Middagconcert: Daria van den Bercken
Het Middagconcert op dinsdag 14.00 uur
Daria van den Bercken piano
Georg Friedrich Händel 1685-1759
Suite in E gr.t., HWV 430 (1720)
Prelude
Allemande
Courante
Air con variazioni ‘The Harmonious Blacksmith’
Claude Debussy 1862-1918
Suite bergamasque (1890)
Prélude
Menuet
Clair de lune
Passepied
L’isle joyeuse (1903-04)
Frédéric Chopin 1810-1849
Mazurka in e kl.t.
uit ‘Vier mazurka’s’, op. 41 (1838-39)
Mazurka in a kl.t., op. posth. (1841)
‘Notre temps’
Mazurka in F gr.t. Mazurka in f kl.t.
uit ‘Vier mazurka’s’, op. 68 (1827-46)
Tweede scherzo in bes kl.t.,
op. 31 (1837)
er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.00 uur
Toelichting
Georg Friedrich Händel 1685-1759
Suite in E groot
Tekst: Anneloes Brand
In de jaren 1710 componeerde Georg Friedrich Händel enkele klaviersuites, bestaande uit gestileerde dansen voorafgegaan door een prelude. Nadat er ongeautoriseerde kopieën op de markt waren verschenen, zag Händel zich gedwongen de werken zelf te publiceren en zo verscheen in 1720 in Londen s de pièces pour le clavecin, Volume 1.
In het voorwoord beloofde de componist in de toekomst meer suites te zullen uitgeven, ‘reckoning it my duty, with my Small Talent, to serve a Nation from which I have receiv’d so Generous a protection’ (Händel was geëmigreerd van Duitsland naar Engeland).
De vijfde in E groot, HWV 430 is het populairst van de acht, vooral vanwege het vierde en laatste deel, con variazioni, waaraan het werk zijn bijnaam ‘The Harmonious Blacksmith’ dankt.
Er bestaan verschillende theorieën over hoe en wanneer dat precies zo gekomen is – de componist zelf had er in ieder geval niets mee van doen – maar één ding is zeker: de Air met vijf variaties werd een hit en inspireerde componisten als Louis Spohr en Percy Grainger tot hergebruik van het .
Claude Debussy 1862-1918
suite bergamasque en l’isle joyeuse
Door Anneloes Brand
Claude Debussy schreef zijn bergamasque in 1890 en liet zich daarbij beïnvloeden door de ke klavecimbelsuite en de gedichten van Paul Verlaine.
Het lijkt erop dat tegen de tijd dat de uitgever Eugène Fromont een slaatje wilde slaan uit Debussy’s roem en de suite wilde uitgeven, de componist niet meer zo tevreden was over zijn vroege pianostijl. Het is niet bekend wat hij precies veranderde, maar zeker is dat hij de suite bewerkte voordat deze in 1905 werd gepubliceerd en dat hij een paar delen andere titels gaf.
Het derde deel, Clair de lune, heette oorspronkelijk ‘Promenade sentimentale’ en het vierde deel, Passepied, was gecomponeerd als ‘’. De titels zijn geïnspireerd op Verlaines dichtkunst, net als de naam van de suite. Verlaines gedicht Clair de lune spreekt van ‘bergamasques’ – inwoners van het Noord-Italiaanse Bergamo – en hun onbeholpen dansen en melancholieke instelling.
Dit karakter, gepersonifieerd door de commedia dell’arte-figuur Arlecchino (Harlekijn) die uit Bergamo kwam, is het duidelijkst vertegenwoordigd in het en de Passepied. Sprankelend, mysterieus, dansant en poëtisch – de bergamasque, en met name het magische Clair de lune, raakte niet voor niets geliefd.
Uit dezelfde periode stamt Debussy’s L’isle joyeuse. De compositie zou geïnspireerd zijn door Jean-Antoine Watteau’s L’embarquement de Cythère, een schilderij met een groep vrolijke reizigers van/naar Kythira, het geboorte-eiland van de Griekse godin van de liefde, Aphrodite (Venus is haar Romeinse equivalent).
Debussy’s eigen ‘gelukkige eiland’ was het Kanaaleiland Jersey, waar hij samen met Emma Bardac, zijn latere tweede echtgenote, verbleef en L’isle joyeuse voltooide. Niet zo verbazingwekkend dus dat dit pianowerk een van Debussy’s meest uitbundige en zinderende composities is.
