Middagconcert Amsterdam Ensemble & Rosanne Philippens

Rosanne Philippens viool

Amsterdam Ensemble:
Michael Hesselink klarinet
Julia Tom cello
Eildert Beeftink piano

er is geen pauze

Het Concertgebouw en OAD bieden de mogelijkheid om met de bus naar Het Middagconcert te reizen. Informatie over de busroutes, opstapplekken en vertrektijden vindt u op www.concertgebouw.nl

Nino Rota 1911-1979

Klarinettrio (1973)
Allegro
Andante
Allegrissimo


Igor Stravinsky 1882-1971

delen uit ‘Suite Histoire du soldat’ (1920)
voor viool, klarinet en piano
Marche du soldat
Trois dances: Tango / Valse / Ragtime
Dance du diable

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante – Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace

Toelichting

Nino Rota: 1911-1979

Klarinettrio (1973)

Het Italië van de jaren 1960 en 1970 is het Italië van Fellini, van vervreemding, van schizofrenie. Maar ook het Italië van de warme lyriek, de ultieme poëzie, de indringende beelden en het mooiste licht ter wereld. Nino Rota is uitgegroeid tot de naoorlogse koning van de Italiaanse filmsound. Hij schreef alle soundtracks voor de films van Fellini, en componeerde ook regelmatig voor de beelden van Luchino Visconti, Franco Zeffirelli en Francis Ford Coppola. Voor de muziek bij Coppola’s The Godfather: Part II kreeg hij een Oscar. Door al deze filmactiviteiten vergeten we vaak dat Rota ook een gewaardeerd componist was van autonome werken met een buitengewoon omvangrijk oeuvre op zijn naam. Rota doorliep het conservatorium en studeerde vervolgens in de Verenigde Staten onder andere orkestdirectie bij Fritz Reiner. Toen hij in het midden van de jaren dertig terugkeerde naar Italië was hij klaar voor zijn prominente rol. Hij werd docent en uiteindelijk directeur van het conservatorium van Bari en wist zich op te werken tot een van de meest gespeelde componisten van zijn land. Hij schreef zo’n tweehonderd werken in alle genres en droeg daarnaast bij aan zo’n honderdvijftig films.

Het Klarinettrio uit 1973 speelde lange tijd een ondergeschikte rol in zijn oeuvre. Het werk bestond louter in manuscript en werd pas in 2002, ruim twintig jaar na de dood van Rota, gepubliceerd. Het werk is typerend voor Rota met zijn combinatie van aangenaam sfeervolle en pure, haast filmische lyriek. Deze twee elementen worden meteen in het eerste deel naast elkaar gezet. In het tweede deel overheerst de lyriek in een meeslepend duet tussen de klarinet en de , begeleid door een donkere piano. Het laatste deel refereert aan filmmuziek die Rota voor Fellini schreef, muziek vol vaart, humor en circusachtige capriolen.

Igor Stravinsky: 1882-1971

delen uit ‘Suite Histoire du soldat’ (1920)

Igor Stravinsky’s L’histoire du soldat werd geboren uit noodzaak. De componist verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog in Zwitserland en ontving geen royalty’s meer uit Rusland. Om inkomen te genereren bedacht hij een lowbudgetproductie gebaseerd op de klassieke mythe van Faust en Mefisto. De Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz schreef het scenario over de soldaat die zijn viool aan de duivel verkoopt in ruil voor een boek dat hem de weg wijst naar rijkdom en succes en Stravinsky ontfermde zich over de muziek. Hij componeerde het werk voor een septet met de viool en de klarinet in de hoofdrol, een verteller, twee toneelspelers en een danseres, met de bedoeling om ermee op tournee te gaan. Stravinsky putte rijkelijk uit destijds nieuwe muziekstijlen zoals de jazz, de tango en de ragtime en wist zelfs een minivioolconcert te incorporeren. Het werk ging op 28 september 1918 in première, maar van de beoogde tournee kwam door de politieke, economische en sociale situatie in Europa helemaal niets. Zelfs niet toen Stravinsky het werk verder uitdunde en bewerkte voor een bestaande uit viool, klarinet en piano.

