Mirga Gražinytė-Tyla en Yuja Wang bij CBSO: Prokofjev
City of Birmingham Symphony Orchestra
Mirga Gražinytė-Tyla dirigent
Yuja Wang piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.
Lees ook het interview met Mirga Gražinytė-Tyla: 'Stilte is zeldzaam geworden'
Mieczysław Weinberg (1919-1996)
Rapsodie op Moldaafse thema’s, op. 47 nr. 1 (1949)
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Vijfde pianoconcert, op. 55 (1932)
Allegro con brio
Moderato ben accentuato
Toccata. Allegro con fuoco
Larghetto
Vivo
pauze ± 21.00 uur
Igor Stravinsky (1882-1971)
Suite uit het ballet ‘De vuurvogel’ (1910-11)
Inleiding: De betoverde tuin van Kastsjei – De dans van de vuurvogel
De smeekbede van de vuurvogel
Het spel van de prinsessen met de gouden appels
De rondedans van de prinsessen
De helse dans van Kastsjei’s onderdanen
einde ± 22.30 uur
Toelichting
Mieczysław Weinberg 1919-1996
Weinberg: Rapsodie
Door Carine Alders
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog lag de Sovjet-Unie in puin. De propagandamachines van Stalin draaiden op volle toeren om het volk een rad voor ogen te draaien over de glorie van de natie en om het Westen zwart te maken. Ook van componisten werd verwacht dat zij hun steentje bijdroegen.
Muziek op basis van al te abstracte structuren, zoals ’s, of met moderne technieken en scherpe en, was uit den boze. Componisten die deze technieken gebruikten werden beschuldigd van formalisme en in de ban gedaan. Gevestigde componisten hielden de jonge componist Mieczysław Weinberg – in 1939 uit Polen gevlucht voor de Duitsers – echter de hand boven het hoofd.
Hij was immers nog jong en buiten Rusland opgegroeid, maar wel zeer getalenteerd. Met ‘vriendelijke kritiek en kameraadschappelijke hulp’ zou het volgens Dmitri Sjostakovitsj wel goed komen. De Sovjet-Russische componist en cellist Aram Chatsjatoerjan vond het wel jammer dat Weinberg nog zo weinig gebruik maakte van volksmelodieën. In 1948 zette Stalin een tandje bij en riep alle componisten op het matje.
Ook werken van Weinberg kwamen op een lijst met verboden muziek. Compositieopdrachten voor de concertzaal bleven uit en het veelbelovende talent verdiende een schamele boterham met componeren voor tekenfilms, circus, theater en radio. In zijn vrije composities putte hij uit de volksmuziek uit zijn jeugd. Zijn ouders kwamen uit Chișinău, de hoofdstad van het huidige Moldavië.
Als kleine jongen was Mieczysław veel in het joods theater te vinden waar zijn vader met zijn viool het orkest dirigeerde. In zijn memoires vertelt hij hoe hij naar al die deuntjes luisterde: ‘Niet echt topkwaliteit, maar altijd oprechte ën.’ De Rapsodie op Moldaafse ’s uit 1949 kon de toets der sovjetkritiek doorstaan.
Na een langzame inleiding barst de opzwepende muziek los. Chatsjatoerjan kon tevreden zijn, Weinbergs rapsodie doet soms aan diens overbekende Sabeldans denken. Op 6 februari 1953 bracht David Oistrach de versie voor viool en orkest in première. Bij thuiskomst werd Weinberg gearresteerd. Als jood was je vogelvrij, ook als je je aan de regels hield.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Prokofjev: Vijfde pianoconcert
Terwijl in zijn vaderland de Russische Vereniging van Proletarische Musici steeds meer invloed kreeg op componisten, uitvoeringen en radio-uitzendingen, vierde Sergej Prokofjev grote mfen in Amerika en Europa. Eind 1917 had hij als 26-jarige componist toestemming gekregen voor een reis naar Amerika, slechts een paar maanden voor de moord op de tsarenfamilie en de definitieve machtsovername door de bolsjewisten.
Het zou jaren duren voor hij zijn vaderland weer terug zou zien. In Amerika sloot hij ondertussen vriendschap met Serge Koussevitzky, van het Boston Symphony Orchestra. In Parijs was hij zeer geliefd, er werden regelmatig Prokofjev-festivals gehouden, waarin hij zijn eigen werken dirigeerde. Hij bewoog zich in een internationaal gezelschap van kunstenaars en musici, werkte samen met de beroemde impresario Diaghilev en dineerde met Charles Chaplin.
In Rusland – of Bolsjewitsië, zoals hij zijn vaderland nu spottend noemde – deed de Vereniging van Proletarische Musici zijn muziek in de ban. Ze zou decadent zijn en getuigen van moreel verval. Een uitvoering van zijn ballet Pas d’Acier door het Bolsjoi Theater werd verhinderd. Aan de Côte d’Azur werkte Prokofjev in de zomer van 1932 aan een nieuw pianoconcert. Terwijl hij zijn nieuwe noten instudeerde, realiseerde hij zich dat hij de lat voor zijn niet geringe pianistische vaardigheden hoger gelegd had dan ooit tevoren.
In de herfst keerde hij terug naar Parijs, waar hij de laatste hand aan het Vijfde pianoconcert legde. Koussevitzky zou de Amerikaanse première krijgen, maar Wilhelm Furtwängler kreeg in Berlijn op 31 oktober 1932 de wereldpremière. Prokofjev trad zoals gebruikelijk zelf op als solist. Er was slechts tijd voor één repetitie, maar de uitvoering was desondanks een succes.
Intussen had in april van dat jaar het Centrale Comité van de Raad van Volkscommissarissen de Vereniging van Proletarische Musici ontbonden. Prokofjev durfde nu voor langere tijd terug te keren en vierde ook in de Sovjet-Unie mfen met zijn nieuwste pianoconcert.
Een feit dat overigens in de zijn Russische biografie genegeerd werd, want dat het volk van die decadente westerse muziek genoten had was natuurlijk onbestaanbaar. Dat een waar schrikbewind de plaats in zou nemen van de proletarische musici had Prokofjev wellicht niet voorzien.
Igor Stravinsky 1882-1971
Stravinsky: De vuurvogel
De bijna tien jaar oudere Igor Stravinsky verruilde in 1910 Sint-Petersburg voor Parijs op uitnodiging van Diaghilevs Ballets Russes. In tegenstelling tot Prokofjev was hij geen wonderkind, maar onder de hoede van Dmitri Rimski-Korsakov – voorman van de Russische nationalisten onder de componisten – maakte hij snelle vorderingen. Vooral bleek een talent.
Toen zijn fantastique begin 1909 in Sint-Petersburg in première ging, zat Diaghilev in de zaal. Er waren nog vier maanden te gaan voor het eerste seizoen Ballets Russes in Parijs en Diaghilev besloot de jonge componist uit te nodigen voor een onderhoud. Bij wijze van auditie vroeg hij Stravinsky twee werken van Chopin te orkestreren, naast ervaren collega’s als Tsjerepnin, Ljadov en Tanejev.
Uit brieven moest Stravinsky vernemen hoe sterren in Parijs op zijn muziek gedanst hadden. Nadat Tsjerepnin zijn medewerking aan Diaghilevs project De vuurvogel had afgezegd en vervolgens Ljadov veel te lang treuzelde, waagde de impresario het er in de herfst van 1909 op en vroeg Stravinsky de muziek te schrijven. De verwachting was dat de jonge componist zich nog makkelijk zou laten sturen door choreograaf Michel Fokine.
Stravinsky was bij alle voorrepetities in het voorjaar van 1910 in Sint-Petersburg aanwezig. Hij speelde stukken voor terwijl Fokine zijn choreografie bedacht, en improviseerde desgewenst gewillig om aan diens wensen te voldoen. Met zijn grote interesse in het theater was hij een leergierig lid van het team, bruisend van ideeën.
In Fokine’s visie moest de muziek niet een aaneenrijging van dansmuziek zijn, maar wezenlijk bijdragen aan het verhaal en de bijbehorende emoties. Een kolfje naar de hand van Stravinsky. De dansers hadden het aanvankelijk moeilijk met Stravinsky’s ongebruikelijke s. Op de middag voor de première op 25 juni 1910 hoorden zij voor het eerst de orkestversie. De dans van de vuurvogel was die avond het hoogtepunt, mede dankzij de vele uren waarin Stravinsky achter de piano geduldig de ritmes met ballerina Tamara Karsavina had geoefend.
De muziek vol oosterse stereotypen, met een grote rol voor en beukende syncopen in het koper, betoverde het Parijse publiek. Stravinsky werd verschillende keren teruggeroepen op het toneel. Niet lang na dit succes zou hij Rusland voorgoed de rug toekeren, in het Westen lag nu zijn toekomst. Op zijn muziek zou de sovjetcensuur zou nooit vat krijgen.
Biografie
City of Birmingham Symphony Orchestra
Het City of Birmingham Symphony Orchestra is het vlaggenschip van het muziekleven van Birmingham en de West Midlands. Het gaf zijn eerste concert in 1920 onder leiding van componist/ Edward Elgar. Het was Simon Rattle, chef-dirigent van 1980 tot 1998, die de reputatie van het orkest tot internationale hoogte wist op te stuwen; een wereldwijde reputatie die werd voortgezet onder diens opvolgers Sakari Oramo, Andris Nelsons en Mirga Gražinytė-Tyla.
Met ingang van 1 april aanstaande is de Japanner Kazuki Yamada, sinds oktober 2018 eerste gastdirigent, de nieuwe chef-dirigent en artistiek adviseur. Het City of Birmingham Symphony Orchestra kreeg in 1991 een vaste thuisbasis met de in dat jaar opgeleverde Symphony Hall.
In de thuiszaal, het Verenigd Koninkrijk en internationaal geeft het gezelschap meer dan 150 concerten per seizoen en ook met tal van cd-opnamen bereikt het een groot publiek.
Naast zijn concertagenda ontplooit het City of Birmingham Symphony Orchestra verschillende educatieve en maatschappelijke initiatieven. Zo kunnen jonge instrumentalisten speelervaring opdoen in het CBSO Youth Orchestra en is er een eigen jeugd- en kinderkoor.
Het CBSO Choir bestaat uit 200 lokale zangers en wordt gerekend tot de beste symfonische koren ter wereld. Het City of Birmingham Symphony Orchestra laat zo op vele manieren zien hoe kunst kan helpen een hele stad opnieuw richting te geven.
De vorige optredens van het orkest in Het Concertgebouw waren in januari 2011 met Andris Nelsons en in mei 2019 met Mirga Gražinytė-Tyla.
Mirga Gražinytė-Tyla, dirigent
Mirga Gražinytė-Tyla werd in een muzikale familie geboren in Vilnius; ze voegde ‘Tyla’ toe aan haar naam, het Litouwse woord voor ‘stilte’. Ze studeerde aan de conservatoria van Leipzig, Bologna en Zürich en assisteerde in 2009 Kurt Masur bij het Orchestre National de France.
De Young Conductors Award van de Salzburger Festspiele 2012 leidde haar internationale doorbraak in.
Het jaar daarop leidde ze in Salzburg het Gustav Mahler Jugendorchester en werd ze benoemd tot Kapellmeister van de Bern Oper. Bij de Los Angeles Philharmonic was ze tussen 2012 en 2017 achtereenvolgens Dudamel Fellow, assistent- en associate conductor.
In februari 2016 werd Mirga Gražinytė-Tyla benoemd tot music director van het City of Birmingham Symphony Orchestra, waarmee ze zich schaarde in het rijtje Simon Rattle, Sakari Oramo en Andris Nelsons. Met dit orkest maakte ze in mei 2019 haar Concertgebouwdebuut, en in maart 2023 keerden ze samen terug.
Aan het eind van 2021/2022 trad ze in Birmingham terug als chef, ze bleef een seizoen eerste gastdirigent en daarna werd ze associate artist. Mirga Gražinyte-Tyla is een veelgevraagd gastdirigent, en zo maakte ze in april 2023 haar – van voorjaar 2021 uitgestelde – debuut bij het Concertgebouworkest.
Actuele hoogtepunten zijn concerten met het Sinfonieorchester Basel, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia, de Münchner Philharmoniker en The Philadelphia Orchestra, en debuten bij de New York Philharmonic, de Staatskapelle Dresden en in het Teatro Real in Madrid met Mieczysław Weinbergs The Passenger.
’s leidde ze eerder in München, Heidelberg, Salzburg en Berlijn, en het was de veelvuldige samenwerking met Gidon Kremer en zijn Kremerata Baltica die haar op het spoor zette van de veronachtzaamde componist Weinberg.
Yuja Wang, piano
Yuja Wang studeerde aan het conservatorium in haar geboortestad Peking en in Canada en voltooide haar opleiding bij Gary Graffman aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Haar definitieve doorbraak volgde toen ze in 2007 met Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert inviel voor Martha Argerich bij het Boston Symphony Orchestra.
Sindsdien wordt de pianiste uitgenodigd door grote orkesten als die van Philadelphia, Washington en New York, de Sächsische Staatskapelle Dresden, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het City of Birmingham Symphony Orchestra en de Wiener, de Münchner en de Berliner Philharmoniker.
In 2017 riep muziekblad Musical America Yuja Wang uit tot Artist of the Year, in 2021 kreeg ze een Echo Klassik voor haar première-opname van Must the Devil Have all the Good Tunes? van John Adams met de Los Angeles Philharmonic, en in 2024 won ze haar eerste Grammy Award. In San Francisco verzorgde ze in 2022 de wereldpremière van het Derde pianoconcert van Magnus Lindberg, met vervolguitvoeringen in Noord-Amerika en Europa.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Yuja Wang in 2010 met Prokofjevs Derde pianoconcert en ze keerde meermaals terug, de laatste keer afgelopen december met Prokofjevs Tweede pianoconcert onder leiding van Thomas Adès. Kamermuziek speelt de pianiste met onder anderen cellist Gautier Capuçon, klarinettist Andreas Ottensamer en violist Leonidas Kavakos, en solorecitals geeft ze wereldwijd – in de voor het laatst in mei 2022.


