Matthias Goerne zingt Schumanns Dichterliebe, Brahms, Sjostakovitsj en meer

Matthias Goerne bariton
Daniil Trifonov piano

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Alban Berg (1885-1935)

Vier Lieder, op. 2 (1909-10)
Schlafen, schlafen
Schlafend trägt man mich
Nun ich der Riesen Stärksten überwand
Warm die Lüfte

Robert Schumann (1810-1856)

Dichterliebe, op. 48 (1840)
Im wunderschönen Monat Mai
Aus meinen Tränen spriessen
Die Rose, die Lilie, die Taube, die Sonne
Wenn ich in deine Augen seh’
Ich will meine Seele tauchen
Im Rhein, im heiligen Strome
Ich grolle nicht
Und wüssten’s die Blumen
Das ist ein Flöten und Geigen
Hör ich das Liedchen klingen
Ein Jüngling liebt ein Mädchen
Am leuchtenden Sommermorgen
Ich hab’ im Traum geweinet
Allnächtlich im Traume seh’ ich dich
Aus alten Märchen
Die alten bösen Lieder

Hugo Wolf (1860-1903)

Drei Gedichte von Michelangelo (1897)
Wohl denk’ ich oft an mein vergangnes Leben
Alles endet, was entstehet
Fühlt meine Seele das ersehnte Licht

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Dante
Dood
Nacht
uit ‘Suite op gedichten van Michelangelo Buonarrotti’, op. 145 (1974)

Johannes Brahms (1833-1897)

Vier ernste Gesänge, op. 121 (1896)
Denn es gehet dem Menschen
Ich wandte mich, und sahe an
O Tod, wie bitter bist du
Wenn ich mit Menschen- und mit Engelzungen

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Matthias Goerne zingt Schumanns Dichterliebe, Brahms, Sjostakovitsj en meer

Door Frits Vliegenthart

Berg: Vier Lieder

Alban Berg voelde zich in eerste instantie meer aangetrokken tot de literatuur dan tot de muziek. Voordat hij leerling van Arnold Schönberg werd, was hij als componist voornamelijk autodidact. Aanvankelijk stond hij nog volop in de Duitse romantische traditie, beïnvloed door Schumann, Wagner en de vroege Schönberg, maar rond 1910 maakte hij zich steeds meer los van de tonaliteit, bijvoorbeeld in de Vier er. Het laatste lied daaruit is zelfs .

In het eerste lied, op het gedicht Dem Schmerz sein Recht van dichter en toneelschrijver Christian Friedrich Hebbel (1813-1863), verlangt de ik-persoon naar slaap, om zijn ellende te vergeten. De volgende drie liederen zijn naar gedichten van de visionaire mysticus Alfred Mombert (1872-1942). Ook hierin is de slaap prominent aanwezig. In Warm die Lüfte wacht een doodziek meisje in de natuur – we horen een nachtegaal in de pianopartij – vergeefs op haar geliefde, maar ze vindt troost en verdieping in de gedachte dat nu eenmaal de een sterft terwijl de ander blijft leven.

Schumann: Dichterliebe

De gedichten van Heinrich ­Heine (1797-1856) zijn door veel componisten op muziek gezet, begrijpelijk gezien hun muzikaliteit en rijkdom aan emoties. Melancholie wordt vaak verluchtigd door ironie en zelfspot.

Uit Heines door een onbeantwoorde liefde geïnspireerde Buch der Lieder zette Robert Schumann tussen 24 mei en 1 juni 1840 twintig gedichten op muziek; daarvan zijn er zestien gepubliceerd onder de titel Dichterliebe. Nauwkeurig en fijngevoelig weet Schumann telkens de kern weer te geven in een muziek die rijk is aan expressie, karakterschildering en . De pianopartij is belangrijker dan ooit tevoren in zijn liedoeuvre.

Tussen het eerste lied vol beschroomd verlangen (Im wunderschönen Monat Mai) en het laatste, waarin ‘die alten bösen Lieder’ samen met de liefde en het leed ten grave worden gedragen, opent zich een waaier aan uiteenlopende stemmingen: vrolijkheid (Die Rose, die Lilie, die Taube, die Sonne), mystieke erotiek (Im Rhein, im heiligen Strome), grimmigheid (Ich grolle nicht, Das ist ein Flöten und Geigen), cynisme (Ein Jüngling liebt ein Mädchen) en verdriet (Ich hab’ im Traum geweinet).

