Meesterpianist in de Kleine Zaal: Sergei Babayan
Sergei Babayan piano
Frédéric Chopin (1810-1849)
Polonaise in cis kl.t., op. 26 nr. 1 (1835)
Wals in cis kl.t., op. 64 nr. 2 (1847)
Barcarolle in Fis gr.t., op. 60 (1845-46)
Wals in b kl.t., op. 69 nr. 2 (1829)
Nocturne in B gr.t., op. 9 nr. 3 (1830-32)
Polonaise-fantasie in As gr.t., op. 61 (1846)
Impromptu in As gr.t., op. 29 (1837)
Prelude in As gr.t., B. 86 (1834)
Wals in As gr.t., op. 34 nr. 1 (1835)
pauze ± 21.00 uur
Mazurka in cis kl.t., op. 6 nr. 2 (1830-32)
Mazurka in cis kl.t., op. 63 nr. 3 (1846)
Mazurka in f kl.t., op. 63 nr. 2 (1846)
Mazurka in f kl.t., op. 7 nr. 3 (1830-32)
Mazurka in bes kl.t., op. 24 nr. 4 (1833)
Mazurka in Bes gr.t., op. 7 nr. 1 (1830-32)
Mazurka in g kl.t., op. 67 nr. 2 (1848-49)
Mazurka in C gr.t., op. 67 nr. 3 (1835)
Mazurka in a kl.t., op. 67 nr. 4 (1846)
Mazurka in a kl.t., op. 68 nr. 2 (1827)
Mazurka in F gr.t., op. 68 nr. 3 (1830)
Mazurka in Bes gr.t., op. post. (1832)
Mazurka in es kl.t., op. 6 nr. 4 (1830-32)
Mazurka in As gr.t., op. 41 nr. 3 (1839)
Mazurka in c kl.t., op. 30 nr. 1 (1837)
Mazurka in b kl.t., op. 30 nr. 2 (1837)
Mazurka in b kl.t., op. 33 nr. 4 (1838)
Mazurka in C gr.t., op. 56 nr. 2 (1843-44)
Wals in F gr.t., op. 34 nr. 3 (1838)
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Frédéric Chopin 1810-1849
Chopin
Door Roeland Hazendonk
Slechts weinigen hoorden Frédéric Chopin zelf pianospelen. Hij componeerde bijna uitsluitend voor zijn eigen instrument, maar gaf zelden openbare concerten. Chopin trad sporadisch op in besloten salons, zoals die van zijn geliefde, de schrijfster George Sand, en wat vaker in zijn appartement voor vrienden; Berlioz, Liszt, de schilder Delacroix en passanten uit de Parijse elite – Charlotte de Rothschild, uit de bankiersfamilie, was een leerlinge.
In de salon op Sands kasteeltje in Nohant was naast de muzikale, de literaire wereld op het hoogste niveau vertegenwoordigd. Net als in haar Parijse salon, georganiseerd met Marie d’Agoult; ook schrijfster en net als Sand gefortuneerd. D’Agoult baarde ongetrouwd drie kinderen van Franz Liszt.
Klassieke muziek was in Chopins dagen een aangelegenheid van de elite. Zelf spelen of luisteren in een salon of concertzaal was de enige optie om deze muziek te horen. De salons waren een meet and greet tussen artiesten en hun publiek en financiers. Toegang tot de juiste salons betekende toetreden tot de happy few die politiek en zakenleven bepaalden.
Culturele bagage was een voorwaarde voor maatschappelijk succes. De salons werden meestal door vrouwen georganiseerd en sommigen van hen speelden meer dan verdienstelijk piano. De dames droegen ook vaker actief aan het programma bij dan hun echtgenoten, voor wie het wat meer om netwerken draaide.
Bijna al Chopins muziek is voor de connaisseurs van de salons geschreven. In plaats van voor complexe bouwwerken waarin de structuur de motor van het drama is als bij Beethoven, koos Chopin voor eenvoudige dansvormen. Geen episch drama, maar verfijnde poëzie; exquise als de hapjes van de nouvelle cuisine.
Chopins dansen gaan niet over de fysieke opwinding van dansen, maar over emotie. ën en vrij verkleurende, niet altijd meer als pijlers in een structuur fungerende ën bepalen de muziek. Dat past bij de individualisering die in de resulteerde in een mensbeeld dat nog steeds graag wordt omarmd: dat van de autonome gevoelsmens die niet wordt beteugeld door van bovenaf opgelegde structuren.
Chopins muziek kan technisch lastig zijn, maar is meestal niet zo veeleisend als die van Liszt. De ’s zijn voor amateurs goed te doen en salongasten als Charlotte de Rothschild hebben ze vast gespeeld. Het excentrieke societykoppel Chopin/Sand was graag gezien in de salons.
Sand rookte sigaren, droeg mannenkleren en had minnaars gelijk haar mannelijke collega’s minnaressen. Er is beweerd dat zij Chopin wou hebben om haar vriendin D’Agoult te overtreffen met een amant die meer dan Liszt muziek voor fijnproevers maakte en een mysterieus melancholiek aura koppelde aan een romantische status als Poolse banneling met een fragiele gezondheid.
Chopin werd in Polen geboren, maar zijn vader was een Franse emigré. Chopin was geen gevluchte nationalist die de Russische overheersing van Polen wilde bestrijden. Hij leefde in Parijs omdat daar zijn kansen lagen. Hij had een tijdelijke verblijfsvergunning en was in het huidige Europa wellicht naar Polen teruggestuurd, zelfs al was hij een halve Fransman. Ondanks niet te missen Poolse muzikale invloeden vond Chopin zichzelf ook absoluut geen Poolse componist.
De polonaise is de opzwepende Poolse nationale dans bij uitstek, maar de Polonaise, 26 nr. 1 is vooral . Na een ferme binnenkomer, lijkt het door te gaan in typerend heroïsche polonaisegebaren, maar al snel slaat de sfeer om naar die van een lyrische, Italiaans gekleurde .
De vrije manier waarop Chopin de dansvorm opvatte, blijkt ook uit de , opus 69 nr. 2. Het is hier niet de motor voor een dans waarop de partners in uitbundige draaien het leven vieren. Deze wals verhaalt van alles wat verloren gaat, dat door Chopin desalniettemin voor eeuwig is gevangen in een bitterzoete melodie en vluchtig verwaaiende figuraties.
De , de en de in As groot zijn voorbeelden van hoe Chopin geïmproviseerd zou kunnen hebben – en dat deed hij vaker dan dat hij eigen werken speelde. De Barcarolle (een Venetiaans gondellied) is één lange melodie boven een wiegende begeleiding, onderbroken door contrasterende secties. Dat ligt dicht bij de s die van alle pianisten uit Chopins dagen werden verwacht.
Anders dan bij Bach, Beethoven of Mozart, begonnen Chopins composities ook allemaal als improvisatie. Hij schaafde eindeloos, maar de intentie en de unieke sensuele kwaliteit van de muziek bleven intact. Waar bij Liszt de erotiek voortkwam uit zijn aantrekkingskracht en zijn podiumpresentatie, is het bij Chopin puur de muziek die een erotisch parfum koppelt aan weemoed en soms heftig pathos. De Polonaise-fantasie is het ultieme voorbeeld.
Chopins rijke muzikale fantasie blijkt treffend uit de wijze waarop Sergei Babayan de mazurka’s – Chopins meest ‘Poolse’ muziek – heeft gerangschikt. Bijna steeds twee achter elkaar in dezelfde , maar jaren na elkaar gecomponeerd. De mazurka’s in f klein, opus 63 nr. 2 en opus 7 nr. 3 hebben verwante motieven.
In opus 7 nr. 3 worden die melancholieker, directer naar de volksmuziek verwijzend uitgewerkt dan in het latere werk. Daar is de muziek abstracter en heeft ze iets van de reserve waarmee Chopin in de lens blikt op de beroemde foto van kort voor zijn dood. De stuurse argwaan die in zijn ogen is te lezen, ontbreekt in de muziek. Daar heerst naarmate zijn oeuvre vordert steeds meer een onthechte vrijheid die sluipend op Claude Debussy vooruitloopt.
Biografie
Sergei Babayan, piano
Sergei Babayan is Armeens van geboorte en woont in New York. Hij studeerde in Moskou bij onder anderen Lev Naumov en Mikhail Pletnev.
In 1989 reisde hij voor het eerst naar de Verenigde Staten, en in hetzelfde jaar won hij de Casadesus International Piano Competition in Cleveland. Een reeks prijzen volgde, bijvoorbeeld van de Scottish International Piano Competition, de Hamamatsu Piano Competition en de Belgische Koningin Elisabethwedstrijd.
Inmiddels musiceerde Sergei Babayan met tal van bekende dirigenten, onder wie Antonio Pappano, David Robertson, Neeme Järvi, Tugan Sokhiev en Dima Slobodeniouk. Onder leiding van Valery Gergiev soleerde hij bij onder meer het London Symphony Orchestra en het Rotterdams Philharmonisch Orkest en tijdens de Salzburger Festspiele. s gaf Sergei Babayan in zalen als Carnegie Hall in New York, Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, het Teatro Colón in Buenos es, het Maison de la Radio in Parijs en de Tonhalle in Zürich en tijdens de festivals van La Roque d’Anthéron, Gstaad en Verbier.
Sergei Babayan heeft een omvangrijke discografie. Samen met Martha Argerich nam hij s voor twee piano’s van werken van Prokofjev op, en zijn Rachmaninoff-cd uit 2020 werd BBC Recording of the Month en werd bekroond met een Choc Classica.
De pianist speelde één keer eerder in Het Concertgebouw: een Chopin-programma in februari 2019 in de .
