Matthäus-Passion door Het Concertgebouworkest

Passieuitvoering 19.00 uur
Palmzondaguitvoering 12.00 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Ivor Bolton dirigent
Groot Omroepkoor
instudering Benjamin Bayl
Nationaal Jongenskoor
instudering Wilma ten Wolde

solisten 'koor' 1:
Carolyn Sampson sopraan (aria's, maagd 1, Pilatus' vrouw)
James Laing alt (aria's)
James Gilchrist tenor (aria's, Evangelist)
Christopher Maltman bas (aria's, Christus)
Ludovic Provost bas (Judas)
Joep van Geffen bas (Pilatus)
Lars Terray bas (hogepriester 1)
Kersten McCall, Joséphine Olech fluit
Thera de Klerk, Vincent van den Ende blokfluit
Alexei Ogrintchouk, Mirjam Pastor Burgos hobo, oboe da caccia
Liviu Prunaru viool
Frederike Heumann viola da gamba
Tatjana Vassiljeva cello
Pierre-Emmanuel de Maistre contrabas
Leo van Doeselaar orgel
Michael Freimuth chitarrone

solisten 'koor' 2:
Lydia Teuscher sopraan (aria's, maagd 2)
Lawrence Zazzo alt (aria's, valse getuige 1)
Jeremy Ovenden tenor (aria's)
Alan Belk tenor (valse getuige 2)
Thomas Oliemans bas (aria's, Petrus)
Luuk Tuinder bas (hogepriester 2)
Emily Beynon, Julie Moulin fluit
Nicoline Alt, Vincent van Wijk hobo, oboe d’amore
Tjeerd Top viool
Bernard Robertson orgel, klavecimbel

 

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736)
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander

begin van de pauze ca. 20.15 resp. 13.15 uur
einde van het concert ca. 22.30 resp. 15.30 uur

tekstboekje voor € 2,50 verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus Passion

Tekst: Dirk Luijmes

‘Toen in een grote stad deze passiemuziek voor de eerste keer werd uitgevoerd, met twaalf violen, vele hobo’s, ten en andere instrumenten, stonden vele mensen versteld en wisten niet wat ze ervan moesten denken. (…) Allen waren verbijsterd, keken elkaar aan en zeiden: “Waar moet dit toe leiden?” Een oude adellijke weduwe zei: “God helpe ons, mijn kinderen! Het is net alsof we bij een komedie zijn”.’

Zouden ze over de Matthäus-Passion gaan, deze woorden die in 1732 werden opgetekend door de Saksische schrijver Christian Gerber? Het is goed mogelijk, want enig opzien zal Johann Sebastian Bachs meest omvangrijke compositie toch wel gebaard moeten hebben, nadat die in 1729 en vermoedelijk ook al in 1727 in Leipzig tot klinken kwam.

Als de monden van de kerkgangers destijds nog niet openvielen van verbazing, dan moet dat toch in 1736 geweest zijn – zouden wij denken – toen Bach de dubbelkorigheid volledig gestalte gaf en meteen al in het monumentale openingskoor zijn muziek van drie kanten de kerk in liet stromen.

Het is overigens ook voorstelbaar dat de gelovigen blij waren dat ze na de slotsarabande ‘Wir setzen uns’ eindelijk de koude kerk konden verlaten, want zo geliefd was de muziek van de Thomaskantor in zijn dagen niet bij de doorsnee muziekliefhebber. Velen vonden Bachs ke stijl maar ‘bombastisch, verward en gekunsteld’ en het is dan ook geen wonder dat zijn muziek na zijn dood snel werd vergeten.

Gelukkig zorgde Bachs zoon Carl Philipp Emanuel – anders dan diens oudere broer Wilhelm Friedemann – goed voor de nalatenschap van zijn vader en bleef de door Bach zelf met zorg behandelde van de Matthäus-­Passion bewaard. Ook nadat Felix Mendelssohn in 1829, op twintigjarige leeftijd, Bachs noten nieuw leven inblies – hij voerde de Matthäus-­Passion voor het eerst sinds lange tijd weer uit, waarbij hij klarinetten en een piano gebruikte en verschillende ’s schrapte – zou het nog lang duren voor de grootsheid van het werk ten volle werd onderkend.

?
Heeft Bachs passie iets van een opera? Zeker, maar zoals Bach-kenner Christoph Wolff vaststelde, kan zelfs de opera ‘zich wat betreft variëteit aan compositorische typen en vormen niet meten met de Matthäus-­Passion, omdat de opera geen cantus-firmus­techniek kent, zoals Bach die hanteert in het openings- en slotkoor van het eerste deel, of de polyfone motetstijl, zoals in sommige turba-koren in de passie’.

In al die vormen spreidt Bach een enorm vakmanschap ten toon, of het nu om een , om een of om een harmonisatie gaat. Steeds weet hij de draagwijdte van de tekst in zijn noten te illustreren. Voorbeelden te over: als Jezus de Olijfberg op gaat, loopt de continuolijn mee omhoog. Als Bach de van het koraal ‘O Haupt voll Blut und Wunden’ laat terugkeren, komt hij steeds met andere ën als de tekst daarom vraagt.

Nog veel meer dan zijn barokke vakbroeders gebruikt hij bovendien de kleur van en om zijn verhaal kracht bij te zetten; zo klinken Jezus’ laatste woorden (‘Eli, Eli’) in de ongebruikelijke toonsoort bes klein. Een operacomponist in Bachs tijd had er een aan puntje kunnen zuigen.

Meer dan een opera
Wie verder kijkt, denkt meer te zien. Zo buitelen musicologen en theologen over elkaar heen om aan te tonen dat die geniale noten veel meer bevatten dan een opera-achtige, effectieve uitbeelding van het lijdensverhaal.

De hele Matthäus-Passion zou bol staan van de getalssymboliek. Om wat lukraak gekozen voorbeelden te noemen: als je goed telt, is het totaal aantal noten in de continuobegeleiding van Jezus 365, het aantal dagen van een jaar. De snelle noten die de aardbeving na Jezus’ dood begeleiden, kun je met enige goede wil onderverdelen in 18, 68 en 104 noten, waarmee Bach zou verwijzen naar de psalmen met die nummers waarin ook sprake is van het beven van de aarde.

De gehele structuur van de Matthäus zou je – volgens sommigen – zelfs in een evenwichtige vorm kunnen onderbrengen en de componist zou zijn naam (B=2, A=1 etc.) ook op allerlei niveaus hebben achtergelaten. En dat alles ter meerdere glorie van de Schepper.

Uitvoeringspraktijk
Uiteraard lopen de ideeën over dit soort theorieën nogal uiteen. Dat geldt trouwens ook voor al die verschillen in uitvoeringspraktijk. Ruim een eeuw geleden klonk de Matthäus-Passion met vele coupures in het Amsterdamse Concertgebouw traag in een romantische orkestbezetting, en kreeg de Evangelist meteen applaus als hij de juiste snaar raakte in het recitatief ‘Und weinete bitterlich’. Over opera gesproken!

Zijn dit soort praktijken de laatste decennia (zeker in ons land) verleden tijd, tegenwoordig maakt men zich er druk over of we het juiste tempo van Bach wel benaderen, of we wel het juiste aantal zangers hebben gevonden en of we in de juiste Bach-stemming spelen. En wie bang is dat de passie in deze tijd niet overkomt, hertaalt de tekst in hedendaags Nederlands (‘Hoor van verre jammerklagen. Jezus! – Wie? – Je medemens!/ Jezus! – Waar? – Ze slaan hem lens!’) dan wel in het Fries (‘Is bliksem en tonger it flokken fergongen!?’).

Een humanistisch statement, een muzikaal evangelie, een piëtistische geloofsbelijdenis, een kerkopera, een voertuig voor verborgen kabbalistische boodschappen, een laatste baken in deze tijd van secularisatie… iedereen heeft zijn eigen Matthäus. Vele boeken zijn er inmiddels over vol geschreven en nog steeds zijn de laatste woorden over de passie en de hele cultuur er omheen niet gezegd.

Integendeel, steeds weer kun je nieuwe verbanden leggen, nieuwe details ontdekken, en het werk naar je eigen hand zetten. Net als andere meesterwerken – of ze nu uit de koker van een Shakespeare of een Goethe komen – bezit de Matthäus-Passion immers tal van lagen, en is de compositie als een vakkundig geslepen diamant die – afhankelijk van de lichtval – steeds andere facetten laat zien. Een mer à boire voor wetenschappers, leken, mystici en musici. Én voor de luisteraar: want het geheim van het stuk laat zich niet in woorden of in getallen vangen. Dat geheim moet je vooral ervaren.

