Mens & Mythe bij het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
François-Xavier Roth dirigent
Anna Prohaska sopraan
Deze concerten maakt deel uit van de series B en D.
Zie ook de video-inleiding op dit concert in de toelichting hieronder.
Het concert van 23 januari wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 9 februari om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Tot onze spijt heeft sopraan Anna Lucia Richter de concerten van 22, 23 en 24 januari om gezondheidsredenen moeten afzeggen. Wij zijn zeer verheugd dat Anna Prohaska bereid is gevonden het programma op korte termijn over te nemen.
Jean-Baptiste Lully (1632-1687)
Suite uit ‘Alceste, ou le Triomphe d’Alcide’ (1674 Parijs)
op een libretto van Philippe Quinault (naar Euripides)
samenstelling François-Xavier Roth
Air pour la Gloire: Rondeau – Air pour la Gloire: pour les Divinités des fleurs et des Nymphes – 2 Tritons: ‘malgré tant d’orages’ (Gracieusement) – Loure: 1e Air, pour les Matelots – Rondeau (Gay) – Prélude (Viste) – Marche: Rondeau – Simphonie (Pompe funèbre) – Prélude – Menuet: Troisième Air, pour les Pastres
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Gentle Morpheus, son of night (aria)
Come Fancy, empress of the brain (aria)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
uit ‘Alceste’, HWV 45 (1749-50)
muziek bij verloren toneelstuk van Tobias Smollett (naar Euripides)
Jean-Philippe Rameau (1683-1764)
Ouverture
Rossignols amoureux (aria)
Chaconne
uit ‘Hippolyte et Aricie’ (1733 Parijs)
op een libretto van Simon-Joseph Pellegrin (naar Euripides)
Christoph Willibald von Gluck (1714-1787)
Ouverture
Dérobez-moi vos pleurs / Ah! Malgré moi (ouverture, recitatief en aria)
Chaconne
uit ‘Alceste’ (1767 Wenen, versie Parijs 1776)
op een libretto van Ranieri de’ Calzabigi (naar Euripides)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Chaconne
Quando avran’ fine omai / Padre, germani, addio! (recitatief en aria)
Ouverture
uit ‘Idomeneo, rè di Creta’ KV 366 (1781 München)
op een libretto van Giambatista Varesco (naar Antoine Danchet)
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Toelichting
Door Joke Dame
Offerbereidheid uit liefde (Alceste), wraakzucht uit liefde (Hippolyte et Aricie) en een loyaliteitsconflict uit liefde (Idomeneo), ziehier de bestanddelen waaruit zeventiende- en achttiende-eeuwse ’s dikwijls zijn opgebouwd. Voor de libretto’s ging men te rade bij de Griekse Oudheid: Euripides, Seneca en Homerus leverden de operastof. Voor de muziek zette Lully de standaard met zijn geformaliseerde tragédies en musique.
Lully
Jean-Baptiste Lully greep voor zijn tweede van in totaal dertien tragédies en musique naar de mythe over de opofferingsgezinde vrouw van koning Admetus. Librettist Philippe Quinault baseerde zijn tekst op Alcestis van Euripides, de vroegste van de overgeleverde tragedies (438 v. Chr.).
Koningin Alcestis redt het leven van haar echtgenoot door haar eigen leven te offeren. Zo hadden de goden het bedacht: Admetus mag blijven leven, mits een ander vrijwillig sterft in zijn plaats. Euripides won destijds met deze daad van onbaatzuchtige vrouwenliefde de tweede prijs op de Dionysia, het theaterfestival in Athene.
In deze video-inleiding spreekt een orkestmusicus met een classicus van de UvA over Alcestis.
Lully veroverde met Alceste het hart van Lodewijk XIV. De Franse koning gaf zijn favoriete componist ruim baan voor de ontwikkeling van de nieuwe tragédies en musique, grote representatie-’s met koren, balletten en ensembles. Hij liet er zelfs een theater in Versailles voor bouwen. Geen wonder: de nobele eigenschappen en daden van de Zonnekoning werden er breed in uitgemeten. In de proloog van Alceste worden de roemrijke oorlogsdaden van de Franse vorst bezongen, ook in de instrumentale delen. Uit die instrumentale delen stelde François-Xavier Roth een orkestsuite samen.