Antonín Dvořák: 1841-1904

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’

Antonín Dvořák had met zijn vriend en mentor Johannes Brahms gemeen dat hij de volksmuziek van zijn land hoog in het vaandel droeg en ondertussen de formele aspecten van de klassiek-romantische traditie als een belangrijke leidraad omarmde. Toch was Dvořák meer dan Brahms een voorvechter van de nationalistische muzikale beweging, niet alleen in eigen land maar ook daarbuiten (denk aan zijn Amerikaanse tijd en de periode dat hij compositie doceerde aan het conservatorium van New York). Dvořák kon daarbij putten uit een rijke ervaring met de volksmuziek van zijn Tsjechische geboorteland.

Een van zijn favoriete vormen was de ‘dumka’ (wat zoveel betekent als klagen of ­tobben), van oorsprong een klaagzang uit Oekraïne die grote populariteit genoot in de Slavische landen. Wat Dvořák vooral aansprak was de overwegend melancholische stemming en de mogelijkheid zeer contrasterende gevoelens in één dumka te uiten. Hoewel de dumka in verschillende van zijn werken voorkomt, is vooral zijn laatste in e klein een ware hommage aan deze vorm van volksmuziek. In tegenstelling tot zijn drie eerdere pianotrio’s verwees Dvořák deze keer niet naar de klassieke , maar schreef hij zes delen, zes dumky (meervoud van dumka), en gaf hij het de bijnaam ‘Dumky’. Hoewel de zes verschillende ‘ballades’ zowel ten opzichte van elkaar als binnen elk deel sterke contrasten vertonen, weet Dvořák door de overkoepelende sfeer en geregeld terugkerende kernmotieven (zoals een stijgende sext) de eenheid te bewaren. Mede daardoor werd het ‘Dumky’ Trio direct na de première op 11 april 1891 een groot succes. Dvořák nam het werk vervolgens mee tijdens een grootse tournee vlak voordat hij naar de Verenigde Staten vertrok en maakte haast met de publicatie. Toen hij eenmaal in de Verenigde Staten was aangekomen om daar geschiedenis te schrijven liet hij de correctie van de drukproeven vol vertrouwen over aan zijn goede vriend Brahms.

Paul Janssen

Biografie

Rosanne Philippens, viool

Rosanne Philippens speelt viool vanaf haar derde, studeerde in 2009 summa cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 2014 nogmaals, aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. Haar docenten waren Anneke Schilt, Coosje Wijzenbeek, Vera Beths en Ulf Wallin.

Ze won het Nationaal Vioolconcours, categorie Oskar Back (2009) en het Internationaal Vioolconcours in Freiburg (2014). In eigen land soleerde de violiste bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Philharmonisch Orkest en daarbuiten bijvoorbeeld bij het Jerusalem Symphony Orchestra en het Orchestre National de Lyon.

Ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin, Lawrence Foster en Xian Zhang. Kamermuziek speelt Rosanne Philippens met vele collega’s, en ze werd uitgenodigd voor onder meer het Midsummer Music Festival in Reykjavik en het Voice of Music Festival in Israël. Ze nam vier succesvolle cd’s op met een zeer gevarieerd repertoire. Rosanne Philippens bespeelt de ‘Barrere’-Stradivarius uit 1727, haar ter beschikking gesteld door het Elise Mathilde Fonds.

Bij haar vorige optreden in Het Concert­gebouw, op 24 mei jongstleden, vertolkte ze in de Mozarts Vioolconcert in D groot, KV 2018 met het Residentie Orkest onder leiding van Nicholas Collon.

Amsterdam Ensemble

Het Amsterdam Ensemble werd in 2009 opgericht door klarinettist Michael Hesselink, celliste Julia Tom en pianist Eildert Beeftink. Deze drie musici verdienden hun sporen op de internationale concertpodia en zijn individueel prijswinnaar van binnen- en buitenlandse concoursen.

Binnen de innovatieve programmering plaatst het ensemble klassieke meesterwerken in een creatieve omlijsting. Zo combineerde de concertserie Senses in 2011 muziek met beeldende kunst, film, dans en culinaire specialiteiten.

In seizoen 2012/13 maakte het Amsterdam Ensemble een tournee onder de titel Het hemelse leven, in samenwerking met de toenmalige dichter des vaderlands Ramsey Nasr. In de zomer van 2013 volgde een aantal optredens in Zuid-Afrika.

Recentelijk werkte het Amsterdam Ensemble samen met mezzo­sopraan Christianne Stotijn en actrice Julika Marijn aan een voorstelling getiteld Die Weise von Liebe und Tod. Inspiratiebron hiervoor waren de dagboeken van Etty Hillesum, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp de dood vond.