Mozarts Requiem door Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam
Orkest van de Achttiende Eeuw
Cappella Amsterdam
Daniel Reuss dirigent
Alexander Janiczek viool/leiding
Mhairi Lawson sopraan
Esther Kuiper mezzosopraan
Guy Cutting tenor
Peter Harvey bariton
Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten en wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Zo hield Mozart zijn hoofd boven water
- Zo kwam Mozarts Veertigste symfonie tot stand
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Ouverture
uit ‘Die Zauberflöte’, KV 620 (1791)
Symfonie nr. 40 in g kl.t., KV 550 (1788)
Molto allegro
Andante
Menuetto & Trio
Allegro assai
pauze ± 20.55 uur
Wolfgang Amadeus Mozart
Requiem in d kl.t., KV 626 (1791)
voor solisten, koor en orkest
Introitus: Requiem
Kyrie
Sequens: Dies irae – Tuba mirum – Rex tremendae – Recordare –
Confutatis – Lacrimosa
Offertorium: Domine Jesu – Hostias
Sanctus
Benedictus
Agnus Dei
Communio: Lux aeterna
Ave verum corpus, KV 618 (1791)
motet voor gemengd koor en strijkorkest
einde ± 22.25 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Symfonie nr. 40
Door Clemens Romijn
‘Hier beleefde ik de gelukkigste muzikale uren van mijn leven. Deze kleine man en grote meester gaf twee s ten gehore op een pianoforte met pedaal, zo prachtig! zo prachtig! dat ik helemaal buiten mezelf was. Hij vervlocht de moeilijkste passages met de mooiste ’s. Zijn vrouw sneed ganzenveren bij voor de kopiist, een leerling was aan het componeren, een vierjarig jongetje liep in de tuin en zong recitatieven, kortom, alles rondom deze schitterende man was muziek!’
Dat schreef de Deense acteur Joachim Preisler na een zondagse visite aan Wolfgang Amadeus Mozart in Wenen in augustus 1788. Twee weken eerder had Mozart de laatste hand gelegd aan een symfonie waarin hij ‘de moeilijkste passages had vervlochten met de mooiste thema’s’. Het was de laatste en meest complexe symfonie die hij ooit schreef, de Symfonie nr. 41 in C groot, KV 551, de laatste van het grote drietal uit die zomer. Slechts twee weken eerder, op 25 juli, was de Symfonie nr. 40 in g klein uit zijn pen gevloeid, Mozarts donkerste werk. In alle vier de delen klinken grote innerlijk onrust, dramatiek, heftige gevoelsuitbarstingen, diepe droefheid en razernij door. Zelfs het gewoonlijk lichtvoetige ontkomt niet aan deze enorme golf van ‘Sturm und Drang’. Alleen in het , met zijn volksliedachtige omhuld door romantische blazers, maakt de schier onophoudelijke stormachtigheid tijdelijk plaats voor e weemoed. Maar in het laatste deel, assai, drijft Mozart zijn muzikale relaas opnieuw op tot een demonische wildheid.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Ave verum corpus
Door Clemens Romijn
Drie jaar later zocht Mozart zijn vrouw Constanze op in het kuuroord Baden nabij Wenen, waar hij het vermaarde Ave verum corpus componeerde. Het was het eerste kerkmuziekstuk na de Grote Mis in c klein, KV 427 zo’n acht jaar eerder, een verlaat huwelijksgeschenk voor Constanze. Het Ave verum corpus is een sober en beknopt koormuziekstuk, geschreven voor Anton Stoll, een onderwijzer en koordirigent in Baden die onderdak had geregeld voor Mozart en zijn vrouw. Daar werd het korte motet, dat de pijn van Christus aan het kruis verbeeldt, voor het eerst uitgevoerd in de parochiekerk op 23 juni 1791.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Ouverture
Door Clemens Romijn
Op 30 september 1791, amper tien weken voor Mozarts ontijdige dood, ging in Wenen Die Zauberflöte in première, zijn komische en tegelijk ernstige vertelling rondom een magische toverfluit. Voordat de ouverture speels door het orkest begint te golven klinken er drie statig aangehouden en. Halverwege keert die mysterieuze akkoordopeenvolging terug, als een rustpunt voordat de inmiddels voor de luisteraar herkenbare snelle jes weer over elkaar beginnen te buitelen.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Requiem
Door Clemens Romijn
Toen Mozart aan zijn Requiem begon, was hij volgens de overlevering overspannen en depressief en meende hij dat hij werd vergiftigd. Op 4 december leefde hij enigszins op en organiseerde hij nog een repetitie van het onvoltooide werk. Daarbij nam hij zelf de altpartij voor zijn rekening. Aan zijn leerling Franz Xaver Süssmayr gaf hij instructies hoe het Requiem te voltooien. De nacht daarna overleed Mozart, op 5 december 1791, vijf minuten voor één.
