Mitsuko Uchida speelt en dirigeert Mozart
Grote Solisten 20.15 uur
Mitsuko Uchida piano/leiding
Mahler Chamber Orchestra
Matthew Truscott concertmeester
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Zeventiende pianoconcert in G gr.t., KV 453 (1784)
Allegro – Presto
Andante
Allegretto
cadensen: W.A. Mozart
Béla Bartók 1881-1945
Divertimento, Sz. 113 (1939)
Allegro non troppo
Molto adagio
Allegro assai
pauze
Wolfgang Amadeus Mozart
Pianoconcert nr. 25 in C gr.t., KV 503 (1786)
Allegro maestoso
Andante
Allegretto
cadensen: Mitsuko Uchida
begin van de pauze ca. 21.15 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Na afloop van het concert blijft de Zuidfoyer geopend.
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Accenture.
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Pianoconcerten
Tekst: Aad van der Ven
Optreden als solist in zijn eigen pianoconcerten droeg niet alleen aanzienlijk bij aan de reputatie van Wolfgang Amadeus Mozart als jong muzikaal genie in Salzburg, Wenen en talrijke andere steden waar hij zich vertoonde. Ook zijn financiële situatie was daarvan voor een belangrijk deel afhankelijk.
Maar er zijn ook enkele partituren bij die hij niet voor zichzelf componeerde maar voor een van zijn Weense leerlingen. Zoals de concerten KV 449 en KV 453, geschreven op verzoek van Barbara Ployer, de talentvolle dochter van een belastinginspecteur. ‘Zij heeft mij er goed voor betaald’, schreef Mozart aan zijn vader.
We schrijven 1784, in de literatuur bekend geworden als Mozarts ‘annus mirabilis’, ofwel ‘wonderbaarlijke jaar’. Er ontstonden binnen tien maanden zes pianoconcerten, naast een aantal belangrijke kamermuziekwerken.
Het voor Fräulein Ployer geschreven Pianoconcert in G groot, KV 453 toont een weerspiegeling van deze gelukkige periode in Mozarts leven, toen hij in Wenen veel succes had. Maar vrolijkheid staat in zijn muziek nooit op zichzelf. ‘Met zijn vriendelijke klankkarakter is het doortrokken van een geheimzinnig lachen en een mysterieuze droefheid’, schreef de musicoloog Alfred Einstein over dit werk, dat ook wel als ‘pastoraal’ is gekarakteriseerd (door de Britse musicoloog Cuthbert Girdlestone).
Het onschuldige beginthema van het eerste deel krijgt een meer gedecideerde voortzetting, waarbij dynamische contrasten bijdragen aan de spankracht van de muziek. Het behoort tot de taak van de solist niet alleen aan het discours deel te nemen, maar ook een groot aantal decoratieve passages te produceren. Na de orkestinleiding van het heeft de pianist in dit deel vrijwel voortdurend de hoofdrol.
ën dolen als het ware rond in het mysterieuze niemandsland tussen vrolijkheid en droefheid zoals we dat alleen van Mozart kennen. Het afsluitende Allegretto heeft de vorm van een reeks variaties, gebaseerd op een luchtig, ‘Papageno-achtig’ (citaat Alfred Einstein).
Elke variatie lijkt de voorgaande in beweeglijkheid en humor te willen overtreffen, terwijl het karakter van de muziek iets heeft van een achttiende-eeuws Singspiel. Twee sets en voor dit concert zijn bewaard gebleven. De authenticiteit van één daarvan staat ter discussie.
Het twee jaar later ontstane Pianoconcert in C groot, KV 503 toont een heel andere Mozart, zo blijkt meteen in de beginmaten met het krachtige eerste in respectievelijk neerwaartse en opwaartse drieklanken. Deze opening is eerder een wilsverklaring dan een , wat de herkenbaarheid van dit concert enigszins in de weg staat. Wellicht heeft dit er toe bijgedragen dat het werk minder bekend is geworden dan men zou verwachten.
Dit maestoso, dat dichter bij Beethoven staat dan welke andere compositie van Mozart ook, doet zijn naam eer aan, mede dankzij het stralende C en de aanwezigheid van twee ten plus . De componist opent hier met een groot gebaar de deur naar de apotheose van zijn oeuvre.
Want de ’s Le nozze di Figaro en Don Giovanni ontstonden eveneens in of direct na 1786, evenals de ‘Praagse’ symfonie die op haar beurt gevolgd zou worden door de laatste drie symfonieën.
Het eerste deel is bij uitstek het perfecte voorbeeld van de klassieke vorm in het laatste, riante stadium van zijn ontwikkeling. In het daaropvolgende valt de sterke individualiteit van de blazerspartijen op, met de strijkers op het tweede plan. Het laatste deel, met een dominerend thema dat het karakter van een volksdans heeft, vertoont alle kwaliteiten die men van een van Mozart in deze fase verwacht. Er zijn voor dit concert geen en van de hand van de componist bewaard gebleven.
Béla Bartók 1881-1945
Divertimento
Al heeft de term ‘’ in het algemeen betrekking op muziek van een pretentieloos, luchtig karakter, er zijn ook voorbeelden van een andere interpretatie van dat begrip, zoals bij Mozart.
Het Divertimento van Béla Bartók kijkt twee kanten uit. Zowel het eerste als het laatste deel blaakt van levenslust, het langzame middendeel daarentegen bevat een stroom van sombere gedachten. Verklaarbaar is die tweeslachtigheid wel. Het werk ontstond in 1939, toen donkere wolken zich boven Europa samenpakten. Zeker Bartók kon zich daarvan moeilijk losmaken.
De vermogende en mecenas Paul Sacher vrolijkte hem op door hem uit te nodigen een vakantie in zijn chalet in het Zwitserse Saanen door te brengen. Tevens vroeg hij hem een compositie te schrijven voor het door Sacher zelf geleide kamerorkest van Basel. Binnen drie weken ontstond het voor strijkorkest, een die niet is los te zien van het ke concerto grosso, doordat ook bij Bartók herhaaldelijk solo-instrumenten – hetzij afzonderlijk, hetzij als strijkkwartet – alterneren met het ensemble.
Tot de neobarokke elementen behoort ook de regelmatige periodisering van de meestal korte melodische segmenten, althans in de snelle delen, waarvan de pregnante motoriek en de uering onmiskenbaar van Oost-Europese origine zijn. Bartók permitteert zich een klein grapje kort voor de afsluiting van het laatste deel. Dan lijken de musici een stukje cafémuziek te willen imiteren, waarin we het hoofdthema van deze finale herkennen.
De sterke uitwerking van het Molto , met zijn aanvankelijk tastende melodische lijnen, uitlopend in wanhopige trillers boven een duister , is dan voor even geweken.
Biografie
Mitsuko Uchida, piano
Mitsuko Uchida wordt geroemd om haar interpretaties van Mozart, Schubert, Schumann en Beethoven. Daarnaast wist ze nieuwe luisteraars te winnen voor de muziek van Berg, Schönberg, Webern en Kurtág. Musical America riep haar in 2022 uit tot Artist of the Year, ze is artistiek leider van het Ojai Music Festival 2024 (Californië) en is bij Carnegie Hall in New York voor drie seizoenen ‘perspectives artist’.
Haar recente opname van Beethovens Diabelli-variaties (die ze overigens ook speelde op haar laatste Amsterdamse solorecital, in april 2016) werd genomineerd voor een Grammy en won de Gramophone Piano Award 2022.
De pianiste geeft wereldwijd s en werkt samen met de meest gerespecteerde orkesten; zo vierde ze recentelijk haar honderdste concert met The Cleveland Orchestra. Mitsuko Uchida soleerde onder en als Simon Rattle, Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen, Vladimir Jurowski, Andris Nelsons, Gustavo Dudamel en Mariss Jansons. Bij het Concertgebouworkest was ze sinds 1994 meermaals te gast, voor het laatst in december 2018 onder leiding van Bernard Haitink in Mozarts Pianoconcert nr. 23.
De vorige keer dat Mitsuko Uchida optrad in Het Concertgebouw was op 27 januari 2023 in Mozarts Pianoconcerten nr. 25 en nr. 27 met het Mahler Chamber Orchestra, waarvan ze sinds 2016 artistiek partner is. Haar betrokkenheid bij de ontwikkeling van jonge musici blijkt uit haar grote rol bij het Marlboro Music Festival en de Borletti-Buitoni Trust. Onder haar vele onderscheidingen zijn de Royal Philharmonic Society Gold Medal (2012), de Japanse Praemium Imperiale (2015) en eredoctoraten in Oxford en Cambridge. Sinds 2009 is Mitsuko Uchida Dame Commander of the Order of the British Empire.
Mahler Chamber Orchestra
Het Mahler Chamber Orchestra werd in 1997 in het leven geroepen door Claudio Abbado, die tot zijn dood in 2014 nauw betrokken bleef bij de artistieke koers.
Het hart van het orkest bestaat uit vijfenveertig musici uit twintig landen, en het repertoire reikt van de Weense Klassieken en de tot en met hedendaagse composities. Zo bracht het gezelschap in 2012 tijdens het Festival van Aix-en-Provence George Benjamins Written on Skin in première onder leiding van de componist.
Daniele Gatti is artistiek adviseur, eredirigent is Daniel Harding en onder de huidige artistieke partners zijn de pianisten Mitsuko Uchida en Yuja Wang. Concertmeesters Matthew Truscott en José Maria Blumenschein leiden de formatie geregeld vanaf de eerste lessenaar.
Naast zijn concerten op de grote podia wereldwijd organiseert het Mahler Chamber Orchestra educatieve projecten voor uiteenlopende doelgroepen, waaronder Feel the Music voor kinderen met gehoorproblemen.
Aan de MCO Academy – sinds 2009 – krijgen getalenteerde jonge musici de kans ervaring op te doen in een professioneel orkest. Iedere zomer vormt het Mahler Chamber Orchestra de kern van het Lucerne Festival Orchestra, en voor de komende vijf jaar voert het orkest de artistieke leiding over de Musikwoche Hitzacker.
In Het Concertgebouw was het Mahler Chamber Orchestra meermaals te gast, de laatste keren in november 2016 en januari 2023 met Mitsuko Uchida en in juni 2023 met Lang Lang.

