Middagconcert: Van Baerle Trio speelt Mozart en Smetana

Het Middagconcert 14.00 uur

Van Baerle Trio:
Hannes Minnaar piano
Maria Milstein viool
Gideon den Herder cello

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianotrio in E gr.t., KV 542 (1788)
Allegro
Andante grazioso
Finale: Allegro

Gabriel Fauré 1845-1924

Pianotrio in d kl.t., op. 120 (1923-24)
Allegro, ma non troppo
Andantino
Allegro vivo

Bedřich Smetana 1824-1884

Pianotrio in g kl.t., op. 15 (1855, herzien 1857)
Moderato assai – più animato
Allegro, ma non agitato
Finale: Presto – Meno presto

er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.00 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianotrio

Tekst: Christiane Schima

Het in E groot, KV 542 is ontstaan in de tijd van Wolfgang Amadeus Mozarts laatste grote symfonieën en behoort tot zijn meest volwassen werken. In juni 1788 schrijft de componist aan zijn ‘Bruder im Geiste’ Michael Puchberg, net als hij lid van de vrijmetselaars: ‘Ich habe ein neues geschrieben!’ Mozart vraagt hem het werk naar zijn zuster Nannerl te sturen om het Michael Haydn, de jongere broer van Joseph Haydn en eveneens componist, in Sankt Gilgen voor te spelen. Mozart wil het aan hem opdragen. Trots schrijft hij: ‘Het Trio zal hem niet mishagen!’

Mozart beschouwde het als een zeer gelukte compositie, als een hoogtepunt in zijn oeuvre tot dan toe. Hij speelde het op 14 april 1789 met veel succes aan het hof te Dresden. De E groot van het pianotrio komt bij Mozart zelden voor. Alhoewel het een overwegend zonnig werk is, verrast het – reeds aan het einde van de expositie van het openingsdeel – door onverwachte dramatische harmonieën.

Indrukwekkend levert Mozart het bewijs voor zijn gave voor het variëren: nooit keert een op dezelfde wijze terug. Dit geldt ook voor het op een haast naïef gebaseerde langzame tweede deel en de sprankelende finale. De contouren van de vormdelen vervagen, het is een onophoudelijk fantaseren en jongleren met de thema’s. Mozarts rijke fantasie lijkt ook in dit werk onuitputtelijk.

Gabriel Fauré

pianotrio

Bij Gabriel Fauré kristalliseert zich een stijl uit die wij tegenwoordig als typisch Frans beschouwen. Van Fauré leidt een weg rechtstreeks naar Claude Debussy en diens ‘impressionistische’ stemmingsbeelden. Vervaagde harmonische contouren, een voorliefde voor het melodische en het veelvuldig gebruik van pittoreske figuraties zijn de belangrijkste kenmerken van deze stijl. Maar in tegenstelling tot Debussy heeft ­Fauré de stap naar een vrije klankontwikkeling, los van het traditionele toonsysteem, nooit gezet.

De twintig jaar oudere en veel conservatievere Fauré houdt zich ook nog in zijn in d klein – vier jaar na Debussy’s dood – in principe aan de regels van de klassieke muziek. Het is het eennalaatste werk van de in 1924 op ­tachtigjarige leeftijd overleden componist. Het feit dat hij toen bijna doof was is niet aan de compositie te horen. Evenmin als dat het geval was bij Ludwig van Beethoven en de oude Bedřich Smetana: een eenmaal geleerde taal verdwijnt niet na gehoorverlies.

Het Piano­ in d klein wekt in grote delen associaties op met een met pianobegeleiding. e ën, vooral in de strijkers, en een voortkabbelende piano­partij karakteriseren het openingsdeel. De zacht wiegende ’s in de piano en het elegische van de zetten de toon. Van de strengheid van de vorm van het klassieke deel waarop het gebaseerd is, valt – althans op het eerste gehoor – weinig te bespeuren.

Somber en dromerig als een komt het contemplatieve middendeel over. In het energieke slotdeel worden de krachten gebundeld. Voortstuwende ën en snelle figuraties maken dit deel tot een meeslepende finale. Hierin heeft de virtuoze pianopartij een belangrijk aandeel. Na alle dramatische worstelingen eindigt het werk, dat tot nu toe beheerst werd door een donker , bevrijdend in helder D groot.

Bedřich Smetana

pianotrio

Bedřich Smetana geldt als de vader van de Tsjechische muziek. Wie het Praagse, hoog boven de Moldau tronende Smetana-­museum heeft bezocht, waar Die Moldau (uit de orkestcyclus Má vlast, ‘Mijn vaderland’) op gezette tijden wordt gedraaid, krijgt de indruk dat Smetana in zijn land tot op de dag van vandaag het imago van een volksheld geniet. En dat de Tsjechen Die Moldau als hun officieuze volkslied beschouwen.

In de tijd dat Smetana zijn in g klein componeerde, had de componist echter nog niet de status van een nationaal idool. In het ontstaansjaar 1855 was hij 31 jaar oud en nog een aanstormend talent. Hij oriënteerde zich op grote voorbeelden en dan met name, omdat hij zelf pianist was, op Robert Schumann en Franz Liszt.

De piano speelt als een dragend element van de compositie een opvallende rol in dit  in g klein. Je zou bijna kunnen zeggen dat het werk op grond van zijn virtuoze en woelige piano­partij trekken van een pianoconcert vertoont. Grote dramatische gestes – zoals meteen in het begin – en passie en gedrevenheid kenmerken het gehele werk.

Alhoewel de compositie gestoeld is op klassieke vormen, komen de verschillende delen toch meer over als episoden in een doorlopend romantisch verhaal. Dit en de weelderige pianostijl doen sterk denken aan de vaak stürmisch ­bewegte muziek van Schumann. Tegen het einde van de finale – een op snelle figuraties gebaseerd perpetuum mobile – komt met dromerige ornamenten in de piano ook Frédéric ­Cho­pin om de hoek kijken.

Smetana’s piano­ wordt zo een zeer expressief werk en een bravourestuk voor de piano. Het werd in december 1855 voor het eerst uitgevoerd, in Praag met de componist aan de piano.

Biografie

Van Baerle Trio, trio

De musici van het Van Baerle leerden elkaar kennen in 2004 op het Amsterdamse conservatorium, destijds gevestigd aan de Van Baerlestraat op een steenworp afstand van Het Concertgebouw. Het kreeg vorm onder de hoede van cellist Dmitri Ferschtman en volgde lessen bij de pianisten Ferenc Rados en Claus-Christian Schuster, mede-­oprichter van het Altenberg Trio. Een masterclass bij Menahem Pressler – de nestor van het Beaux Arts Trio – in de in 2008 was een grote bron van inspiratie.

In 2011 won het Van Baerle zowel het Vriendenkrans Concours als het Internationale Kamermuziek Concours in Lyon. In 2012 ontving het de Kersjesprijs en in 2013 won het het ARD Concours in München. In seizoen 2013/2014 tourde het drietal als Rising Stars van de European Concert Hall Organisation; deze gezamenlijke nominatie van Het Concertgebouw en Bozar (Brussel) maakte debuten mogelijk op de bekendste Europese podia.

De debuut-cd met werken van Saint-Saëns, Ravel en Loevendie werd in 2013 bekroond met een Edison. Hierna bracht het Van Baerle Trio een Mendelssohn-album uit, en de verzamelde werken voor van Beethoven inclusief het Tripel­concert met het Residentie Orkest onder ­leiding van Jan Willem de Vriend. Maria Milstein bespeelt een viool van Michel Angelo Bergonzi en Gideon den Herder een van Giuseppe dall’Aglio, beide in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.

Sinds 2014 geven de leden van het Van Baerle Trio hun ervaring door aan een volgende generatie musici aan het ­Conservatorium van Amsterdam. Het vorige optreden van het Van Baerle Trio in de was een programma met Beethoven, Liszt en Saint-Saëns ­tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2024.