Meesterpianist Igor Levit in de Kleine Zaal
Meesterpianisten in de Kleine Zaal 20.15 uur
Igor Levit piano
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Veertiende sonate in cis kl.t., op. 27 nr. 2 (1801) ‘Mondschein’
Adagio sostenuto
Allegretto
Presto agitato
pauze
Diabelli-variaties, op. 120 (1819/1823)
Thema
Variatie I Alla marcia maestoso
Variatie II Poco allegro
Variatie III L’istesso tempo
Variatie IV Un poco più vivace
Variatie V Allegro vivace
Variatie VI Allegro ma non troppo e serioso
Variatie VII Un poco più allegro
Variatie VIII Poco vivace
Variatie IX Allegro pesante e risoluto
Variatie X Presto
Variatie XI Allegretto
Variatie XII Un poco più moto
Variatie XIII Vivace
Variatie XIV Grave e maestoso
Variatie XV Presto scherzando
Variatie XVI Allegro
Variatie XVII
Variatie XVIII Poco moderato
Variatie XIX Presto
Variatie XX Andante
Variatie XXI Allegro con brio
Variatie XXII Allegro molto (alla ‘Notte e giorno di faticar’ di Mozart)
Variatie XXIII Allegro assai
Variatie XXIV Fughetta. Andante
Variatie XXV Allegro
Variatie XXVI
Variatie XXVII Vivace
Variatie XXVIII Allegro
Variatie XXIX Adagio ma non troppo
Variatie XXX Andante, sempre cantabile
Variatie XXXI Largo, molto espressivo
Variatie XXXII Fuga. Allegro – Poco adagio
Variatie XXXIII Tempo di minuetto moderato, ma non tirarsi dietro
begin van de pauze ca. 20.35 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Mondschein sonate
Tekst: Frits de Haen
Het was pianist Hans van Bülow (1830-1894) die Bachs Das Wohltemperirte Clavier het Oude Testamentnoemde; Beethovens 32 pianos waren dan het Nieuwe Testament. En terecht, want niet alleen zijn de sonates een mijlpaal, ze vormen ook een rode draad in Beethovens oeuvre.
Met graaf Ferdinand von Waldsteins woorden ‘Ontvang door niet aflatende ijver Mozarts geest uit de handen van Haydn’ vertrok de jonge Ludwig van Beethoven in 1792 vanuit Bonn naar Wenen. Hij leste inderdaad bij Joseph Haydn, hoewel met wisselend succes: de twee vertegenwoordigden een andere leefwereld. Toch droeg Beethoven zijn vroegste sonates aan Haydn op en verraden ze nog duidelijk de klassieke invloeden.
Maar latere sonates zoals 27 nr. 2 uit 1801 ‘Quasi una fantasia’ tappen uit een ander vaatje. Het sostenuto breekt al meteen met de klassieke modellen: langzaam en zonder echte sonatevorm. Bovendien geeft Beethoven expliciete pedaalaanwijzingen, senza sordini (zonder s).
Leerling Carl Czerny vond het ‘een nachtelijke scène waarin een klagende geestesstem uit de verte klinkt’. De breuk met de traditie inspireerde de Berlijnse muziekcriticus en dichter Ludwig Rellstab (1799-1860) in 1832 tot het beeld van een boot bij maanlicht op de Vierwaldstättersee: ‘Mondschein’.
Anderen hebben gewezen op de verwantschap van de lenbegeleiding met de sterfscène van de Commendatore in Mozarts Don Giovanni. Inderdaad vind je in een Beethoven-manuscript citaten van deze scène terug, en je zou met enige goede wil de Commendatore ritmisch kunnen herkennen in Beethovens hoofdmotto.
Bovendien is in het agitato een baslijn te vinden die reminiscenties oproept met de slotscène van Don Giovanni. De bijnaam ‘Mondschein’ heeft veel weerstand opgeroepen. Betoogde pianist András Schiff daarom dat het de meest misverstane Beethovensonate is? ‘Er ligt een dichte laag valse traditie overheen, en de muziek is als een groot schilderij met een hoop stof en vuil dat je wilt restaureren zodat je de echte kleuren krijgt.’
Het middendeel van de staat in de variant van de hoofdtoonsoort, zij het niet genoteerd als Cis groot maar als Des groot. Franz Liszt betitelde dit Allegretto als een ‘bloem tussen twee afgronden’, waarschijnlijk omdat dit achtige deel evenzeer contrasteert met het dromerige openingsdeel als met het onstuimige Presto agitato erna.
De sonate was opgedragen aan gravin Giuletta Guicciardi, een leerlinge voor wie Beethoven warme gevoelens koesterde. Het Allgemeine Zeitschrift zur Musik ontving de sonate positief: ‘Deze fantasie is van begin tot einde een gedegen geheel, in één keer geschapen als een samenhangend werk vanuit de meest innerlijke dieptes van een geïnspireerde ziel, alsof ze gehouwen is uit één blok marmer.’
