Nieuwe Werelden van Beethoven en Dvořák

Klassieke Meesterwerken 20.15 uur

philharmonie zuidnederland
Hans Graf dirigent

Storioni Trio:
Bart van de Roer piano
Wouter Vossen viool
Marc Vossen cello

Carl Maria von Weber 1786-1826

Ouverture ‘Euryanthe’, op. 81 (1822-23)

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Tripelconcert in C gr.t., op. 56 (1804-07)
Allegro
Largo
Rondo alla Polacca

pauze

Antonín Dvorák 1841-1904

Negende symfonie in e kl.t., op. 95 (1893)
‘Uit de Nieuwe Wereld’
Adagio - Allegro molto
Largo
Scherzo: Molto vivace
Allegro con fuoco

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur

Toelichting

Carl Maria von Weber 1786-1826

ouverture 'euryanthe'

Tekst: Michiel Cleij

Carl Maria von Weber, neef van Mozarts echtgenote Constanze, was een tijdgenoot van Beethoven. Ook hij was, hoewel stevig geworteld in de , een voorbode van de . Webers muziek kondigt de sprookjessferen van Mendelssohn aan en loopt soms in de opzettelijk kinderlijke spontaniteit vooruit op Schumann.

Als zoon van een impresario was Weber voorbestemd voor een theatercarrière. Hij reisde door Europa als pianovirtuoos en ; maar al op zijn twaalfde had hij zijn eerste geschreven, en oude liefde roest niet. Eenmaal verzekerd van een vast inkomen als theaterdirecteur – in Praag, later in Dresden – ontpopte hij zich tot een serieuze Duitse concurrent van de Italiaanse operacomponisten.

Na zijn doorbraak – met Der Freischütz, de eerste grote ‘romantische’ Duitse – schreef hij een reeks succesvolle opera’s. Is Weber daarom een onsterfelijk operacomponist? Nee: hij is een onsterfelijk ouverture­componist. Want de opera’s, meestal gehinderd door zwakke libretto’s, worden zelden nog integraal uitgevoerd. De ouvertures daarentegen staan als een huis. Ze bieden de belangrijkste melodische ’s van de hele opera in potpourrivorm en zijn altijd speels en inventief georkestreerd.

Euryanthe was Webers tweede grote operasucces. Gesitueerd in het twaalfde-eeuwse Frankrijk en verhalend over heldendom en menselijke zwakte, is het een voorloper van Richard Wagners half feitelijke, half mythische operavisioenen. En in de ouverture lijk je inderdaad een andere wereld te betreden als de muziek plots afdaalt in een kille, kerkerachtige schemerzone.

Dit soort extreme decorwisselingen, met alle emotionele implicaties van dien, vind je niet bij Webers voorlopers – maar wel bij de ‘hoogromantici’ die zouden volgen.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

tripelconcert

Tekst: Aad van der Ven

Vijf jaar voordat hij aan zijn Vijfde pianoconcert begon, voltooide Ludwig van Beethoven een compositie die toentertijd als enigszins buitenissig werd beschouwd. ‘Grand Concerto Concertant’ stond oorspronkelijk op het titelblad.

‘Concertant’ is een woord dat in de achttiende eeuw voor bepaalde symfonieën werd gebruikt wanneer het ging om een werk waarin enkele instrumentalisten met het orkest samenspeelden. Bekende voorbeelden vinden we bij Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart.

Wat Beethoven ertoe heeft bewogen voor deze al uit de mode geraakte vorm te kiezen, is onduidelijk. Een van de redenen kan zijn dat Beethoven een substantieel concert wilde schrijven voor zijn piano­leerling aartshertog Rudolf von Habsburg en tegelijk diens taak wilde verlichten door hem met anderen te laten samenspelen.

