Masaaki Suzuki leidt Mozarts roerende Mis in c
Bach Collegium Japan
Masaaki Suzuki dirigent
Carolyn Sampson sopraan
Olivia Vermeulen mezzosopraan
Zachary Wilder tenor
Dominik Wörner bas
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.10 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Joseph Haydn 1732-1809
Symfonie nr. 48 in C gr.t. (1768) ‘Maria Theresia’
Allegro
Adagio
Menuetto – Trio
Finale: Allegro
pauze
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mis in c kl.t., KV 427 (1783) ‘Grote mis’
Kyrie
Gloria
Laudamus te
Gratias
Domine Deus
Qui tollis
Quoniam
Jesu Christe
Credo
Et incarnatus est
Sanctus
Benedictus
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Haydn: Symfonie 'Maria Theresia'
Door Jos van der Zanden
In 1773 bezocht keizerin Maria Theresia Joseph Haydns broodheer Nikolaus Esterházy op slot Esterháza in het Hongaarse Eisenstadt. Ter ere van haar bezoek werden behalve drie van Haydns ’s ook enkele symfonieën uitgevoerd, waaronder nr. 48.
Lange tijd is daarom aangenomen dat deze symfonie ook toen werd gecomponeerd, mogelijk speciaal met het oog op de keizerlijke visite. Onderzoek heeft daar nieuw licht op geworpen: bronnen wijzen op 1768 als jaar van ontstaan. Desondanks kennen we het werk nu als ‘Maria Theresia’-symfonie.
Het jaar 1768 betekent bij Haydn Sturm und Drang: toonsoorten, expressieve, rusteloze ën vol onverwachte wendingen en koppige syncopen. Toch is de symfonie niet zo gepassioneerd als de ‘Trauersinfonie’ of ‘La Passione’, zusterwerken. De C groot maakt de ‘Maria Theresia’ zelfs feestelijk.
Dat blijkt al direct in het begin, als de s het mfantelijke hoofdthema van het vertolken. Na een herhaling door de tutti leidt een al even juichende overgangszin naar een tweede groep vol vriendelijke strijkersmotieven. Eén daarvan gebruikt Haydn als materiaal voor de doorwerking, die beknopt is maar waarin een breed scala aan en de revue passeert.
De hoorns treden opnieuw pregnant op de voorgrond in het e waarin strijkers en blazers gezamenlijk een lange, gedragen tot ontwikkeling brengen. De slotcadens ervan stelt Haydn zo lang mogelijk uit. Pas na een drietal minuten is er een adempauze.
Het conventionele zal Maria Theresia deugd hebben gedaan. Haydn zelf verzuchtte over deze vorm: ‘Wie is in staat om het eens nieuw leven in te blazen?’ Blijkbaar was hij niet langer tevreden met de traditionele dans in 3/4-maat, onderbroken door een landelijk Trio. Het thema volgt nauwgezet de klassieke zinsbouw, maar in het speelse Trio overheerst een duistere stemming. Een rusteloze, uiterst beknopte Finale werkt als een ongecompliceerd slotakkoord.
Geen wonder dat Haydn juist deze symfonie uit zijn archieven opdook toen hij hoorde van het hoog bezoek. Een overdaad aan passie of een surplus aan gecompliceerd zouden hebben misstaan bij zo’n gelegenheid. Dit conventionele, aristocratisch getinte werk voldeed optimaal.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Mis in c klein
Er is een ludiek verband tussen de Mis in c klein, KV 427 en Mozarts liefdesleven. Daarbij speelde een fenomeen een rol dat bij katholieken gemeengoed is: de gelofte. Indien hij erin zou slagen om zijn geliefde Constanze tot echtgenote te krijgen, stelde Wolfgang Amadeus Mozart, zou hij uit dankbaarheid een mis componeren en deze bij zijn vader in Salzburg tot uitvoering brengen.
Het werd een blok aan zijn been natuurlijk. Maar het pleit voor Mozarts karakter dat hij niet alleen A zei, maar ook B. Lange tijd zag het daar niet naar uit: geen tijd, een kindje op komst, ziekte – uitvluchten te over. Pas na een jaar kon aan een reis naar Salzburg worden gedacht. Aan de Mis was toen al hard gewerkt, maar deze ging niettemin in onvoltooide staat de koffer in.
Voldoende goede wil getoond, moet Mozart hebben gedacht, God moest nu ook weer niet het onderste uit de kan willen. Gooide Mozart er het bijltje bij neer toen er uitvoeringstechnische problemen opdoken in Salzburg? In beginsel had hij zijn gelofte ingelost (een voltooide mis had hij immers niet beloofd) en hij hoefde zich niet bezwaard te voelen. Of een uitvoering uiteindelijk van de grond kwam, weten we niet.
