Meesterpianist Jonathan Biss in de Kleine Zaal
Meesterpianisten in de Kleine Zaal 20.15 uur
Jonathan Biss piano
Robert Schumann 1810-1856
Fünf Gesänge der Frühe, op. 133 (1853)
Im ruhigem Tempo
Belebt, nicht zu rasch
Lebhaft
Bewegt
Im Anfang ruhiges, im Verlauf bewegtes Tempo
György Kurtág 1926
selectie uit Játékok (‘Spelletjes’)
In memoriam Witold Lutosławski
Schaduwen
Hommage à Farkas Ferenc
Gedachten over een Albertijnse bas
All’ongherese
Felicitaties voor Nuria (een beetje verlaat)
Frédéric Chopin 1810-1849
Polonaise-fantaisie in As gr.t., op. 61 (1846)
pauze
Johannes Brahms 1833-1897
Andante espressivo
uit ‘Derde sonate in f kl.t.’, op. 5 (1853)
Vier Klavierstücke, op. 119 (1893)
Intermezzo in b kl.t.: Adagio
Intermezzo in e kl.t.: Andantino un poco agitato
Intermezzo in C gr.t.: Grazioso e giocoso
Rhapsodie in Es gr.t.: Allegro risoluto
Sechs Klavierstücke, op. 118 (1892)
Intermezzo in a kl.t.
Intermezzo in A gr.t.
Ballade in g kl.t.
Intermezzo in f kl.t.
Romance in F gr.t.
Intermezzo in es kl.t.
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur
Toelichting
Robert Schumann 1810-1856
fünf gesänge der frühe
tekst: Axel Meijer
De Fünf Gesänge der Frühe, 133 behoren tot Robert Schumanns allerlaatste werken. Kort na voltooiing, eind 1853, probeert de componist zich te verdrinken in de Rijn. Tweeënhalf jaar later overlijdt hij in een psychiatrisch verpleeghuis. Schumann zelf verklaart de bundel en de titel als een serie ‘karakterstukken die de gevoelens verbeelden bij het ochtendgloren, maar meer als gevoelsuitdrukking dan als schildering.’
Vooral in het eerste deel zijn enorme droefheid en dreiging te beluisteren. En hoewel er in de overige vier stukken veel interessante, soms aangrijpende passages zijn te horen, is het geheel van de vijf, in alle eerlijkheid, niet erg samenhangend; waarschijnlijk is dat de weerslag van Schumanns mentale toestand. Schumanns vrouw Clara noemde de stukken ‘origineel als altijd, maar moeilijk te begrijpen’.
En toch, zoals kenner Charles Rosen zegt: ‘De energie is misschien uit zijn muziek verdwenen, maar Schumann weet dat verlies aangrijpend diep te doen voelen.’ Het is dan ook bijna pijnlijk--intieme muziek, van een componist die zichzelf, begin veertig, vrijwel volledig heeft opgebrand.
György Kurtág 1926
játékok
In 1973 zit de bijna vijftigjarige György Kurtág al jaren in een crisis die hijzelf omschrijft als ‘artistieke verlamming’. De uitnodiging om een pedagogisch werk te schrijven voor beginnende pianoleerlingen blijkt een verlossing. Kurtág ziet zich gedwongen tot een nieuwe eenvoud die zijn hele latere werk zal karakteriseren. Hij pakt het origineel aan.
De titel van het werk, Játékok (ofwel Spelletjes) is aanvankelijk heel letterlijk op te vatten: Kurtág verplaatst zich in het kind dat de piano nog als speelgoed ziet. Zo nodigt het eerste stuk de leerling uit om de handpalmen over het klavier te bewegen. Een tweede stuk heet simpelweg Fouten mogen.
De eerste Spelletjes verschijnen in 1979, in vier bundels. Gaandeweg begint Kurtág het ‘spelen’ breder op te vatten: het gaat steeds vaker om een spel met de muziek van heden en verleden, en om spelen met gedachten over het dagelijks leven.
Steeds meer titels zijn hommages aan favoriete componisten als Schubert en Bach, en aan goede vrienden. De pedagogische inzet verdwijnt allengs naar de achtergrond. Van de vier latere bundels (1997-2010) luidt de ondertitel dan ook Dagboekaantekeningen en persoonlijke notities.
De invloeden in Kurtágs muziek zijn breed, van Händel tot Cage, en van Scarlatti tot persoonlijke vriend Ligeti. Maar ook Kurtágs lange persoonlijke leven laat zijn sporen na in de muziek: van de Tweede Wereldoorlog tot de val van de Muur, en van verliefdheid tot rouw.
De zes stukken op dit programma komen alle uit de zevende bundel. Uit de titels komen duidelijk drie belangrijke ’s in het werk van Kurtág naar voren: vrienden (Witold Lutosławski), vaderland (Hongarije) en -pianospelen ().
De éénennegentigjarige Kurtág en zijn vrouw Márta, ruim 65 jaar getrouwd, geven nog steeds concerten samen. Vaak zitten ze achter een eenvoudige, rechtopstaande piano, gewoon lekker te spelen.
Frédéric Chopin 1810-1849
polonaise-fantaisie
Eind 1844 werkt Frédéric Chopin aan ‘iets anders, waarvan ik nog niet weet hoe ik het moet noemen’ – de latere Polonaise--fantaisie in As groot, 61. Het schrijven gebeurt tussen de bedrijven door; Chopins deur wordt platgelopen door grootheden uit alle kunstvormen: hij heeft een relatie met schrijfster George Sand, is bevriend met schilder Delacroix en dichter Franchomme, en ontvangt collega’s als Meyerbeer en Liszt.
Maar op de salon drukt het drama van een dodelijke griepepidemie, die onder anderen Chopins favoriete leerling Carl Filtsch het leven kost. ‘Ik heb zo veel jongere, -sterkere mensen overleefd, dat ik me onsterfelijk begin te voelen’, schrijft Chopin aan zijn zus.
De Polonaise-fantaisie wordt wel gezien als Chopins vijfde ballade. Volgens Franz Liszt bereikt in dit werk ‘de geest een toonhoogte van sensibiliteit die dicht tegen het delirium aanligt’.
Na een improvisatorische introductie zet het polonaisethema in, waarop Chopin een serie complexe variaties loslaat.
Na een langzaam, bespiegelend tussendeel keert het polonaisekarakter terug, maar met nieuw materiaal. Dubbele trillers luiden het einde in: een terugkeer naar de opening leidt uiteindelijk tot een virtuoze climax.
Johannes Brahms 1833-1897
Andante en Klavierstücke
In dezelfde periode dat Schumann zijn Fünf Gesänge der Frühe schrijft, maken hij en Clara kennis met de twintigjarige Johannes Brahms. Die meldt zich eind 1853, na een teleurstellend bezoek aan Liszt, in Düsseldorf in huize Schumann met een aantal aanbevelingsbrieven van gedeelde muzikantenvrienden. Er ontstaat een hechte band tussen het echtpaar en Brahms – ‘de jonge arend’, in Schumanns woorden.
Brahms werkt op dat moment aan zijn Derde in f klein, 5 en de Schumanns voorzien hem van advies. De sonate is een werk met, zoals dat heet, orkestrale uitstraling; al in 1853 speelt Brahms met de gedachte een symfonie te componeren (waarvan de voltooiing nog ruim twintig jaar op zich zal laten wachten).
Alles aan het werk is groot: met vijf delen en een geschatte speelduur van zo’n veertig minuten is het een van de langste s in het repertoire. Boven het tweede deel, espressivo, plaatst Brahms een citaat van de Duitse dichter C.O. Sternau, pseudoniem van Otto Inkermann (1823-1862). Vrij vertaald: in de schemering schijnt de maan / twee verliefde harten / verenigen zich in gelukzaligheid. Het deel is gebouwd op twee ën, die elkaar met toenemende hartstocht afwisselen, tot aan de gepassioneerde uitbarsting tegen het einde van het stuk. Bij wijze van eerbetoon citeert Brahms tweemaal een fragment uit het Mondnacht van Schumann.
Veertig jaar na de compositie van de Derde sonate in f klein werken Brahms en Clara Schumann samen aan de uitgave van enkele niet eerder gepubliceerde werken van Robert. Die klus vormt voor Brahms aanleiding om, voor het eerst sinds jaren, ook zelf weer pianomuziek te schrijven. In korte tijd verschijnen vier bundels, waarvan 118 en opus 119 de laatste zijn. Harmonisch gezien gaat Brahms in dit pianistisch testament verder dan hij ooit was gegaan – aanleiding voor zelfs Arnold Schönberg om Brahms vooruitstrevend te noemen.
Toch spreekt uit deze stukken eerder diepe melancholie en berusting dan een revolutionaire barricadenmentaliteit. Brahms’ vriend en criticus Eduard Hanslick beweert dat ‘slechts één toehoorder eigenlijk al te veel is’ voor deze muziek, zo intiem vindt hij de stukken. De oude -Clara Schumann doen ze ‘eindelijk weer eens muziek in mijn ziel voelen.’
Net als in het geval van Schumanns Gesänge, overlijdt Brahms tweeënhalf jaar na voltooiing van deze laatste pianostukken – nog geen jaar nadat hij zijn levenslange vriendin Clara heeft begraven.
Biografie
Jonathan Biss, piano
Recentelijk werd Jonathan Biss benoemd tot co-artistiek leider – naast Mitsuko Uchida – van het Marlboro Music Festival. De pianist groeide op in een muzikale familie in Bloomington, Indiana: zijn ouders zijn beiden violist en aan zijn grootmoeder, celliste Raya Garbousova, droeg Barber zijn concert op.
Jonathan Biss studeerde bij Evelyne Brancart aan Indiana University en bij Leon Fleisher aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia (waar hij zelf sinds 2010 lesgeeft). In 2000 maakte de jonge musicus zijn debuut in New York en in 2001 debuteerde hij onder leiding van Kurt Masur bij de New York Philharmonic.
Een jaar later werd hij geselecteerd voor het BBC New Generation Artists Scheme. Jonathan Biss soleerde bijvoorbeeld bij het Koninklijk Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Boedapest Festival Orkest en de orkesten van Cleveland, Boston en Chicago.
In Beethovenjaar 2020 zal hij zijn cd-cyclus van Beethovens complete pianosonates voltooien. Met zijn onlinecursus Exploring Beethoven’s Piano Sonatas bereikte Jonathan Biss meer dan 150.000 mensen in 185 landen. Bovendien initieerde hij het project Beethoven/5: opdrachten aan Timo Andres, Sally Beamish, Salvatore Sciarrino, Caroline Shaw en Brett Dean om nieuw werk te componeren, geïnspireerd door een pianoconcert van Beethoven.
Jonathan Biss is geregeld te gast in de , voor het laatst met een solo in maart 2017.