Het Tripelconcert in C groot, 56 valt op door onder meer zijn melodische aantrekkelijkheid. Beethoven was over het geheel genomen een componist die niet afhankelijk was van uitgesproken ën. Hij werkte vaker met korte pregnante motieven die als bouwstenen voor grote constructies dienen. Maar net als bijvoorbeeld de Zesde symfonie, ‘Pastorale’ vormt dit concert daarop een uitzondering.

Ongebruikelijk is de beknoptheid van het middendeel. In deze fase van zijn ontwikkeling schreef Beethoven graag weidse, omvangrijke langzame delen, maar dit korte, verheven Largo lijkt eerder een inleiding tot de finale. Zonder overgang springt de muziek dan plotseling op en komt terecht in een van de meest briljante en vindingrijke polonaises die het klassieke repertoire rijk is.

Antonín Dvořák 1841-1904

'uit de nieuwe wereld'

Tekst: Sabien Van Dale

In 1892 werd Antonín Dvořák aangesteld als directeur van het Nationaal Conservatorium in New York. Hij werd er geconfronteerd met het onvermogen van de zogenaamde ‘Amerikaanse’ componisten om een eigen artistieke identiteit op te bouwen.

De vanuit Europa overgewaaide, romantische golf van nationalisme ging voorbij aan de schat van traditionele muziek die op Amerikaanse bodem voorhanden was en bleef steken in academische imitaties in de geest van Franz Liszt of Johannes Brahms. Dvořák, zijn tijd ver vooruit, zag in de strijdvaardige gezangen van de indianenstammen en in de zogenaamde ‘negro-spirituals’ de werkelijk authentieke kiem van een nationale compositieschool.

Hij gaf zelf het voorbeeld met zijn eerstvolgende symfonie: Z Nového Svéta, ‘Uit de Nieuwe Wereld’. Eind januari 1893 waren de schetsen van de eerste drie delen klaar en tegen eind mei van hetzelfde jaar was de volledige symfonie voltooid en georkestreerd. Op 16 december werd de eerste uitvoering in Carnegie Hall met veel bijval onthaald.

Het voornemen om een nationale toonkunst te stimuleren resulteerde echter in een stijl die grotendeels op niet-plaatselijke folklore was gefundeerd. Dvořák ontkwam namelijk niet aan een alles overheersende heimwee naar zijn geboorteland. Hoewel er indirect Amerikaanse inspiratiebronnen aanwezig zijn (onder meer de sfeer van het epos Hiawatha van Henry Longfellow), blijven die van secundair belang.

De melancholische solo van de in het Largo is niet – zoals zo vaak onterecht beweerd – ontleend aan een negro-spiritual. De is van de hand van Dvořák maar werd later herschapen tot een ‘imitatie’-spiritual met de titel Going Home.

De invloed van plaatselijke volks­muziek wordt verder soms nog ten onrechte geïllustreerd aan de hand van het hoofdthema van het eerste deel, dat verwant zou zijn aan het bekende Swing Low, Sweet Chariot (met weglating van de eerste noten). Dvořák ontkrachtte deze bewering en verklaarde dat zijn ’s met de pentatonische reeks zijn samengesteld (dus met vijf tonen in plaats van zeven tonen binnen het , zoals in de westerse klassieke muziek).

Met name dit vijftoonssysteem en Dvořáks typische, kernachtige ritmische figuren zijn in de folklore van culturen over de hele wereld terug te vinden. Dvořáks melodische taal ontspringt manifest uit zijn Boheemse wortels. De technieken waarmee hij zijn ideeën tot een groots symfonisch en cyclisch geheel smeedt blijven evenwel dezelfde als die van Beethoven, Tsjaikovski, Brahms of Schubert.

Daarom vertelt de Negende symfonie in wezen veel meer over de ‘Oude Wereld’ dan over de ‘Nieuwe Wereld’ die ze tot het einde der dagen in haar titel zal meedragen.

