MIDDAGCONCERT OP DINSDAG: HANNES MINNAAR SPEELT RAVEL
Het Middagconcert op dinsdag 14.00 uur
Residentie Orkest
Nicholas Collon dirigent
Hannes Minnaar piano
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Romeo en Julia, fantasie-ouverture naar Shakespeare in b kl.t. (1869-80)
Maurice Ravel 1875-1937
Pianoconcert in G gr.t. (1929-31)
Allegramente
Adagio assai
Presto
Sergej Prokofjev 1891-1953
Montagues en Capulets
Julia, het meisje
Balkonscène
De dood van Tybalt
uit de drie suites ‘Romeo en Julia’ (1936-46)
er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur
Toelichting
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Romeo en Julia
Tekst: Onno Schoonderwoerd
‘De Heilige Geest is mij soms echt lief, maar ik geef de voorkeur aan Goethe en Shakespeare.’ Deze opmerking kwam Aleksandr Poesjkin in 1824 duur te staan. Hij werd voor enige jaren verbannen; nog net niet naar Siberië, maar wel naar de provincie. Niet de geadresseerde, Poesjkins vriend Wilhelm Küchelbecker, maar de politie had namelijk de envelop geopend en atheïstische opmerkingen als deze werden in Poesjkins Rusland opgevat als een directe aanval op de tsaristische heerschappij.
Goethe en Shakespeare werden in Rusland veel gelezen. Mili Balakirev – zelf de componist van een Ouverture ‘King Lear’ – wees de jonge Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1869 op de muzikale mogelijkheden van Shakespeares tragedie Romeo and Juliet. In een brief ontvouwde hij een tot in detail uitgewerkt plan.
Balakirev gaf zelfs een overzicht van de verschillende en en s, die hem het meest geschikt leken. Na twee maanden kon Tsjaikovski zijn inspirator terugschrijven dat hij veel van diens adviezen had overgenomen en in 1870 ging het stuk in première. Met name met het begin, dat monnik Lorenzo in een aardige, maar tamelijk weinig zeggende beschreef, waren publiek en critici, noch Balakirev tevreden.
Nog in hetzelfde jaar maakte Tsjaikovski een nieuwe versie, met het bekende, achtige gegeven als opening. In 1880 ten slotte verscheen de definitieve versie die meestal wordt gespeeld. De ‘fantasie-ouverture’ Romeo en Julia volgt niet het gehele drama van Shakespeare, maar zet slechts een paar belangrijke episodes neer.
Na de karakterschets van monnik Lorenzo volgen in het snelle deel ( giusto) de strijd tussen de families der Montagues en Capulets en de liefde tussen de twee titelhelden. Het werkelijke drama ontplooit zich dan in de doorwerking, waar de twee sterk contrasterende ’s met elkaar en met het Lorenzo-thema worden vervlochten.
De ‘nationalisten’ van , die aanvankelijk wat huiverig waren voor de klassiek geschoolde Tsjaikovski, onthaalden het stuk enthousiast. En hun ideoloog Vladimir Stasov schreef euforisch: ‘We waren met z’n vijven, maar jij bent nummer zes!’
Maurice Ravel 1875-1937
Pianoconcert
Door Floris Don
Achteraf bleken de jaren 1928-32 het hoogtepunt van de carrière van Maurice Ravel: in 1932 was de componist betrokken bij een auto-ongeluk, waarna zijn gezondheid langzaam maar onverbiddelijk verslechterde.
Dat bleek ook uit het componeerproces van het Pianoconcert in G groot, dat Ravel schreef op verzoek van de bevriende pianiste Marguerite Long. Het concert zelf is zonnig, een ‘divertissement de luxe’, en absorbeert elementen van de jazz die Ravel tijdens zijn Amerikaanse tournee in 1928 had leren kennen.
Zoals Ravel het tegenover de Daily Telegraph verwoordde: ‘Een concert mag blijmoedig en stralend zijn, en hoeft niet altijd te streven naar diepzinnigheid en drama. Over sommige grote componisten is gezegd dat hun concerten niet vóór maar tegen de piano zijn geschreven, en volgens mij klopt dat helemaal.’
Licht en gracieus moest het Pianoconcert in G groot worden. Na de openingsklap klinkt een vrolijk , waarbij twee en tegelijk lijken te klinken; dit begin is vaak vergeleken met de bitonaliteit van Igor Stravinsky’s Petroesjka. Het eerste thema, druk huppelend geïntroduceerd door de , heeft de schwung van het door jazz sterk beïnvloede Franse muziekleven.