Frédéric Chopin 1810-1849
Vier Mazurka's
Nog meer gestileerde dansvormen vinden we bij Frédéric Chopin, die talloze werken voor piano schreef, waaronder een aantal en, ’s en polonaises.
Bij de mazurka’s en polonaises is er zelfs een directe link met de dansen uit Chopins geboorteland Polen; niet dat Chopin de ën uit de Poolse volksmuziek overnam, maar hij liet zich wel door die melodieën, ritmiek en drone bass inspireren.
Chopin componeerde gedurende zijn hele leven mazurka’s en gebruikte deze pianominiaturen om zijn hart te luchten, kun je wel zeggen. De Mazurka in e klein uit Vier mazurka’s, 41 ontstond tijdens zijn winterverblijf in 1838-39 op Mallorca.
Volgens zijn geliefde, schrijfster George Sand, was de in e klein desondanks vervuld van heimwee naar Polen. Hoe kort ook, het is inderdaad een indringend werk en de andere drie mazurka’s hebben ook zo hun eigen karakter.
De Mazurka in a klein, postuum gepubliceerd in de bundel Six morceaux de salon en uitgegeven door het tijdschrift Notre temps, is ingetogen en melancholiek. Tevens postuum uitgebracht zijn de Vier mazurka’s, 68, samengesteld uit vroege mazurka’s en een van de laatste.
De Mazurka’s in F groot en f klein tonen een wereld van verschil: de eerste is een nationalistische fanfare, de laatste een beheerste, droevige beschouwing (en zeer chromatisch bovendien).
Frédéric Chopin 1810-1849
Tweede Scherzo
De ’s van Chopin hebben weinig weg van de lichtvoetigheid, beweeglijkheid en grappenmakerij van onder meer Beethovens voorbeelden in het genre. Chopins scherzo’s zijn robuuste werken, die pianistische kracht koppelen aan e intensiteit.
Wat ze wel gemeen hebben met hun voorgangers is de driedelige opzet (A-B-A) en een zekere oppervlakkigheid door kwikzilverachtige stemmingswisselingen – niet alleen tussen de secties, maar ook daarbinnen. Chopins Tweede in bes klein, 31 is daar een goed voorbeeld van.
De contrastrijke gebaren aan het begin van het scherzo – zachte snelle loopjes, een pauze, explosieve en – maken meteen duidelijk: maak u op voor een werk vol spanning en drama, maar ook poëzie.
Biografie
Daria van den Bercken, piano
Daria van den Bercken rondde haar studie af in Bloomington, Indiana bij Menahem Pressler en Leonard Hokanson en aan het Conservatorium van Amsterdam bij Mila Baslawskaja en Naum Grubert. In 2005/06 werd ze als soliste geselecteerd voor Het Debuut, en in 2007/08 nogmaals, met het Strobos (met mezzosopraan Karin Strobos en fluitiste Felicia van den End).
Een belangrijk moment in haar carrière was haar solistische debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 2007, met het Pianoconcert van Clara Schumann. Ze werd er meerdere keren teruggevraagd, en werd ook geëngageerd door bijvoorbeeld het Radio Filharmonisch Orkest, het Orchestre Philharmonique de Radio France en het Seoul Filharmonisch Orkest. Bij het Los Angeles Chamber Orchestra was ze artist in residence.
Kamermuziek speelt Daria van den Bercken graag met collega’s als klarinettist Michael Collins, tist Bram van Sambeek en bariton Henk Neven. Veel waardering kreeg ze in 2012 voor haar project Handel at the Piano, waarin ze de klaviermuziek van deze componist op een inventieve manier – via video’s en alternatieve podia en platforms – bij een nieuw publiek onder de aandacht bracht. De enthousiaste ontvangst van dit project leidde onder andere tot de Amsterdamprijs voor de Kunst 2012, (inter)nationale concerten en een internationale cd-release.
Open staan voor de wereld buiten haar eigen kennisveld blijft een inspiratiebron voor Daria van den Bercken, wat opnieuw bleek uit haar project Keys to Mozart (2015). In Het Concertgebouw is Daria van den Bercken een terugkerende gast, onder andere in de Robeco SummerNights.
