Mezzosopraan Christianne Stotijn: The Poet’s Echo
Christianne Stotijn mezzosopraan
Joseph Breinl piano
'The Poet’s Echo'
Charles Ives 1874-1954
Weil auf mir (1902)
Du alte Mutter (1902)
Ich grolle nicht (1898-1901)
Feldeinsamkeit (1897-98)
Benjamin Britten 1913-1976
The Poet’s Echo, op. 76 (1965)
Echo
Mijn hart
Engel
De nachtegaal en de roos
Epigram
Regels geschreven in een slapeloze nacht
Samuel Barber 1910-1981
‘Mélodies passagères’ (1951)
Puisque tout passe
Un cygne
Tombeau dans un parc
Le clocher chante
Départ
Aaron Copland 1900-1990
Why Do They Shut Me out of Heaven?
The World Feels Dusty
There Came a Wind like a Bugle
Going to Heaven!
uit ‘Twelve Poems of Emily Dickinson’ (1950)
pauze
Nikolaj Rimski-Korsakov 1844-1908
De wolken beginnen te spreiden
uit ‘Vier liederen’, op. 42 (1897)
Zing niet voor mij, mooi meisje
uit ‘Vijf romances’, op. 51 (1897)
Mijn stem is zoet en loom voor jou
uit ‘Vier liederen’, op. 7 (1867)
De echo
uit ‘Aan de dichter’, op. 45 (1897-99)
‘Jij’ en ‘u’
uit ‘Vier romances’, op. 27 (1883)
Leonard Bernstein 1918-1990
Two Love Songs (1949)
Extinguish my Eyes
When my Soul Touches yours
Amy Beach 1867-1944
Three Browning Songs, op. 44 (1900)
The Year’s at the Spring
Ah, Love but a Day
I Send my Heart up to thee, all my Heart
Toelichting
Charles Ives
tekst: Astrid de Jager
Vrijwel alle Duitstalige eren van Charles Ives waren schoolopdrachten, gecomponeerd in opdracht van zijn docent tio Parker. Omdat Ives slordig was met het dateren van zijn werk, is het lastig om na te gaan of het dromerige Weil auf mir hiertoe behoort.
In dit makkelijk in het gehoor liggende hoopt de zanger de aandacht te kunnen trekken van die geliefde bruine ogen. De tekst van Du alte Mutter is een vertaling van een Noors gedicht, een lofzang op de moeder van de dichter. Ives zette de tekst met een warme, liefdevolle , boven de aarzelende, bijna kinderlijke opeenvolgingen in de piano.
Van Ich grolle nicht weten we zeker dat het een klasopdracht was. Tijdens de les waar het lied ten gehore werd gebracht, kwam de directeur binnen. Hij hoorde de twee liederen van Ives en was danig onder de indruk. Ich grolle nicht is een melancholiek, soms hartverscheurend lied, met een die vaag doet denken aan Schumanns Dichterliebe.
Ives’ tweede lied van de opdracht, Feldeinsamkeit, kreeg van de directeur de kwalificatie ‘bijna net zo goed als Brahms’. De kabbelende pianopartij roept het beeld op van wuivend gras en schapenwolken die kalm voorbijdrijven in een blauwe hemel, terwijl de zanger met warme stem het bijbehorende gevoel van oneindigheid beschrijft.
1913-1976
Benjamin Britten
Muziek kent geen grenzen. Dat bewijst de vriendschap tussen de Britse componist Benjamin Britten en de Russische sopraan Galina Vishnevskaya. Ondanks de Koude Oorlog onderhielden Britten, Vishnevskaya en haar echtgenoot, cellist en Mstislav Rostropovitsj, een vruchtbare vriendschap.
Een van de vele aan het echtpaar opgedragen vruchten werd The Poet’s Echo, een zesdelige cyclus op gedichten van Aleksandr Poesjkin (1799-1873).
De cyclus – vandaag gezongen in het Russisch – begint met Echo, een klaagzang voor de dichter die een antwoord geeft op alle levensgebeurtenissen, maar zelf van niemand respons krijgt – behalve dan door een enkele pianist.
Mijn hart begint langzaam, een melancholiek lied begeleid door een wiegend . Maar dan keert de passie terug en gaat het pianohart sneller kloppen.