Het tweede thema is juist laid back à la George Gershwin. Het langzame deel vraagt alle aandacht. De schoonheid ervan klinkt zo vanzelfsprekend, dat je niet zou vermoeden hoeveel moeite Ravel had met het componeren van deze muziek. De nasleep van het auto-ongeluk begon hem langzaam op te breken – als pianist ging zijn techniek achteruit, zijn geheugen begon te haperen. Boven een rustig ritme van de linkerhand speelt de rechterhand een soort sarabande.
Pas na drie minuten zet de fluitist in, een verbluffend moment van delicate kleuring. In het slotdeel heeft de solist talloze pianistische passages te verwerken, moet ook de tist hard werken en geeft het koper commentaar in de jazzy stijl van New Orleans.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Romeo en Julia
Tekst: Aad van der Ven
Toen Sergej Prokofjev halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw, na een verblijf van veertien jaar in respectievelijk de Verenigde Staten en Frankrijk, zich weer in de Sovjet-Unie vestigde, waren daar de modernistische stormen (futurisme, kubisme) in de kunstwereld al enige tijd uitgewoed.
Kunstenaars en publiek hadden de avant-garde de rug toegekeerd. De alom gepropageerde en geaccepteerde socialistische esthetiek had begrijpelijkheid en een positieve uitstraling als criteria. De traditionele kunst kwam weer op een voetstuk te staan.
Ook Prokofjevs eigen wilde jaren (Scythische , Tweede pianoconcert, de De vuurengel) waren al geruime tijd voorbij. Steeds duidelijker kwamen zijn e en dramatische kwaliteiten naar voren. Dat geldt zeker voor enkele van zijn beste werken die na zijn terugkeer naar de Sovjet-Unie ontstonden, waaronder de balletmuziek Romeo en Julia, gebaseerd op Shakespeares tragedie over de liefde van twee jonge mensen uit vijandige families die zoveel kunstenaars heeft geïnspireerd.
Prokofjev schreef de muziek zonder choreograaf, met slechts een scenario als leidraad. Er ontstond een verhalend ballet in de traditie van Leo Delibes en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Niet alleen gebeurtenissen en karakters worden in de muziek uitgebeeld, ook de impulsen en stemmingen van de belangrijkste personages, waarbij leidmotieven herkenning mogelijk maken.
Net zoals bij het liefdespaar uit Verona de gevoelens een steeds hogere vlucht nemen, zo wint de muzikale uitbeelding geleidelijk aan kracht en intensiteit. Tegenover de hoog opgestuwde emoties van dit tweetal staat de halsstarrigheid van de vijandige families, weergegeven met martiale n en wrange en.
Zowel het Kirov Theater in Leningrad als het Bolsjoi Theater in Moskou twijfelde aanvankelijk aan de uitvoerbaarheid van het omvangrijke ballet. Een beledigde Prokofjev week uit naar de Tsjechische stad Brno. Het succes van de première daar in 1938 was zo uitbundig, dat Kirov en Bolsjoi allebei meenden dat ze niet konden achterblijven en Romeo en Julia alsnog programmeerden.
Daarna stond niets de wereldwijde mf van dans en muziek meer in de weg. Ook in de concertzaal leeft de muziek voort, want de componist bundelde delen uit de in maar liefst drie concertsuites. Waarna diverse en hun eigen selecties maakten. In het werk als geheel mag dan de nadruk liggen op tegenstelling liefde/vijandschap, de spanning wordt herhaaldelijk doorbroken door middel van speelse dansen, soms met een enigszins Italiaans coloriet. In de dosering van dit alles toont Prokofjev zich een meester.
Biografie
Residentie Orkest, orkest
Aan de wieg van het Residentie Orkest stond in 1904 Henri Viotta – advocaat, , componist en conservatoriumdirecteur. Hij was overtuigd van de impact van muziek op de samenleving en van de noodzaak van een uitzonderlijk orkest in Den Haag, en tot 1917 bleef Viotta dirigent en directeur van zijn nieuwe orkest.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Willem van Otterloo aangesteld als chef-dirigent; hij bleef tot 1973. Vervolgens leidden Jean Martinon, Ferdinand Leitner, Hans Vonk, Evgeny Svetlanov, Jaap van Zweden en Neeme Järvi het orkest.
