Matthäus-passion Door Ton Koopman en Amsterdam Baroque

Extra Concert 19.30 uur 

Amsterdam Baroque Orchestra & Choir
Jongenskoor van de St. Bavo Kathedraal Haarlem
Ton Koopman dirigent
Tilman Lichdi tenor (Evangelist)
Andreas Wolf bas (Christus) 
Yetzabel Fernandez sopraan
Maarten Engeltjes countertenor
Klaus Mertens bas

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 22.50 uur

teksten verkrijgbaar aan de zaal

download dit programma als printvriendelijke pdf

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus-Passion, BWV 244
(1727, revisie 1736 en 1742)

op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Matthäus-Passion

Door Marcel Bijlo

Johann Sebastian Bach was net een jaar cantor in Leipzig toen hij op Goede Vrijdag 1724 zijn eerste passie in première bracht. Leipzig had niet, zoals veel andere Duitse steden, een traditie in het uitvoeren van passie-oratoria. De liturgie van Goede Vrijdag was zeer sober, dus de overweldigende Johannes-Passion die Bach in 1724 liet horen moet grote indruk gemaakt hebben op de aanwezigen.

Voor 1725 stond oorspronkelijk een tweede passie op het programma, een die was gebaseerd op het evangelie van Mattheüs. Die zou naadloos moeten passen in de jaargang die Bach toen schreef, maar hij legde de lat voor zijn nieuwe passie zo hoog dat het hem niet lukte het werk op tijd af te krijgen. In plaats daarvan voerde hij in 1725 nogmaals de Johannes-Passion uit, maar dan wel in een iets andere versie. Het grootse openingskoor Herr, unser ­Herrscher verving hij, op dringend verzoek van de kerkbestuurders die het veel te theatraal vonden, door het iets bescheidener O Mensch, bewein dein Sünde gross dat uiteindelijk aan het slot van deel 1 van de Matthäus-­Passion terecht zou komen. Die Matthäus-­Passion zou in 1727 voor het eerst klinken en we weten dat er ook in 1729 en 1736 uitvoeringen van waren. Uitsluitend in Leipzig, ergens anders heeft Bachs passie tijdens zijn leven nooit geklonken.

Mattheüs vs. Johannes

De Matthäus-Passion is Bachs meest omvangrijke werk en is, in tegenstelling tot de twee andere vocale meesterwerken van later datum, de ‘Hohe Messe’ en het Weihnachtsoratorium, van meet af aan opgezet als een hechte eenheid. De twee delen klonken voor en na de preek in de liturgie.

Het evangelie van Mattheüs vertelt het lijdensverhaal op een hele andere manier dan dat van Johannes. Bij Johannes gaat het meer om het verslag van de gebeurtenissen en de implicaties daarvan. Het gaat over waarheid, over het koningschap van Jezus en over allerlei aspecten van de theologie die in het Johannes-­evangelie veel aandacht krijgen. Veel minder centraal staat de menselijke maat: wat betekent het lijden en sterven van Jezus voor de gelovigen? Die menselijkheid krijgt bij Mattheüs juist de volle aandacht, en dit resulteerde er bij Bach in dat hij een bredere, meer beschouwende toonzetting van het lijdensverhaal maakte dan in zijn Johannes-Passion.

Vele elementen

De vormen die Bach gebruikte zijn wel dezelfde. Na een veelgelaagd openingskoor ontrolt het verhaal zich. Er is de evangelietekst in eenvoudige stijl, nu en dan onderbroken door de turbae (volkskoren), er zijn de koralen en er zijn arioso’s en ’s. Elk onderdeel heeft een eigen functie. De koralen verklanken het collectief van de gelovigen, de arioso’s of begeleide recitatieven gaan vooraf aan de aria’s en geven een commentaar op wat even daarvoor in de evangelietekst aan de orde is gekomen, de aria’s verklanken de gevoelens van een individuele gelovige. Al die onderdelen houden verband met elkaar, ze volgen elkaar niet zomaar op maar zijn door Bach zeer zorgvuldig gerangschikt en over het hele werk verdeeld. Alle muzikale elementen, zoals aantal maten, en en s, zijn daarbij van belang.

