Nederlands Kamerkoor zingt Requiem van Fauré

Amsterdam Sinfonietta
Nederlands Kamerkoor
Candida Thompson viool/leiding
Judith van Wanroij sopraan
Andreas Wolf bariton 

pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.10 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal 

Het requiem
De rode draad in dit programma is het requiem. Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn aangrijpende opus 110 ter nagedachtenis van de slachtoffers van het nazisme maar noemde het informeel 'zijn eigen requiem'.

Van de Chaconne wordt wel verondersteld dat Johann Sebastian Bach er een in memoriam voor Maria Barbara, zijn eerste vrouw, in heeft verborgen.

Het enige programma-onderdeel dat daadwerkelijk requiem heet, is gezien tekstgebruik en toonsoorten eigenlijk geen echt requiem: Gabriel Fauré ziet in zijn Requiem de dood als zonnig en als de doorgang naar een paradijs.

Bach verwelkomde de dood in het kerklied waarop Knut Nystedt zijn Immortal Bach baseerde.

Arvo Pärt ten slotte componeerde ook ter herdenking van overledenen; zijn Da pacem Domine roept bovendien de zinsnede ‘dona nobis pacem’ uit het Agnus Dei van de (doden-)mis in herinnering.

Knut Nystedt 1915-2014

Immortal Bach (1987)
voor koor a cappella

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Chaconne uit ‘Tweede partita in d kl.t.’, 
BWV 1004 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo; bewerking voor viool solo en klein koor door Helga Thoene (2009)

Arvo Pärt 1935

Da pacem Domine (2004)
voor koor a cappella

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Kammersinfonie, op. 110a
bewerking voor strijkorkest van het ‘Achtste strijkkwartet in c kl.t., op. 110 (1960)’ door Rudolf Barsjaj (1974)
Largo
Allegro molto
Allegretto
Largo
Largo 

pauze

Gabriel Fauré 1845-1924

Requiem, op. 48 (1887-88/1893/1900)
in een nieuwe versie van Wijnand van Klaveren (2017)
Introït et Kyrie
Offertoire
Sanctus
Pie Jesu
Agnus Dei
Libera me
In paradisum

Toelichting

Knut Nystedt 1915-2014

Immortal Bach

tekst: Lonneke Tausch

In Immortal Bach ‘schuift’ de Noorse componist en koordirigent Knut Nystedt met de twee openingsregels van Bachs Komm süsser Tod, BWV 478. 

Dat ‘Geistliches ’ voor solostem en verscheen in het Musicalisches Gesangbuch, een bundel kerkmuziek die in 1736 werd uitgebracht door Georg Christian Schemelli. 

De (anonieme) tekst verwelkomt de dood als een opening naar rust en vrede. Nystedt splitst voor zijn vierstemmige a-cappellabewerking het koor op in vijf groepen. Ze zingen dezelfde noten en woorden, maar in verschillende tempi. Aan het einde van iedere frase wachten de zangers op elkaar. 

De oorspronkelijke ën van Bach doen door deze verlengingen en verschuivingen steeds andere toonclusters ontstaan. Bachs ‘onsterfelijkheid’ wordt gesymboliseerd door zijn muziek letterlijk ‘tijd-loos’ te maken, van de tijd los te trekken.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Chaconne

tekst: Marco Nakken

Johann Sebastian Bach was van 1717 tot 1723 kapelmeester aan het hof van Leopold von Anhalt-Köthen. Deze hield er een calvinistische eredienst op na, waarin weinig plaats was voor muziek.

Bachs taak was het om wereldlijke, instrumentale stukken te schrijven. Het handschrift van zijn zes s en ’s voor viool solo is in 1720 vervaardigd. Het beroemdste deel uit de hele bundel is ongetwijfeld de Chaconne uit de Tweede partita in d klein, BWV 1004.

De term chaconne verwijst naar een specifieke : een telkens herhaald patroon in de baslijn wordt bij iedere variatie van nieuwe tegenstemmen voorzien. 