Een première van een onvoltooide mis – onder meer het hele Agnus Dei ontbreekt – is niet goed voorstelbaar. Toch noteerde Mozarts zusje Nannerl op 25 september 1783 iets in haar dagboek over een repetitie, met Constanze als sopraan. Haar moet Mozart bij het componeren steeds in gedachten hebben gehad, daarom wordt tegenwoordig wel eens gekscherend over de ‘Missa Constanza’ gesproken. Omdat vader Leopold Mozart niet zo geporteerd was van zijn kokette schoondochter, die hij te frivool en vrijgevochten vond, toonde Mozart een andere kant van haar: ze kon mooi zingen.
Het Christe-gedeelte uit het Kyrie is een onvervalste - – voor orthodoxe oren wellicht heiligschennis. Ook in het Gloria treedt de sopraan soms als een diva op de voorgrond, bijvoorbeeld in het Laudamus te. In het onvoltooid gebleven Credo soleert ze in het Et incarnatus est.
Kerkmuziek in deze dagen stond sowieso sterk onder invloed van het theater; het waren de jaren van keizer Joseph II, die korte metten maakte met de overdadige invloed van de clerus. Thuis in Wenen besloot Mozart om delen van de Mis een andere bestemming te geven, namelijk in het Davide penitente, zodat alle moeite niet helemaal voor niets was geweest.
Het Bruchstück dat ons nu rest, toont gelijkenis met het Requiem. Ook in muzikale zin: net als daar overheerst een gepassioneerd . En net als bij dat werk bereikte Mozart juist vanwege de werkdruk de hoogste toppen van zijn originaliteit. En nog een overeenkomst: later is het tot een handvol ‘voltooiingen’ gekomen, van allerlei pluimage.
Biografie
Bach Collegium Japan
Het Bach Collegium Japan werd in 1990 opgericht door Masaaki Suzuki. Zijn doel was de Japanse concertbezoekers kennis te laten maken met historisch geïnformeerde uitvoeringen van de grote werken uit de . De focus lag daarbij in de eerste plaats op de geestelijke en wereldlijke composities van Johann Sebastian Bach.
Het gezelschap bestaat uit een koor en een orkest en heeft zijn thuisbasis in Tokio in de City Concert Hall. In Kobe, de geboortestad van Masaaki Suzuki, verzorgt het gezelschap een concertreeks in de Shoin Women’s University Chapel. In 1995 maakte het Bach Collegium Japan zijn eerste -cd, en met deel 55 voltooide het in november 2013 zijn volledige Bach-cyclus.
Sinds enige tijd houdt het Bach Collegium Japan zich ook bezig met repertoire uit de . Tournees brachten het Bach Collegium Japan naar toonaangevende concertzalen in bijvoorbeeld Berlijn, Londen, Los Angeles en New York. Ook was het gezelschap te gast tijdens het Edinburgh International Festival en het Hong Kong Arts Festival.
Masaaki Suzuki is nog altijd muzikaal-artistiek leider van het Bach Collegium Japan. In Het Concertgebouw waren koor en orkest eerder te beluisteren in mei 2006, mei 2012 en april 2016 – tot nog toe steeds met muziek van Bach.
Masaaki Suzuki, dirigent
Masaaki Suzuki kent de muziek van Johann Sebastian Bach als , organist en klavecinist en staat bekend als een belangrijke vertegenwoordiger van de historische uitvoeringspraktijk. In 1990 formeerde de uit het Japanse Kobe afkomstige musicus het Bach Collegium Japan, dat sindsdien internationaal furore maakt.
Hun complete registraties zijn in 2010 bekroond met een Echo Klassik, die van de motetten met een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or de l’Année en de BBC Music Magazine Award. Masaaki Suzuki is een veelgevraagd gastdirigent bij oudemuziekensembles als Collegium Vocale Gent, het Orchestra of the Age of Enlightenment en Philharmonia Baroque. In nieuwer repertoire werkte hij met het Gewandhausorchester Leipzig, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Tapiola Sinfonietta (een Stravinsky-cd), de New York Philharmonic en de orkesten van Baltimore en San Francisco.
Masaaki Suzuki begon zijn studie in Tokio en studeerde in Amsterdam bij Piet Kee en Ton Koopman. Aan het conservatorium in Tokio richtte hij een afdeling oude muziek op, hij was verbonden aan de Yale School of Music en hij ontving de Bach-Medaille van de stad Leipzig (2012) en de Bach Prize van de Royal Academy of Music in Londen (2013). Het vorige optreden van Masaaki Suzuki in Het Concertgebouw (Haydn en Mozart) was op 29 mei 2018 met zijn Bach Collegium Japan.
Carolyn Sampson, sopraan
Carolyn Sampson soleerde bij het Freiburger Barockorchester, The English Concert, The Sixteen, het Hallé Orchestra, Britten , het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Mozarteumorchester Salzburg en de orkesten van San Francisco, Boston, Cincinnati, Philadelphia en Detroit.