Händel
Het zijn niet altijd de titelheldinnen die de mooiste noten krijgen. Georg Friedrich Händel schreef muziek bij het toneelstuk Alceste van de Engelse toneelschrijver Tobias Smollett. In dat stuk kregen de hoofdrollen alleen gesproken tekst die uit de monden kwam van acteurs en mochten de bijfiguren de ’s zingen die Händel schreef. Tekst en muziek van Alceste samen hebben het podium van Covent Garden nooit mogen bereiken. De gezamenlijke onderneming strandde ergens in de repetitiefase. De toneeltekst raakte vervolgens voorgoed verloren, maar Händels muziek bleef bewaard.
In Alceste is het Calliope, muze van de poëzie, die de harten weet te beroeren met de ën van haar twee aria’s. Calliope verschijnt tot twee keer toe in Admetus’ dromen. Met het o zo tedere en emotionele ‘Gentle Morpheus, son of night’ probeert ze de zieke koning op zijn sterfbed te troosten. Alcestis’ vrijwillige offerdaad, die de koning zal redden, moet zijn beslag nog krijgen.
Het virtuoze ‘Come Fancy, empress of the brain’ met zijn snelle toonladders zingt Calliope voor de weer gezonde koning die rouwt om zijn vrouw nadat Alcestis haar offer heeft voltrokken.
Rameau
Jean-Philippe Rameau was al bijna vijftig toen hij zijn allereerste tragédie en musique schreef. Een vijf-akter, naar de standaard die Lully had gezet. Zijn eersteling Hippolyte et Aricie – op een libretto van Abbé Simon-Joseph Pellegrin, naar Phèdre van Racine, Phaedra van Seneca en Hippolytos van Euripides – viel bij de première bepaald niet bij iedereen in de smaak. Te , te theoretisch, te moeilijk en een belediging van de Franse muziektraditie, vonden de Parijse toehoorders. Ze wensten in het gehoor liggende melodieën en eenvoudige ën, zoals ze sinds Lully gewend waren.
Toch deed Rameau wel degelijk een knieval voor zijn publiek toen hij aan het eind van de vijfde akte een pakkend deuntje in de mond legde van een herderinnetje, symbool van eenvoud bij uitstek. Met de tragische ontwikkelingen in het liefdesdrama rond stiefmoeder Phaedra, Hippolytus en Aricia heeft haar ariette ‘Rossignols amoureux’ niets van doen. Het publiek mocht even genieten van het gekwinkeleer en de vocale en instrumentale capriolen van verliefde nachtegalen.
Tot in de achttiende eeuw bleef de Franse -ouverture gemodelleerd naar Lully’s archetype, met een langzame, statige opening met gepuncteerde s, gevolgd door een snel tisch deel en de terugkeer naar het begin. In de ouverture van zijn eerste opera houdt Rameau zich aan deze iconische stijl van Lully, op de herhaling na.
Gluck
Christoph Willibald von Gluck probeerde in Alceste, op aandringen van zijn librettist Ranieri de’ Calzabigi, een ingrijpende hervorming van de opera seria door te voeren. In zijn beroemde voorwoord van Alceste bepleit Gluck het elimineren van muzikale elementen die de voortgang van het drama belemmeren – ijdel gezang bijvoorbeeld; de actie moet aangejaagd, de muziek moet emoties oproepen en de handeling ondersteunen.
In de expressieve ‘Ah! Malgré moi’, waarin Alcestis afscheid neemt van haar dierbaren nadat zij – ‘echtgenote, moeder en zo geliefde koningin’ – haar moedige besluit heeft genomen, horen we haar tweestrijd opvlammen. En duidelijk wordt dat Alcestis zelf de beslissing neemt haar leven te geven om haar man koning Admetus te redden. Die offerdaad vereist zelfinzicht en moed, en daarvan is Alcestis zich bewust, zoals we kunnen horen.
Gluck is baanbrekend in de behandeling van zijn ouverture, die hier niet langer een afzonderlijk, gesloten stuk is, voorafgaand aan de . De ouverture van Alceste anticipeert op de sfeer in de tragedie. De uitbundige afsluitende Chaconne wordt eveneens in het drama geïntegreerd: we vieren de hereniging van de uit de dood geredde Alcestis met Admetus, samen met hun verheugde onderdanen.
Mozart
Ook in Wolfgang Amadeus Mozarts opera seria Idomeneo biedt een jonge vrouw aan te sterven in de plaats van haar geliefde. Maar eerst zien we haar worstelen met emoties. De Trojaanse prinses Ilia had liever geen liefdesgevoelens voor de Griekse koningszoon Idamante opgevat, het brengt haar in een groot loyaliteitsconflict tegenover haar vaderland Troje, dat door de Grieken is verslagen.