Sinds hij zijn Requiem onvoltooid achterliet, is er veel geschreven over de raadsels rond het werk. Zoals het mysterie over de geheimzinnige in grijs geklede bode die bij Mozart dat Requiem kwam bestellen. Dat verhaal werd in 1984 weer verder de wereld in geholpen via de geromantiseerde film Amadeus van regisseur Miloš Forman. Terwijl de feiten in elke betere Mozartbiografie zijn na te lezen. De besteller was niet een plagiator die goede sier wilde maken met andermans noten, zoals Mozarts negentiende-eeuwse biografen van hem maakten, maar de wat excentrieke graaf Franz Walsegg zu Stuppach (1763-1827). De graaf was een van Mozarts medevrijmetselaars die ter nagedachtenis aan zijn vrouw, die in februari dat jaar op twintigjarige leeftijd was overleden, een Requiem wilde laten uitvoeren.
De graaf, een fanatieke muziekliefhebber, organiseerde in zijn kasteel Stuppach nabij Wenen concerten voor genodigden. De partijen van de gespeelde muziek kopieerde hij zelf, en aan de aanwezige luisteraars vroeg hij te raden wie de componist was van de gespeelde muziek. Er is geen enkel bewijs dat de graaf van plan was het Requiem van Mozart te presenteren als zijn eigen werk, zoals veel beweerd is. Ook het idee dat Mozart in de grijs geklede bode van de graaf een boodschapper van de dood meende te zien en dat hij het Requiem steeds koortsiger en zieker voor zijn eigen begrafenis schreef, is een E.T.A. Hoffmann-achtige fantasie van zijn vroege biografen Friedrich Rochlitz en Franz Xaver Niemetschek. Weliswaar stonden Mozarts financiën er destijds niet al te rooskleurig voor en was zijn gezondheid niet optimaal, uit de bewaarde brieven van omstreeks het ontstaan van het Requiem blijkt niets van gedachten aan de eigen dood. De bewaarde autograaf van Mozarts onvoltooide Requiem wekt bovendien niet de indruk van een bibberende hand van een zieke man. In tegendeel, het schrift is krachtig en vloeiend zoals voorheen.
Het Requiem (waarschijnlijk alleen de Introitus en het Kyrie) werd voor het eerst uitgevoerd op zondag 10 december als onderdeel van een herdenkingsdienst voor Mozart in de Sankt Michaelkerk in Wenen. De door Süssmayr voltooide versie – met naar hij beweerde het door hem ‘ingerichte’ Sanctus, Benedictus en Agnus Dei – klonk voor het eerst in 1792. Graaf Walsegg beleefde zijn uitvoering in de Wiener Neustadt in 1793. En met zijn toestemming werd het Requiem in de door Süssmayr ‘ingerichte’ versie uitgegeven door Breitkopf & Härtel in Leipzig in 1800.
De controverse over Süssmayrs aandeel in het Requiem duurt voort tot de dag van vandaag. Volgens recentere inzichten (Robbins Landon, Harnoncourt, Wolff, Moseley) zouden zeker het Agnus Dei, maar ook het Sanctus en Benedictus van een artistiek niveau zijn dat vele malen hoger is dan wat Kleinmeister Süssmayr aan eigen muziek heeft nagelaten. Süssmayr was weliswaar in Mozarts nabijheid gedurende een groot deel van 1791, maar hij was geen Mozart. Zijn belangrijkste bijdrage heeft vermoedelijk in de gelegen en niet in het componeren van volledig nieuwe delen en het voltooien van het Lacrimosa. ‘Zelfs als Süssmayr door inspiratie van de andere Requiem-delen vleugels had gekregen, dan nog ben ik niet overtuigd dat deze delen van zijn hand zijn. Wat mij betreft zijn ze ook van Mozart.’ Aldus en oudemuziekpionier Nikolaus Harnoncourt (1929-2016).
Biografie
Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest
Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.
De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziekensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem op.
Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.
Cappella Amsterdam, koor
Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek.
Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.
Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.
Daniel Reuss, dirigent
Daniel Reuss was aan het Conservatorium van Rotterdam leerling van Barend Schuurman en richtte op zijn 21ste het Oude Muziek Koor Arnhem op. Als ‘overtuigd niet-specialist’ dirigeert hij repertoire dat vele stijlen bestrijkt, van rond het jaar 1200 tot de meest actuele muziek.
Sinds 1990 is hij artistiek leider en chef- van Cappella Amsterdam, waarin hij al jarenlang zong toen hij die positie verwierf.
Als gastdirigent musiceert Daniel Reuss met gezelschappen in heel Europa, waaronder de Akademie für Alte Musik Berlin, MusikFabrik, Vocal Consort Berlin, Collegium Vocale Gent en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij is chef- geweest van onder andere het RIAS Kammerchor in Berlijn, het Ests Philharmonisch Kamerkoor en het Ensemble Vocal Lausanne, waaraan hij nog verbonden is als vaste gastdirigent.