Het Concertgebouworkest vroeg haar sinds 2002 meermaals voor Bachs Passionen, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam voor de Johannes-Passion, Mozarts Requiem, Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem en het Bach Collegium Japan voor Mozarts Mis in c klein.
De Britse sopraan werd ook geëngageerd door de bekende huizen en door het Glyndebourne Opera Festival, de BBC Proms, de Salzburger Festspiele, het Mostly Mozart Festival in New York en het Boston Early Music Festival. s geeft ze graag tijdens de festivals van Oxford, Leeds, Saintes en Aldeburgh en op de bekende podia als Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, deSingel in Antwerpen, Carnegie Hall in New York en de Pierre Boulez Saal in Berlijn.
Haar meest recente recital in de was in december 2022 met pianist Joseph Middleton, haar vorige optreden in de was in november 2024 met PRJCT Amsterdam en Maarten Engeltjes (Vivaldi en Pergolesi).
Olivia Vermeulen, mezzosopraan
Olivia Vermeulen studeerde in Detmold bij Mechtild Böhme en in Berlijn bij Julie Kaufmann, nam deel aan masterclasses van Dietrich Fischer-Dieskau, Andreas Scholl, Thomas Quasthoff en Irwin Gage en maakte deel uit van de studio van de Komische Oper in Berlijn.
Onder leiding van René Jacobs debuteerde de Nederlandse zangeres in 2016 in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn en tourde ze met het Freiburger Barockorchester.
Ze zong in de theaters van Dijon, Versailles, Parijs, Moskou en Amsterdam en op de festivals van Halle, Bregenz en Aix-en-Provence. Op de Kissinger Sommer bracht ze eren van Wolfgang Rihm in première. Ook in de van Het Concertgebouw gaf de mezzosopraan s, voor het laatst In Heaven op 11 november 2025.
Olivia Vermeulen soleerde bij het London Symphony Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Ensemble Modern, de Camerata Salzburg, de Berliner Philharmoniker en het Bach Collegium Japan. Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in december 2025 in delen uit Mendelssohns Ein Sommernachtstraum onder leiding van Iván Fischer.
Zachary Wilder, tenor
De Amerikaanse tenor Zachary Wilder begon zijn studie in Rochester, New York en vestigde zich in Frankrijk toen William Christie hem uitnodigde voor Le Jardin des Voix, de academie van Les Arts Florissants.
De zanger soleerde ook bij de Nederlandse Bachvereniging (Bachs Matthäus-Passion in 2022, onder meer in Het Concertgebouw), L’Arpeggiata, il Pomo d’Oro, Le Concert d’Astrée, de Capella Cracoviensis, het Bach Collegium Japan, de Handel & Haydn Society en het Boston Early Music Festival.
Hij zingt graag oratoria en concerten, en voelt zich evenzeer thuis op het podium. Zo was hij te gast aan de theaters van Wenen, Versailles, Montpellier (Sartorio’s L’Orfeo onder leiding van Philippe Jaroussky), Drottningholm en Amsterdam (Le lacrime di Eros met Pygmalion en Raphaël Pichon) en op het Festival d’Aix-en-Provence (Cavalli).
In symfonisch repertoire (Walton, Britten) trad Zachary Wilder op met het Royal Philharmonic Orchestra en de orkesten van San Francisco en Saint Louis. Op het Festival Musica in Straatsburg en in de Philharmonie de Paris vertolkte hij de rol van Mark in Frank Zappa’s 200 Motels. In Het Concertgebouw was Zachary Wilder onder meer te beluisteren in Bachs Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Peter Dijkstra in 2023 en 2025.
Dominik Wörner, bas
Dominik Wörner studeerde kerkmuziek, muziekwetenschap, klavecimbel, en zang in Stuttgart, Freiburg en Bern. Masterclasses interpretatie volgde hij bij pianist Irwin Gage.
Belangrijk in zijn vroege carrière was het winnen van het Internationale Bach Concours in Leipzig in 2002. Sindsdien zong Dominik Wörner de grote partijen voor zijn stemvak onder leiding van en als Philippe Herreweghe, Christophe Coin, Thomas Hengelbrock en Sigiswald Kuijken.
Hij soleerde onder meer bij het Münchner Rundfunkorchester, de Bamberger Symphoniker, het Bach-Collegium Stuttgart en het Ensemble Baroque de Limoges.
Dominik Wörners discografie telt zo’n tachtig titels, waaronder ook opnamen van Schuberts Winterreise en Schwanengesang en Brahms’ Die schöne Magelone.
De zanger is mede-oprichter van het ensemble Sette Voci en het Kirchheimer BachConsort en artistiek leider van de concertserie ‘Kirchheimer Konzertwinter’. In Het Concertgebouw was Dominik Wörner eerder te beluisteren bij het Concertgebouworkest, Collegium Vocale Gent en het Bach Collegium Japan.