Biografie

Ivor Bolton, dirigent

Na twaalf jaar het Mozarteum­orchester Salzburg te hebben geleid – hij bleef er eredirigent – werd Ivor Bolton per 2016/2017 chef-­ van het Sinfonieorchester Basel. De Engelsman is ook chef-dirigent van het Dresdner Festspielorchester en – sinds 2015/2016 – artistiek leider van het Teatro Real in Madrid. Voorheen leidde hij de English Touring , de Glyndebourne Touring Opera en het Scottish Chamber Orchestra.

Als gastdirigent wordt Ivor Bolton geëngageerd door bijvoorbeeld het Tonhalle-­Orchester Zürich, het Orchestre de Paris, de BBC Proms, de Salzburger Mozartwoche, de Wiener Symphoniker en het Freiburger Barockorchester.

Begonnen als specialist in de en de breidt hij zijn repertoire gestaag uit: met het ­Mozarteumorchester nam hij Brucknersymfonieën op, zijn Billy Budd (Britten) aan het Teatro Real is veelgeprezen, en met zijn Sinfonieorchester Basel werkt hij aan een reeks Fauré-­opnames. Sinds 1994 onderhoudt Ivor Bolton een nauwe relatie met de Bayerische Staatsoper en hij kreeg in München de Bayerische Theaterpreis.

’s leidde hij ook voor de Maggio Musicale Fiorentino en aan de operahuizen van Bologna, Genua, Brussel, Lissabon, Sydney, Parijs, Londen, Berlijn, Hamburg, Wenen en Amsterdam. In Het Concertgebouw stond Ivor Bolton vaak op de bok bij het Nederlands Philharmonisch Orkest/Nederlands Kamerorkest, maar bijvoorbeeld ook in 2018 bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthäus-Passion.

James Gilchrist, tenor

James Gilchrist zong in het koor van New College, Oxford en in het King’s College Choir in Cambridge en begon zijn werkende leven als medicus.

In 1996 koos hij alsnog voor de muziek, waarna hij uitgroeide tot een veelgevraagd zanger in met name en . In eerste instantie trad hij vooral op met Britse gezelschappen in de historisch-geïnformeerde muziekpraktijk, zoals The Tallis Scholars en The Sixteen.

Zijn interesse in het oude repertoire kwam ook boven in zijn vele s met historische piano’s of met luitbegeleiding. De nadruk in de concertagenda van de tenor ligt nog steeds op de en hij wordt geëngageerd door bijvoorbeeld de Academy of Ancient Music, het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Monteverdi Choir, het Gabrieli Consort en het Dunedin Consort.

James Gilchrist wordt veelvuldig geroemd als Evangelist in de Passionen van Bach; in de was hij in die rol te beluisteren met het Concertgebouworkest in 2006, 2007, 2010, 2011 en 2016.

Als recitalzanger staat James Gilchrist bekend om zijn vertolkingen van Schubert, Schumann en Britse componisten als Vaughan Williams, Britten en Finzi.

Christopher Maltman, bariton

Christopher Maltman won vroeg in zijn carrière, in 1997, de er Prize van de Cardiff Singer of the World Competition. Sindsdien is hij veelvuldig te gast in concertzalen en -theaters. Een van zijn favoriete rollen is die van Don Giovanni in de gelijknamige opera van Mozart.

Deze partij zong hij bij onder meer de Bayerische Staatsoper in München, De Nationale Opera in Amsterdam en de Royal Opera Covent Garden in Londen. Dit theater is een van de vaste speelplekken van de bariton; in 2016 maakte hij hier zijn rol-debuut als Il Conte di Luna in Verdi’s Il trovatore en in 2017/18 vertolkte hij er de partij van Enrico in Donizetti’s Lucia di Lammermoor.

Andere engagementen brachten de Britse bariton bij bijvoorbeeld de Opéra National de Paris, de Staatsoper Berlin en de Metropolitan in New York. Christopher Maltman werd recentelijk geëngageerd door orkesten als het London Symphony Orchestra, de Staatskapelle Dresden, The Cleveland Orchestra en de New York Philharmonic.

