Nicola Benedetti speelt Bach en Ysaÿe

Nicola Benedetti viool 

pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.10 uur

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Tweede partita in d kl.t., BWV 1004 (1720)
Allemande
Corrente
Sarabande
Gigue
Chaconne

Eugène Ysaÿe 1858-1931

Sonate in d kl.t., op. 27 nr. 3 (1924)
‘Ballade à Enesco’
Ballades, Lento molto sostenuto
Allegro in tempo giusto e con bravura

pauze

Wynton Marsalis 1961

nieuw werk

Johann Sebastian Bach

Derde partita in E gr.t., BWV 1006 (1720)
Preludio
Loure
Gavotte en rondeau
Menuet I
Menuet II
Bourrée
Gigue

Eugène Ysaÿe

Sonate in G gr.t., op. 27 nr. 5 (1924)
L’aurore
Danse rustique

Toelichting

Bach: Tweede partita

tekst: Els de Boer

Johann Sebastian Bach was niet de eerste die componeerde voor viool zonder enige begeleiding. Rond 1676 schreef Heinrich Isaac Franz von Biber zijn Rosenkranz n voor viool en , met een indrukwekkende afsluitende Passacaglia voor viool solo, en twintig jaar later publiceerde Johann Paul von Westhoff zes ’s voor viool solo. Deze bundel werd pas in de jaren 1970 herontdekt en wordt wel aangemerkt als het vroegste zelfstandige werk voor viool solo.Westhoff werkte aan het hof van hertog Willem Ernst van Saksen-Weimar tot 1705; Bach trad in 1708 bij diezelfde hertog in dienst. Ongetwijfeld is hij door de muziek van Westhoff beïnvloed.

Al in Weimar begon Bach aan zijn Zes sonates en partita’s voor viool solo, BWV 1001-1006. Bach voltooide de serie in 1720, nadat hij inmiddels was aangesteld als kapelmeester aan het hof van Leopold von Anhalt-Köthen. In de sonates baseerde Bach zich op de Italiaanse kerksonate; in de partita’s volgde hij de Franse danssuite.

De Tweede in d klein leidt Bach in met een Allemande. Korte loopjes, gebroken en en sequensen verlevendigt hij door speelse ritmische patronen en len. Op de snelle Corrente volgt de dromerige Sarabande. De melodische lijnen worden versierd door een variatie aan s en dubbelgrepen. De flitsende Gigue voert naar het topstuk van deze partita: de Chaconne. Statig exposeert Bach zijn van vier maten. De violist zal 68 keer op dit thema variëren. Daarmee doorloopt hij de sferen van lyriek, dramatiek, het verhevene en de gedrevenheid en dat alles met behulp van gecompliceerde dubbelgrepen, grote verschillen in hoog en laag, , wisseling van volume, ritmiek en en.

In het midden van de Chaconne verschijnt een hemelse van d klein naar D groot. Veel violisten en componisten verafgoden de Chaconne. De meest wonderlijke loftuiting is wel die van Johannes Brahms. De componist was er zeker van dat een dergelijke ’overweldigende opwinding en zo’n ontzag hem gek zouden hebben gemaakt’.

Ysaÿe: 'Ballade à Enesco'

Zoals Bach zijn voorgangers had in Biber en Westhoff, zo was hij zelf de inspirator van de Zes s voor viool solo, 27 uit 1924 van de Belg Eugène Ysaÿe. Veel violisten in de negentiende en twintigste eeuw hadden Bachs sonates al uitgevoerd. Ysaÿe, violist en componist, was onder de indruk van de interpretatie van Joseph Joachim (1831-1907). In navolging van Bach schreef ook hij zes composities voor viool solo. Hij droeg ze op aan beroemde collegaviolisten, en de Derde sonate in d klein werd een ballade voor violist en componist George Enescu – een Roemeen die lange tijd in Parijs verbleef en daar zijn naam spelde als Georges Enesco. Ysaÿe en Enescu waren goede vrienden en speelden onder anderen aan het hof van de Roemeense koningin Carmen Sylva (pseudoniem van Elisabeth zu Wied).

Natuurlijk hadden de viooltechniek en de tonaliteit zich sinds de achttiende eeuw enorm ontwikkeld. Ysaÿe werkte meer dan Bach met dubbelgrepen, dynamische contrasten en wisselingen. Zijn Derde ­ staat net als de Tweede  van Bach in d klein, maar wijkt voortdurend uit naar vreemde en en andere en. In deze Ballade verwerkt Ysaÿe zowel elementen van Bach als van Enescu. Het eerste gedeelte heeft steeds verschillende ritmische patronen, maar eindigt à la Bach met een triller die leidt naar de grondtoon d. Daarna verwerkt Ysaÿe als een rode draad de gepuncteerde Roemeense ritmiek van ­Enescu. Nog tweemaal sluit hij onderdelen af met de triller en de grondtoon.

