Neojiba en Maria João Pires met Beethoven en Zuid-Amerikaanse klassiekers
Neojiba
Ricardo Castro dirigent
Maria João Pires piano
Raysson Lima slagwerk
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.
Antônio Carlos Gomes (1836-1896)
Ouverture uit ‘Il Guarany’ (1870)
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Pianoconcert nr. 3 in c kl.t., op. 37 (1800-03)
Allegro con brio
Largo
Rondo: Allegro
pauze ± 21.00 uur
Jamberê Cerqueira (1987)
KAMARÁMUSIK (2022)
Concert voor berimbau, percussie en orkest
Heitor Villa-Lobos (1887-1959)
Bachianas brasileiras nr. 4, A. 264 (1930-36; orkestratie 1942)
Preludio (Introdução)
Coral (Canto do Sertão)
Aria (Cantiga)
Dansa (Miudinho)
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Antônio Carlos Gomes 1836-1896
Ouverture uit ‘Il Guarany’
Door Paul Janssen
Dat Antônio Carlos Gomes het schopte tot ‘de Braziliaanse Verdi’ is uitzonderlijk. Geen enkele andere negentiende-eeuwse Zuid-Amerikaanse componist wist zijn werk op het Europese vasteland uitgevoerd te krijgen. De Braziliaanse componist trok aan het einde van de jaren 1860 naar Milaan om daar te studeren. Hij was in eigen land al een bekendheid, maar wilde de Europese stijl van nabij meemaken.
In Milaan schreef hij in 1870 de Il Guarany, die in La Scala in première ging en die Giuseppe Verdi (1813-1901) tot de uitspraak verleidde dat hier een ‘waarlijk muzikaal genie’ aan het woord was. Het verhaal gaat over de liefde tussen een opperhoofd van een indianenstam en de dochter van een Portugese kolonist.
De geheel op Italiaanse leest geschoeide ouverture bestaat grotendeels uit ën die een rol spelen in de en die deels gebaseerd zijn op de muziek van de Braziliaanse Aimore-indianen. Zo begint de ouverture met de melodie die de evocatie van de Zonnegod door de indianenstam begeleidt. Ook de melodie van het centrale liefdesduet klinkt al in de ouverture, die verder een klassieke negentiende-eeuwse curtain raiser vormt.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Derde pianoconcert
Door Paul Janssen
Hoewel Ludwig van Beethoven in 1792 van Bonn naar Wenen vertrok om in de leer te gaan bij Joseph Haydn, was Wolfgang Amadeus Mozart vaak zijn grote inspiratiebron. Ook voor zijn baanbrekende Derde pianoconcert in c klein, dat de toegangspoort vormt tot de eeuw van de , was Mozart zijn belangrijkste raadgever.
Het belangrijkste model dat Beethoven in zijn hoofd had toen hij in 1800 aan dit werk begon was Mozarts Pianoconcert nr. 24 in c klein, KV 491 (1786). Dat Beethoven zijn concert pas in 1803 voltooide doet niets af aan deze inspiratiebron die vooral in het eerste deel onmiskenbaar is.
Net zoals Mozart laat Beethoven de piano in het van het eerste deel een belangrijke solorol vervullen, terwijl het laatste woord in het klassieke soloconcert op die plek doorgaans aan het orkest is. Ook in het langzame tweede deel streeft Beethoven een lyriek na die van Mozart had kunnen zijn als hem meer levensjaren gegeven waren. Het afsluitende is vervolgens een absoluut Beethovenmanifest. Met de wijze waarop hij het oor vanuit c klein door verschillende en leidt en uiteindelijk uitkomt bij een stralend C groot, zette Beethoven de toon voor de harmonische avonturen en ontwikkelingen die de Romantiek zo kenmerken.
Jamberê Cerqueira 1987
KAMARÁMUSIK
Door Paul Janssen
De Braziliaanse componist, arrangeur en tubaspeler Jamberê Cerqueira is sinds de oprichting in 2007 van Neojiba bij het orkest betrokken als tuba-instructeur. Ook schrijft hij af en toe een werk speciaal voor het orkest. In zijn muziek is het Braziliaanse erfgoed altijd sterk vertegenwoordigd. Zo ook in het percussieconcert KAMARÁMUSIK.
Naast Braziliaanse s en een batterij percussie-instrumenten staat in dit werk de berimbau centraal. Hoewel dit instrument oorspronkelijk uit Afrika komt, groeide het uit tot een Braziliaans symbool bij uitstek doordat het instrument een van de belangrijkste begeleiders is bij capoeira, het traditionele ‘vecht-dansspel’ waarbij solo of in tweetallen met aanvals- en verdedigingsbewegingen ‘gedanst’ wordt op ritmisch stuwende muziek. De berimbau zorgt daarbij voor het hypnotiserende ritme.
Het instrument bestaat uit een boog met één snaar en een uitgeholde kalebas als klankkast. De berimbau wordt bespeeld met een stokje, terwijl de bespeler ook nog een caxixi, een variant op de macara of ‘sambabal’ met een vergelijkbaar ritselend geluid, vasthoudt. Met een steentje in de hand die de boog vasthoudt kan hij de toonhoogte of klank enigszins variëren. Met meestal niet meer dan drie of vier klanken weet de berimbauspeler het opzwepende geluidsdecor voor de capoeiradanser te vormen. KAMARÁMUSIK is zo niet alleen een ode aan de berimbau, het is ook een ode aan de Braziliaanse dans annex sport nummer één: capoeira.
Het staatsgesteunde programma Núcleos Estaduais de Orquestras Juvenis e Infantis da Bahia wil sociale integratie bevorderen en vooral de jeugd de kans geven om door middel van musiceren op het hoogste niveau te ontsnappen aan armoede en de sloppenwijken. Neojiba is het paradepaardje. Dit orkest presenteert zich in het kader van 200 jaar Brazilië (in 1822 werd Brazilië onafhankelijk van Portugal) met een programma dat de (klassieke) muziekgeschiedenis van het land in een notendop samenvat aan de hand van ‘de Braziliaanse Verdi’ Antônio Carlos Gomes, de belangrijkste twintigste-eeuwse componist Heitor Villa-Lobos en een recent percussieconcert met de berimbau in de hoofdrol. Beethovens Derde pianoconcert dient daarbij als westers contrast.
Heitor Villa-Lobos 1887-1959
Bachianas brasileiras nr. 4
Door Paul Janssen
Heitor Villa-Lobos ontwikkelde zich in de eerste helft van de twintigste eeuw tot de belangrijkste Zuid-Amerikaanse componist die ook in Europa voet aan de grond kreeg. De Braziliaan met Spaanse voorouders ontpopte zich daarbij niet alleen tot een veelschrijver, maar ook tot een gedegen onderzoeker van de mogelijkheden van de Braziliaanse volksmuziek, die hij als straatmuzikant van binnen en van buiten leerde kennen, in combinatie met stijlkenmerken van de westerse muziek uit verschillende periodes.
De belangrijkste impuls hiervoor had alles te maken met het nationalisatieproces dat sinds juni 1930 in Brazilië gaande was. Villa-Lobos werd hoofd Muzikale Educatie in Rio de Janeiro en kreeg de opdracht aandacht te geven aan de nationale muziek. Dat liet de componist zich geen twee keer zeggen. Hij putte rijkelijk uit zijn kennis van de volksmuziek en verhief deze met westerse technieken tot een muziek die de wereld over ging. Zo onderzocht hij in zijn Bachianas brasileiras hoe het zou klinken als hij de compositieprincipes van de – en dan vooral van Johann Sebastian Bach – combineerde met elementen uit de Braziliaanse volksmuziek.
Tussen 1930 en 1945 schreef hij zo negen s voor verschillende instrumenten en instrumentcombinaties. Zo is Bachianas brasileiras nr. 1 gecomponeerd voor minimaal acht ’s, nr. 3 voor piano en orkest en nr. 5 (met de beroemde ) voor cello-orkest en sopraan.
Bachianas brasileiras nr. 4 schreef Villa-Lobos in eerste instantie voor piano solo. In 1942 bewerkte hij de uiteindelijke vierdelige suite voor orkest. De eerste vier noten van de verwijzen naar het van Das musikalische Opfer van Bach. Met die vier noten als basis creëerde Villa-Lobos vier contrasterende delen. Het werk raakt aan de vorm van een concerto grosso en maakt geregeld gebruik van Braziliaanse s. Dat is het duidelijkst in het laatste deel waarin het thema de vorm krijgt van een miudinho, een samba-achtige dans met indiaanse wortels.
Biografie
Neojiba, orkest
Het jeugdorkest dat vandaag voor de tweede keer aantreedt in Het Concertgebouw is het vlaggenschip van de Núcleos Estaduais de Orquestras Juvenis e Infantis da Bahia (Neojiba). Dit instituut is in 2007 opgericht naar voorbeeld van de Venezolaanse muziekeducatiepiramide El Sistema, en heeft sindsdien al zeker 36.000 kinderen en jongeren, vaak opgroeiend in kwetsbare omstandigheden, bereikt met muziek.
Neojiba wordt gesteund door de Braziliaanse staat Bahia en georganiseerd door het Instituto de Desenvolvimento Social pela Música. Het hoofdkwartier, waar dagelijks 1.200 leerlingen terecht kunnen voor lessen en repetities, zit in Salvador de Bahia. De orkesten van de verschillende muziekscholen door het hele land hebben bij elkaar opgeteld al meer dan 2.500 concerten gegeven en daarmee bijna een miljoen luisteraars bereikt. Neojiba gaf ruim 370 concerten en ging in 2010 als eerste Braziliaanse jeugdorkest op tournee in Europa.
Inmiddels traden de jonge musici op met de violisten Maxim Vengerov en Midori en de pianisten Martha Argerich, Jean-Yves Thibaudet en Katia en Marielle Labèque, in zalen als de Queen Elizabeth Hall in Londen, het Konzerthaus Berlin, de Philharmonie de Paris en Gulbenkian in Lissabon. In Het Concertgebouw speelde Neojiba bij zijn debuut in september 2022 werken van Gomes en Villa-Lobos en een hedendaags stuk van Cerqueira met een hoofdrol voor de berimbau, een traditioneel Braziliaans instrument; Maria João Pires was bovendien solist in Beethovens Derde pianoconcert.
Ricardo Castro, dirigent
Ricardo Castro werd geboren in de regio Bahia en werd daar de oprichter van Neojiba, waarvan hij nog steeds algemeen directeur en chef- is. Al op zijn zestiende soleerde hij bij het Staatsorkest van São Paulo in het Pianoconcert in a klein van Grieg.
In 1984 vestigde hij zich in Europa om door te studeren, piano bij Maria Tipo en Dominique Merlet en directie bij Arpad Gerecz. Na het ARD Concours van 1987 in München won hij in 1993 ook de Leeds International Piano Competition.
Ricardo Castro speelde op prestigieuze podia als de Wiener Musikverein en het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs en werd uitgenodigd door gezelschappen als het Gewandhausorchester Leipzig, het Tonhalle-Orchester Zürich, het BBC Symphony Orchestra, het English Chamber Orchestra en de Academy of St. Martin in the Fields. In 2013 werd hij, als eerste Braziliaan ooit, benoemd tot erelid van de Royal Philharmonic Society in Londen.
Ricardo Castro is hoofd van de pianosectie van de Haute École de Musique de Genève en geeft les aan de Scuola di Musica di Fiesole. Sinds 2005 legt hij zich steeds meer toe op muziekprojecten die bijdragen aan integratie en maatschappelijke ontwikkeling, waarmee hij ongekende mogelijkheden heeft geschapen voor Braziliaanse kinderen en jongeren.
Als pianist verzorgde Ricardo Castro in oktober 2005 in de een duoprogramma met Maria João Pires; zijn Concertgebouwdebuut als maakte hij op 19 september 2022, op de bok bij zijn Neojiba.
Maria João Pires, piano
Maria João Pires werd geboren in Lissabon en gaf haar eerste publieke optreden op haar vierde. Ze begon haar pianostudie bij Campos Coelho en Francine Benoît en vervolgde deze in Duitsland bij Rosl Schmid en Karl Engel. Sinds de jaren 1970 is ze zich steeds meer gaan bezinnen op de rol die kunst speelt in het dagelijks leven, de samenleving en de opvoeding.
In 1999 richtte ze in haar geboorteland het Belgais Centre for the Study of the Arts op, waar ze geregeld masterclasses geeft aan zowel professionele musici als muziekliefhebbers. In 2012 initieerde Maria João Pires vanuit Brussel Partitura Choirs, dat koren opricht voor kinderen uit kansarme gezinnen, en Partitura Workshops. Binnen het Partitura-project werkt Maria João Pires samen met een groep pianisten van een jongere generatie.
Bij een optreden in Het Concertgebouw op 12 september 2017 met het Orkest van de Achttiende Eeuw speelde ze in dat kader zelf het Vierde pianoconcert van Beethoven en bood ze de jonge Armeniër Ashot Khachatourian het podium voor het Twintigste pianoconcert van Mozart. Met het Derde pianoconcert van Beethoven was Maria João Pires op 19 september 2022 te gast in Het Concertgebouw met het Braziliaanse jeugdorkest Neojiba, en op 2 oktober van datzelfde jaar gaf ze een solorecital met s van Schubert en Beethoven en de bergamasque van Debussy. Sinds haar eerste engagement bij het Concertgebouworkest in 1987 keerde de pianiste daar regelmatig terug. De laatste samenwerking met het orkest was afgelopen december in Mozarts Negende pianoconcert ‘Jeunehomme’ gedirigeerd door Iván Fischer.
Raysson Lima, slagwerk
Percussionist en capoeirista Raysson Lima werd geboren in Salvador-Bahia. Zijn eerste instrument was de berimbau, zijn vader was zijn eerste leraar.
Al op zijn derde zat hij bij de repetities van de bekende samba-reggae-groep Olodum. Vanaf zijn negende kreeg Raysson Lima les via het Neojiba-programma en sinds 2017 maakt hij deel uit van het Youth Orchestra of Bahia. In de Braziliaanse populaire muziek trad hij op met onder anderen Gilberto Gil.