Bach behandelt de vorm heel vrij. Het enige wat tijdens de maar liefst 68 variaties constant blijft, is de onderliggende harmonische progressie, die gebaseerd is op de eerste vier noten van een dalende toonladder. 

De is oorspronkelijk bedoeld voor viool solo; vanavond klinkt een bewerking voor viool solo en klein koor door Helga Thoene (2009).

Arvo Pärt 1935

Da pacem domine

tekst: Erwin Roebroeks

In 2004 componeerde Arvo Pärt zijn eerste versie van Da pacem Domine (Geef vrede Heer), voor vier stemmen, in opdracht van Jordi Savall, voor een vredesconcert naar aanleiding van de bomaanslagen op een Madrileens treinstation in 2004.

De basis is een negende-eeuws antifoon. De kracht van dit stuk is de koppeling van het sonore aan basaal harmonisch materiaal. Tegenover de bloeddorst van het terrorisme stelt Pärt een esthetiek van ‘geen vuiltje aan de lucht’.

De muzikale vrede die Pärt laat horen, is als de wereldlijke vrede waartoe hij de Heer verzoekt.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

kammersinfonie

tekst: Floris Don

Zelden was Dmitri Sjostakovitsj ernstiger dan in zijn vijftien strijkkwartetten, waarvan vaak wordt gezegd dat zij zijn private muzikale dagboeken vormen, in tegenstelling tot de veel meer publieke symfonieën.

Toch heeft juist het beroemdste kwartet, het Achtste, een dubbelzinnige lading die tussen privé en openbaar manoeuvreert. Sjostakovitsj schreef het werk als bezeten in drie dagen. Hij droeg het op aan ‘alle slachtoffers van fascisme en oorlog’, ingegeven toen hij het door de geallieerden platgebombardeerde Dresden bezocht in 1960.

Maar ondanks het grote gebaar van die opdracht is het Achtste strijkkwartet ook Sjostakovitsj’ meest autobiografische werk, met obsessieve trekjes.

Neem de muzikale handtekening met de vier noten d-es-c-b (B=H in het Duits), afgeleid van D(mitri)SCH(ostakowitsch): dit DSCH-­ vormt de bouwsteen van het kwartet, klinkt meteen in maat één en keert nog ­honderden malen terug.

Ook citeert Sjostakovitsj uit onder meer zijn Eerste ­concert en de door het Stalin-regime ooit verboden  Lady Macbeth van Mtsensk. In het vierde deel klinkt het revolutionaire  Getormenteerd in gevangenschap.

'Het is een pseudotragisch kwartet, in zoverre dat ik tijdens het componeren zoveel tranen heb vergoten als ik zou moeten pissen na een half dozijn biertjes.’ 

Wat wilde de destijds door depressies geplaagde Sjostakovitsj met dit kwartet écht zeggen? Hij legt het uit in een ironische brief aan zijn vriend Isaak Glikman:

‘Ik dacht dat er na mijn dood wel niemand zou zijn die een werk ter nagedachtenis aan mij zou componeren. Daarop besloot ik zelf zo’n werk te maken. Op het titelblad kan men schrijven: “Ter nagedachtenis aan de componist van dit kwartet.” Het is een pseudotragisch kwartet, in zoverre dat ik tijdens het componeren zoveel tranen heb vergoten als ik zou moeten pissen na een half dozijn biertjes.’

De in 2010 overleden Rudolf Barshaj maakte van het Achtste strijkkwartet een beroemd geworden versie voor strijkorkest. Het contrast tussen gewelddadige klankmassa en eenzame stem wordt hier zo mogelijk nog pregnanter gemaakt dan in het origineel. 

Gabriel Fauré 1845-1924

Requiem

tekst: Lonneke Tausch

Een groot verschil met een reguliere mis is dat in een requiem het Gloria en het Credo achterwege worden gelaten. Het Kyrie wordt voorafgegaan door een Introitus en doorgaans wordt na het Kyrie het toegevoegd, een tekst over de Dag des Oordeels die van menig componist een dramatische toonzetting heeft gekregen.

