Middagconcert: Mozart en Rachmaninoff

Het Middagconcert 15.30 uur

Bochumer Symphoniker
Steven Sloane dirigent
Ilya Gringolts viool

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Derde vioolconcert in G gr.t., KV 216 (1775)

Allegro
Adagio
Rondeau: Allegro

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Symfonische dansen, op. 45 (1940)

Non allegro
Andante con brio - Tempo di valse
Lento Assai - Allegro vivace

er is geen pauze
einde van het concert ca. 16.30 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

derde vioolconcert

  • Het Derde vioolconcert is een vroeg werk van Wolfgang Amadeus Mozart: hij schreef het op zijn negentiende
  • Hoewel Mozart zich toen nog aan de populaire 'galante stijl' hield, waarin sierlijkheid en eenvoud voorop staan, zit dit concert vol originele ideeën

Tekst: Michiel Cleij

Van Mozarts allereerste compositie kennen we alleen het verhaal: het besmeurde vel dat de vierjarige aan zijn vader toonde was ‘een klavecimbelconcert’, en tussen de inktvlekken door spatte het talent van het papier af. Concerten voor een solist en orkest zouden later, naast ’s, de pieken in zijn oeuvre vormen.

Zijn eerste concerten schreef Mozart in Salzburg, als piepjong componistje onder de hoede van de plaatselijke aartsbisschop. Waarschijnlijk omdat de sterviolist van het Salzburger orkest hem inspireerde voltooide hij in 1775 liefst vijf vioolconcerten - en het is indrukwekkend te zien hoe snel Mozarts eigen stem hierin uitkristalliseerde.

Zoals in al zijn vroege werken bedient Mozart zich in het Derde vioolconcert in G groot, KV 216 nog van de heersende ‘galante stijl’ – kokette, behaaglijke muziek – maar het werk klinkt niet bepaald als muziek van een negentienjarige.

Het zit vol expressieve ën die -’s zouden kunnen zijn. Vooral het van het middendeel springt eruit: een engelachtig gezang dat wordt ingezet door het orkest en overgenomen door de viool.

Origineel is ook de afsluiting van het Rondeau (gebaseerd op een volksliedje uit Straatsburg): Mozart vermijdt de ­obligate bombast in de slotmaten en laat de muziek langzaam ‘uitdoven’.

Een opmerkelijke ontwikkeling ten opzichte van de eerdere twee vioolconcerten is de rol van de blazers, die een veel prominenter partij hebben. Het ­Derde is Mozarts enige vioolconcert met fluiten; en die bepalen in sterke mate het sfeervolle klankbeeld van het middendeel.

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Symfonische dansen

Door Michiel Cleij

Met de Symfonische dansen blikte Sergej Rachmaninoff terug op zijn lange en bewogen loopbaan. Het zou zijn laatste compositie zijn; hij overleed drie jaar later, zeventig jaar oud. Des te ontroerender is de opmerking waarmee hij de bij zijn uitgever inleverde: ‘Ik denk dat dit mijn beste werk is.’

Rachmaninoff had genoeg reden om een balans op te maken. Na zijn vlucht uit Rusland – de Revolutie van 1917 had hem van zijn geld en goederen beroofd – was Amerika zijn nieuwe thuisland geworden. Carrièrekansen waren er genoeg: als pianist kon hij amper voldoen aan de vraag naar concertoptredens, waarbij hij tevens een pioniersrol vervulde bij vroege platenmaatschappijen. Maar zijn volle concertagenda belette hem te componeren. Na zijn emigratie ontstonden slechts vijf substantiële werken – en daarin hoor je dat hij nooit afscheid nam van het oude Rusland dat hem gevormd had. 

Het is onjuist om te zeggen dat Rachmaninoffs stijl nooit evolueerde; het (geflopte) Vierde pianoconcert, bijvoorbeeld, klinkt jazzy en in de late Derde symfonie verruilde hij zijn vroegere melodische smeuïgheid voor strakke lijnen en korte motieven. Maar tegelijkertijd voelde hij zich een ‘ronddolende geest in een totaal vreemde wereld’, zoals hij zelf zei. In de Symfonische dansen is Rachmaninoff misschien zelfs Russischer dan ooit.

‘Het stuk zou eigenlijk gewoon Dansen heten’, liet Rachmaninoff weten, ‘maar dan dacht men misschien dat ik dansmuziek voor een jazzorkest had geschreven.’ Misschien omdat zijn eerdere jazzflirt niet goed was uitgepakt volgde hij hier enkel zijn innerlijke stem. En dus klinkt zelfs de altsaxofoon­solo in het eerste deel Slavisch-melancholiek. 

Ook in het ende tweede deel keert Rachmaninoff naar zijn wortels terug: de weelderige lijnen met hun krachtige en verraden een componist die onder invloed van Tsjaikovski opgroeide. Maar de abrupte wendingen en de wonderlijke, soms schurende ën kunnen alleen maar twintigste-eeuws zijn.