Het eerste bedrijf begint met Ilia’s en ‘Quando avran’ fine...’/’Padre, germani, addio!’ waarin ze haar tegenstrijdige gevoelens breed uitmeet. Natuurlijk ervaart ze vijandschap voor de Grieken en dus ook voor Idamante, ‘maar dat gelaat, o Goden! Ik kán het niet haten’.
Idomeneo werd geen Italiaans georiënteerde opera seria met afgebakende aria’s en recitatieven, maar een groot operadrama waarin de dramaturgische winstpunten van de Franse tragédie en musique waren verwerkt, met koren, balletten en ensembles. De ouverture is muzikaal nauw verweven met de rest van de opera, en draagt het heroïsche karakter ervan al in zich.
Mozart volgt het voorbeeld van Gluck door af te sluiten met een omvangrijke Chaconne voor de kroning van Idamante en de huldiging van het nieuwe koningspaar.
Biografie
François-Xavier Roth, dirigent
François-Xavier Roth wordt geprezen als een charismatisch van dikwijls inventieve programma’s. De Fransman studeerde aanvankelijk fluit in Parijs. Na zijn directiestudie werkte hij samen met Pierre Boulez en Colin Davis.
In 2003 richtte François-Xavier Roth het orkest Les Siècles op, dat avontuurlijke programma’s op zowel moderne als authentieke instrumenten presenteert. Zo vierde het in 2013 de honderdste verjaardag van Le sacre du printemps door Stravinsky’s meesterwerk op authentiek instrumentarium uit te voeren. De cd-opname werd in 2016 beloond met de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Met de tv-serie ! voor France 2 bereikten Roth en Les Siècles gedurende drie jaar wekelijks ruim drie miljoen kijkers. In 2018 won hun cd-opname van Ravels Daphnis et Chloé een Gramophone Award.
Van 2011 tot 2016 was François-Xavier Roth chef- van het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg, waarmee hij zich wijdde aan het oeuvre van Richard Strauss en hedendaagse componisten als Rihm, Lachenmann en Widmann. Sinds 2015 is hij Generalmusikdirektor van de stad Keulen, waarmee zowel het Gürzenich-Orchester als de Oper Köln onder zijn leiding staan, en sinds 2017 eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra. Daarnaast staat hij geregeld als gastdirigent voor diverse Europese, Amerikaanse en Japanse orkesten.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in juni 2016 met werken van Haydn, Beethoven en Mendelssohn. In januari 2020 leidde hij een programma met werken van Lully, Rameau, Händel, Gluck en Mozart binnen het Mens & Mythe: Alceste.
Anna Prohaska, sopraan
Klassik riep Anna Prohaska uit tot zangeres van het jaar 2024, en in het lopende concertseizoen is ze spotlight artist van het Toronto Symphony Orchestra. De Oostenrijks-Engelse sopraan studeerde aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in haar woonplaats Berlijn, waar ze op achttienjarige leeftijd debuteerde aan de Komische Oper en op twintigjarige leeftijd aan de Staatsoper Unter den Linden.
Sinds 2006 is ze aan deze laatste vast verbonden, en sinds 2008 staat ze ook regelmatig op de Salzburger Festspiele.
Anna Prohaska werd geëngageerd door La Scala in Milaan, de Hamburger Staatsoper, de Bayerische Staatsoper, het Theater an der Wien, het Bolsjoi Theater in Moskou, het Royal House in Londen, de Opéra National de Paris en De Nationale Opera in Amsterdam. In oratoria en vocaalsymfonisch repertoire zong ze met de Wiener en de Berliner Philharmoniker (debuut 2007), het London Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en de orkesten van Los Angeles, Cleveland en Boston.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in de Kerstmatinee van 2014 (Mahlers Vierde symfonie met Mariss Jansons) en keerde ze terug in 2020 (Gluck, Händel, Mozart en Rameau) en 2023 (in een programma van Iván Fischer over de cartouches van de ).
Oude muziek zong Anna Prohaska met bijvoorbeeld het Freiburger Barockorchester, de Academy of Ancient Music en – ook in de Grote Zaal in 2016 – Il Giardino Armonico. Anderzijds droegen hedendaagse componisten als Widmann en Rihm hun werken aan haar op.
In de bracht de sopraan eerder tische programma’s in 2015 (rondom Shakespeares Ophelia) en 2018 (Behind the Lines, met de Eerste Wereldoorlog als onderwerp). Een eerdere uitnodiging voor Paradise Lost, dat inmiddels ook op cd is verschenen, kon in december 2020 vanwege de coronapandemie niet doorgaan.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest





