Nederlandse Bachvereniging brengt Bachs Matthäus-Passion
Nederlandse Bachvereniging
Shunske Sato viool/leiding
Daniel Johannsen tenor (Evangelist)
Marie Luise Werneburg sopraan I
Alex Potter alt I
Zachary Wilder tenor I
Dominik Wörner bas I
Lucia Caihuela sopraan II
Christopher Ainslie alt II
Benedict Hymas tenor II
Wolf Matthias Friedrich bas II
Kampen Boys Choir
Beni Csillag koor-instudeerder
solisten uit de Nederlandse Bachvereniging:
Marta Paklar dienstmeisje 1
Amelia Berridge dienstmeisje 2
Lauren Armishaw Pilatus’ vrouw
Matthew Baker Petrus en hogepriester 1
Donald Bentvelsen Pilatus en hogepriester 2
Jaap van der Wel Judas
instrumentale solisten:
Sayuri Yamagata viool
Lucia Swarts cello
Marten Root, Doretthe Janssens, David Westcombe, Pooyan Farzin traverso
Ivan Podyomov, Rodrigo Lopez Paz, Katharina Verhaar, Tatjana Zimre hobo
Benny Aghassi fagot
Alex Baker viola da gamba
Leo van Doeselaar orgel
Siebe Henstra, Masako Awaji klavecimbel
Fred Jacobs theorbe
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736 en 1742)
met teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze ± 20.45 uur
einde ± 22.50 uur
Ook interessant:
- Bachs rekenwerk: Het bouwplan van de Matthäus
- Hoe klinkt de ultieme Bach?
- Bachs verleiding
- Infographic Historische uitvoeringspraktijk
- 7 onbekende passies
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Bach: Matthäus-Passion
Door Marloes Biermans
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide s’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en eren ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en ’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte teksten en ën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
De ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn iging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige ’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste aan het slot.
Biografie
Nederlandse Bachvereniging, ensemble
Opgericht in 1921 om de Matthäus-Passion uit te voeren in de Grote Kerk in Naarden, is de Nederlandse Bachvereniging uitgegroeid tot een vocaal-instrumentaal ensemble van internationale betekenis. De musici geven het werk van Bach en zijn tijd- en geestgenoten door, en spelen daarbij op historische instrumenten.
Ze laten de veelkleurigheid van de oude muziek én van de Nederlandse Bachvereniging horen, waarbij het gedachtegoed van nieuwe generaties steeds tot veranderende invalshoeken leidt. Onder het motto ‘Alles van Bach voor iedereen’ geeft het gezelschap jaarlijks ruim zestig concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast kan iedere muziekliefhebber via YouTube gratis genieten van alle werken die zijn opgenomen voor All of Bach.
Via het Young Bach Fellowship worden de musici van de toekomst opgeleid, de Nederlandse Bachvereniging coacht amateurmusici in de regio Utrecht en voor middelbare scholieren zijn er verschillende educatieprogramma’s. Sinds 1 mei 2025 is Johanna Soller artistiek leider. Zij dirigeerde het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw: Bachs Matthäus-Passion op 26 maart 2024.
Shunske Sato, viool
Shunske Sato is met ingang van seizoen 2018/2019 artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging. De violist is tevens concertmeester van Concerto Köln en wordt regelmatig als leider gevraagd door onder meer het Freiburger Barockorchester.
Shunske Sato speelt al viool vanaf zijn tweede en studeerde aan Juilliard School in New York, in Parijs en in München, bij onder anderen Dorothy DeLay, Masao Kawasaki, Gérard Poulet en Mary Utiger.
In 2010 won hij de publieksprijs en de tweede prijs van het Johann Sebastian Bach Concours in Leipzig.
Hij soleerde over heel de wereld, bij onder meer het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het National Symphony Orchestra in Washington, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Academy of Ancient Music en het Australian Brandenburg Orchestra.
Onder de en met wie hij werkte zijn Ivor Bolton, Richard Egarr, Christopher Hogwood, René Jacobs en Kent Nagano.
Naast zijn podiumcarrière is Shunske Sato hoofdvakdocent viool aan het Conservatorium van Amsterdam.
Lees hier meer over Shunske Sato.
Daniel Johannsen, tenor
Daniel Johannsen studeerde kerkmuziek in Graz en zijn geboortestad Wenen, zang bij Margit Klaushofer en repertoire bij Robert Holl. Masterclasses volgde hij bij Nicolai Gedda en Dietrich Fischer-Dieskau.
Als solist was hij te gast op het Beethovenfest Bonn, het Bachfest Leipzig, Styriarte Graz en het Enescu Festival in Boekarest; hij werkte samen met de Staatskapelle Dresden en het Freiburger Barockorchester en met en als Nikolaus Harnoncourt en Philippe Herreweghe.
zong hij onder meer in Wenen, München, Bonn en Leipzig.
De tenor is een veelgevraagd Bach-interpreet. Met de Nederlandse Bachvereniging nam hij voor All of Bach de BWV 65 en de Lutherse mis BWV 233 op. Ook in april 2019 stond Daniel Johannsen in Het Concertgebouw in de Matthäus-Passion door de Nederlandse Bachvereniging, toen als tenor 1.
