ook Vadim Repin, Leonidas Kavakos en Mischa Maisky; met cellist Gautier Capuçon tourde hij in januari door Italië.
Nikolai Lugansky onderhoudt langdurige relaties met en als Kent Nagano, Yuri Temirkanov, Manfred Honeck, Gianandrea Noseda, Vasily Petrenko en Lahav Shani en soleerde onder meer bij de Berliner Philharmoniker, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het London Symphony Orchestra, het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg, het Orchestre Philharmonique de Radio France en een aantal orkesten in Scandinavië. Naast zijn carrière als uitvoerend musicus geeft de pianist al sinds 1998 les aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou, is hij artistiek directeur van het Tambov Rachmaninoff Festival en zet hij zich in voor het Rachmaninoff Museum in Ivanovka. Dit jaar voert hij Rachmaninoffs belangrijke solowerken uit in Parijs, Londen, Wenen, Brussel, Berlijn en Praag. Afgelopen februari verscheen bovendien een cd met Rachmaninoffs s tableaux.


