Morsch, Van Sandwijk en Drake: Liszt en Brahms
Rosanne van Sandwijk — mezzosopraan
André Morsch — bariton
Julius Drake — piano
Franz Liszt (1811-1886)
Im Rhein, im schönen Strome (1840)
Du bist wie eine Blume (1842-59)
Die Lorelei (1841)
Tre sonetti di Petrarca (1842-46)
Pace non trovo, sonnet nr. 104
Benedetto sia ‘l giorno, sonnet nr. 47
I’ vidi in terra angelici costumi, sonnet nr. 123
Oh! Quand je dors (1842/49)
Enfant, si j’étais roi (1844/49)
pauze (± 20.55 uur)
Johannes Brahms (1833-1897)
Fünf Lieder, op. 94 (1883-84)
Mit vierzig Jahren
Steig auf, geliebter Schatten
Mein Herz ist schwer
Sapphische Ode (Rosen brach ich Nachts)
Kein Haus, keine Heimat
Ständchen (1888)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 106
Wie rafft ich mich auf in der Nacht (1864)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 32
Junge Lieder I (Meine Liebe ist grün)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 63 (1873-74)
Der Tod, das ist die kühle Nacht
uit ‘Vier Lieder’, op. 96 (1885)
Von ewiger Liebe (1864)
uit ‘Vier Gesänge’, op. 43
Vier Duette, op. 28 (1860-62)
Die Nonne und der Ritter
Vor der Tür
Es rauschet das Wasser
Der Jäger und sein Liebchen
einde (± 22.00 uur)
Toelichting
1833-1897
Johannes Brahms
Een veertigjarige bergwandelaar concludeert in Johannes Brahms’ Vijf eren, 94 dat het hoogtepunt achter de rug is, en dat nog slechts een eenzaam einde in het verschiet ligt. Een eerste repetitie van het openingslied, Mit vierzig Jahren, deed de bariton in snikken uitbarsten.
De doorgaans kale pianobegeleiding en de geconcentreerde zangpartij maken deze verzameling tot een soort midlife-vingeroefening voor Brahms’ latere Vier ernste Gesänge. Alleen in het vierde en voorlaatste lied biedt de liefde enige troost. De van deze Sapphische Ode is sterk verwant aan die van het uit Brahms’ Vioolconcert,dat hij componeerde in 1878-79.
Halverwege Ständchen grijpt de piano-begeleiding terug op Brahms’ eigen Akademische Festouvertüre – passend, want het lied beschrijft hoe drie studenten op ‘fluit, vedel en citer’ een brengen aan een dromende schone.
De donkere begeleiding van Wie rafft’ ich mich auf in der Nacht schildert een nachtelijke wandeling. Rustend tegen een brugleuning overpeinst de ik-persoon zijn bestaan. In de lagere regionen schetst de piano de eeuwig stromende rivier, in de hogere registers fonkelen de sterren.
De tekst van Meine Liebe ist grün is van Robert en Clara Schumanns zoon Felix (1854-1879). Brahms schreef het als troostend geschenk voor de langzaam stervende tbc-patiënt.
In Der Tod, das ist die kühle Nacht vergelijkt Heine het leven met een drukkend warme dag, en de dood met de koelte van de nacht. Brahms beschrijft deze tegenstelling doeltreffend met respectievelijk neerwaartse en opgaande lijnen.
In Von ewiger Liebe begeleidt een jongeman zijn geliefde ’s avonds naar huis. Hij is bezorgd over haar reputatie: als die te lijden heeft onder hun omgang, dan moet ze hem maar verlaten, zo beweert hij. Zijn ongerustheid over haar antwoord illustreert Brahms door hetzelfde nerveuze begeleidingsmotief steeds luider te herhalen, tot de piano het volledig overneemt van de zanger, om zijn angst uit te drukken. Het meisje stelt hem gerust: hun liefde is sterker dan ijzer en staal, ofwel: eeuwig.
Brahms’ Vier Duette vormen een bonte verzameling van onderwerpen en stijlen. Het trage eerste lied, over een ridder die naar het beloofde land gaat en de non die hij achterlaat, schildert Brahms in een gotische sfeer. Vor der Tür is een oud-Duits volksrijmpje: een man wil binnengelaten worden, maar de bewoonster weigert haar deur te openen. Hij dringt steeds steviger aan, maar zij houdt haar poot stijf. In de pianobegeleiding blijft de man vergeefs aankloppen.
In het eerste kwatrijn van Goethes Es rauschet das Wasser is de liefde zo veranderlijk als water, wolken en de stand van de sterren. In het tweede is zij juist zo eeuwigdurend als diezelfde elementen. Brahms illustreert beide standpunten met elk hun eigen melodie, die hij vervolgens geraffineerd combineert in een couplet voor beide zangers samen.
Der Jäger und sein Liebchen is een echte uitsmijter, van nog geen anderhalve minuut. De jager wil gaan jagen, zijn vrouw wil dat hij thuisblijft om te dansen. En dansen zal ze!
1811-1886
Franz Liszt
Door Axel Meijer
In zijn eren laat Franz Liszt – toch vooral bekend als klaviervirtuoos – zich van zijn meest kosmopolitische kant zien: hij schrijft er zo’n zeventig, in het Duits, Frans, Hongaars en Italiaans – zelfs in het Engels. Liszt past daarbij zijn muzikale taal aan zijn teksten aan. Zo zijn de Tre sonetti di Petrarca niets anders dan Italiaanse ’s met piano-begeleiding.
Het eerste sonnet, Pace non trovo, begint met een (declamerend gezang) dat zo uit een van Verdi zou kunnen komen, gevolgd door een lange, heldere cantilene. En hoewel het tweede, Benedetto sia ‘l giorno, eerst een ‘klassiek’ lied lijkt voor zang met eenvoudige pianobegeleiding ontwikkelt het zich al snel tot een indrukwekkende -oefening. In I’ vidi in terra angelici costumi krijgt de piano zo’n grote, e rol toebedeeld dat er haast sprake is van een duet-aria.
Du bist wie eine Blume van Heinrich Heine (1797-1856) is in tegenstelling tot de voorgaande Italiaanse sonnetten uit de veertiende eeuw een typisch romantische Duitse creatie: het gedicht was een obsessie voor negentiende-eeuwse cultuurminnaars.
De ik-persoon beschrijft in twee ogenschijnlijk naïeve kwatrijnen hoe hij zijn handen zegenend, beschermend op het hoofd van een jonge vrouw wil leggen. Twistpunt was of Heine daarmee eigenlijk niet iets heel anders bedoelde. Er zijn zo’n vierhonderd toonzettingen van het gedicht, waaronder van Brahms, Wolf en Bruckner. Uit Liszts directe, innige toonzetting spreekt geen dubbelzinnige interpretatie.
Liszt en Heine zetten zich allebei in voor de voltooiing van de Keulse Dom, bezongen in Im Rhein, im schönen Strome. Anders dan Schumann, die het gedicht opnam in zijn liedcyclus Dichterliebe, richt Liszt zich in zijn -pianobegeleiding eerder op het stromen van de rivier dan op de kathedraal.
Liszts avontuurlijke versie van Heines beroemde Die Loreley is van muziekhistorisch belang, omdat de harmonisch gewaagde opening een direct herkenbare oerversie vormt van de eerste maten in Wagners opera Tristan und Isolde.
In zijn liederen op teksten van Victor Hugo (1802-1885), ten slotte, laat Liszt zich kennen als een echte chansonnier. Oh! Quand je dors had geschreven kunnen zijn door een jonge Fauré, en in het stralende Enfant, si j’étais roi breekt plots de Provençaalse zon door.
Biografie
Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan (Zerlina)
Rosanne van Sandwijk studeerde aan rts Rotterdam cum laude af bij Roberta Alexander. Niet lang daarna, in 2007, debuteerde de mezzosopraan met een Lunchconcert in de van Het Concertgebouw, met de erencyclus Frauenliebe und -leben van Schumann.
Rosanne van Sandwijk viel meervoudig in de prijzen tijdens het Internationaal Vocalisten Concours ‘s Hertogenbosch 2010 en kreeg de GrachtenfestivalPrijs 2014. Ze concerteert veelvuldig en gaf s met de pianisten Julius Drake, Malcolm Martineau en Kristian Bezuidenhout.
Als zangeres debuteerde ze in 2011 bij De Nationale Opera in Glucks Iphigénie en Tauride. Ze keerde er meerdere keren terug, onder meer in Wagners Parsifal en Mozarts Die Zauberflöte. Van 2013 tot 2015 was ze ensemblelid aan het Theater Kiel, waar ze haar repertoire flink uitbreidde.
Rosanne van Sandwijk soleerde bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Les Musiciens du Louvre, Camerata Salzburg, Concerto Köln en het Concertgebouworkest en was in de voor het laatst te horen in oktober 2017 in een concertante uitvoering van Mozarts La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.
André Morsch, bariton
De Duitse bariton André Morsch studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en is een voormalig lid van William Christie’s Le Jardin des Voix. Hij is winnaar van de Internationale Wettbewerb fur kunst Stuttgart en van de Prix Bernac van de Académie Ravel in Saint-Jean-de-Luz.
Van 2011 tot 2018 maakte de zanger deel uit van het ensemble van de Staatsoper Stuttgart. zong hij ook in de theaters van Basel, Zürich, Genève, Dijon, Nancy, Versailles en Parijs.
Bij De Nationale stond hij in Puccini’s La fanciulla del West, Schrekers Der Schatzgräber en Die Gezeichneten en Enescu’s Oedipe. Als concertzanger musiceerde André Morsch met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerkoor, Les Arts Florissants, Les Talens Lyriques, Le Poème Harmonique, het Gewandhausorchester Leipzig, het Beethovenorchester Bonn, het Balthasar Neumann Ensemble, de Akademie für Alte Musik Berlin en het Kioi Hall Chamber Orchestra.
In de gaf hij verschillende keren een , voor het laatst in oktober 2018 met Rosanne van Sandwijk en Julius Drake. In de was hij te beluisteren in Bachs Johannes-Passion (2017), Brahms’ Ein deutsches Requiem (2018) en Mozarts Don Giovanni (2019), telkens met het Orkest van de Achttiende Eeuw.
Julius Drake, piano
Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.
Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.
In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.
Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.
Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.