Het meest autobiografisch is het flamboyante slotdeel. Hier hoor je een doorgewinterde, oer-nostalgische componist die met een aangrijpende slagkracht nog éénmaal zijn demonen uitbant. Buisklokken imiteren Russisch-Orthodox kerkgelui, waarna de beginnoten van het e (‘Dag des onheils’) klinken – oftewel het dat Rachmaninoff al bijna een halve eeuw eerder tot zijn persoonlijke signatuur had gemaakt. In veel van zijn werken duikt het vluchtig op; hier is het de drijvende kracht achter het hele deel, zeer hoorbaar in de xylofoonpartij. Vlak voor het slot citeert Rachmaninoff ­overigens ook een passage uit zijn eigen Russisch-orthodoxe koorwerk De nachtwake (1915). In de noteerde hij onder de slotmaten: ‘Ik dank U, Heer.’
En wij danken U, Sergej Vasiljevitsj.  

Orkestfeiten

Rachmaninoff: Symfonische dansen
Kirill Kondrashin zette het werk op 19 november 1976 als eerste op de lessenaar bij het Concertgebouw­orkest. De laatste uitvoering werd op 13 mei 2016 geleid door Semyon Bychkov.

Biografie

Steven Sloane, dirigent

De Amerikaans-Israëlische Steven Sloane werd geboren in Los Angeles en studeerde bij Eugene Normandy, Franco Ferrara en Gary Bertini. Hij staat al meer dan twintig jaar aan het hoofd van de Bochumer Symphoniker en gaf dit gezelschap een belangrijke artistieke impuls.

In het verleden was Steven Sloane music director van het Spoleto Festival USA en artistiek leider van North in Leeds. Ook was hij music director van het American Composers Orchestra en het van Stavanger

Als gastdirigent musiceerde Steven Sloane met vele bekende orkesten, waaronder het San Francisco Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en het Chinees Filharmonisch Orkest. Ook dirigeert hij graag ’s: in het huidige seizoen debuteert hij in het Grand Théâtre de Genève en reist hij naar het Kopenhagen Opera Festival.

Steven Sloane draagt zijn kennis graag over op de nieuwe generatie musici, tijdens masterclasses en als docent aan de Universität der Kunste in Berlijn.

Ilya Gringolts, viool

Na studies viool en compositie in Sint-Petersburg vervolgde de van origine Russische violist Ilya Gringolts zijn opleiding in New York aan de Juilliard School of Music bij Itzhak Perlman. In 1998 won hij het concours Premio Paganini.

Ilya Gringolts verzorgde premières van Peter Maxwell Davies, Augusta Read Thomas, Beat Furrer en Lotta Wennäkoski en geeft compositie­opdrachten met zijn I&I Foundation.

Alleen al in seizoen 2023/2024 soleerde hij bij het Hongaars Nationaal , het Royal Scottish National Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Orchestra Filarmonica della Scala en Brussels Philharmonic en bij de oudemuziekensembles La ­Scintilla en het Fins orkest.

De violist voerde projecten aan van het Austra­lian Chamber Orchestra, het Orchestra della Svizzera Italiana, Camerata Bern en Ensemble Resonanz, en vierde met zijn Gringolts Quartet successen op de festivals van Salzburg, Luzern en Edinburgh. Kamermuziek speelt hij ook met collega’s als Alexander Lonquich, Christian Poltéra, Lawrence Power en Jörg Widmann.

Ilya Gringolts bespeelt de ‘ex-Prové’-Stradivarius uit 1718 en geeft les aan de Zürcher Hochschule der Künste en de Accademia Chigiana in Siena.

In de debuteerde hij in oktober 2014 met pianist Aleksandar Madzar, violist Benjamin Schmid en cellist Nicolas Altstaedt.

Bochumer Symphoniker, orkest

De Bochumer Symphoniker bestaan sinds 1919 en het gezelschap groeide in de loop van de twintigste eeuw uit tot een van de toonaangevende orkesten in Duitsland. Componisten als Paul Hindemith, Ernst Krenek en Erwin Schulhoff kregen de kans hun eigen werk te dirigeren bij het orkest.

Sinds 1994 staan de Bochumer Symphoniker onder leiding van chef- Steven Sloane. Met zijn innovatieve, meermaals onderscheiden programmering wist hij de bezoekersaantallen te verdubbelen.

In eigen land zijn de Bochumer Symphoniker regelmatig te gast in zalen als de Philharmonie in Keulen, de Philharmonie in Essen en het Konzerthaus Dortmund. Internationaal speelden de ­musici op podia in Estland, Israël, Australië en de Verenigde Staten.

Tijdens het New Yorkse Lincoln Center Festival in 2008 werkte het orkest mee aan een opvoering van Bernd Alois Zimmermanns Die Soldaten. De Bochumer Symphoniker maakten in de loop der jaren vele plaat- en cd-opnamen; BBC Music Magazine riep een recente opname van orkestliederen van Mahler en Wolfgang Rihm uit tot Recording of the Month.

Het vorige optreden van de Bochumer Symphoniker in Het Concertgebouw was tijdens de Robeco SummerNights 2012.