'Fauré’s intieme muziek concentreert zich zo op de dood als iets vredigs en laat geen ruimte voor doodsangst'

Maar in het Requiem van Gabriel Fauré ontbreekt nu juist zo’n onheilspellend Dies irae. Hij heeft alleen de laatste frase ervan behouden: dit Pie Jesu staat precies in het midden van zijn mis, en de sopraan zingt in dit deel van slechts 38 maten maar liefst tien keer het woord ‘requiem’ (‘rust’).

Fauré’s intieme muziek concentreert zich zo op de dood als iets vredigs en laat geen ruimte voor doodsangst. Aan het einde van zijn Requiem zette Fauré bovendien het gebed In paradisum, waarin de overledene door engelen wordt begeleid naar de hemel.

Zo kon hij zijn dodenmis afsluiten met het woord dat voor hem de kern was van de zaak: ‘requiem’ – op de allerlaatste toon veelzeggend ondersteund door een ­. In 1920 kwam Fauré nog eens terug op zijn visie op de dood: ‘Dit is hoe ik het zie: als een vreugdevolle verlossing, als het uitzicht op een geluk in het hiernamaals, eerder dan als een pijnlijke overgang.’

De eerste versie van Fauré’s Requiem (1887-88) kende een bijzonder bescheiden orkestbegeleiding: een paar altviolen, ’s en contrabassen plus een harp, , een , en een vioolsolo in het Sanctus. Er waren vijf delen: Introït et Kyrie / Sanctus / Pie Jesu / Agnus Dei / In paradisum. 

Fauré herzag de mis twee keer, maar de sopraan­solo Pie Jesu bleef steeds het serene centrum. In 1893 voegde de componist toe, plus twee delen met een baritonsolist: het Offertorium en het Libera me. Op instigatie van uitgever Hamelle, die een lucratieve handel verwachtte, verscheen in 1900 een ‘version symphonique’ – waarschijnlijk met name verzorgd door Fauré’s leerlingen.

Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Kamerkoor hebben Wijnand van Klaveren de opdracht gegeven om een orkestratie te maken die teruggaat op de eerste twee versies van Fauré’s dodenmis, met als toevoeging dat ook de violen een rol krijgen. Alle zeven delen worden gespeeld, maar in een vrije kleine orkestratie: geen pauken, geen trombones, geen ten en in plaats van een orgel een Frans harmonium.

Biografie

Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest

Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).

De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.

Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.

In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-­voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Candida Thompson, viool

Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.

De Britse ­violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).

Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Piano­tri­o. Als soliste trad ­Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).

Judith van Wanroij, sopraan

Judith van Wanroij wordt internationaal geprezen om haar intense optredens in herontdekte en minder bekende ’s. Sinds haar debuut als La Virtù en Drusilla in Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppea bij de Opéra de Lyon vertolkte de sopraan talloze rollen in bijvoorbeeld het Teatro Real in Madrid, De Nationale Opera, De Munt in Brussel, Lincoln Center in New York, het Gran Teatre del Liceu in Barcelona, Het Concertgebouw, het Théâtre des Champs Elysées en het Festival Aix-en-Provence.

Judith van Wanroij studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en De Nederlandse Academie. In 2003 won ze de eerste prijs op het Erna Spoorenberg Vocalistenconcours en in 2005 nam de Nederlandse zangeres deel aan de Jardin des Voix, de academie van William Christie’s Les Arts ­Florissants. Ze maakte indruk in onder meer Mozart-rollen als La Contessa in Le nozze di Figaro, Donna Elvira in Don Giovanni en Ilia in Idomeneo, en in de titelrollen van Rossi’s Orfeo and Lemoynes Phèdre.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Judith van Wanroij in december 2016 in Bachs Weihnachtsoratorium onder leiding van Jan Willem de Vriend.

Andreas Wolf, bariton

Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde ­Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.

Tot zijn -­engagementen van de ­afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan ­tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Fest­wochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.

Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ ­Ar­iadne auf Naxos en ­Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. ­s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.

In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.