In 2016 werd Daniel Reuss voor zijn uitzonderlijke verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam samen leidde de dirigent in Het Concertgebouw bijvoorbeeld ook in mei 2018 in Brahms’ Ein deutsches Requiem (een tournee die werd bekroond met de VSCD Klassieke Muziekprijs), in april 2019 in Bachs Johannes-Passion en in mei 2023 in Beethovens Negende symfonie.
Mhairi Lawson, sopraan
De Schotse sopraan Mhairi Lawson trad op met de Academy of Ancient Music, English National , The Early Opera Company, het Scottish Chamber Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra en Royal Northern , en met en als Charles Mackerras, Paul McCreesh, Jane Glover en John Eliot Gardiner.
Haar focus ligt bij de oude muziek, en onder de recente highlights zijn Händels Messiah met het Royal Scottish National Orchestra respectievelijk het Dunedin Consort, Bachs Matthäus-Passion met de Nieuwe Philharmonie Utrecht respectievelijk BBC NOW en Purcells King Arthur met het Gabrieli Consort.
Sinds 2016 is ze een terugkerende gast van het Carmel Bach Festival in de Verenigde Staten en tourde ze meermaals in Europa met Les Arts Florissants en William Christie. Met ensemble La Serenissima in Venetië heeft de sopraan veel werken van Vivaldi op cd gezet. Mhairi Lawson studeerde aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen, waar ze tegenwoordig zelf lesgeeft.
In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Guy Cutting, tenor
Guy Cutting sloot in 2012 zijn zangopleiding af aan het New College Oxford. Bij het Orchestra of the Age of Enlightenment was hij van 2019 tot 2021 ‘rising star’.
De Britse tenor soleerde bij het Monteverdi Choir, het Gabrieli Consort, de Academy of Ancient Music, Voces Tallinn en de Nederlandse Bachvereniging.
Hij werkte met Kristian Bezuidenhout, John Butt, Marcus Creed, John Eliot Gardiner, Paul McCreesh, Christoph Prégardien, Hans-Christoph Rademann, Daniel Reuss, Masaaki Suzuki en Jos van Veldhoven.
In Het Concertgebouw was Guy Cutting eerder te beluisteren bij Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, en in oktober 2022 in Acis und Galatea van Händel/Mozart met het Concertgebouworkest onder leiding van Leonardo García Alarcón. Guy Cutting geeft graag s en maakt deel uit van het Damask Vocal Quartet, dat kamermuziek zingt uit de negentiende en twintigste eeuw.
Esther Kuiper, mezzosopraan
Nadat Esther Kuiper aan het Conservatorium van Amsterdam haar master jazz-zang had behaald richtte ze zich op het klassieke repertoire. Als lid van Silbersee specialiseerde ze zich ook in de nieuwste muziek. Ze was laureaat van de Nicola Martinucci Competition (2019), de Dutch Classical Talent Award (2017) en het Internationaal Vocalistenconcours ‘s Hertogenbosch (2014).
De Nederlandse Reisopera engageerde de mezzosopraan voor Sondheims A Little Night Music, De Munt in Brussel voor Mozarts Die Zauberflöte en De Nationale voor Verdi’s Rigoletto. Bij de NTR ZaterdagMatinee stond ze in Wagners Die Walküre, Janáčeks Jenůfa en Kát’a Kabanová, Giordano’s Fedora en Rossini’s L’Italiana in Algeri.
Esther Kuiper soleerde ook in de orkestliederen van Mahler, en beheerst bovendien een uitgebreid repertoire van Bach tot en met Verdi’s Messa da Requiem. Onder de en met wie ze werkte zijn Karina Canellakis, Antonello Manacorda, Riccardo Minasi, Kenneth Montgomery, Raphaël Pichon, Daniel Reuss, Ed Spanjaard, Markus Stenz en Jaap van Zweden.
In Het Concertgebouw debuteerde Esther Kuiper in april 2017 met een lunchconcert en was ze voor het laatst te beluisteren in oktober 2024 in Mozarts Requiem met het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.
Peter Harvey, bariton
Peter Harvey studeerde aan Magdalen College in Oxford en aan de Guildhall School of Music in Londen, won de Walther Grüner International er Competition en kreeg een Peter Pears Award.
De bariton werkte met oudemuziekspecialisten als Paul McCreesh, La Chapelle Royale en Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, Christophe Rousset en Les Talens Lyriques, Hervé Niquet met Le Concert Spirituel, de Akademie für Alte Musik, het Orchestra of the Age of Enlightenment en het Dunedin Consort.
Daarnaast werd hij uitgenodigd door het Boston Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Budapest Festival Orchestra, het Konzerthausorchester Berlin, het Mozarteumorchester Salzburg en het Mahler Chamber Orchestra.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Peter Harvey in 2012 in Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Iván Fischer.







