Middagconcert: Gordan Nikolić met strijkkwintet Dvořák
Gordan Nikolić viool
Zen Hu viool
Johannes Erkes altviool
Celine Flamen cello
Annette Zahn contrabas
er is geen pauze
einde ca. 15.00 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.
Luigi Boccherini 1743-1805
Strijkkwintet in Bes gr.t., op. 39 nr. 1, G. 337 (1787)
Andante lento
Allegro vivo
Tempo di minuetto
Grave
Rondeau: Allegro non tanto
Minuetto
George Onslow 1784-1853
Introduzione. Non tanto lento – Molto moderato e grandioso
uit ‘Strijkkwintet nr. 26 in c kl.t.’ (ca. 1843)
Antonín Dvořák 1841-1904
Tweede strijkkwintet in G gr.t., op. 77 (1875)
Allegro con fuoco
Scherzo: Allegro vivace
Poco andante
Allegro assai
Toelichting
Boccherini: Strijkkwartet
Met ruim 140 strijkkwintetten, honderd strijkkwartetten en zo’n zestig strijktrio’s op zijn naam kun je Luigi Boccherini een productief componist noemen – ook als je zijn concerten en symfonieën buiten beschouwing laat.
Het opzienbarendst is de eerste categorie: van het et met twee violen, en twee cello’s was hij de grondlegger (iets waarvoor je hem alleen al dankbaar mag zijn omdat Franz Schubert er later zo succesvol gebruik van zou maken). Door de prominente partijen voor cello, Boccherini’s eigen instrument, week hij af van de vaste rolverdeling die Joseph Haydn voor strijkensembles had ontwikkeld: met een louter ondersteunend aandeel zou Boccherini zijn eigen virtuositeit tekort doen.
Het hier gespeelde werk is een van de drie etten waarin Boccherini een contrabas voorschrijft in plaats van een tweede -. In andere opzichten is het karakteristiek voor de speelse stijl die zijn Spaanse broodheer Don Luís, broer van de Spaanse koning, zo hogelijk waardeerde.
Hoewel Boccherini het grootste deel van zijn creatieve leven in Spanje doorbracht (en soms Spaanse volksmuziek verwerkte in zijn composities, waaronder een aantal gitaarkwintetten) neigt het Strijkkwintet in Bes groot meer naar rococo of de galante stijl, gekenmerkt door eenvoud en welluidendheid. Een meer experimentele aanpak bewaarde hij voor een handvol andere werken.
Onslow: Introduzione
Zo fameus als George Onslow tijdens zijn leven was zal hij niet snel meer worden, maar de lange vergetelheid waarin hij was weggezakt lijkt ten einde. Deze bijzondere tijdgenoot van Schubert en Beethoven maakt de laatste jaren zijn rentree op de concertprogramma’s. Zoals zijn naam doet vermoeden was hij van gemengde afkomst.
Hij werd geboren in Clermont-Ferrand als zoon van een welgesteld Frans-Engels echtpaar. Een rustige jeugd had hij niet: in het postrevolutionaire Frankrijk werd zijn aristocratische vader tot persona non grata verklaard en het gezin raakte enige tijd op drift in Europa. Georges muzikale vorming voltrok zich daardoor in Engeland, Duitsland en Oostenrijk. In 1807 vestigde hij zich in Parijs, waar hij compositieleerling werd van Anton Reicha (ook al zo’n kosmopolitische Europeaan, met zijn Tsjechisch-Franse achtergrond).
Onslow ontpopte zich als een succesvol kamermuziekcomponist, maar de lof die hij zelfs van grootheden als Beethoven, Schubert en Mendelssohn kreeg was geen garantie voor eeuwigheidswaarde. Al tijdens zijn leven nam de populariteit van zijn werk af, al kreeg hij nog een eervolle aanstelling aan de Académie des Beaux Arts in Parijs. Zijn partiële doofheid, veroorzaakt door een jacht-ongeluk, maakte hem er niet vrolijker op. Gedeprimeerd stierf hij op zijn kasteeltje in de Auvergne.
