Menahem Pressler en Rosanne Philippens
Strijkers met Variatie 20.15 uur
Menahem Pressler piano
Rosanne Philippens viool
Torleif Thedéen cello
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Rondo in a kl.t., KV 511 (1787)
voor piano solo
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Sonate in g kl.t., op. 5 nr. 2 (1796)
voor piano en cello
Adagio sostenuto e espressivo – Allegro molto più tosto presto
Rondo: Allegro
César Franck 1822-1890
Sonate in A gr.t. (1886)
voor viool en piano
Allegretto ben moderato
Allegro
Recitativo – Fantasia
Allegretto poco mosso
pauze
Antonín Dvořák 1841-1904
Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante – Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace
begin van de pauze ca. 21.20 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Rondo
Tekst: Anneloes Brand
Wolfgang Amadeus Mozart schreef het in a klein, KV 511 aan het eind van de winter van 1787, kort na terugkomst van een reis naar Praag, waar zijn Le nozze di Figaro veel succes had geoogst. Niet lang daarna zou hij aan zijn volgende operasucces, Don Giovanni, beginnen.
Op dit hoogtepunt van zijn kunnen en roem schreef Mozart een melancholiek voor piano. Het begrip ‘rondo’ slaat vaak op een sprankelende finale van een concert of ander omvangrijk solowerk, maar hier heeft het geen betrekking op het karakter, maar op de vorm: een terugkerend (maar gevarieerd) refrein, afgewisseld door andere episodes.
Het expressieve Rondo in a klein, dat vermoedelijk zonder opdracht ontstond, laat er haast geen twijfel over bestaan dat Mozart hier zijn treurige gevoelens uit; maar wat de oorzaak daarvan was, is voer voor speculatie. Ondanks de droevige sfeer straalt de muziek toch ook elegantie uit, alsof de componist ervoor waarschuwt niet weg te kwijnen.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
sonate
In het voorjaar van 1796 ging Ludwig van Beethoven op concertreis door Duitsland in gezelschap van prins Karl von Lichnowsky, die de jonge pianist-componist na diens verhuizing naar Wenen onder zijn hoede had genomen. In Berlijn ontmoette Beethoven cellist Jean-Pierre Duport, die Frankrijk na de Revolutie was ontvlucht en nu in dienst was aan het Pruisische hof in Potsdam.
Koning Friedrich Wilhelm II was een groot muziekliefhebber en een enthousiaste amateurcellist, die van Duport les kreeg. Het was Jean-Pierre Duport voor wie Beethoven zijn sopus 5 schreef, maar tegenwoordig wordt aangenomen dat het Duports broer Jean-Louis was die samen met Beethoven de eer had de twee sonates voor het eerst voor de koning uit te voeren.
De componist werd prompt beloond met een gouden snuifdoos gevuld met honderd louis d’or. Bij de publicatie in 1797 droeg Beethoven de sonates aan de Pruisische koning op.
Tot in het begin van de negentiende eeuw was de rol van de cello in cellosonates overigens niet zo vanzelfsprekend als die nu wel lijkt. Zelfs in die tijd waren er nog diverse sonates die werden gepubliceerd als ‘sonates voor piano met begeleiding van de cello’, waarin de cello niet veel meer deed dan de linkerhand van de piano verdubbelen.
Beethoven was de eerste componist die de steeds meer de gaf en de piano een uitgeschreven tweede partij. Beide s van 5 bestaan slechts uit twee delen, maar dat zegt niets over de lengte van de werken, laat staan over de inhoud.
Net als de eerste, de Sonate in F groot, begint de tweede, de Sonate in g klein, met een uitgebreide langzame inleiding, waarin Beethoven pathos en drama combineert. Het eropvolgende molto più tosto is melodieus en energiek en in het kunnen beide instrumentalisten hun virtuositeit ten volle tonen.
César Franck 1822-1890
Sonate
Door Anneloes Brand
Het huwelijk van de Belgische viool Eugène Ysaÿe en Louise Bourdeau vormde de aanleiding en inspiratie voor César Francks enige voor viool en piano, de Sonate in A groot.
Ysaÿe speelde de sonate voor het eerst tijdens zijn huwelijksfeest op 26 september 1886 en bezorgde het werk drie maanden later in Brussel zijn publieke première. Daarna voerde hij het nog vele malen tijdens tournees uit en vertelde zijn publiek er dan graag bij dat hij het ‘con amore’ (met liefde) speelde, aangezien het een huwelijksgeschenk was.
Francks oorspronkelijke idee was de Sonate in A groot te openen met een langzaam, bespiegelend deel. Ysaÿe overtuigde hem dat het beter zou werken in een sneller tempo en dus schreef de componist er ‘Allegretto’ boven, maar wel met de toevoeging ‘ben moderato’.
De twee ’s die Franck in het eerste deel tegenover elkaar zet – het eerste is bijna geheel voor de violist, het tweede voor de piano – hergebruikt hij tevens in de andere delen, zoals hij vaker deed. De in A groot werd een van Francks populairste composities – niet zo verwonderlijk, want het werk staat bol van prachtige ën, verbeeldingskracht, romantiek en temperament.
Dat het zo geliefd is blijkt ook uit het aantal en de verscheidenheid van de bewerkingen die er van de sonate werden gemaakt. Er bestaan onder meer versies voor fluit, , en zelfs tuba, maar alleen die voor cello kreeg de goedkeuring van de componist.