In de zomer van 2021 is Nicholas Collon opgevolgd door Anja Bihlmaier, en sinds afgelopen zomer is Jun Märkl chef-. Richard Egarr is sinds 2019 vaste gastdirigent, Chloe Rooke is sinds de zomer van 2024 emerging artist in residence. Het Residentie Orkest is gehuisvest in het nieuwe cultuur- en onderwijscomplex Amare. Tournees in de afgelopen jaren voerden naar Duitsland, Roemenië en China.
Het orkest werkt samen met Haagse en nationale partners als het Nationaal Theater, het Festival Classique, het The Hague African Festival, Het Paard, De Nationale en het Koninklijk Conservatorium. Met zijn educatieprogramma en het jaarlijkse Zuiderparkzomerconcert draagt het bij aan de sociale cohesie in zijn thuisstad. Het vorige optreden van het Residentie Orkest in Het Concertgebouw was op 24 augustus jongstleden, samen met violiste Bomsori Kim, die voor het seizoen 2025/2026 artist in residence is van het orkest.
Nicholas Collon, dirigent
Nicholas Collon studeerde aan Clare College in Cambridge en speelt viool en piano.
Na twee jaar vaste te zijn geweest werd hij per seizoen 2018/19 chef-dirigent van het Residentie Orkest Den Haag, een post die hij per augustus 2021 verruilde voor het Fins Radio . Daarnaast is Nicholas Collon eerste gastdirigent van het Gürzenich-Orchester in Keulen.
In zijn geboortestad Londen richtte hij in 2005 het avontuurlijke Aurora Orchestra op. Als gastdirigent werkte hij met een groot aantal Britse orkesten, maar ook met het Deutsches Sinfonie-Orchester Berlin, de Bamberger Symphoniker, het Deens Nationaal , het Oslo Filharmonisch Orkest, het Chamber Orchestra of Europe, het Ensemble intercontemporain, Les Siècles, het Orchestre National de France en het Toronto Symphony Orchestra.
producties leidde Nicholas Collon bij onder andere de Glyndebourne Touring Opera, English National Opera, het Aldeburgh Festival en de Oper Köln. Meer dan tweehonderd composities bracht hij in Britse of wereldpremière, van onder anderen Unsuk Chin, Phillip Glass, Nico Muhly, Olivier Messiaen, Krzysztof Penderecki en Judith Weir.
In Het Concertgebouw stond Nicholas Collon voor het eerst op de bok in augustus 2016 bij het Residentie Orkest Den Haag. Hij keerde meerdere keren terug, met het Residentie Orkest maar ook met zijn eigen Aurora Orchestra en in de serie Het Zondagochtend Concert met het Radio Filharmonisch Orkest.
Hannes Minnaar, piano
Hannes Minnaar werd internationaal bekend door zijn tweede prijs op het Concours de Genève (2008) en de derde prijs van het Koningin Elisabeth Concours (2010). In 2011 werd hij Borletti-Buitoni Trust Fellow, in 2012 won hij een Edison voor zijn debuut-cd (Rachmaninoff en Ravel) en in 2016 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs.
Naast zijn pianostudie bij Jan Wijn en Ferenc Rados en masterclasses van Menahem Pressler was zijn studie bij Jacques van Oortmerssen van bepalende invloed.
Hannes Minnaar soleerde bij welhaast alle Nederlandse orkesten. In mei 2013 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met het Vierde pianoconcert van Beethoven onder leiding van Herbert Blomstedt.
In de coronaperiode bracht de pianist Nox uit, met de gelijknamige nieuwe cyclus van Rob Zuidam en werken van Schumann en Ravel. Ook ging hij op tournee met Bachs Goldberg-variaties; de opname daarvan kreeg onder meer een Diapason d’Or. Onder de hoogtepunten van seizoen 2022/2023 waren uitvoeringen en cd-opnames van de 24 Preludes en ’s van Sjostakovitsj, en van seizoen 2023/2024 de wereldpremière van het Concert voor luthéal en orkest van Jan-Peter de Graaff in de NTR ZaterdagMatinee.
Solorecitals verzorgt Hannes Minnaar wereldwijd en in 2019 deed hij dat voor het eerst in de . Zijn vorige solo-optreden in de was een Chopin op 13 juli 2023. Het Van Baerle Trio – in 2004 opgericht met violiste Maria Milstein en cellist Gideon den Herder – is voor de pianist een wezenlijk onderdeel van zijn muzikale bestaan.