  • Sonnet van Michelangelo Buonarroti aan Giovanni da Pistoia

Wolf: Drei Gedichte von Michelangelo

Hugo Wolf had veel gemeen met Schumann: niet alleen speelt in hun kunst het ­literaire element een belangrijke rol, ook eindigden beider levens op tragische wijze – beide toondichters hadden een zwakke psychische gezondheid.

De Drei Gedichte von Michelangelo behoren tot de laatste liederen vóór Wolfs definitieve instorting in 1897. Zijn verlangen naar het schrijven van ’s vond een uitweg in de dramatiek van zijn liederen, zoals deze drie op teksten van Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Voor Wolf was het duidelijk ‘dat de beeldhouwer een bas moest zijn’, zoals hijzelf verklaarde. Toen Michelangelo’s poëtisch oeuvre in 1896 in het Duits was vertaald, wilde Wolf een flink aantal gedichten op muziek zetten, maar hij kwam niet verder dan vier, waarvan hij Irdische und himmlische Liebe vernietigde, omdat hij het niet goed genoeg vond.

Wagneriaanse elementen in de drie overgebleven liederen zijn monumentaliteit (passend bij de grote beeldhouwer) en , zoals op de woorden ‘alles endet, was entstehet’ in het tweede lied; in diezelfde passage klinken aangrijpende, uitgesproken ‘moderne’ en. Beter dan door de ‘doodse’ parallelle octaven kan een componist de woorden ‘und nun sind wir leblos hier’ niet weergeven. Over dit lied schreef Wolf: ‘Ik geloof dat het het beste is van al mijn prutswerk. Het is werkelijk iets om gek van te worden en tegelijkertijd heeft het een verbazende, waarlijk klassieke eenvoud. Ik ben letterlijk bang voor deze compositie, want zij doet mij vrezen voor mijn eigen geestelijke gezondheid.’

In Fühlt meine Seele das ersehnte Licht wordt de geliefde ten onrechte aangesproken als ‘Herrin’ – wellicht een tegemoetkoming van de vertaler Walter Robert-Tornow aan de preutse tijdgeest, want bij Michelangelo staat ‘Signor’.

Sjostakovitsj: Suite op gedichten van Michelangelo Buonarroti

In de aanloop naar Michelangelo’s 500ste geboortedag (1975) schreef Dmitri Sjostakovitsj in 1974 de elfdelige op gedichten van Michelangelo Buonarroti voor bas en piano, op door Abram Efros in het Russisch vertaalde gedichten van Michelangelo; de versie met orkest volgde in 1975, het laatste levensjaar van de componist.

De cyclus omvat de essentie van het leven, van de morgen tot de nacht en de dood. Over het universele genie van Michelangelo zei Sjostakovitsj: ‘Deze man is niet slechts een Italiaan, hij behoort tot alle volken. Zijn poëzie boeit door zijn diepe, filosofische gedachten, zijn uitzonderlijke menselijkheid en zijn doordringende bespiegelingen van creativiteit en liefde.’

Strozzi wil het beeld Nacht wekken, maar namens het kunstwerk antwoordt Michelangelo dat het wil blijven slapen

Voor dit zijn drie liederen uitgekozen; de titels stammen van Sjostakovitsj. In Dante bezingt Michelangelo hoe de grote dichter uit Florence levend terugkeert na zijn afdaling in de hel en de wereld het licht doet zien (‘Ach, was ik hem maar, ook al werd hij miskend door de ondankbare mensheid’)! In Dood: de dood is zeker, maar het is nog niet zover (‘Het licht is gedoofd, Heer, wanneer verlaat ik deze blinde wereld, waarin het kwaad overheerst?’). En Nacht is een dialoog tussen componist Giovan Battista Strozzi (1504-1571) en Michelangelo, die feitelijk gaat over diens kunstenaarschap. Strozzi wil het beeld Nacht wekken, maar namens het kunstwerk antwoordt Michelangelo dat het wil blijven slapen. In dit lied citeert Sjostakovitsj de uit zijn vijftiende en laatste strijkkwartet.

Brahms: Vier ernste Gesänge

Na het voltooien van zijn ‘zwanenzang’, de Vier ernste Gesänge, merkte Johannes Brahms spottend op: ‘Die heb ik mijzelf op mijn verjaardag cadeau gedaan.’ Hij wist toen nog niet dat hij binnen een jaar zou overlijden aan leverkanker.

Hoewel Brahms geen belijdend christen was, liet hij zich inspireren door bijbelteksten; de ’s zijn vergankelijkheid en naastenliefde. Hier geen gemoedsontladingen als bij Schumann en Wolf, maar pure klankschoonheid.