Hij maakte tal van cd’s en speelde in 2010 de hoofdrol in Juan, een film van regisseur Kasper Holten. Na zijn debuut in de in 2000 gaf hij daar meerdere s, voor het laatst op 16 mei 2017 met het complete Hollywood Songbook van Hanns Eisler met pianist Julius Drake. In de was Christopher Maltman de afgelopen jaren te gast bij de Academy of Ancient Music, het Radio Filharmonisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Carolyn Sampson, sopraan

Carolyn Sampson soleerde bij het Freiburger Barockorchester, The English Concert, The Sixteen, het Hallé Orchestra, Britten , het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Mozarteum­orchester Salzburg en de orkesten van San Francisco, Boston, Cincinnati, Philadelphia en Detroit.

Het Concertgebouworkest vroeg haar sinds 2002 meermaals voor Bachs Passionen, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella ­Amsterdam voor de Johannes-­Passion, Mozarts Requiem, Beethovens Missa solemnis en BrahmsEin deutsches Requiem en het Bach Collegium Japan voor Mozarts Mis in c klein.

De Britse sopraan werd ook geëngageerd door de bekende ­huizen en door het Glyndebourne Opera Festival, de BBC Proms, de Salzburger Festspiele, het Mostly Mozart Festival in New York en het Boston Early Music Festival. s geeft ze graag tijdens de festivals van Oxford, Leeds, Saintes en Aldeburgh en op de bekende podia als Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, deSingel in Antwerpen, Carnegie Hall in New York en de ­Pierre Boulez Saal in Berlijn.

Haar meest ­recente recital in de was in december 2022 met ­pianist Joseph Middleton, haar vorige optreden in de was in november 2024 met PRJCT Amsterdam en Maarten Engeltjes (Vivaldi en Pergolesi).

Lydia Teuscher, sopraan

Lydia Teuscher studeerde aan het Royal Welsh College of Music and Drama en aan de Hochschule für Musik in Mannheim.

De Duitse sopraan trad op met onder meer het Gürzenich-­Orchester, het Orchestra of the Age of Enlightenment en het Amsterdam Baroque Orchestra. Daarnaast schitterde Lydia Teuscher in ­diverse producties. Zo vertolkte ze Pamina in Mozarts Die Zauberflöte tijdens de Mozartwoche in Satzburg, op het Festival van Aix-en-Provence, in het Bolsjoj Theater en in de operahuizen van München en Berlijn. In Le nozze di Figaro was ze Susanna op het Glyndebourne Festival, bij de Dresdner Semperoper, in het Staatstheater Karlsruhe en in het Hyogo Performing Arts Center in Japan. Andere rollen waren Ännchen in Webers Der Freischütz (Opernhaus Zürich), Zerlina in Mozarts Don Giovanni in het Bolsjoj Theater en Gretel in Humperdincks Hänsel und Gretel op het Glyndebourne Festival, bij de Dresdner Semperoper en tijdens het Saito Kinen Festival.

Recent soleerde ze in Verdi's Quattro pezzi sacri bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Christian Thielemann, Haydns Die Schöpfung met het Scottish Chamber Orchestra onder Maxim Emelyanychev, Mahlers Tweede symfonie met het Orquestra Simfónica de Barcelona i Nacional de Catalunya onder Kazushi Ono en BrahmsEin deutsches Requiem met Philharmonia Zürich gedirigeerd door Gianandrea Noseda.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Lydia Teuscher in 2007 in Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Rogier Norrington

David Daniels, countertenor

David Daniels werd geboren in South Carolina als zoon van twee zangdocenten en studeerde aan het Cincinnati College-Conservatory of Music. Hij begon als tenor, maar veranderde tijdens zijn ­vervolgstudie aan de University of Michigan van stemvak.

Sindsdien treedt de Amerikaan als op in ’s werelds belangrijkste ­huizen. David Daniels wordt veel gevraagd voor de werken van Händel, Monteverdi, Gluck, Mozart en Britten.

Vermeldenswaardig is ook de bejubelde, speciaal voor hem geschreven titelrol van Theodore Morrisons Oscar, een op het leven van Oscar Wilde gebaseerde opera die in 2013 in première ging bij de Santa Fe Opera. Daarnaast is de zanger thuis op de internationale concert- en podia en heeft hij een indrukwekkende discografie op zijn naam staan.

David Daniels maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concert­gebouworkest.

Vermeldenswaardig is ook de bejubelde, speciaal voor hem geschreven titelrol van Theodore Morrisons Oscar, een op het leven van Oscar Wilde gebaseerde die in 2013 in première ging bij de Santa Fe Opera. Daarnaast is de zanger thuis op de internationale concert- en podia en heeft hij een indrukwekkende discografie op zijn naam staan.

David Daniels maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concert­gebouworkest.

Lawrence Zazzo, alt

Lawrence Zazzo, geboren in Philadelphia, bekwaamde zich als aan het Royal College of Music in Londen. Daarnaast studeerde hij muziek aan het King’s College in Cambridge en Engelse literatuur aan Yale University.

Na zijn zangstudie verscheen Lawrence Zazzo al snel op de podia van voorname huizen en concertzalen. Zijn repertoire bevat inmiddels rollen in vele opera’s en oratoria uit de ; een van zijn succesrollen is de titelrol van Händels Giulio Cesare in Egitto. Tevens is hij een enthousiast pleitbezorger van twintigste-eeuwse en eigentijdse werken.

Lawrence Zazzo debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Jeremy Ovenden, tenor

De Engelse tenor ­Jeremy Ovenden ­studeerde aan het Royal ­College of Music in Londen, waar hij een Ian Fleming Trust Award won, en vervolg­de zijn studie bij ­Nicolai Gedda.

Hij wordt gezien als een van de ­beste Mozart-tenoren van zijn generatie, vooral in de rol van Don Ottavio in Don Giovanni. ­Jeremy Ovenden werkte samen met en als Simon Rattle, Riccardo Muti, Nikolaus Harnoncourt, Ton Koopman en René Jacobs.

rollen zong hij in bijvoorbeeld het Teatro alla Scala in Milaan, het Royal Opera House Covent ­Garden in Londen en De Munt in Brussel. Bij De Nationale Opera werkte hij mee aan Monteverdi’s L’Orfeo, Händels Alcina en Ercole amante van Cavalli.

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest maakt Jeremy Ovenden zijn debuut.

Thomas Oliemans, bariton

In een Spotlightserie in de in seizoen 2021/2022 bracht Thomas Oliemans zijn veelzijdigheid over het voetlicht: hij presenteerde het duorecital Wien, Berlin, Buenos es met sopraan Eva-Maria Westbroek, zong én speelde Schuberts Winterreise, en bracht een programma m Schoecks Notturno met het Signum Quartett.

Thomas Oliemans studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Bij De Nationale zong de bariton grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill, en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte.

Ook stond hij er in nieuwe ’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam, Martijn Padding, Manfred Trojahn en Kaija Saariaho.

In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Hamburg, Berlijn, Genève, Madrid, Toulouse en New York en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.

Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten; bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-­Passion. Met Amsterdam Sinfonietta bracht de zanger in de zomer van 2021 een Frans programma, dat uitmondde in de cd Formidable!. In november van dat jaar werd hij live op tv verrast met De Ovatie, de klassieke-­muziekprijs van de VSCD.

Onder de buitenlandse orkesten die Thomas Oliemans uitnodigden zijn het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Freiburger Barockorchester, Pygmalion en het Yomiuri Symphony Orchestra.

s geeft hij op de belangrijke podia wereldwijd, zo bracht hij in de onder meer de drie grote ­cycli van Schubert met pianist Malcolm Martineau. Voor Het Concert­gebouw maakte Thomas Oliemans met Gijs Groenteman omvangrijke podcastseries over Schuberts Winterreise en Bachs Matthäus-Passion.

Groot Omroepkoor, koor

Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.

Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.

Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het ­programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.

Nationaal Jongenskoor, koor

Het Nationaal Jongenskoor wordt – evenals het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jeugdkoor – georganiseerd door Vocaal Talent Nederland, een nationaal opleidingsinstituut met als missie om muzikaal talent bij kinderen vanaf 6 jaar en jongeren vanaf 16 jaar te ontplooien. De artistieke leiding is in handen van Wilma ten Wolde.

Het Nationaal Jongenskoor is in 2006 opgericht. Ensembleleider is de sopraan ­Irene Verburg. Een team van docenten verzorgt de opleiding van de jongens op diverse locaties in het land. In april 2014 werkte het koor mee aan de uitvoering van Bachs Matthäus-Passion door het Koninklijk Concertgebouworkest en Collegium Vocale Gent onder leiding van Philippe Herreweghe, in januari 2015 zong het samen met het Groot Omroepkoor mee in MahlerDerde symfonie onder leiding van Daniele Gatti.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest