Nederlands Kamerkoor zingt Glass en Pärt

Tijdgenoten 21.00 uur

Nederlands Kamerkoor
Peter Dijkstra dirigent
Matthias Havinga orgel 

Arvo Pärt 1935

Solfeggio (1963-96)

Philip Glass 1937

Three Songs for Chorus a Cappella (1986)
There Are Some Men
Quand les hommes vivront d’amour
Pierre de soleil

Thomas Jennefelt 1954

Villarosa sarialdi
uit ‘Villarosa Sequences’ (1993-2001) 

Arvo Pärt

De profundis (1980, herzien 2008) 

David Lang 1957

where you go (2015)

Thomas Jennefelt

Vinamintra elitavi
uit ‘Villarosa Sequences’ 

Philip Glass

Another Look at Harmony – Part IV (1975)

Arvo Pärt

Da pacem Domine (2004) 

einde van het concert ca. 22.15 uur 
De concerten in de serie Tijdgenoten hebben geen pauze. Na afloop van het concert zijn de foyers geopend.

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Arvo Pärt 1935

Solfeggio

Tekst: Erwin Roebroeks

Wie voor het eerst een compositie van Arvo Pärt beluistert, kan alle volgende stukken aan het eerste herkennen. De in 1935 geboren Estlandse componist heeft een even herkenbare als eenvoudige signatuur. Dat zijn muziek gemakkelijk in het gehoor ligt – volgens het klassieke-muziekplatform Bachtrack is Pärt de afgelopen vijf jaar de meest gespeelde levende componist wereldwijd – mag historisch bekeken verbazing wekken.

Pärts compositorische pad leidde hem aanvankelijk langs heel andere klankwerelden. Hij maakte muziek op neoclassicistische wijze, componeerde met behulp van collage- en twaalftoonstechniek en koos voor seriële benaderingen. Inmiddels heeft zijn zoektocht naar muziek geleid tot een bestemming in de muziek.

In Pärts muzikaal universum is alles in : ontwapenende eenvoud mogelijk gemaakt door een grandioze ambachtelijkheid.Hier klinkt grenzeloos optimistisch, christelijk gemotiveerd . Herhaling zet zijn mystieke boodschap kracht bij.

In Solfeggio maakt Pärt de luisteraar deelgenoot van deze spirituele wereld. Meer dan de minimale middelen van getoonzette notennamen en zes minuten heeft de componist daar niet voor nodig.

Philip Glass 1937

three songs for chorus a cappella

De muziek van Philip Glass lijkt in meerdere opzichten op die van Pärt. Allereerst qua receptie. Net als zijn Estlandse collega kan Glass op uitgesproken reacties rekenen: je loopt met de muziek weg of je wilt er niets van horen.

Ook herkennen we minimale muzikale middelen. Maar waar Pärt de profane stilte van het klooster prefereert, verkiest Glass wereldlijke allianties, in het verleden met artiesten als Ravi Shankar en David Bowie. Zo voorziet Glass zijn van telkens nieuwe perspectieven.

In Three Songs for Chorus  uit 1986 geven de drie Canadese gedichten, van Leonard Cohen, Raymond Levesque en Octavio Paz, telkens een subtiel eigen brille aan de eenvoudige toonzetting. De gedichten gaan alle drie over de niet aflatende eenzaamheid van de mens, zoals de drie eren in twaalf minuten niet aflatend voorwaarts gaan. 

Thomas Jennefelt 1954

Villarosa sarialdi

De in 1954 geboren Thomas Jennefelt bedient zich ook van minimale middelen, in het bijzonder voor stem. Verdere kenmerken zijn een chorale kleuring, een regelmatige puls en een repetitief . , frivool en , dat is deze Zweedse componist ten voeten uit. De muziek is zoveel mogelijk uitgekleed, minder is meer luidt het credo. Jennefelt vindt het belangrijk dat zijn muziek vrij is van het soort stilistische variaties dat hij bij zijn tijdgenoten hoort.

Villarosa sarialdi is de derde van de Villarosa Sequences. Alle zeven stukken zijn gebaseerd op Jennefelts zelf gecreëerde, Latijn--achtige taal. De stukken hebben dezelfde stijl, en bestaan uit blokken van minimalistische, tonale clusters gecombineerd met melodische lijnen. Langzaam aanzwellend, maar strak in het metrum.

Arvo Pärt 1935

de profundis

De profundis is, nomen est omen, een van Pärts meest duistere stukken. ‘De profundis clamavi ad te, Domine’, oftewel: Uit de diepte roep ik naar U, Heer. Zeven minuten lang psalm 130, getoonzet met diepe, omhoogkruipende bassen. 

Een uiterst traag patroon op het maakt de peilloze diepte van de afgrond hoorbaar. Daaruit stijgt een gezang als van een Tibetaanse monnik op. Hier is de mystiek zelf aan het woord. 

David Lang 1957

Where you go

Voor the little match girl passion wonDavid Lang een Pulitzer Prize. where you go is een herschrijving van Langs favoriete deel van het bijbelboek Ruth, namelijk het deel waar Ruth aan Naomi vertelt dat ze altijd bij haar zal blijven.

Lang is zich ervan bewust dat het boek in werkelijkheid gaat over juridische kwesties over claims op land, erfenis, of echtgenotes, maar deze compositie is een herschrijving van wat het in Langs herinnering is: een statement over liefde, vriendschap en toewijding.

In Langs herinnering veroorzaakt het eenvoudige verlangen van Ruth om haar hart te volgen een gecompliceerde ketting­reactie van in elkaar grijpende verplichtingen en elkaar overlappende verantwoordelijkheden. Deze interacties heeft Lang in muziek omgezet.

Thomas Jennefelt 1954

vinamintra elitavi

De zevende en laatste van de Villarosa Sequences is gecomponeerd in 1995. De woorden hebben geen betekenis, en zo is het ook aan de luisteraar om betekenis aan de muziek te geven. Dat is meer dan een interpretatie.

Herhaling speelt een belangrijke rol in de muziek van Jennefelt, en het menselijk brein is niet in staat om tweemaal exact hetzelfde waar te nemen, waardoor het herhaald horen van één en hetzelfde muzikaal element toch tot een andere waarneming leidt.

Philip Glass 1937

another look at harmony – part iv

Another Look at Harmony bestaat uit vier delen. De eerste twee (geschreven voor het Philip Glass Ensemble) worden zelden gespeeld, en worden overschaduwd door de kwaliteit van de laatste twee.

Deel IV voor koor en heeft een mechanische muzikaliteit. Net als bij Pärts Solfeggio wordt er gezongen op notennamen (voor de goede orde: do re mi, niet a b c). Het werk is, door de introductie van een nieuwe harmonische beweging met behoud van de ritmische structuren uit ouder werk, een voorbode van Einstein on the Beach, de samen met Robert Wilson gemaakte die in 1976 in de Metropolitan Opera in New York in -première ging.

Biografie

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Peter Dijkstra, dirigent

Peter Dijkstra studeerde koor­directie, orkestdirectie en solozang in Den Haag, Keulen en Stockholm. Met de Kersjesprijs 2002 en de Eric Ericson Award 2003 kwam zijn internationale carrière op gang.

Van 2005 tot 2016 was hij artistiek leider van het Chor des Bayerischen Rundfunks in München en van 2007 tot 2018 chef-­ van het Zweeds Radio Koor, waar hij eredirigent bleef. In 2015 werd hij, na lang eerste gastdirigent te zijn geweest, chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor, en in 2018 ook eerste gastdirigent van het Groot Omroepkoor.

Sinds 2022 is hij bovendien opnieuw artistiek leider van het Chor des ­Bayerischen Rundfunks. Naast zijn ­vaste verbintenissen is Peter Dijkstra een veelgevraagde gast bij gerenommeerde koren als het RIAS Kammerchor Berlin, de WDR, MDR en NDR Rundfunkchöre, de BBC Singers en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.

Ook het ­Scottish Chamber Orchestra, het Zweeds Radio Orkest, het Japan ­Philharmonic Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, verschillende Nederlandse orkesten en gespecialiseerde ensembles engageerden hem.

Peter Dijkstra leidde premières van Esa-Pekka Salonen, Lera Auerbach, Einojuhani Rautavaara, ­Caroline Shaw en JacobTV, en is een pleitbezorger voor jong compositietalent in de ­koormuziek. Hij geeft regelmatig enmasterclasses, was van 2016 tot 2020 verbonden aan de Hochschule für Musik in Keulen en doceert sinds najaar 2023 koordirectie aan de Hochschule für Musik in Neurenberg.

Matthias Havinga, orgel

Matthias Havinga is concertorganist en pianist. Hij studeerde summa cum laude af bij Jacques van Oortmerssen aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij ook zijn pianodiploma behaalde bij Marcel Baudet. Aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde hij kerkmuziek bij Jos van der Kooy en Theo Goedhart.

Sinds 2017 is hij hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam. Prijzen won hij op verschillende internationale orgelconcoursen en hij concerteerde in talloze Europese landen, Rusland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.

In Nederland werkte hij onder meer met het Nederlands Kamerkoor en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Matthias Havinga is organist-titulaire van het driemanuaals Bätz- uit 1830 in de Koepelkerk of ­Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam, en organist van de Oude Kerk in Amsterdam, waar hij het Vater/Müller-orgel (1726/1738) en het Ahrend-­orgel (1965) bespeelt.

Daarnaast vormt hij een duo met blokfluitiste Hester Groenleer. Naast een opname van BachItaliaanse concerten bracht hij de albums Passacaglia en Dutch ­Delight – met muziek uit de Gouden Eeuw – uit.