Denn es gehet dem Menschen (Prediker 3: 19-22) opent met een langzaam zwoegende beweging als van ossen voor een ploeg, begeleid door sombere klokken. Snellere passages maken het vluchtige van het leven hoorbaar. In Ich wandte mich, und sahe an benijdt de Prediker (4: 1-3) zowel de doden als degenen die nog niet leven in het aardse tranendal. O Tod, wie bitter bist du (Jezus Sirach 41: 1-2) begint in vanwege de bitterheid van de gedachte aan de dood voor wie het goed heeft in het leven, overgaand in bij de overweging hoe weldadig de dood kan zijn als verlossing uit het lijden.

Voor het laatste lied, Wenn ich mit Menschen- und mit Engelzungen (I Korintiërs 13: 1-3 en 12-13), met Paulus’ beroemde woorden over Geloof, Hoop en Liefde, maakte Brahms gebruik van brokstukken bestaand muzikaal materiaal, meesterlijk samengevoegd tot een gave eenheid.

Biografie

Matthias Goerne, bariton

Matthias Goerne wordt geprezen om zijn diepgaande interpretaties van en . Hij werd geëngageerd door de grote operahuizen, zoals de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Opéra national de Paris en de Wiener Staatsoper, in rollen als Wotan, Amfortas, Marke, Blauwbaard en Wozzeck.

Hij werkt geregeld met vooraanstaande en – Simon Rattle, Kirill Petrenko, Gustavo Dudamel, Christoph Eschenbach, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt, Fabio Luisi, Manfred Honeck, Jaap van Zweden, Yannick Nézet-Séguin – en maakt zijn opwachting bij befaamde orkesten en festivals. Matthias Goerne won talloze prijzen, werd vijf keer genomineerd voor een Grammy en is lid van de Royal Philharmonic Society.

Om zijn artistieke horizon te verbreden debuteert hij in Toulouse als regisseur in Salome (Richard Strauss). Recente hoogtepunten zijn onder meer cycli van Schubert met Maria João Pires en Daniil Trifonov, uitgevoerd in heel Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië, en de wereldpremière van Jörg Widmanns Schumannliebe. Matthias Goerne, geboren in Weimar, studeerde bij Hans-Joachim Beyer, Elisabeth Schwarzkopf en Dietrich Fischer-Dieskau.

Daniil Trifonov, piano

Daniil Trifonov had vanaf zijn achtste pianoles aan de ­Gnessin ­Muziekschool in Moskou en vervolgde zijn studie bij Sergei Babayan aan het Cleveland Institute of Music. Hij studeerde tevens compositie en schreef naast kamermuziek ook drie pianoconcerten.

In 2010/2011 won de pianist prijzen op drie belangrijke internationale wedstrijden op rij: het Chopinconcours in Warschau, het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en het Tsjaikovski Concours in Moskou.

In 2013 werd hem in Italië de Franco Abbiati Prijs toegekend, en hij werd Artist of the Year bij zowel Gramophone (2016) als Musical America (2019). Voor zijn Liszt-album Transcendental won hij in 2018 een Grammy Award, en in 2021 kreeg het Russische album Silver Age een Op­us Klassik.

Zijn nieuwste project, waarvan in oktober het eerste album My American Story: North uitkwam, beschrijft een zeer persoonlijke muzikale reis door Amerika, waar Daniil Trifonov bijna de helft van zijn leven heeft doorgebracht. Daniil Trifonov bekleedde residencies bij de Berliner Philharmoniker, de Wiener Musikverein, de New York Philharmonic en Carnegie Hall (2019/2020) en is dit seizoen in residence bij zowel het Chicago Symphony Orchestra als het Tsjechisch Philharmonisch Orkest.

Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (2018), het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des ­Bayerischen Rundfunks, de Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het Mariinski Orkest en de orkesten van Los Angeles, Boston, Philadelphia en Cleveland.

Door Europa tourde hij vorig seizoen met cellist Gautier Capuçon en dit seizoen reist hij met violist ­Leonidas Kavakos naar Chicago, Boston, ­Kansas City en Washington D.C. Met een ­programma met bariton Matthias Goerne deed hij in juni 2022 onder andere Het Concertgebouw aan. Daniil Trifonov geeft ook wereldwijd solorecitals; in de deed hij dat in 2013, 2016, 2017 en 2019 en in maart 2023 verzorgde hij er samen met zijn voormalig leraar Sergei Babayan een Rachmaninoff-programma.