In het turbulente Engel staan engel en demon tegenover elkaar. De dramatische zetting volgt de tekst op de voet, en laat het goede in engelachtige klanken voorzichtig doordringen tot de kwade bastonen. In het volgende laat Britten de piano kwinkeleren als een nachtegaal.
De nachtegaal en de roos is een lied over het gezang van een nachtegaal (of dichter) voor een mooie, maar gevoelloze roos – hoe mooi de vogel/dichter ook zingt, de roos blijft ongeroerd.
In het grappige Epigram wordt een soort ‘Annemaria koekoek’ gespeeld – korte en snelle muziekpassages worden abrupt tot stilstaan gebracht om na een korte pauze weer verder te ‘rennen’.
Het verstilde Regels geschreven in een slapeloze nacht werd voor het eerst uitgevoerd in het Poesjkin-huis, onder het luisterend oor van Vishnevskaya en Rostropovitsj.
Vishnevskaya schrijft later: ‘De kamer was gehuld in semi-duister, slechts twee kaarsen brandden. […] Het moment dat Ben [Britten] de noten begon te spelen die waren gecomponeerd om een tikkende klok te verklanken, sloeg Poesjkins klok twaalf uur, synchroon met Bens muziek. We zaten allemaal als versteend. […] Poesjkins portret keek recht naar Ben. Hij was bleek en aangedaan, maar bleef spelen.’
1910-1981
Samuel Barber
Mélodies passagères is de enige niet Engelstalige bundel van de hand van de Amerikaan Samuel Barber. De stijl van de vijf liederen op Franstalige teksten van Rainer Maria Rilke (1875-1926) is sterk verwant aan de mysterieuze, mild melancholieke liederen van Gabriel Fauré en Claude Debussy.
De bundel begint met Puisque tout passe. De zanger zingt een licht melancholische boven een pianopartij die eindeloos door lijkt te kabbelen – alsof muziek de tijd stil kan zetten.
Het lied Un cygne drijft – als de zwaan uit de titel – op een licht golvende pianopartij, en brengt de gekwelde protagonist blijdschap en verwarring.
Zachte klokken klinken in dans un parc, de zoete sussend en troostend boven het graf van een kind. Meer klokken volgen in Le clocher chante, maar nu luid, roepend, met de nerveuze klanken van een carillon tussendoor.
In Départ praat een jongen met zijn geliefde over zijn bestemming. Het punt in de piano verklankt de zwarte stip op de kaart, terwijl de zanger hoopt op een succesvolle reis.
Aaron Copland
De Amerikaanse componist Aaron Copland componeerde een moderne, maar volksliedachtige zetting voor twaalf gedichten van Emily Dickinson (1830-1986), vol symboliek en tekstschildering.
Why Do They Shut Me Out of Heaven begint vragend, maar gaat over van treurig in smekend naar opstandig en woedend, hoewel de zanger er alleen voor staat – de piano vormt een onverschillig decor.
In The World Feels Dusty komt alles tot stilstand. De zanger volgt de pianopartij in dit windstille, stoffige zomerlied. Dan volgt de storm in There Came a Wind Like a Bugle, waarbij de zanger afwisselend zingt en declameert en de piano ongenadig hamert en wervelt.
In het sprankelende Going to Heaven! is de protagonist afwisselend opgewonden door het vooruitzicht naar de hemel te gaan en verscheurd omdat er nog zoveel te zien is in dit leven. Copland maakte gebruik van de meest basale verklanking: de tekst ‘Going to Heaven’ is gezet op een stijgende , die bij herhaling hoger wordt gespeeld, als een Jacobsladder.
1844-1908
Nikolaj Rimski-Korsakov
Nikolaj Rimski-Korsakov brengt ons weer terug naar de aarde. Het lieflijke miniatuurtje De wolken beginnen te spreiden prijst de schoonheid van een ster, wier licht wordt gebroken door de wolken. Zing niet voor mij, mooi meisje is het van een banneling.
De pianobegeleiding klinkt woelig, gepassioneerd, terwijl de lieflijke zangmelodie zingt van een verloren thuis. De Mijn stem is zoet en loom voor jou is een kort, lief lied, waarin de piano tokkelt als een klein snaarinstrument en de stem grotendeels in het middenregister blijft.
Poesjkins Echo weerklinkt voor de tweede keer deze avond. Rimski-Korsakovs zetting is vol bravoure, maar wederom antwoordt de dichter de storm in de piano, zonder zelf ooit een antwoord te krijgen.