Maar Beethoven zelf had zijn bedenkingen tegen de populariteit ervan: ‘Ik heb echt wel betere dingen geschreven,’ zou hij Czerny later gezegd hebben.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Diabelli-variaties
Ze zijn wel het nec plus ultra van de variatiekunst genoemd, samen met de Goldbergvariaties en de Chaconne voor viool solo van Johann Sebastian Bach: Beethovens Diabelli-variaties. Alfred Brendel omschreef de cyclus als ‘het grootste pianowerk ooit’ en Hans von Bülow roemde het als ‘een microkosmos van Beethovens kunst’.
En Arnold Schönberg? Die vond ze het harmonisch meest gedurfde van Beethovens composities. De set van 33 variaties ontstond op instigatie van Anton Diabelli. Deze Salzburger was niet alleen componist, maar ook uitgever. Hij nodigde in 1819 een aantal bekende musici uit om ieder één variatie te maken op een eenvoudig Donauwalsje dat hij had neergepend.
Onder de collega’s die hij benaderde, waren Franz Schubert, Franz Liszt (toen nog maar acht jaar), Friedrich Kalkbrenner, Franz Xaver Mozart (de jongste zoon van Wolfgang Amadeus), Carl Czerny, Johann Nepomuk Hummel en Ludwig van Beethoven.
Vanaf dat punt lopen de lezingen van wat er gebeurde uiteen. Was Beethoven kwaad dat hij slechts één variatie kon schrijven? Vond hij het atje te onbeduidend en wilde hij, door er een hele reeks variaties op te schrijven, laten zien wat hij zelfs uit een niemendalletje kon halen? Wilde hij de andere genodigden overtroeven?
In ieder geval liet Beethoven weten dat hij bereid was om niet minder dan twintig variaties te schrijven. Om er vervolgens in de daaropvolgende jaren nog eens dertien aan toe te voegen. Het resultaat beviel Diabelli, want hij publiceerde de set in 1823 als 120.
Anders dan zijn collega’s die zich er met hun ene variatie van af gemaakt hadden, nam Beethoven niet zozeer het je zelf als uitgangspunt, maar meer het harmonische schema van waaruit hij onvoorziene en vergaande excursies ondernam. Maar ook humor komt om de hoek kijken.
In de 23ste variatie wordt de draak gestoken met vingeroefeningen van pianist Johann Cramer en in de 22ste variatie duikt weer een citaat op uit Don Giovanni, namelijk Leporello’s ‘Notte e giorno faticar’.
Een verwijzing dat Beethoven zelf, zoals Leporello zingt, zich overdag en ’s avonds moest afbeulen om deze variaties te schrijven? Of vond Beethoven dat Diabelli soms wat al te letterlijk dingen ontleende aan Mozart? Waarom Beethoven precies 33 variaties schreef, is niet duidelijk.
Wellicht wilde hij Bachs Goldbergvariaties – 32 in aantal – overtreffen. Of spoorde Beethoven, zoals het verhaal gaat, Diabelli aan de reeds door anderen geschreven 32 variaties te publiceren, zodat hij er dan in zijn eentje 33 aan kon toevoegen?
Biografie
Igor Levit, piano
Igor Levit, geboren in Nizjni Novgorod en vanaf zijn achtste woonachtig in Duitsland, won in 2005 als jongste deelnemer vier prijzen op het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. In 2009 studeerde hij af aan de Musikhochschule van Hannover, waar hij sinds voorjaar 2019 zelf les geeft.
In 2018 ontving de pianist de Gilmore Artist Award, en een jaar later kreeg hij voor zijn complete Beethovensonates een Klassik en riep Gramophone hem uit tot ‘artist of the year’.
Bij Musical America werd Igor Levit ‘recording artist of the year 2020’, van BBC Music Magazine kreeg hij in 2022 twee awards voor On DSCH en eind 2023 verscheen het solo-album Fantasia. In 2021 bracht de musicus zijn eerste boek uit, House Concert. De titel refereert aan de 53-delige reeks Twitter-concerten die hem tijdens de covid-lockdown wereldwijd bekend maakten. In 2022 verscheen bovendien de documentaire Igor Levit – No Fear.
Voor zijn politieke commitment werd de musicus gelauwerd met de International Beethoven Prize (2019) en de ‘Statue B’ van het Internationaal Auschwitz Comité (2020), en in 2020 kreeg hij de Orde van Verdienste van de Bundesrepublik Deutschland.
Onder de muzikale hoogtepunten van het vorige concertseizoen waren solorecitals in Wenen, Berlijn, Milaan, Londen, Seoul, Tokio, Montréal, Toronto en New York, kamermuziek op de Schubertiade Schwarzenberg, een Bartókcyclus met het NDR Elbphilharmonieorchester, een Brahmscyclus met de Wiener Philharmoniker en optredens met de Berliner Barock Solisten, de Staatskapelle Berlin, de Sächsische Staatskapelle Dresden, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.
In mei 2024 cureerde Igor Levit de tweede editie van het Piano Fest in samenwerking met het Lucerne Festival, en met ingang van 2022/2023 is hij co-artistiek leider van de Heidelberger Frühling. In januari 2013 debuteerde Igor Levit als Rising Star in de , in april 2018 en maart 2021 soleerde hij bij het Concertgebouworkest en in november 2021 gaf hij zijn eerste solorecital in de .
