Mitsuko Uchida in Mozart vol drama bij Mahler Chamber Orchestra
Mitsuko Uchida piano
Mahler Chamber Orchestra
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.
Lees ook het interview met Mitsuko Uchida.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianoconcert nr. 25 in C gr.t., KV 503 (1786)
Allegro maestoso
Andante
Allegretto
Arnold Schönberg (1874-1951)
Kammersymphonie Nr. 1, op. 9 (1906)
Langsam – Sehr rasch
Feurig – Hauptzeitmass – ruhiger – sehr rasch
Viel langsamer – fliessender – schwungvoll – Hauptzeitmass
Etwas ruhiger – steigernd – Hauptzeitmass
pauze ± 21.10 uur
Wolfgang Amadeus Mozart
Pianoconcert nr. 27 in Bes gr.t., KV 595 (1791)
Allegro
Larghetto
Allegro
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianoconcert nr. 25
Door Christiane Schima
Wolfgang Amadeus Mozarts hoofdinstrument was het klavier. Al in zijn prille jeugd werd hij door zijn vader Leopold aan alle belangrijke Europese hoven als pianistisch wonderkind voorgesteld. De eerste composities van de vierjarige waren klaviercomposities, en het is niet verrassend dat pianowerken in Mozarts oeuvre een e plaats innemen. De componist heeft dit instrument, zoals Alfred Einstein (Mozart, Sein Charakter sein Werk, 1978) schrijft, ‘zijn diepste gedachten toevertrouwd’.
Behalve talrijke s, variaties en fantasieën schreef Mozart in totaal 27 pianoconcerten, waarmee hij in zijn tweede vaderstad Wenen als solist schitterde. Voor de vaak in geldnood verkerende Mozart was dit een welkome bron van inkomsten. Al was zo’n uitvoering voor de opdrachtgevers en organisatoren – Mozart was immers componist, pianist en meestal ook in één persoon – waarschijnlijk geen al te dure aangelegenheid.
Als in 1786 zijn Pianoconcert nr. 25 in C groot, KV 503 ontstaat, is Mozart negenentwintig. Hij woont, nadat hij het ongeliefde Salzburg de rug had toegekeerd, al bijna tien jaar in Wenen. Zijn leven wordt gekenmerkt door concertreizen, repetities en uitvoeringen van eigen ’s, verhuizingen, huiselijke beslommeringen en geboortes van kinderen.
Mozart heeft het concert meermaals en bij verschillende gelegenheden uitgevoerd. Het werd toen al als een van zijn beste beschouwd. Mozarts leerling Johann Nepomuk Hummel liet zich er in zijn Pianoconcert in C groot, op. 36 door inspireren en ook op Ludwig van Beethovens Vierde pianoconcert heeft het een niet onbelangrijke invloed uitgeoefend.
De zonnige C groot van Mozarts concert is een beetje bedrieglijk, want de componist wijkt al in het eerste deel vaak uit naar . Dit maestoso, waarvan het achtige tweede aan de Marseillaise herinnert, heeft inderdaad een gewichtig ‘majestueus’ karakter. Op een berustend middendeel volgt het derde en laatste deel Allegretto, een , waarin de componist gebruik maakt van een gavotte-thema uit zijn opera Idomeneo (1781). Net als in het openingsdeel komen steeds weer donkere mineurklanken om de hoek kijken. Toch blijft het luchtige karakter van een rondo overheersen.
Arnold Schönberg (1874-1951)
Kammersymphonie Nr. 1
Door Christiane Schima
Hoewel Arnold Schönberg nog met minstens één been in de late stond, is zijn Erste Kammersymphonie in meerdere opzichten een sleutelwerk van de vroeg-moderne muziek. Als de aartsvader van de (waartoe ook zijn leerlingen Anton Webern en Alban Berg behoorden) wilde Schönberg het groot romantisch-symfonische orkest – zoals bij Richard Strauss en Gustav Mahler – afschaffen, en streven naar meer transparantie. Daarnaast ondermijnde hij de klassieke tonaliteit – waarvan de en uit tertsen zijn opgebouwd – door het gebruik van dubbelzinnige kwartakkoorden. Het uit kwarten bestaande motief in het begin van de Kammersymphonie heeft daarom het karakter van een motto.
Kenmerkend is ook de heldere tische vervlechting van alle muzikale gebeurtenissen door ‘permanente variatie’. Die grondige thematische samenhang van een compositie was voor Schönberg en zijn leerlingen van centrale betekenis. Het werk bestaat uit vijf gedeelten: (1) expositie, (2) , (3) doorwerking van het in de expositie voorgestelde materiaal, (4) quasi en (5) quasi finale – reprise en .
Alban Berg beschrijft de Kammersymphonie als een buitensporig deel, en constateert dat in ieder gedeelte ‘steeds weer teruggegrepen wordt – melodisch, harmonisch en isch – op bijna alle thematische bestanddelen van het werk’.
Ondanks haar modernistische trekken is het werk ook en vooral een wisselspel van extreme gevoelens en hartstochten, die haar romantische wortels niet verloochent.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianoconcert nr. 27
Door Christiane Schima
Het is niet zeker wanneer Mozart zijn Pianoconcert nr. 27 in Bes groot, KV 595 is begonnen en afgemaakt heeft. In ieder geval is het zijn laatste. Aangenomen wordt: niet vroeger dan 1788 en niet later dan begin 1791, Mozarts sterfjaar, waarvoor veel spreekt, zoals de hechte tische samenhang van de delen alsook de dramatische uitwerking daarvan. Daarom legt Einstein in zijn biografische standaardwerk zelfs een verband met Mozarts onvoltooid gebleven Requiem.
Ook over de première zijn musicologen het oneens: in januari 1791 met Mozarts leerlinge Barbara Ployer achter de piano? Of in maart 1791 met de componist zelf als solist? Dit zou in elk geval zijn laatste optreden in het openbaar geweest zijn, want in september werd Mozart ernstig ziek en een paar maanden daarna, op 5 december, overleed de componist op 35-jarige leeftijd.
‘Het is niet zijn Requiem, maar het werk waarin Mozart zijn laatste woord spreekt’, aldus Einstein
Evenals in het Pianoconcert nr. 25 in C groot, KV 503 vallen ook in nr. 27 in Bes groot, KV 595 herhaaldelijke schommelingen tussen en op. Buitengewoon binnen Mozarts oeuvre zijn bovendien de nauwe thematische verbanden van de drie delen , Larghetto en Allegro, wat vooruitwijst naar Beethoven en de . Zo keert bijvoorbeeld het hoofdthema van het Larghetto in het tweede thema van de finale terug. Voor het eerste thema van de finale maakt Mozart gebruik van zijn in januari 1791 gecomponeerde Sehnsucht nach dem Frühling, KV 596.
Misschien nog een bewijs voor het late moment van ontstaan van Mozarts laatste pianoconcert, en een argument dat het bij dit concert inderdaad gaat om Mozarts ‘ware’ requiem: ‘Het is niet zijn Requiem, maar het werk waarin hij zijn laatste woord spreekt. In een werk binnen een genre waarin Mozart zijn Grösstes gezegd heeft’, aldus Einstein. Tegen het einde van het werk breidt zich een zorgeloze stemming uit, die culmineert in een vreugdevolle apotheose.
Biografie
Mitsuko Uchida, piano
Mitsuko Uchida wordt geroemd om haar interpretaties van Mozart, Schubert, Schumann en Beethoven. Daarnaast wist ze nieuwe luisteraars te winnen voor de muziek van Berg, Schönberg, Webern en Kurtág. Musical America riep haar in 2022 uit tot Artist of the Year, ze is artistiek leider van het Ojai Music Festival 2024 (Californië) en is bij Carnegie Hall in New York voor drie seizoenen ‘perspectives artist’.
Haar recente opname van Beethovens Diabelli-variaties (die ze overigens ook speelde op haar laatste Amsterdamse solorecital, in april 2016) werd genomineerd voor een Grammy en won de Gramophone Piano Award 2022.
De pianiste geeft wereldwijd s en werkt samen met de meest gerespecteerde orkesten; zo vierde ze recentelijk haar honderdste concert met The Cleveland Orchestra. Mitsuko Uchida soleerde onder en als Simon Rattle, Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen, Vladimir Jurowski, Andris Nelsons, Gustavo Dudamel en Mariss Jansons. Bij het Concertgebouworkest was ze sinds 1994 meermaals te gast, voor het laatst in december 2018 onder leiding van Bernard Haitink in Mozarts Pianoconcert nr. 23.
De vorige keer dat Mitsuko Uchida optrad in Het Concertgebouw was op 27 januari 2023 in Mozarts Pianoconcerten nr. 25 en nr. 27 met het Mahler Chamber Orchestra, waarvan ze sinds 2016 artistiek partner is. Haar betrokkenheid bij de ontwikkeling van jonge musici blijkt uit haar grote rol bij het Marlboro Music Festival en de Borletti-Buitoni Trust. Onder haar vele onderscheidingen zijn de Royal Philharmonic Society Gold Medal (2012), de Japanse Praemium Imperiale (2015) en eredoctoraten in Oxford en Cambridge. Sinds 2009 is Mitsuko Uchida Dame Commander of the Order of the British Empire.
Mahler Chamber Orchestra
Het Mahler Chamber Orchestra werd in 1997 in het leven geroepen door Claudio Abbado, die tot zijn dood in 2014 nauw betrokken bleef bij de artistieke koers.
Het hart van het orkest bestaat uit vijfenveertig musici uit twintig landen, en het repertoire reikt van de Weense Klassieken en de tot en met hedendaagse composities. Zo bracht het gezelschap in 2012 tijdens het Festival van Aix-en-Provence George Benjamins Written on Skin in première onder leiding van de componist.
Daniele Gatti is artistiek adviseur, eredirigent is Daniel Harding en onder de huidige artistieke partners zijn de pianisten Mitsuko Uchida en Yuja Wang. Concertmeesters Matthew Truscott en José Maria Blumenschein leiden de formatie geregeld vanaf de eerste lessenaar.
Naast zijn concerten op de grote podia wereldwijd organiseert het Mahler Chamber Orchestra educatieve projecten voor uiteenlopende doelgroepen, waaronder Feel the Music voor kinderen met gehoorproblemen.
Aan de MCO Academy – sinds 2009 – krijgen getalenteerde jonge musici de kans ervaring op te doen in een professioneel orkest. Iedere zomer vormt het Mahler Chamber Orchestra de kern van het Lucerne Festival Orchestra, en voor de komende vijf jaar voert het orkest de artistieke leiding over de Musikwoche Hitzacker.
In Het Concertgebouw was het Mahler Chamber Orchestra meermaals te gast, de laatste keren in november 2016 en januari 2023 met Mitsuko Uchida en in juni 2023 met Lang Lang.