Wanneer je de Introduzione uit zijn Strijkkwintet nr. 26 hoort snap je waarom deze componist meer aandacht verdient: het is weelderige, hecht geweven muziek met een melodische welbespraaktheid die aan Mendelssohn doet denken. Na het markante beginthema wordt een tweede in beweging gezet door wat je in jazzjargon een ‘walking bass’ zou noemen. Onslows bewondering voor Schubert (en bovenal voor diens monumentale Strijkkwintet) blijkt uit de sfeervolle, beweeglijke, voortdurend van kleur verschietende bedding waarin de hoofdstem wordt geplaatst.
Dat Onslow zo snel uit het muzikale geheugen verdween heeft deels te maken met het rijkeluisimago dat ook Mendelssohn aankleefde: kunst die niet uit bloed, zweet en tranen ontstaat kan nooit echt goed zijn, vond men in de negentiende eeuw. En natuurlijk legde hij het af tegen de enorme impact die de late, revolutionaire werken van Beethoven hadden. Dat hij met dergelijke ‘zieke absurditeiten’ niets te maken wenste te hebben liet Onslow duidelijk weten: ‘Wanneer ik op een dag zulke chaos zou componeren zou ik alles verbranden.’
Dvořák: Tweede strijkkwintet
Het is de vraag hoe de carrière van Antonín Dvořák was verlopen als Johannes Brahms hem niet ‘ontdekt’ had. Je mag aannemen dat zijn enorme talent hoe dan ook tot internationaal succes had geleid, maar het had ongetwijfeld langer geduurd; het negentiende-eeuwse muziekleven was een elitaire aangelegenheid en zonder Brahms’ voorspraak kon een provinciaal componist als Dvořák lang in de periferie blijven steken – en had hij geen grote uitgever als Simrock gevonden.
Op de vooravond van die doorbraak, in 1875, won hij een kamermuziekcompetitie in Praag met het Strijkkwintet in G groot. De jury prees Dvořáks vermogen om meerstemmig en idiomatisch voor de verschillende strijkers te componeren en, bovenal, het ‘nobele hoofdthema’.
Het was die melodische gave waarover Brahms spoedig zou uitroepen: ‘Die man heeft meer ideeën dan wij allemaal! Uit wat hij weggooit kan elke andere componist zijn hoofdthema’s halen.’ Zoiets kun je aangeboren talent noemen; dat Dvořák zo effectief voor strijkers schreef was het gevolg van zijn prille vioolstudie (hij was begonnen op zijn zesde) en zijn beroepservaring als eerste violist in het Praags Theaterorkest.
De uitbreiding van het standaard strijkkwartet met een contrabas verruimt het klankbeeld aanzienlijk. De partij is niet meer beperkt tot baslijnen en kan zich als solist ontpoppen of melodische ondersteuning aan de violen bieden.
Interessant is dat de vaak langgerekte ën feitelijk uit karig notenmateriaal zijn opgebouwd; grote delen van het et zijn gebaseerd op een paar korte motieven, in wisselende combinaties en in steeds een andere harmonische context. Voortdurend bewijst Dvořák zijn uitstekende gevoel voor proportie, ook wat de contouren van het gehele werk betreft: de vijf delen die hij componeerde kortte hij in tot vier en het geschrapte langzame deel promoveerde hij later tot een zelfstandig stuk.
Dvořák voorzag deze compositie van de opdracht ‘Aan mijn Land’, maar opmerkelijk genoeg bekent de muziek nauwelijks nationale kleur: van de Tsjechisch-folkloristische trekjes die zijn handelsmerk zouden worden is nog weinig te horen. Mede daarom gaf uitgever Simrock dit werk later een bedrieglijk hoog nummer; Dvořáks recentere, Slavisch gekleurde werken verkochten beter, dus loonde het om zo’n vroeg werk ertussen te smokkelen.
Biografie
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.
Zen Hu, viool
Zen Hu, geboren in Chengdu, kreeg de eerste vioollessen van haar vader. Op haar dertiende won ze de Sichuan Violin Competition en een paar jaar later ook het Nationaal Vioolconcours van China.