Een dichter kan zijn geluk niet op in ‘Jij’ en ‘u’ wanneer het object van zijn bewondering per ongeluk ‘jij’ zegt in plaats van ‘u’, en daarmee de hoop op een minder formele relatie doet aanwakkeren. Een kort, hoopvol dat voorbij lijkt voordat de luisteraar goed en wel doorheeft dat het begon.
Leonard Bernstein
Ook de Amerikaan Leonard Bernstein gebruikte voor zijn Two Love Songs teksten van Rilke, maar dan in vertaling. Extinguish My Eyes verklankt een rusteloze verliefdheid, de protagonist draagt zijn geliefde onder zijn huid, en het vuur brandt in de pianobegeleiding.
De e klanken van When My Soul Touches Yours spreken teder van een volledige vervulling in de liefde.
1867-1944
Amy Beach
Het concert besluit met drie eren van Amy Beach, de eerste succesvolle vrouwelijke Amerikaanse componist. The Year’s at the Spring is een opgewekt, makkelijk in het gehoor liggend lenteliedje, een lofzang op de wereld.
Het lieflijke Ah, Love, but a Day betreurt het voorbijgaan van de zomer, van de ene op de andere dag. Zal de geliefde van de zanger op dezelfde manier verdwijnen?
In I Send my Heart up to thee stuurt de protagonist op wiegende klanken zijn hart naar zijn geliefde. De charmante lijkt zo weggedreven van de Venetiaanse kanalen.
Biografie
Christianne Stotijn, mezzosopraan
Christianne Stotijn studeerde viool en zang aan het Conservatorium van Amsterdam. Onder haar zangdocenten waren o Reinemann, Jard van Nes en Janet Baker. Ze won in 2005 de Borletti Buitoni Trust Award en in 2008 de Nederlandse Muziekprijs, toerde in 2005/06 in de Rising Stars-serie en werd in 2007 verkozen tot BBC New Generation Artist. Met haar vaste pianisten Joseph Breinl en Julius Drake geeft ze s op belangrijke podia wereldwijd.
Bernard Haitink was van grote invloed op haar carrière: onder zijn leiding zong ze met orkesten als het Koninklijk Concertgebouworkest, het Boston Symphony Orchestra en het London Symphony Orchestra. Andere dirigenten met wie ze samenwerkte zijn Claudio Abbado, Iván Fischer, Yannick Nézet-Séguin, Andris Nelsons, Gustavo Dudamel en Jaap van Zweden.
rollen vertolkte Christianne Stotijn bij onder meer De Nationale Opera, De Munt in Brussel, de Royal Opera Covent Garden in Londen en het Festival d’Aix-en-Provence. In 2013 richtte ze de Stichting Orplid op, waarmee ze een kindervoorstelling ontwikkelde en muziektheater maakte over de joodse dagboekschrijfster Etty Hillesum.
Sinds 2014 leidt Christianne Stotijn de o Reinemann International Masterclasses, een initiatief gesteund door het Koninklijk Conservatorium (Den Haag) en De Munt. Het vorige optreden van Christianne Stotijn in de was een recital met pianist Joseph Breinl in november 2017.
Joseph Breinl, piano
Joseph Breinl begon zijn piano-opleiding in München, bij Karl-Hermann Mrongovius en Gitti Pirner. Vervolgens kreeg hij een beurs om te studeren aan het Conservatorium van Amsterdam, waar Willem Brons, Rudolf Jansen en o Reinemann zijn docenten waren.
Hij werkte ook intensief met Irwin Gage en Graham Johnson; zij waren van grote invloed op zijn muzikale ontwikkeling. Naast het spelen van kamermuziek specialiseerde Joseph Breinl zich in de kunst van het begeleiden. In de afgelopen jaren musiceerde hij veelvuldig met vocalisten als Miah Persson, Christianne Stotijn, André Morsch en Waltraud Meier.
Hij trad op in onder meer Carnegie Hall in New York, de Scala in Milaan, de Musikverein in Wenen, Suntory Hall in Tokio en Wigmore Hall in Londen. In 2003 viel hij in de prijzen tijdens de Wigmore Hall International Song Competition.
Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus is Joseph Breinl sinds 2010 als docent interpretatie verbonden aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Graz, Oostenrijk.

