Nathalie Stutzmann: het Franse Lied
Vocaal 2 20.15 uur
Nathalie Stutzmann alt
Inger Södergren piano
Franz Schubert 1797-1828
Fischerweise, D 881 (1826)
Sehnsucht, D 636 (1821)
Lachen und Weinen, D 777 (1823)
Du bist die Ruh, D 776 (1823)
An die Laute, D 905 (1827)
Die junge Nonne, D 828 (1825)
Der Musensohn, D 764 (1822)
Richard Wagner 1813-1883
Fünf Gedichte für eine Frauenstimme,
op. 91 (1857-58) ‘Wesendonck-Lieder’
Der Engel
Stehe still!
Im Treibhaus
Schmerzen
Träume
pauze
Gabriel Fauré 1845-1924
Mandoline
uit ‘Cinq mélodies “de Venise”’, op. 58 (1891)
Clair de lune
uit ‘Deux mélodies’, op. 46 (1887)
Nell
uit ‘Trois mélodies’, op. 18 (1878)
Après un rêve (1877)
uit ‘Trois mélodies’, op. 7
Ernest Chausson 1855-1899
Sérénade italienne
Les papillons
uit ‘Sept mélodies’, op. 2 (1879-82)
Les heures
uit ‘Trois mélodies’, op. 27 (1896)
Le temps des lilas (1886)
uit ‘Poème de l’amour et de la mer’, op. 19 (1882-90)
Claude Debussy 1862-1918
Les cloches
uit ‘Deux romances’ (1885)
Fleur des blés (1881)
La chevelure
uit ‘Chansons de Bilitis’ (1897-98)
La mer est plus belle que les cathedrales
uit ‘Trois mélodies de Verlaine’ (1891)
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
1797-1828
Franz Schubert
tekst: Astrid de Jager
Franz Schubert is de onbetwiste vader van het romantische . Natuurlijk waren er eerder componisten die liederen schreven, meestal als oefening of bij wijze van verjaarscadeautje. Maar Schubert wijdde een aanzienlijk deel van zijn carrière aan het ontwikkelen van dit genre, en werd zo een van de eerste liedcomponisten.
Zoals veel latere romantici zocht Schubert in zijn liederen naar het verre, het onbekende. Hij zag nooit de zee, maar schreef talloze liederen over vissers, schippers en mythische zeewezens. In Fischerweise beschrijft hij het simpele vissersleven met dartele tonen. Maar op de visser wordt ook gevist – door een slinkse herderin.
Sehnsucht werd door Schubert twee keer gezet, één keer op zestienjarige leeftijd en één keer toen hij vierentwintig was. De tweede keer werd het een -achtige zetting, dramatisch en vol muzikale ideeën. De luisteraar krijgt het idee dat hij in een wervelstorm zit, zo vliegen de verschillende ’s hem om de oren.
In het derde vers is er een korte pauze, een moment van rust, maar dan raast de muzikale storm weer door. Een jong meisje vraagt zich in Lachen und Weinen op levendige toon af waarom ze het ene moment huilt van het lachen, en het andere moment van verdriet. Schubert zet de twee strofen op een tegelijk luchthartige en begripvolle toon. Du bist die Ruh is een innig liefdeslied dat door Schuberts muziek bijna wordt getransformeerd in een gebed.
In 1827, na een reeks nieuwjaarsfeestjes, zag An die Laute het levenslicht. Het is een simpele , waarin de piano ‘luit’ speelt en de zanger het instrument smeekt te fluisteren, zodat de tonen slechts zijn geliefde zullen bereiken.
In Die junge Nonne staat een jonge vrouw aan de vooravond van haar wijding, en de storm die buiten raast, raast ook door haar hoofd. Vol van verwachting hoort ze de klokken die haar ‘bruiloft’ aankondigen, klaar voor het leven dat het klooster haar biedt. Der Musensohn, een huppelende , bezingt het leven van een reizende womanizer, die altijd van huis is en nooit ware rust kent.
Richard Wagner 1813-1883
'Wesendonck-Lieder’
Over womanizers gesproken: Richard Wagner had tijdens zijn leven talloze affaires. Zijn vrouw was een van de weinige dames met wie hij niet overweg leek te kunnen. Een van zijn minnaressen was Mathilde Wesendonck, de vrouw van zijn belangrijkste weldoener. Zowel Otto Wesendonck als Wagners vrouw Minna wisten van de affaire, maar dit was voor Wagner geen reden om deze af te breken. Tussen 1857 en 1858 componeerde hij vijf eren op gedichten van zijn muze, later bekend geworden als de ‘Wesendonck--Lieder’.
Het eerste , Der Engel, begint met een - in de piano, een bovennatuurlijk harpje op wiens troostende klanken de engel verschijnt.
‘Sta still!’, zo bidt de protagonist het rad der tijd in Stehe still!. Geef me even de tijd voor reflectie en om mijn zegeningen te tellen. Tumultueuze radslagen in het eerste deel lossen op in een zoete smeekbede. In Im -Treibhaus treurt de zanger mee met de bomen, die net als hij niet in hun thuisland leven (maar in een kas). De eenvoudige met kale begeleiding heeft iets ontroostbaars, desolaats.
Schmerzen beweegt zich tussen vreugde en verdriet; terwijl de zon elke avond haar ogen rood huilt, staat de nieuwe dag al weer voor de deur, waarin ze vol mf weer opkomt. Deze licht positieve noot wordt voortgezet in Träume, een prachtig, hoopvol en sereen lied.