Dood en troost

Wie naar de Matthäus-­Passion luistert zal ervaren dat de sfeer, naarmate het verhaal vordert en het moment van de kru­isiging nadert, steeds donkerder wordt. Dit bewerkstelligt Bach door steeds verder af te dalen naar en met steeds meer verlaagde tonen (mollen), iets wat ook de muzikaal minder geschoolde luisteraar onbewust kan waarnemen. Om uiteindelijk, bij de allerlaatste woorden die Jezus spreekt, uit te komen in bes klein, de toonsoort met het toen maximale aantal mollen (namelijk vijf). Dit is ook het enige moment waarop de woorden van Jezus niet worden begeleid door de strijkers, die we in de rest van de passie wel ­horen.

Het is nauwelijks voor te stellen dat de kerkgangers in Leipzig gewoon overgingen tot de orde van de dag

Nadat de evangelist het verscheiden van Jezus heeft gemeld, keert Bach ineens weer helemaal terug naar een vertrouwd C groot, zonder en of mollen, in het eenvoudige Wenn ich einmal soll scheiden. Vanaf daar worden de toonsoorten en s wat lichter en ligt de nadruk sterk op het verklanken van de troost die de luisteraars uit het lijdensverhaal kunnen putten.

Dramatische effecten

Bach componeerde nooit een , maar hij wist wel degelijk hoe hij muzikaal drama moest vormgeven. Het frappantste voorbeeld daarvan is in de Matthäus-Passion het moment waarop Pilatus aan het volk – dat dan al een keer om de kruisiging van Jezus heeft geschreeuwd – vraagt: ‘Was hat er denn Übels getan?’ Daarop volgt een arioso van de sopraan, waarna de Aus Liebe will mein Heiland sterben de tijd helemaal stil zet. Het schreeuwende volk lijkt nu verder weg dan ooit. Bach gebruikt hier een bijzondere instrumentatie: naast de sopraan klinken een fluit en twee oboi da caccia (‘jacht­hobo’s’). Die lage hobo’s zorgen voor het fundament; omdat er geen continuo-­instrumenten zijn, lijkt de aria te ­zweven.

Maar na de laatste noot worden we met dubbele kracht weer de realiteit in geslingerd: het volk brult nog harder dan tevoren om de dood van Jezus, en de meditatieve sfeer van de in de lucht zwevende aria lijkt verder weg dan ooit. Dit enorme contrast brengt telkens weer een grote schok teweeg bij de luisteraar die zich dan pas ten volle realiseert dat er nu echt geen weg meer terug is: Pilatus is bezweken voor de wil van het volk en Jezus zal sterven. Bach heeft hier alles in de strijd gegooid om zijn luisteraars te doordringen van de ernst van de situatie en dit is natuurlijk lang niet het enige moment in de Matthäus-Passion waarop hij dat doet.

Tijdloos

Wat de kerkgangers er indertijd in Leipzig van hebben gevonden weten we niet, maar het is nauwelijks voor te stellen dat ze dit allemaal gewoon voor kennisgeving hebben aangenomen en overgingen tot de orde van de dag. Dat Bach met zijn Matthäus-Passion een van de iconen van de westerse muziekgeschiedenis heeft voortgebracht zal men anno 1727 in Leipzig evenwel niet hebben kunnen bevroeden. Sterker: toen Felix Mendelssohn in 1829 de toen al volkomen vergeten passie weer wilde uitvoeren werd hem allerwege afgeraden dit te doen. Het was immers muziek die inmiddels niet meer begrepen zou worden en hoogstens nog interessant was voor de studeerkamer. Maar al snel bleek Bachs Matthäus-­Passion een werk te zijn dat de context van Bachs tijd en de liturgie ver heeft overstegen.

Biografie

Amsterdam ­Baroque Orchestra & Choir

Ton Koopman richtte het Amsterdam Baroque Orchestra op in 1979 en is daarvan sindsdien muzikaal-­artistiek leider. De groep bestaat uit internationaal vermaarde oudemuziekspecialisten. Het Amsterdam Baroque Choir werd vervolgens in 1992 in het leven geroepen en debuteerde tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht van dat jaar met muziek van Biber. 

Het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir concerteert veelvuldig in Europa, de Verenigde Staten en Azië. Het repertoire omvat muziek gecomponeerd tussen 1600 en 1791; de grens ligt daarmee bij de dood van Mozart. Tussen 1994 en 2004 werkte het gezelschap aan de integrale opname van Bachs wereldlijke en geestelijke s. In 2014 werd een volgend bijzonder opnameproject afgerond: de complete werken van Buxtehude.

Voor zijn veelomvattende discografie – met bijvoorbeeld ook concerti grossi van Locatelli, symfonieën van Mozart en oud-Hollandse kerstliederen – kreeg het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir prijzen als de Gramo­phone Award, de BBC Award, de Edison en de Diapason d’Or.

In kleine bezetting treden de musici ook op met werken als Bachs Musikalisches Opfer en Brandenburgse concerten. In Het Concertgebouw was het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir eerder onder meer te gast met Bachs Weihnachtsoratorium in 2014 en diens Matthäus-Passion in 2017.

Ton Koopman, dirigent

Ton Koopman studeerde , klavecimbel en muziekwetenschap in Amsterdam, ontving tweemaal de Prix d’Excellence en groeide uit tot een leidende persoonlijkheid binnen de oude­muziekbeweging. In 1979 richtte hij het Amsterdam Baroque Orchestra op en in 1992 ook het Amsterdam Baroque Choir.

Van 1994 tot 2004 werkten ze samen aan het uitvoeren en opnemen van alle overgeleverde s van Bach, goed voor de allereerste VSCD Klassieke Muziekprijs. 

Naast zijn eigen ­projecten is Ton Koopman een veelgevraagd gastdirigent bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre Philharmonique de Radio France, de Wiener Symphoniker en de orkesten van San Francisco, Cleveland, Chicago, Boston en New York.

Hij debuteerde in 1991 bij het Concert­gebouworkest en keerde daar onder meer terug voor Bachs ­Matthäus-Passion (2018) en een programma met blokfluitiste Lucie Horsch (2020). Ton Koopman publiceert regelmatig en verzorgt nieuwe uitgaven. In het Bach-herdenkingsjaar 2000 kreeg hij van de Universiteit Utrecht een eredoctoraat, in 2006 de Bach-­Medaille van de stad Leipzig en in 2010 een ereprofessoraat aan de Anton Bruckner Universität in Linz. In 2012 werd hem de Buxtehude-Preis van de stad Lübeck uitgereikt, en in 2016 werd hij ereprofessor aan de Musikhochschule ­Lübeck en honorair artistiek adviseur van het Guangzhou House. In 2017 was de Edison Oeuvre Award voor Ton Koopman.

Onlangs werd Ton Koopman in Frankrijk onderscheiden met de titel Commandeur des Arts et des Lettres. De musicus heeft ruim 25 jaar lesgegeven aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, is emeritus professor van de Universiteit Leiden, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en artistiek directeur van het Franse muziekfestival ‘Itinéraire Baroque’.

Tilman Lichdi, tenor

Tilman Lichdi ­studeerde aanvankelijk maar besloot in 1999 zich volledig te richten op de ontwikkeling van zijn stem. Zijn ­zangdocenten waren Alois Treml en Charlotte Lehmann. De tenor groeide uit tot een veelgevraagd -, - en concertzanger.

Als operazanger was hij van 2005 tot 2013 vast verbonden aan het Staatstheater ­Nürnberg. Hier ­vertolkte hij belangrijke rollen in werk van onder ­anderen Mozart, Rossini en Wagner. Maar zijn specialisme is de evangelistenpartij in de Passionen van Bach. Recente ­hoogtepunten waren optredens met de Bamberger ­Symphoniker, de Münchner Philharmoniker en het Orquestra ­Gulbenkian in Lissabon.

Toen hij in 2010 bij het Chicago Symphony Orchestra de Johannes-­Passion van Bach zong, schreef de Chicago ­Classical ­Review: ‘Een heel leven kan voorbijgaan ­zonder de evangelistenrol zo goed te horen als van Tilman Lichdi.’

De tenor trad op met en als Kent Nagano, Bernard Labadie, Ton Koopman, Martin Haselböck, Christoph Poppen, Claus Peter Flor en Michail Pletnev. Bij de New York Philharmonic zong hij in Händels Messiah.

Ton Koopman en diens Amsterdam Baroque Orchestra & Choir vergezelde hij onder meer tijdens een tournee naar Italië en Spanje. Met het ­Koninklijk Concertgebouworkest treedt hij voor het eerst op. 