Antonín Dvořák 1841-1904
‘dumky’-trio
Antonín Dvořák componeerde zijn vierde , het Pianotrio in e klein, 90 tussen november 1890 en februari 1891. Violist Ferdinand Lachner, cellist Hanuš Wihan en de Tsjechische componist zelf aan de piano voerden het op 11 april 1891 voor het eerst uit in Praag tijdens een concert waarbij Dvořák een eredoctoraat van de Karelsuniversiteit ontving.
Het werk raakte zo geliefd, dat Dvořák het ook speelde tijdens zijn veertig (!) afscheidsconcerten in eigen land, voordat hij in 1892 naar de Verenigde Staten vertrok om directeur van het National Conservatory of Music of America in New York te worden.
Bij de publicatie in 1894 controleerde Dvořák collega en vriend Johannes Brahms de proefdruk van het , aangezien de componist zelf in Amerika was.
Het Pianotrio in e klein bestaat niet uit de destijds gebruikelijke vier delen, maar uit zes dumky – vandaar de bijnaam. Dumky is het meervoud van dumka, het verkleinwoord van duma, een Oekraïense epische ballade.
Net als sommige andere Oost-Europese componisten maakte Dvořák van de dumka een vorm waarin langzame, melancholieke ‘vertellingen’ worden afgewisseld met snelle Slavische dansen. Deze variatie in zwaarmoedige en lichte passages én de kleurrijke volkse ën en dansen vormen ongetwijfeld de verklaring voor het succes van het ‘Dumky’-.
Biografie
Menahem Pressler, piano
Menahem Pressler was een van de oprichters van het beroemde Beaux Arts , dat sinds het eerste optreden op 13 juli 1955 ruim 6000 concerten gaf, in 2006 de Concertgebouw Prijs kreeg en zijn laatste optredens verzorgde in 2008. Met het Beaux Arts Trio nam Menahem Pressler een groot deel van het repertoire voor op – naast meer dan dertig soloalbums, waaronder in het voorjaar van 2018 Claire de lune.
De joodse familie Pressler vluchtte in 1939 voor de nazi’s vanuit Magdeburg naar Israël. Sinds 1955 woont Menahem Pressler in de VS. Hij brak door in 1946 met het winnen van de Debussy Piano Competition in San Francisco en maakte kort daarop zijn Amerikaanse debuut bij The Philadelphia Orchestra.
Hij soleerde bij tal van Amerikaanse en Europese orkesten; bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteerde hij in december 2013, in de week van zijn 90ste verjaardag. Het nieuwjaarsconcert in 2014 met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Simon Rattle was wereldwijd op tv en is, vergezeld van een documentaire, uitgebracht op dvd.
Als docent is Menahem Pressler sinds 1955 verbonden aan de Indiana University Jacobs School of Music. Hij geeft masterclasses – in Het Concertgebouw bijvoorbeeld in november 2011 – en neemt zitting in concoursjury’s.
Zijn vorige optreden in de was op 7 april 2018. Een solorecital gaf hij er voor het eerst op 9 oktober 1949.
Zie ook De platenzaak op pagina 59 en het interview uit oktober 2018 op www.preludium.nl/pressler.
Rosanne Philippens, viool
Rosanne Philippens speelt viool vanaf haar derde, studeerde in 2009 summa cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 2014 nogmaals, aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. Haar docenten waren Anneke Schilt, Coosje Wijzenbeek, Vera Beths en Ulf Wallin.
Ze won het Nationaal Vioolconcours, categorie Oskar Back (2009) en het Internationaal Vioolconcours in Freiburg (2014). In eigen land soleerde de violiste bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Philharmonisch Orkest en daarbuiten bijvoorbeeld bij het Jerusalem Symphony Orchestra en het Orchestre National de Lyon.
Ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin, Lawrence Foster en Xian Zhang. Kamermuziek speelt Rosanne Philippens met vele collega’s, en ze werd uitgenodigd voor onder meer het Midsummer Music Festival in Reykjavik en het Voice of Music Festival in Israël. Ze nam vier succesvolle cd’s op met een zeer gevarieerd repertoire. Rosanne Philippens bespeelt de ‘Barrere’-Stradivarius uit 1727, haar ter beschikking gesteld door het Elise Mathilde Fonds.
Bij haar vorige optreden in Het Concertgebouw, op 24 mei jongstleden, vertolkte ze in de Mozarts Vioolconcert in D groot, KV 2018 met het Residentie Orkest onder leiding van Nicholas Collon.
Torleif Thedéen, cello
Cellist Torleif Thedéen brak door in 1985, toen hij in korte tijd eerste prijzen won tijdens drie toonaangevende concoursen. Engagementen bij grote orkesten volgden al snel en zijn carrière kwam in een stroomversnelling.
De Zweedse musicus soleerde bij alle toonaangevende Scandinavische orkesten, maar werd ook uitgenodigd door bijvoorbeeld het London Philharmonic Orchestra en het Filharmonisch Orkest van Moskou. In ons land was hij te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest.
Torleif Thedéen is ook een fervent kamermusicus en deelde het podium met onder anderen Julian Rachlin, Maxim Rysanov en Janine Jansen. Met laatstgenoemde violiste voerde hij ook Brahms’ Dubbelconcert uit, met het Hallé Orchestra. Cd’s van Torleif Thedéen bevatten muziek van componisten als Elgar, Bach, Schulhoff en Sjostakovitsj.
De cellist geeft les aan het Koninklijk Conservatorium in Kopenhagen. Hij bespeelt een instrument van David Techler: de ‘ex-Lynn Harrel’- uit 1711. In Het Concertgebouw was hij verschillende keren eerder te beluisteren, vaak in de in kamermuziekprogramma’s met Janine Jansen, voor het laatst in Schuberts Strijkkwintet in C groot tijdens Het Zondagochtend Concert van 23 december 2012.