1845-1924
Gabriel Fauré
Als het Franse romantische , de mélodie, een voorvechter had, dan was het waarschijnlijk Gabriel Fauré. Niet alleen componeerde hij diverse liederen op -Franse gedichten, hij gaf het Franse lied ook een eigen klank, duidelijk herkenbaar en anders dan de typische Duitse liedklank.
Mandoline is een opgewekt , een ode aan de , de zangers en de luisteraars. De mandoline is terug te horen in de tokkelende pianopartij. In het dromerige Clair de lune speelt de piano in een betoverend met de zangpartij, als maanlicht op de golfjes van een meer. In Nell wordt het -ongrijpbare maanlicht gevolgd door een liefdes-lied voor Nell, voor wie de protagonist een vurige liefde voelt. De liefde van Après un rêve is iets gecompliceerder; ze verschijnt in een droom. De spanning bouwt op over de twee coupletten, maar helaas, de nacht is voorbij en daarmee verdwijnt het droombeeld.
1855-1899
Ernest Chausson
Ernest Chaussons Sérénade italienne begint onrustig, met koortsachtige s in de begeleiding. Gaandeweg, naarmate de vissers verder van de kust verwijderd zijn en de passagiers rustiger worden, transformeren de ’s in kabbelende golfjes en een wijds zeepanorama.
Een groep vlinders fladdert er lustig op los in Les papillons. Maar als de zanger vleugels had, zou hij geen rozen kussen… Het duistere Les heures klinkt kaal, kil als het maanlicht in de laatste uren van de nacht, verstild als een woud in de uren voor zonsondergang. Deze uren behoren toe aan de dood. Le temps des lilas vertelt van een verwelkte liefde, eerst treurig, dan opstandig en tot slot wanhopig berustend.
1862-1918
Claude Debussy
Een polyfoon klokkenspel vormt de basis voor Debussy’s Les cloches. De klokken begeleiden de reflectieve , die zingt van voorbije dagen en vergeten geluk. Fleur des blés, over korenbloemen, is gewijd aan een zangeres in spé, die Debussy bij haar zanglessen begeleidde. Een lief, geanimeerd je, met een licht plagerig toontje naar de zangeres. Heel anders is het sensuele La chevelure. Zacht, laag in het register, beschrijft de minnaar een droom waarin hij, via haar haar, één werd met de ik-persoon.
De avond eindigt zoals hij begon, met het kabbelende water van de zee. La mer est plus belle que les cathedrales is een statement van iemand die de zee goed kent. Wederom zijn de golfjes hoorbaar in de begeleiding, maar de zangmelodie geeft de werkelijke beschrijving: het razen van de storm, de kleuren van het water onder de verschillende luchten, en alle andere nuances die de oceaan voor ons in petto heeft.
Biografie
Nathalie Stutzmann, dirigent
De Française Nathalie Stutzmann begon al op jonge leeftijd met studies piano, en , waarna ze zich als een wereldwijd gevierd zangeres ontplooide. Dirigeren leerde ze van de legendarische Jorma Panula. Als alt en als won ze vele prijzen. Als music director van het Atlanta Symphony Orchestra is Nathalie Stutzmann de tweede vrouw die ooit aan het hoofd kwam van een belangrijk Amerikaans orkest.
Tussen 2021 en 2024 was ze eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra. In recente jaren debuteerde ze als gastdirigent bij onder meer het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Boston Symphony Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en de Wiener Symphoniker. In het seizoen 2024/2025 keerde ze terug bij de New York Philharmonic als Featured Artist en bij de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris en de Los Angeles Philharmonic.
Haar dirigeerdebuut bij de Metropolitan in 2023 werd door The New York Times beschreven als ‘the coup of the year’. Dat jaar maakte Nathalie Stutzmann met Wagners Tannhäuser een al even spectaculair debuut op de Bayreuther Festspiele, naar aanleiding waarvan ze tijdens de Oper! Awards werd verkozen tot van het jaar.
Bij het Concertgebouworkest maakt Nathalie Stutzmann haar dirigeerdebuut; als zangeres was ze tussen 1996 en 2003 meermaals te gast, onder meer in werken van Diepenbrock (in 1997, en in 1998 in Noorwegen) en in Mahlers Derde symfonie (2002 op tournee in Japan, in 2003 in Het Concertgebouw). In Frankrijk werd de dirigent benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur en Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres.
Inger Södergren, piano
Inger Södergren begon haar opleiding in Stockholm, om deze voort te zetten in Wenen en Salzburg. In Parijs volgde ze lessen bij Nadia Boulanger en Yvonne Lefébure.
Na haar studiejaren ontplooide de Zweedse pianiste een internationaal succesvolle carrière. Ze gaf solorecitals in tal van steden en was zo te gast in belangrijke concertzalen in Parijs, Londen, Berlijn, Milaan, Madrid, Stockholm en Tokio. Voor haar opnames kreeg Inger Södergren prijzen als de Diapason d’Or en de Grand Prix du Disque.
Recentelijk bracht ze onder meer werk van César Franck uit op cd. Sinds 1994 vormt Inger Södergren een vast duo met Nathalie Stutzmann; samen geven ze s in vele bekende concertzalen en maakten ze gelauwerde opnamen van eren van Schumann, Schubert, Brahms, Chausson en Poulenc.
In augustus 2003 stonden ze voor het eerst samen in de van Het Concertgebouw en ze keerden er terug in 2007 en 2011.

