Nederlands Kamerkoor: Bachs Weihnachtsoratorium

Akademie für Alte Musik Berlin
Nederlands Kamerkoor
Peter Dijkstra dirigent
Hannah Morrison sopraan
Maarten Engeltjes countertenor
Topi Lehtipuu tenor
Matthias Winckhler bas

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Van Lanschot Kempen.

In samenwerking met hoofdsponsor Van Lanschot Kempen wordt een minipodcast gemaakt over de aria Flösst, mein Heiland uit de vierde cantate – ook wel bekend als de echo-aria. Deze is op koptelefoons te beluisteren in de foyers, en wordt bovendien gratis aangeboden via www.concertgebouw.nl.

Lees meer over het Weihnachtsoratorium in de rubriek Notenbeeld

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)
I.Teil: Am ersten heiligen Weihnachtsfeiertage
II.Teil: Am zweiten heiligen Weihnachtsfeiertage
III.Teil: Am dritten heiligen Weihnachtsfeiertage

pauze ± 20.45 uur

IV.Teil: Aufs Fest der Beschneidung Christi
V.Teil: Am Sonntage nach dem neuen Jahr
VI.Teil: Am Feste der Offenbarung Christi

einde ± 22.25 uur

Toelichting

Bach: Weihnachtoratorium

Door Lonneke Tausch

Met zijn aanstelling als Kantor in Leipzig in 1723 was ­Johann Sebastian Bach verantwoordelijk geworden voor de muziek in – onder meer – de Thomas­kirche. Zie daar de verklaring voor zijn gigantische productie. Zo schreef hij in december 1734 een cantate voor de Eerste, eentje voor de tweede en eentje voor de derde kerstdag (het was destijds gebruikelijk om drie dagen te wijden aan de belangrijkste christelijke feesten). Maar daar bleef het niet bij: hij componeerde er ook een voor Nieuwjaarsdag (het feest van de besnijdenis van Christus), een voor de eerste zondag van het nieuwe jaar en een voor Driekoningen (6 januari). Opvallend is dat Bach deze zes partituren in één boek noteerde en er ‘’ op schreef.

  • Johann Sebastian Bach

Ook is er van de eerste uitvoering een tekstboekje bewaard gebleven waarop staat ‘, welches Die Heilige Weihnacht über in beiden Haupt Kirchen zu Leipzig musiciert wurde. Anno 1734’. Bach noemde daarin de zes afzonderlijke stukken niet ‘Kantaten’, maar ‘Teile’. En zo worden de zes s tegenwoordig ook meestal uitgevoerd: als één geheel onder de titel ­Weihnachtsoratorium. Maar Bach zelf zal al deze muziek nooit direct achter elkaar hebben gehoord. Hij voerde één cantate uit per zon- of feestdag, als onderdeel van de liturgie.

Zes cantates of één kerstoratorium?

Toch zou het best kunnen dat de componist, al was het tegen beter weten in, een uitvoering aan één stuk voor ogen had. Opmerkelijk is namelijk dat hij een tenorsolist door de zes cantates heen het hele verhaal laat vertellen. Dat had hij in geen enkele losse cantate zo aangepakt, maar wél in de Johannes- en de Matthäus-Passion en een jaar later zou hij het nogmaals doen in het Himmelfahrtsoratorium. Ook de kan erop wijzen dat Bach deze zes cantates als een eenheid zag. Zo schrijft hij fluiten voor in de kerstcantates I, II en III; ze verstommen als de geboorte van het Christuskind bezongen is.

De inzet van de ten is opvallend symmetrisch: ze spelen in de cantates I, III, IV en VI maar zwijgen in de intiemere cantates II en V. Dergelijke symmetrie is bij Bach een belangrijk vormaspect, vooral in zijn grotere werken. Ook uit de voor de verschillende ‘Teile’ gekozen en valt een groter verband af te leiden: I en III (de eerste en de laatste kerstdag) plus VI (Driekoningen) staan in D groot en II en V staan in respectievelijk G groot (subdominant) en A groot (). De toonsoort van de nieuwjaarscantate (IV) springt eruit: F groot, ver van de basis D groot vandaan. Er is dan ook iets nieuws aan de hand: het is immers Nieuwjaar.

  • Weihnachtsoratorium: Jauchzet Frohlocket

De tekst nodigt uit tot verdere speculatie. In de eerste zin ‘Jauchzet, ­frohlocket! Auf, preiset die Tage!’ is ‘Tage’ misschien niet voor niets meervoud. Dit bestempelt het openingskoor van de eerste al meteen tot de opening van de hele serie feestdagen. En dan het uitzonderlijke voorlaatste gedeelte van Teil VI (te beschouwen als het voorlaatste gedeelte van de hele cyclus): binnen slechts negen maten passeren hier – voor het eerst – alle vier de solisten de revue en hun contemplatieve gezamenlijke werkt toe naar de climax van het groots opgezette slotkoraal. Iets dergelijks deed Bach ook al aan het slot van de Matthaüs-Passion (1727); het maakt dit slotkoraal tot veel meer dan alleen maar het einde van de zesde cantate. En het ultieme teken aan de wand: het eerste en laatste van het Weihnachtsoratorium delen een en dezelfde basismelodie.

Cantateconstructie

Los van bespiegelingen over een groter geheel is iedere cantate van Bachs Weihnachtsoratorium een zelfstandig werk met een eigen karakter. Elke cantate heeft een openingskoor (met uitzondering van de tweede, die instrumentaal opent met een lieflijke ) en een evangelist die in recitatieven vertelt over Jezus’ eerste dagen. Verder zijn er steeds twee ’s of vergelijkbare solistendelen en als afsluiting een koraal of een op een koraal gebaseerd koordeel. Uitgangspunt voor de cantates waren de evangelieteksten van Lucas over de geboorte van Christus en van Mattheüs over de Wijzen uit het Oosten. De door Bach getoonzette teksten zijn in drie categorieën te verdelen: achttien onderdelen (nummers) hebben originele bijbelteksten in de Duitse vertaling van Maarten Luther, vijftien koraalteksten zijn afkomstig uit de gangbare kerkelijke gezangen (waarbij in veertien gevallen ook de is overgenomen) en de overige teksten (ongeveer de helft van het geheel) zijn vrije gedichten. Algemeen wordt aangenomen dat de tekstdichter daarvan Picander was (pseudoniem van Christian Friedrich Henrici; bekend van onder andere de Matthäus-Passion), ook al nam hij deze teksten niet op in zijn gepubliceerde oeuvre.

Parodietechniek

Voor de muziek van het Weih­nachtsoratorium putte Bach veelvuldig uit zijn eerdere repertoire. Deze zogenaamde parodietechniek – nieuwe woorden op oude noten – was al zeker vanaf de Renais­sance zeer gangbaar. Het moeilijke eraan was dat de nieuwe tekst in en rijm moest passen op de oorspronkelijke melodieën en notenwaarden en dat de strekking van de nieuwe tekst moest aansluiten bij de sfeer van de al bestaande compositie. Omdat tekst en muziek in het Weihnachtsoratorium zo naadloos op elkaar aansluiten is zelfs wel geopperd dat Bach zelf ook teksten geschreven zou hebben. In heel wat van de 64 nummers hergebruikte hij muziek uit zijn eerdere (vaak wereldlijke) composities. Zo zijn de noten van het openingskoor, ‘Jauchzet, ­frohlocket! Auf, preiset die Tage!’, afkomstig uit de verjaardagscantate BWV 214 voor Maria ­Josepha, koningin van Polen en keurvorstin van Sachsen. De oorspronkelijke felicitatietekst, ‘Tönet, ihr ! Erschallet, en!’, had bij de feestelijkheden op 8 december 1733 eenmalig geklonken. Door zijn eigen noten van een jaar eerder te kopiëren onder nieuwe woorden vond Bach een efficiënte manier om die gelegenheidscompositie een tweede leven te geven.

Biografie

Akademie für Alte Musik Berlin, kamerorkest

De Akademie für Alte Musik Berlin (afgekort Akamus) werd opgericht in 1982 en behoort tot de wereldtop in de historisch geïnfomeerde uitvoeringspraktijk. In zijn jubileumjaar 2022 was het gezelschap in residence in zowel Wigmore Hall in Londen als op het Deutsches Mozartfest Augsburg.

In thuisstad Berlijn heeft Akamus al sinds 1984 een eigen concertserie in het Konzerthaus, aan de Staatsoper begeleidt het sinds 1994 opera’s en al meer dan dertig jaar werkt Akamus zeer geregeld samen met het RIAS Kammerchor. Ook zijn er hechte banden met het Chor des Bayerischen Rundfunks en de Audi Jugendchorakademie.

De uitvoeringen van Akamus staan onder leiding van concertmeesters ­Bernhard Forck, Georg Kallweit en Mayumi Hirasaki, maar ook van ­gastdirigenten als Emmanuelle Haïm, Bernard ­Labadie, Paul Agnew, Diego Fasolis, Fabio ­Biondi, Rinaldo Alessandrini, ­Christophe Rousset en Francesco Corti; een langdurige band hebben de musici met René Jacobs. Akamus werkt met internationale solisten als Isabelle Faust, Kit Armstrong, Alexander Melnikov en ­Carlo Vistoli, en met Sasha Waltz & Guests vierde het orkest van Berlijn tot Sydney successen met een gedanste versie van Purcells Dido and Aeneas.

Naast vele prijzen voor zijn discografie kreeg Akamus in 2006 de Telemann-Preis van de stad Magdeburg en in 2014 in Leipzig de Ba­ch-Medaille. Deze maand is Akamus tweemaal in Het Concertgebouw te beluisteren, namelijk ook in Het Zondagochtend Concert van 7 december.

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Peter Dijkstra, dirigent

Peter Dijkstra studeerde koor­directie, orkestdirectie en solozang in Den Haag, Keulen en Stockholm. Met de Kersjesprijs 2002 en de Eric Ericson Award 2003 kwam zijn internationale carrière op gang.

Van 2005 tot 2016 was hij artistiek leider van het Chor des Bayerischen Rundfunks in München en van 2007 tot 2018 chef-­ van het Zweeds Radio Koor, waar hij eredirigent bleef. In 2015 werd hij, na lang eerste gastdirigent te zijn geweest, chef-dirigent van het Nederlands Kamerkoor, en in 2018 ook eerste gastdirigent van het Groot Omroepkoor.

Sinds 2022 is hij bovendien opnieuw artistiek leider van het Chor des ­Bayerischen Rundfunks. Naast zijn ­vaste verbintenissen is Peter Dijkstra een veelgevraagde gast bij gerenommeerde koren als het RIAS Kammerchor Berlin, de WDR, MDR en NDR Rundfunkchöre, de BBC Singers en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.

Ook het ­Scottish Chamber Orchestra, het Zweeds Radio Orkest, het Japan ­Philharmonic Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, verschillende Nederlandse orkesten en gespecialiseerde ensembles engageerden hem.

Peter Dijkstra leidde premières van Esa-Pekka Salonen, Lera Auerbach, Einojuhani Rautavaara, ­Caroline Shaw en JacobTV, en is een pleitbezorger voor jong compositietalent in de ­koormuziek. Hij geeft regelmatig enmasterclasses, was van 2016 tot 2020 verbonden aan de Hochschule für Musik in Keulen en doceert sinds najaar 2023 koordirectie aan de Hochschule für Musik in Neurenberg.

Hannah Morrison, sopraan

Hannah Morrison is van Schots-­IJslandse origine, werd geboren in Nederland en studeerde piano en zang aan het conservatorium in Maastricht. Ook had ze les in Keulen en aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

De sopraan kan bogen op een breed repertoire en zong inmiddels op vele bekende podia in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Tal van orkesten en ensembles engageerden haar, waaronder het Gewandhausorchester Leipzig, het Boston Sym­phony Orchestra, B’rock, het Bach Collegium Japan, het Ricercar Ensemble en het Beethoven Orchester Bonn.

Hannah Morrison zingt ook graag eren en werd voor s uitgenodigd door onder meer de Philharmonie in haar woonplaats Keulen en Wigmore Hall in Londen.

In Het Concertgebouw soleerde ze eerder bij het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner (Matthäus-­Passion 2016) en in mei 2017 in een Bach-programma van Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe.

Maarten Engeltjes, countertenor/dirigent

Maarten Engeltjes zong vanaf zijn vierde jaar als jongens­sopraan, maakte op zijn zestiende zijn debuut als in Bachs ­Matthäus-Passion en studeerde in 2007 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij werkte als solist met en als Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, William Christie, Jordi Savall, Reinbert de Leeuw, Markus Stenz en Lars Ulrik Mortensen.

Hij zong in Bachs Hohe Messe en Weihnachtsoratorium bij de Akademie für Alte Musik Berlin, Pergolesi’s Stabat Mater bij Concerto Köln en Händels Messiah bij de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.

Actuele highlights zijn een zevenjarige Bachcyclus met Les Arts Florissants onder leiding van Paul Agnew, Bachcantates in Praag en Leipzig met Ton Koopman en zijn Amsterdam ­Baroque Orchestra, Händels Israel in Egypt met het NDR Chor onder leiding van Klaas Stok en – in december 2024 onder leiding van Ton Koopman – zijn debuut bij de New York Philharmonic in Händels ­Messiah.

Het podium betrad Maarten Engeltjes bij de Opéra de Ma­rseille, de Opéra Comique in Parijs, het Boston Early Music Festival, het Tokyo Metropolitan Theatre en De Nationale Opera in Amsterdam.

In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was hij sinds 2008 meermaals te gast, onder meer op 27 oktober 2024 in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag. In 2017 richtte de zanger zijn eigen ­ensemble PRJCT Amsterdam op, dat hij ook dirigeert.

Topi Lehtipuu, tenor

Topi Lehtipuu genoot zijn opleiding aan de Sibelius Academie in Helsinki en volgde lessen bij Howard Crook, Elisabeth Werres en Peter Lindroos.

Na zijn studie groeide hij uit tot een gevierd zanger, uitgenodigd door tal van concertzalen en theaters. Zo vertolkte hij bij de Finse Nationale de titelrol in Albert Herring van Britten en was hij in het Parijse Théâtre des Champs-Elysées te gast in Mozarts Die Zauberflöte en Die Entführung aus dem Serail. Een recent hoogtepunt was Topi Lehtipuus rol in Mark Greys nieuwe opera Frankenstein, eerder dit jaar in De Munt in Brussel.

Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus is de tenor ook actief als artistiek adviseur en curator. Hij leidde het Helsinki Festival van 2015 tot 2018 en was artistiek directeur van het Turku Festival van 2010 tot 2015. Ook was hij betrokken bij de Joroinen Music Days, een kamermuziekfestival in het oosten van Finland.

In Het Concertgebouw was Topi Lehtipuu enkele keren te beluisteren, voor het laatst in een Vivaldi- bij de NTR ZaterdagMatinee in april 2015.

Matthias Winckhler, bas

Matthias Winckhler is afkomstig uit München en studeerde aan onder andere het Mozarteum in Salzburg. Van grote invloed op zijn muzikale ontwikkeling waren mentoren als Matthias Goerne en Rudolf Piernay.

Van 2015 tot 2018 maakte hij deel uit van het vaste zangersensemble van de Staatsoper Hannover. Hier vertolkte hij grote rollen in werken als Donizetti’s L’elisir d’amore, Le nozze di Figaro en Die Zauberflöte van Mozart en Werther van Massenet.

In het seizoen 2018/19 maakte de bas zijn roldebuut als Frank in Korngolds Die tote Stadt, opgevoerd in het Théâtre du Capitole in Toulouse. Ook debuteerde hij als solist bij het RIAS Kammerchor en bij de Internationale Bachakademie Stuttgart.

Matthias Winckhler is tevens een fervent vertolker; hij werkt in s en kamermuziekconcerten graag samen met de pianisten Jan-Philip Schulze en Verena Metzger.

In Het Concertgebouw maakt de bas vandaag zijn debuut.