Meesterpianisten in de Kleine Zaal: Martin Helmchen
Martin Helmchen piano
pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.00 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Meesterpianisten in de Kleine Zaal.
Robert Schumann 1810-1856
Markiert und kräftig in F gr.t., nr. 1
uit ‘Noveletten’ (1838)
Clara Schumann 1819-1896
Toccatina, nr. 1: Presto
Notturno, nr. 2: Andante con moto
uit ‘Soirées musicales’, op. 6 (1836)
Robert Schumann
Ausserst rasch und mit Bravour in D gr.t., nr. 2
uit ‘Noveletten’
Arnold Schönberg 1874-1951
Langsame Viertel, nr. 2
Sehr langsame Viertel, nr. 3
Rasche, aber leichte Viertel, nr. 4
Etwas rasche Achtel, nr. 5
Sehr langsame Viertel, nr. 6
uit ‘Sechs kleine Klavierstücke’, op. 19 (1911)
Robert Schumann
Leicht und mit Humor in D gr.t., nr. 3
uit ‘Noveletten’
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Sarabande
uit ‘Vierde partita in D gr.t.’, BWV 828 (1726-31)
Robert Schumann
Ballmässig: Sehr munter in D gr.t., nr. 4
uit ‘Noveletten’
pauze
Robert Schumann
Rauschend und festlich in D gr.t., nr. 5
uit ‘Noveletten’
Olivier Messiaen 1908-1992
Regard des hauteurs, nr. 8
uit ‘Vingt regards sur l’Enfant-Jésus’ (1944)
Robert Schumann
Sehr lebhaft in A gr.t., nr. 6
uit ‘Noveletten’
Frédéric Chopin 1810-1849
Wals in a kl.t. (1835)
uit ‘Drie walsen’, op. 34
Robert Schumann
Äusserst rasch in E gr.t., nr. 7
uit ‘Noveletten’
Franz Liszt 1811-1886
Bagatelle sans tonalité (1885)
Nuages gris (1881)
Robert Schumann
Sehr lebhaft in fis kl.t., nr. 8
uit ‘Noveletten’
Toelichting
1838
Robert Schumann: Noveletten
tekst: Carine Alders
Het heilige streven van Robert Schumann was muziek te schrijven die in niets leek op de muziek van zijn tijdgenoten. Hij kon zelfs boos worden als zijn geliefde Clara hem goedbedoeld een tweede Ludwig van Beethoven noemde.
In zijn verlovingstijd bestudeerde hij Johann Sebastian Bachs Die Kunst der Fuge en Das Wohltemperirte Clavier, de grote componist was volgens eigen zeggen Schumanns dagelijks brood en Bijbel tegelijk.
‘Wat de kunst aan Bach te danken heeft, kan in de muziekwereld nauwelijks minder genoemd worden dan wat een religie aan zijn stichter te danken heeft’, schreef hij. Naast de in die tijd populaire e lijnen vind je in zijn composities dan ook meer complexe ritmische figuren, motivische ontwikkeling en .
De e eenvoud van zijn vroege werken kon hem niet langer bekoren. De korte pianostukken waar hij in januari 1838 aan begon noemde hij ‘grote, onderling verbonden, avontuurlijke verhalen’. Clara probeerde hij wijs te maken dat ze naar de sopraan Clara Novello genoemd waren, omdat Wiecketten zo vreemd klonk.
Verliefd schreef hij aan haar dat ze overal in de verhalen voorkwam, zelfs als bruid. In de laatste Novelette klinkt na het tweede haar stem heel letterlijk door: als Robert boven zijn noten schrijft ‘Stimme aus der Ferne’ citeert hij haar Notturno uit de Soirées musicales. Twee jaar later trouwde het paar.
1836
Clara Schumann: Soirées Musicales
Clara Wieck verblufte als jonge pianovirtuoos het publiek in Parijs en Wenen. Ze kon zich meten met Franz Liszt en werd ‘koningin van de piano’ genoemd. Enkele jaren later, bij een bezoek aan Nederland, zou prins Frederik na een concert van Clara aan Robert gevraagd hebben ‘of hij ook muzikaal was’.
De Soirées musicales componeerde Clara als begaafde tiener, zo’n twee jaar voordat Schumann aan zijn Noveletten begon. In de Toccatina, het openingsstuk, kon ze haar virtuositeit kwijt, maar ook haar talent voor prachtige ën. In het aansluitende Notturno klinkt het verlangen van een verliefde tiener door. Schumanns tweede Novelette is ongetwijfeld geïnspireerd door Clara’s virtuositeit.
Schonberg: Sechs Kleine Klavierstücke
Na de opgerekte tonaliteit van Claude Debussy en Gustav Mahler leek het definitief verlaten van de tonaliteit een logische stap voorwaarts. Arnold Schönberg wijdde de zomer van 1910 aan het schrijven van zijn theoretische standaardwerk lehre. Zijn inspiratie om te componeren was opgedroogd; hoe immers te vernieuwen als je alle barrières geslecht hebt?
Toen het boek in februari 1911 klaar was, schreef hij in één dag vijf nieuwe pianowerkjes, waarvan het eerste vandaag niet wordt gespeeld. In het tweede deel speelt een zeer welluidende grote terts een belangrijke rol, hardnekkig terugkerend. Het derde deel doet denken aan een jazzballad, maar is het net niet.