Marsalis: nieuw werk

tekst: Lonneke Tausch

Nicola Benedetti en Wynton alis ­kennen elkaar al lang en werkten eerder samen. Zo bracht de violiste in 2015 het Concert in D groot in première dat de gerenommeerde jazztrompettist en leider van het Jazz at Lincoln Center Orchestra speciaal voor haar schreef. In zijn vioolconcert verwerkte hij jazz en blues maar ook Schotse ‘reels’, daarmee refererend aan hun beider voorvaderen. Overigens is jazzman Marsalis evenzeer thuis in de wereld van de klassieke muziek. Hij studeerde niet alleen in zijn geboortestad New Orleans, bakermat van de jazz, maar ook aan Tanglewood en ­Juilliard. Zowel in 1983 als in 1984 won hij twee Gram­my Awards: eentje voor een jazzplaat plus eentje voor een klassiek album, en voor zijn ‘jazzoratorium’ Blood on the Fields kreeg hij in 1997 de Pulitzer Prize.

Benedetti’s reactie toen ze de eerste schetsen van alis’ concert onder ogen kreeg is overigens tekenend voor de ambitie van de virtuoze violiste: ‘Te gemakkelijk!’ Marsalis was opgelucht dat hij klaarblijkelijk niet te ver was gegaan en deed er graag nog een schepje bovenop. Voor de reprise van het vioolconcert in 2017 bood hij haar een nieuwe uitdaging met wat nieuwe passages en en. Dat belooft wat voor het solowerk dat hij voor het programma van vandaag schreef; bij het ter perse gaan van deze editie van Preludium was het nog titelloos en onvoltooid.

Bach: Derde partita

tekst: Els de Boer

De violist Ferdinand David (1810-1873), leraar aan het conservatorium van Leipzig, verzorgde in 1843 een uitgave van Bachs Zes s en ’s voor viool solo. David gebruikte de solowerken als studiemateriaal voor zijn leerlingen. Hij was bevriend met Felix Mendelssohn, evenals David een kenner van Bachs muziek. Mendelssohn ‘verrijkte’ de sonates en partita’s met een pianopartij in de stijl van de , maar dit arrangement vond geen navolging. De onbegeleide viool­solo’s van Bach bleven de aandacht trekken, ook losse onderdelen daarvan. De ­Chaconne uit de Tweede partita en de Preludio uit de Derde partita worden vaak apart gespeeld.

In de Derde in E groot is de Preludio een briljante introductie tot een reeks lichtvoetige dansen. In vliegende vaart raast hij voort met een regelmatige ritmiek en veel toonsherhalingen. De eenvoudige ­ van de Loure vormt na dit stevige begin een rustgevend moment. Als een volksdans klinkt het thema van de Gavotte, terwijl Bach in het tweede een doedelzak imiteert. De snelle Bourrée en Gigue geven met hun echo-effecten en korte s van naar een laatste aan deze speelse partita.

Ysaÿe: Sonate in G groot

Een Danse rustique beladen met dubbelgrepen staat als tweede deel centraal in de in G groot, 27 nr. 5 van Ysaÿe. De dans vergt veel van de uitvoerder. Maar deze kon zich al inspelen in het eerste deel: L’aurore (Frans voor ‘dageraad’).

In ­L’aurore verklankt Ysaÿe zijn herinneringen aan vroegere ‘vacances studieuses’. Ysaÿe begint zijn muzikale ochtend met lange tonen op de g- en de d-snaar. Aarzelend verschijnen de hogere tonen, voorzichtig komen de ’s. Ze vloeien over in gebroken en in de uiterste liggingen van de viool. De violist is ingespeeld. Ysaÿe droeg deze vijfde sonate op aan zijn leerling Mathieu Criekboom.

Biografie

Nicola Benedetti, viool

Nicola Benedetti werd geboren in Schotland maar is van Italiaanse afkomst. Ze volgde haar professionele muzikale opleiding in Engeland, aan de Yehudi Menuhin School. In de jaren daarna groeide ze uit tot een zeer veelgevraagd ­artiest en als solist musiceerde ze met beroemde gezelschappen als het London Philharmonic Orchestra, het Orkest van het Mariinski ­Theater in Sint-Petersburg en de New York ­Philharmonic.

In Nederland werkte ze met de Radio Kamer ­Filharmonie en het Radio Filharmonisch ­Orkest. Op het vlak van de kamermuziek deelt ze het podium graag met bijvoorbeeld pianist Alexei Grynyuk en cellist Leonard Elschenbroich; dit ­ speelde in december 2014 ook in de van Het Concertgebouw. De violiste bracht verschillende succesvolle cd’s uit, waaronder The Silver Violin, een conceptalbum met muziek – van onder anderen Mahler, Korngold en Sjostakovitsj – die een relatie heeft met Hollywood. 

Naast haar activiteiten op het ­podium en in de studio geeft Nicola Benedetti graag les; ze doet dat aan diverse scholen en conservatoria en sinds 2013 geeft ze onder de noemer The ­Benedetti Sessions wereldwijd masterclasses aan jong muzikaal talent. Nicola Benedetti bespeelt een instrument uit 1717 dat is gebouwd door Antonio Stradivari.

Haar vorige optreden in de Kleine Zaal was een met Alexei Grynyuk in februari 2016.