Andreas Wolf, bariton

Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde ­Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.

Tot zijn -­engagementen van de ­afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan ­tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Fest­wochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.

Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ ­Ar­iadne auf Naxos en ­Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. ­s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.

In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.

Yetzabel Fernandez, sopraan

Sopraan Yetzabel Fernandez is afkomstig uit Cuba en begon haar ­muzikale opleiding aan het conservatorium van Havana. Ook had ze les in ­Miami en verdiepte ze zich in Milaan bij Roberto Gini in de vertolking van Italiaans repertoire uit de zeventiende eeuw.

Een belangrijk moment in de carrière van de zangeres was het winnen van meerdere prijzen tijdens het Concours International de Chant Baroque in Chimay. Ook werd ze onderscheiden tijdens concoursen in Napels en Rome.

Yetzabel Fernandez musiceerde met vele ensembles en orkesten. Een belangrijke muzikale partner is Ton Koopman: ze zong veelvuldig onder diens leiding, ­tijdens concerten van het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, maar ook bij het ­Orchestre National de Lyon.

Yetzabel Fernandez werkte mee aan een aantal cd-opnamen en haar vertolking van Händels  Clori, Tirsi e Fileno kreeg in 2010 de Stanley Prize. In Het Concertgebouw maakte ze haar debuut in een Monteverdi-programma met La Venexiana in de zomer van 2008.

Maarten Engeltjes, countertenor/dirigent

Maarten Engeltjes zong vanaf zijn vierde jaar als jongens­sopraan, maakte op zijn zestiende zijn debuut als in Bachs ­Matthäus-Passion en studeerde in 2007 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij werkte als solist met en als Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, William Christie, Jordi Savall, Reinbert de Leeuw, Markus Stenz en Lars Ulrik Mortensen.

Hij zong in Bachs Hohe Messe en Weihnachtsoratorium bij de Akademie für Alte Musik Berlin, Pergolesi’s Stabat Mater bij Concerto Köln en Händels Messiah bij de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.

Actuele highlights zijn een zevenjarige Bachcyclus met Les Arts Florissants onder leiding van Paul Agnew, Bachcantates in Praag en Leipzig met Ton Koopman en zijn Amsterdam ­Baroque Orchestra, Händels Israel in Egypt met het NDR Chor onder leiding van Klaas Stok en – in december 2024 onder leiding van Ton Koopman – zijn debuut bij de New York Philharmonic in Händels ­Messiah.

Het podium betrad Maarten Engeltjes bij de Opéra de Ma­rseille, de Opéra Comique in Parijs, het Boston Early Music Festival, het Tokyo Metropolitan Theatre en De Nationale Opera in Amsterdam.

In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was hij sinds 2008 meermaals te gast, onder meer op 27 oktober 2024 in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag. In 2017 richtte de zanger zijn eigen ­ensemble PRJCT Amsterdam op, dat hij ook dirigeert.

Klaus Mertens, bas

Bas-bariton Klaus ­Mertens trad in de ­afgelopen decennia veelvuldig op en werkte mee aan meer dan tweehonderd ­platen en cd’s. Als hechte muzikale ­partner van Ton Koopman was hij ook betrokken bij diens opnames van alle s van Bach en Buxtehude. Niet eerder nam één bas al deze cantatearia’s voor zijn rekening. 

Klaus Mertens werkt daarnaast graag en veel samen met andere bekende oudemuziek­specialisten, onder wie Frans Brüggen, ­Nikolaus Harnoncourt, René Jacobs, Philippe ­Herreweghe en Gustav Leonhardt. 

Binnen zijn brede repertoire, dat ook ­hedendaagse muziek omvat, neemt het vocale werk van ­Telemann een speciale plaats in; vorig jaar ontving Klaus Mertens de Georg-Philipp-­Telemann-Preis van de stad Maagdenburg.

Met een even ­grote passie wijdt Klaus Mertens zich aan repertoire uit latere stijlperiodes, onder meer met de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig en het Chicago Symphony Orchestra. Bij het ­Koninklijk Concertgebouworkest werkte hij in 1993 en 1998 mee aan uitvoeringen van BachPassionen ­onder leiding van Ton Koopman.