Biografie

Hans Graf, dirigent

Hans Graf was van 2001 tot 2013 music director van het Houston Symphony Orchestra en had deze functie voordien bij achtereenvolgens het Calgary Philharmonic Orchestra, het Orchestre National Bordeaux Aquitaine en het Mozarteumorchester Salzburg.

Als gast musiceerde de Oostenrijkse met vele grote Amerikaanse orkesten. In Europa stond hij op de bok bij onder meer het London Philharmonic Orchestra, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en de Wiener Symphoniker.

In ons land dirigeeerde Hans Graf het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest. Als dirigent maakte hij een belangrijk debuut in 1981 bij de Wiener Staatsoper, waar hij sindsdien tal van producties leidde. Recentelijk leidde hij bij het Opernhaus Zürich Wagners Parsifal en bij de Opéra National du Rhin in Straatsburg Boris Godoenov.

Hans Graf begon zijn opleiding in Graz. Daarna volgde hij lessen orkestdirectie in Italië bij Franco Ferrara en Sergiu Celibidache, en in Rusland bij Arvid Jansons.

Storioni Trio, ensemble

Het in 1995 opgerichte Storioni ontleent zijn naam aan het instrument van violist Wouter Vossen: een Laorentius Storioni uit 1794. Het trio kan putten uit een breed repertoire van Haydn tot Henze tot en met prikkelende werken van hedendaagse componisten.

Naast veelvuldige optredens op de Nederlandse podia geniet het Storioni Trio ook internationaal bekendheid, onder meer door concerten in Carnegie Hall in New York en Wigmore Hall in Londen. Tournees ondernam het naar bijvoorbeeld Japan, India, Australië en het Midden-Oosten.

Het speelt ook geregeld met orkest en verleende voor die bezetting compositie-opdrachten aan Kevin Volans, Peter-Jan Wagemans, Nico Muhly en Willem Jeths. De volledige ’s van Beethoven voerde het Storioni Trio uit in Zwitserland en in Nederland, op zowel authentieke als moderne instrumenten, en de cd-opname van het Tripelconcert van Beethoven op historische instrumenten met het Orkest van het Oosten onder leiding van Jan Willem de Vriend werd in juli 2013 Editor’s Choice van het tijdschrift Gramophone.

Het ensemble is initiator en artistiek directeur van het jaarlijkse Storioni Festival in Eindhoven. Het vorige optreden van het Storioni Trio in de was in Het Zondagochtend Concert van 20 maart 2016, en in de was het een maand later nog te beluisteren in Beethovens Tripelconcert samen met de philharmonie zuidnederland.

philharmonie zuidnederland, orkest

Het van Zuid-Nederland viert dit seizoen zijn tienjarig bestaan. Eredirigent is Marc Soustrot en honorair is Ed Spanjaard. philharmonie zuidnederland is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-­Brabant, Limburg en Zeeland, maar profileert zich ook op natio­naal en internationaal niveau.

Naast het symfonische repertoire – eeuwenoud én splinternieuw – brengt het orkest ook nieuwe concertformules; de activiteiten reiken van carnavals­concerten en een ‘symphonic mob’ tot filmprojecten, business events en educatieve projecten. Ook het Liberation Concert in Margraten is een niet weg te denken traditie.

Vaste samenwerkingen zijn er met Zuid, November Music, Cultura Nova in Heerlen, Musica Sacra in Maastricht en de conservatoria van Maastricht en Tilburg. Bovendien fungeert philharmonie zuidnederland als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM).

In het huidige seizoen verwelkomt het orkest gasten als de violisten Esther Yoo en Alena Baeva, cellist/componist Abel Selaocoe, de pianisten Cédric Tiberghien, Boris Giltburg en Lucas Delbargue, tenor Mark Padmore, de en Enrico Delamboye en Sander Teepen, klarinettist/dirigent Martin Fröst, het Storioni Trio en het Brabant Koor.

philharmonie zuidnederland was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 3 september jongstleden onder leiding van Duncan Ward, die sinds 2021/2022 chef-dirigent is.