Marie Luise Werneburg, sopraan
Marie Luise Werneburg studeerde kerkmuziek in haar geboorteplaats Dresden voordat ze in Bremen haar zangopleiding voltooide. Haar specialisatie ligt bij het repertoire van de Renaissance, de en de eenentwintigste eeuw.
De sopraan werd geëngageerd door onder meer de Bachstiftung St. Gallen, de Akademie für Alte Musik Berlin, de Lautten Compagney Berlin en het Vocal Consort Tokyo.
Ze betrad het podium tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht, Styriarte Graz, de Händelfestspiele in Halle, het Ansbacher Bachfest, het Montreal Bach Festival en het Bachfest Leipzig.
Op cd is ze onder meer te horen in de complete Schütz-opnamen van het Dresdner Kammerchor onder leiding van Hans-Christoph Rademann.
Naast haar vele optredens geeft Marie Luise Werneburg les aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn. In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Alex Potter, countertenor
Alex Potter voert muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw uit met en als Hans-Christoph Rademann, John Butt, Lars Ulrik Mortensen, Jordi Savall, Jos van Veldhoven en Stephen Layton.
Naast in het werk van Bach, Händel en Telemann treedt hij ook graag op in onbekender repertoire: met La Festa Musicale tourde hij met solocantates van Vivaldi, Lotti en Caldara, in Vancouver zong hij in Brittens Abraham and Isaac, en met het ensemble Vespres d’Arnadí bracht hij in het Palau de la Musica in Barcelona een programma m Händel en tijdgenoten.
Alex Potter was koorknaap aan Southwark Cathedral in Londen, en werd daarna Scholar aan het New College in Oxford, waar hij ook muziekwetenschap studeerde. Aan de Schola Cantorum Basiliensis studeerde hij bij Gerd Türk en Evelyn Tubb.
In Het Concertgebouw zong de eerder in december 2017 in Bachs ‘Hohe Messe’ door het Concertgebouworkest met Philippe Herreweghe, en in de passie-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging in 2009, 2013 en 2022.
Zachary Wilder, tenor
De Amerikaanse tenor Zachary Wilder begon zijn studie in Rochester, New York en vestigde zich in Frankrijk toen William Christie hem uitnodigde voor Le Jardin des Voix, de academie van Les Arts Florissants.
De zanger soleerde ook bij de Nederlandse Bachvereniging (Bachs Matthäus-Passion in 2022, onder meer in Het Concertgebouw), L’Arpeggiata, il Pomo d’Oro, Le Concert d’Astrée, de Capella Cracoviensis, het Bach Collegium Japan, de Handel & Haydn Society en het Boston Early Music Festival.
Hij zingt graag oratoria en concerten, en voelt zich evenzeer thuis op het podium. Zo was hij te gast aan de theaters van Wenen, Versailles, Montpellier (Sartorio’s L’Orfeo onder leiding van Philippe Jaroussky), Drottningholm en Amsterdam (Le lacrime di Eros met Pygmalion en Raphaël Pichon) en op het Festival d’Aix-en-Provence (Cavalli).
In symfonisch repertoire (Walton, Britten) trad Zachary Wilder op met het Royal Philharmonic Orchestra en de orkesten van San Francisco en Saint Louis. Op het Festival Musica in Straatsburg en in de Philharmonie de Paris vertolkte hij de rol van Mark in Frank Zappa’s 200 Motels. In Het Concertgebouw was Zachary Wilder onder meer te beluisteren in Bachs Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Peter Dijkstra in 2023 en 2025.
Dominik Wörner, bas
Dominik Wörner studeerde kerkmuziek, muziekwetenschap, klavecimbel, en zang in Stuttgart, Freiburg en Bern. Masterclasses interpretatie volgde hij bij pianist Irwin Gage.
Belangrijk in zijn vroege carrière was het winnen van het Internationale Bach Concours in Leipzig in 2002. Sindsdien zong Dominik Wörner de grote partijen voor zijn stemvak onder leiding van en als Philippe Herreweghe, Christophe Coin, Thomas Hengelbrock en Sigiswald Kuijken.
Hij soleerde onder meer bij het Münchner Rundfunkorchester, de Bamberger Symphoniker, het Bach-Collegium Stuttgart en het Ensemble Baroque de Limoges.
Dominik Wörners discografie telt zo’n tachtig titels, waaronder ook opnamen van Schuberts Winterreise en Schwanengesang en Brahms’ Die schöne Magelone.
De zanger is mede-oprichter van het ensemble Sette Voci en het Kirchheimer BachConsort en artistiek leider van de concertserie ‘Kirchheimer Konzertwinter’. In Het Concertgebouw was Dominik Wörner eerder te beluisteren bij het Concertgebouworkest, Collegium Vocale Gent en het Bach Collegium Japan.
Lucia Caihuela, sopraan
Lucía Caihuela kreeg van haar moeder en oma een grote diversiteit aan muziek mee voordat ze ging studeren aan het Conservatorio Arturo Soria in Madrid.