In het vierde deel schemert even een jazzy door, maar voordat je er je vinger op kunt leggen is het alweer voorbij. Het laatste deel componeerde Schönberg op 17 juni, een maand na de begrafenis van Mahler, die grote indruk op hem maakte.
Stemmig klokgelui klinkt en boven de laatste maten schrijft Schönberg ‘wie ein Hauch’ (‘als een ademtocht’), waarna het stuk abrupt eindigt. Na dit intermezzo vrij van tonaliteit volgt een aantal onmiskenbaar tonale werken in D groot, te beginnen met Schumanns lichtvoetige derde Novelette.
1726-31
Bach: Sarabande
In de eerste jaren na zijn aanstelling als cantor in Leipzig publiceerde Johann Sebastian Bach voor het eerst een serie ’s voor klavier. Naar Frans model combineerde hij een serie dansen, voorafgegaan door een inleiding. Bachs eerste biograaf Johann Nikolaus Forkel schreef: ‘Wie enkele stukken uit deze verzameling goed leert spelen, kan er in de wereld een fortuin mee verdienen.’
Deze Sarabande beweegt zich binnen de regels van de tonaliteit van naar en terug, maar dan wel op een zo creatief mogelijke manier. Let op het een-na-laatste voor de eerste afsluitende zin.
Het werk is bedoeld om met plezier naar te luisteren en voor leerlingen om hun vaardigheden te vergroten, maar niet om op te dansen; net zomin als de opgewekte van Schumann die hierop volgt.
1944
Messiaen: Regard des hauteurs
Op 8 september 1944, twee weken na de bevrijding van Parijs, voltooide Messiaen zijn tot dan toe grootste werk Vingt regards sur l’Enfant-Jésus. Net als Schönberg had ook Messiaen vlak voor deze compositie een boek gepubliceerd met zijn muzikale credo.
In het voorwoord bedankte hij zoals voor de hand ligt zijn leraren, maar ook onder andere bergen, glas-in-lood, regenbogen en vogels. De vogelgeluiden die veel later in zijn werk zo’n belangrijke rol zouden spelen zijn ook in dit werk onmiskenbaar vertegenwoordigd.
De staartmezen kwetteren hemels. De zesde Novelette van Schumann sluit wonderwel aan met een vergelijkbaar je.
Chopin: Wals
Aan het begin van de negentiende eeuw was de een hype in heel Europa. Naast de functionele muziek van Johann Strauss om op te dansen, ontstond ook vrij snel een meer gestileerde vorm om naar te luisteren. In Parijs droeg Frédéric Chopin vele ‘luisterwalsen’ op aan rijke dames die zich in hun salons met deze muziek vermaakten.
‘Muziek voor de dames’ noemde hij deze composities. De Wals in a klein was favoriet bij Chopin en heeft kenmerken van de traditionele kujawiak uit de Poolse streek Koejavië. Schumanns zevende Novelette valt vervolgens – eveneens in driekwartsmaat – met de deur in huis.
1881
Liszt: Bagatelle sans tonalité en Nuages gris
Ook Franz Liszt componeerde en, zijn was oorspronkelijk bedoeld als vierde Mephisto-wals. Liszt zocht zo’n twintig jaar vóór Schönberg al de grenzen van de tonaliteit op en besefte dat hij zichzelf daarmee niet populair maakte. Hij raadde tijdgenoten af zijn muziek uit te voeren.
Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw zou zijn werk erkenning krijgen. Op deze duivelse virtuositeit valt niet te dansen, temeer daar Liszt met de puls speelt door bijvoorbeeld de zo belangrijke eerste tel van de maat weg te laten.
Nuages gris is een van de laatste werken van Liszt en het donkere werk staat bol van de gewaagde ën, het hoogtepunt in zijn experimentele idioom. Klimt Liszt aan het slot langzaam omhoog, de hemel in?
Het sluit af met Schumanns laatste Novelette. De stemming slaat voortdurend om, met na het tweede een groet aan zijn geliefde Clara en aan het eind een echte .
Biografie
Martin Helmchen, piano
Martin Helmchens carrière kreeg een flinke impuls toen hij in 2001 het Clara Haskil Concours won. De pianist soleert bij de grootste orkesten, waaronder de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, de Staatskapelle Dresden, het NDR Elbphilharmonieorchester, het London Philharmonic Orchestra, het Boston Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het Chicago Symphony Orchestra en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo.
In 2020 kreeg hij de Gramophone Music Award voor zijn opnames van alle pianoconcerten van Beethoven met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin. Begin dit seizoen debuteerde hij op de BBC Proms.
Zijn debuut bij het Concertgebouworkest was in januari 2015 een invalbeurt voor Maria João Pires. In de had hij zijn debuut al gemaakt in december 2003. Martin Helmchen studeerde in zijn geboortestad Berlijn bij Galina Iwanzowa en aan de Hochschule für Musik in Hannover bij Arie Vardi. Mentoren waren ook Alfred Brendel en William Grant Naboré, en het was cellist Boris Pergamenschikow aan wie de pianist zijn liefde voor de kamermuziek te danken heeft. Zo speelt hij graag met Frank Peter Zimmermann, Julian Prégardien, Antje Weithaas en Carolin Widmann.
Zijn recentste solo-cd is het Schumann-album Novelletten und Gesänge der Frühe. Sinds 2010 geeft Martin Helmchen les aan de Kronberg Academy.