Na haar opleiding aan het conservatorium van Sichuan studeerde ze in München bij Ana Chumachenco en in Gstaad bij Yehudi Menuhin. Ze tourde met hem en diens Camerata Lysy en werd door Sergiu Celibidache aangenomen in de Münchner Philharmoniker.
De violiste musiceerde in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika, zowel als lid van het Gothoni String Quartet als met het Nederlands Kamerorkest, Amsterdam Sinfonietta, de Lucerne Festival Strings en het Mozarteumorchester Salzburg.
In verschillende kamermuziekcombinaties was ze te gast op festivals wereldwijd. Zen Hu geeft geregeld masterclasses en ze bracht meerdere cd’s uit, bijvoorbeeld het album China Connection dat ze opnam samen met violist Ning Feng.
Johannes Erkes, altviool
Johannes Erkes studeerde aan de Musikhochschule in München bij Oscar Lysy en volgde ook lessen bij Kim Kashkashian. Actief als solist en kamermusicus was de altviolist te gast tijdens de festivals van bijvoorbeeld Salzburg, Kuhmo, Pesaro en Turijn.
Hij concerteerde in vele Europese landen maar ook in Zuid-Amerika en Japan, en deelde het podium regelmatig met collega’s als Natalia Gutman, Gordan Nikolić, Charles Neidlich en Juliane Banse.
Als solist speelde Johannes Erkes bijvoorbeeld met de Salzburger Kammerphilharmonie, het Staatsorchester Braunschweig en de Klassische Philharmonie Bonn.
Bij het European Union Chamber Orchestra voerde hij samen met violiste Eva Stegeman Mozarts concertante uit. In 2003 was Johannes Erkes medeoprichter van het Cristofori Piano Quartet, waarvan hij een tijdlang deel uitmaakte en waarmee hij enkele succesvolle cd’s opnam. Johannes Erkes bespeelt een instrument van Giuseppe
Guadagnini, gebouwd in 1796.
Celine Flamen, cello
Al op jonge leeftijd kreeg Celine Flamen - en pianoles, en aan het Parijse conservatorium studeerde ze vervolgens cello bij Michel Strauss en Christian Ivaldi.Masterclasses volgde ze bij János Starker, Gary Hoffman en Christoph Henkel.
Al snel speelde ze in een aantal Franse orkesten, waaronder het Orchestre Poitou-Charentes, het Orchestre National d’Ile de France, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestre de Chambre de Paris, en het Orchestre National de France
Ook nam de celliste geregeld deel aan projecten van het Nederlands Kamerorkest, Het Gelders Orkest en het Antwerp Symphony Orchestra. In Spanje is ze aanvoerder van de groep van BandArt, een internationaal ensemble dat in 2005 ontstond in het kader van het Lucena Festival.
In Frankrijk verzorgde ze de wereldpremière van Formations, een werk voor cello en elektronica van Tristan Perich. Celine Flamen geeft ook graag les. Ze bespeelt een instrument van Georg Thier uit 1780.
Annette Zahn, contrabas
Annette Zahn studeerde contrabas in haar geboorteland Duitsland en vervolgens in Zwitserland. Hier was ze in de leer bij de Italiaanse contrabasvirtuoos Franco Petracchi en ontving ze voor haar spel de Premier Prix de Virtuosité.
Annette Zahn musiceerde als gast bij het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de de la Suisse Romande en het Ensemble intercontemporain. Ze was aanvoerder van de contrabassen van het orkest van de Opéra de Lyon, onder leiding van John Eliot Gardiner.
Ook was ze aanvoerder bij het Nederlands Balletorkest. Sinds vijfentwintig jaar bekleedt ze deze functie bij het Nederlands Kamerorkest. Daarnaast is Annette Zahn een gepassioneerd kamermusicus. Ook in oktober 2016 trad ze met een aantal collega’s uit het Nederlands Kamerorkest op in de .