Aan het Conservatorium van Amsterdam specialiseerde ze zich vervolgens in de historische uitvoeringspraktijk, en in 2019 studeerde ze cum laude af bij Xenia Meijer.
Onder de gezelschappen waarmee de sopraan werkt zijn de Nederlandse Bachvereniging, Collegium 1704, Al Ayre Español, Seconda Pratica en L’Apothéose Ensemble, en ze stond in producties onder leiding van Jos van Veldhoven, Václav Luks, Richard Egarr en Philippe Herreweghe.
Haar favoriete genres zijn Italiaanse madrigalen, Spaanse , de Franse mélodie en opera. Voordat ze zangeres werd, maakte ze als professioneel schermer deel uit van het Spaanse nationale schermteam.
In Het Concertgebouw maakt Lucia Caihuela haar debuut.
Christopher Ainslie, countertenor
Christopher Ainslie groeide op in Kaapstad en wist dat hij zanger wilde worden toen hij in een jongenskoor zijn eerste Matthäus-Passion gezongen had. Hij studeerde aan het Royal College of Music in Londen.
Inmiddels vertolkte hij Brahms en Dowland in s in Wigmore Hall in Londen, Bach in Carnegie Hall in New York en aan onder meer het Royal Opera House in Londen, het Teatro Real in Madrid, de Opéra de Lyon, het Théatre du Châtelet in Parijs en op de festivals van Glyndebourne en Göttingen.
Hij concentreert zich met name op de oude en de hedendaagse muziek. Händels Messiah bijvoorbeeld zong hij 43 keer met 20 verschillende gezelschappen wereldwijd, maar ook stond hij in de wereldpremières van The Merchant of Venice van André Tsjaikovski (Bregenzer Festspiele) en van A European Requiem van James MacMillan (Oregon Bach Festival).
Christopher Ainslie debuteert in Het Concertgebouw en bij de Nederlandse Bachvereniging.
Benedict Hymas, tenor
Benedict Hymas studeerde aan zowel het King’s College als het Royal College of Music in Londen.
Hij zong bij verschillende gerenommeerde ensembles in Groot-Brittannië, waaronder het Gabrieli Consort, het Monteverdi Choir, Tenebrae en The Tallis Scholars. Hij zingt ook geregeld de evangelistenpartij in Bachs Passionen en soleerde onder leiding van en als Philippe Herreweghe, John Eliot Gardiner, Jos van Veldhoven en Paul McCreesh.
Op het toneel was hij recentelijk te horen in Händels Acis and Galatea en Purcells Dido and Aeneas, en buiten het repertoire bijvoorbeeld ook in Poulencs Les mamelles de Tirésias.
Op cd is Benedict Hymas onder meer te horen op een Dowland-album dat hij opnam met de Nederlandse luitist Arjen Verhage. Bij de Nederlandse Bachvereniging debuteerde hij in de Matthäus-Passion in 2019.
Wolf Matthias Friedrich, bas
Wolf Matthias Friedrich studeerde zang in Leipzig bij Eva Schubert en maakte van 1982 tot 1986 deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper in Dresden.
– uit de , maar ook van later datum – zong hij ook aan de operahuizen van Keulen, Wiesbaden en Hamburg en op bijvoorbeeld de Schwetzinger Festspiele, de Händelfestspiele in Halle en Göttingen, de Festwoche der Alten Musik in Innsbruck, het Ravinia Festival, het Mostly Mozart Festival New York en het Tanglewood Music Festival.
De bas werkte met en als Roy Goodman, Thomas Hengelbrock, Nicholas McGegan, Peter Neumann, Alessandro De Marchi en Paul Dyer (Australian Brandenburg Orchestra).
Sinds 2002 werkt hij nauw samen met Konrad Junghänel en Cantus Cölln, en met de Bachstiftung St. Gallen onder leiding van Rudolf Lutz nam hij veel werk van Bach op.
Bij de Nederlandse Bachvereniging zong Wolf Matthias Friedrich al verschillende keren, onder meer in de Matthäus-Passion in 2019.
Kampen Boys Choir, koor
Het Kampen Boys Choir bestaat sinds september 2000. Sinds afgelopen november is Sander van den Houten artistiek leider en choirmaster, als opvolger van Rintje te Wies, die het koor leidde sinds 2012. Het ensemble telt 22 jongens (trebles) en 14 mannen (en, tenoren en bassen).
Het Kampen Boys Choir is gevormd naar de Engelse jongenskoortraditie en voert een consequente Engelse koorstijl – niet alleen qua omvang en stembezetting, maar ook in de sterke aandacht voor de stemkwaliteit van de individuele zangers: alle koorleden krijgen een klassieke zangopleiding. Thuisbasis is de Bovenkerk in Kampen, waar de zangers geregeld concerten en Choral Evensongs verzorgen – met als jaarlijks hoogtepunt op kerstavond het Festival of Lessons and Carols. Sinds 2006 werkt het Kampen Boys Choir mee aan de Matthäus-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging, en zo stond het ook in 2009, 2012, 2019, 2022 en 2024 in Het Concertgebouw.














