Masaaki Suzuki en Bach Collegium Japan: Hohe Messe

Oude Meesters in de Grote Zaal 20.15 uur

Bach Collegium Japan
Masaaki Suzuki dirigent
Joanne Lunn sopraan
Hana Blažíková sopraan
Robin Blaze countertenor
Colin Balzer tenor
Dominik Wörner bas

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Mis in b kl.t., BWV 232 (1723-49) ‘Hohe Messe’
Kyrie
Gloria
Symbolum nicenum
Sanctus
Osanna
Benedictus
Osanna
Agnus Dei
Dona nobis pacem

pauze na het Gloria
begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Hohe Messe

Door Lonneke Tausch

‘Hoe weinig de tijdgenooten en het direct nageslacht de onmetelijke waarde van dit werk hebben beseft, blijkt uit het feit, dat een deel van de partijen door den tuinman van Graaf Sporck gebruikt zijn voor het omwikkelen van vruchtboomen,’ aldus Casper Höweler in zijn bekende handboek X-Y-Z der Muziek (editie 1949). Johann Sebastian Bach had de partijen van het Sanctus uit zijn Mis in b klein, BWV 232 uitgeleend aan de rijke, katholieke en muziekminnende graaf Franz Anton Sporck van Lissa en Praag – maar ze inderdaad niet teruggekregen.

In 1723 was Bach aangesteld als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. In de lutherse eredienst was de voertaal Duits, maar bij belangrijke gelegenheden werd er ook wel een verkorte Latijnse liturgie gebruikt. Zo’n zogenaamde missa brevis bestaat alleen uit een Kyrie en een Gloria – de andere ordinariumdelen Credo, Sanctus en Agnus Dei ontbreken. Bach componeerde tussen 1736 en 1739 vier van dergelijke Lutherse missen, BWV 233-236.

Maar waarom werkte de lutheraan Bach ook aan een ‘grosse catholische Messe’, zoals de Mis in b klein werd aangeduid in de nalatenschap van zijn zoon Carl Philipp Emanuel? Al in juli 1733 had hij een soortgelijk tweeluik – dat hij later zou opnemen in de Mis in b klein – opgedragen aan het hof van Dresden. Daar had de katholieke keurvorst Friedrich August II van Saksen die maand de troon bestegen, na het overlijden van August de Sterke op 1 februari 1733. Net als zijn vader had de nieuwe vorst grote belangstelling voor muziek, en Bach wilde vanuit het lutherse Leipzig graag de banden aanhalen met het kunstlievende ­katholieke hof in Dresden.

Tijdens de gebruikelijke muziekloze periode van vijf maanden staatsrouw had Bach geschreven aan een vijfstemmig Kyrie en Gloria. Hij bood deze missa brevis aan aan de nieuwe keurvorst, met een brief erbij waarin hij vroeg om een koninklijk predikaat in de hofkapel, omdat hij in Leipzig bij het ‘Directorium in der Musik ein und andere Bekränckung unverschuldeter weise auch iezuweilen eine Verminderung derer mit dieser Function verknüpfften Accidentien empfinden’ moest. Al met al: Bach voelde zich beperkt in zijn muzikale vrijheid en kon ook wel wat extra inkomsten gebruiken.

Er zijn inderdaad een aantal verslagen en anekdotes overgeleverd die aantonen dat het niet altijd even goed boterde tussen de ambitieuze componist en de strenge Leipziger kerkautoriteiten. Friedrich August reageerde niet meteen, maar Bach was vasthoudend. Hij droeg met tussenpozen nog een aantal wereldlijke s op aan de keurvorst en diens familie, en stuurde nog een tweede verzoekschrift om een betrekking aan het hof.

In de Hof- und Staats-Calender van 1738 staat Bach dan eindelijk vermeld als ‘Hofcompositeur van het Keurvorstelijk Saksisch en Koninklijk Pools hof’. Nu hij onder koninklijke bescherming stond, waren de spanningen met zijn broodheren in Leipzig uit de lucht en reikte zijn naamsbekendheid al snel tot buiten de stadsgrenzen.

Pas in de laatste twee jaar voor zijn dood zou Bach zijn Mis in b klein voltooien, en een complete uitvoering van zijn ‘ ultimum’ zal hij nooit hebben meegemaakt. In 1818 kondigden twee uitgevers (Nägeli en Simrock) tegelijkertijd aan dat ze de gingen uitgeven. Volgens Hans-Georg Nägeli was de mis ‘das grösste musikalische Kunstwerk aller Zeiten und Völker’, maar omdat de belangstelling nog niet al te groot was werd het daadwerkelijke drukken van het volledige werk nog uitgesteld.

Pas toen de mis in de negentiende eeuw werd herontdekt kreeg hij de bijnaam ‘Hohe Messe’, waarschijnlijk bedacht door de Berlijnse musicus Adolf Bernhard Marx toen in 1830 de koorpartijen van de mis voor het eerst apart werden uitgegeven. Tegenwoordig wordt de Mis in b klein samen met de Johannes- en de Matthäus-Passion en het Weihnachtsoratorium gerekend tot de hoogtepunten van Bachs omvangrijke religieuze oeuvre.

In juli 2008 dook een opmerkelijk vermoeden op in het nieuws: musicoloog Michael Maul van het Bach-Archiv Leipzig had ontdekt dat Bach in 1749, het jaar waarin hij zijn Mis in b klein zijn definitieve vorm gaf, correspondeerde met graaf Johann Adam von Questenberg. Deze was lid van de Musikalische Congregation, een besloten adellijke vereniging in Wenen.

Elk jaar op 22 november – de feestdag van Caecilia, de beschermheilige van musici – hield deze vereniging een vele uren durende plechtige misviering, waarin de misdelen werden afgewisseld met de e gezangen die specifiek horen bij St. Caecilia-dag. Mauls hypothese was dat Bach zijn ‘grote katholieke mis’ misschien in opdracht van die vereniging had voltooid, en dat de Mis in b klein zo op 22 november 1749 zijn eerste uitvoering kon hebben beleefd in de Weense Stephansdom. Een doorslaggevend bewijs voor deze Weense connectie is echter (nog?) niet geleverd. Laten we er dus vanuit gaan dat Bach zijn monumentale hoogmis nooit voor kerkelijk gebruik heeft bedoeld; alleen al de lengte en de uitgebreide orkestbezetting ervan maken het praktisch ook welhaast onmogelijk om hem in de context van de liturgie uit te voeren.

De Mis in b klein is eerder te bekijken als een compendium, als een ultieme proeve van Bachs kunnen. Alle mogelijke contrasterende stijlen, vormen en compositietechnieken komen erin voor: van ‘ouderwetse’ homofonie tot expressieve en de meest complexe ’s, en van overrompelende koorscènes tot intieme duetten en ingetogen solo-’s.

Bach hergebruikte daarbij de muziek van een paar van de beste delen uit zijn ongeveer tweehonderd geestelijke s. Dit parodiëren van eigen werk is overigens op verschillende plekken in Bachs oeuvre te herkennen: zijn eigen noten kopiëren onder nieuwe woorden was een efficiënte manier om eerder repertoire een nieuw leven te geven. De kunst was het daarbij om de nieuwe tekst in metrum en rijmschema parallel te laten lopen aan de oorspronkelijke, en om muzikale passages te zoeken die in sfeer goed passen bij de strekking van de nieuwe tekst.

De oudste gerecyclede noten komen uit de klaaglijke cantate Weinen, klagen, sorgen, zagen, BWV 12 (gecomponeerd in 1714, toen Bach in dienst was van het hof in Weimar) en zijn terug te vinden op de tekst Crucifixus (onderdeel van het Credo). Dit langzame, beklemmende segment over de iging, vol dalende lijnen, chromatiek en samenklanken, wordt plotseling en dramatisch sterk gevolgd door het Et resur­rexit: een mfantelijke en rijke aankondiging van de wederopstanding. In dit weergaloze moment ligt de kern van Bachs geloof besloten.

De majestueuze Mis in b klein is Bachs ultieme eerbetoon aan God. Met het motto ‘Soli Deo Gloria’ (‘Aan God alleen de eer’) signeerde de diepgelovige componist vele van zijn partituren en ook bij het slotakkoord van het laatste deel, Dona nobis pacem, schreef hij ‘SDG!’.

Biografie

Masaaki Suzuki, dirigent

Masaaki Suzuki kent de muziek van Johann Sebastian Bach als , organist en klavecinist en staat bekend als een belangrijke vertegenwoordiger van de historische uitvoeringspraktijk. In 1990 formeerde de uit het Japanse Kobe afkomstige musicus het Bach Collegium Japan, dat sindsdien internationaal furore maakt.

Hun complete ­registraties zijn in 2010 bekroond met een Echo Klassik, die van de ­motetten met een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or de l’Année en de BBC Music Magazine Award. Masaaki Suzuki is een veelgevraagd gastdirigent bij oudemuziekensembles als Collegium Vocale Gent, het Orchestra of the Age of Enlightenment en Philharmonia Baroque. In nieuwer repertoire werkte hij met het Gewandhaus­orchester Leipzig, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Tapiola Sinfonietta (een Stravinsky-cd), de New York Philharmonic en de orkesten van Baltimore en San Francisco.

Masaaki Suzuki begon zijn studie in Tokio en studeerde in Amsterdam bij Piet Kee en Ton Koopman. Aan het conservatorium in Tokio richtte hij een afdeling oude muziek op, hij was verbonden aan de Yale School of Music en hij ontving de B­ach-Medaille van de stad Leipzig (2012) en de Ba­ch Prize van de Royal Academy of Music in Londen (2013). Het vorige optreden van Masaaki Suzuki in Het Concertgebouw (Haydn en Mozart) was op 29 mei 2018 met zijn Ba­ch Collegium Japan.

Joanne Lunn, sopraan

Joanne Lunn was student aan het Royal College of Music in Londen en maakte haar debuut bij English National in een productie van Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea. Ze zong divers repertoire in theaters in onder meer Spanje, Italië en China.

Bachs Matthäus-Passion vertolkte ze met vele gezelschappen, waaronder het Orchestra of the Age of Enlightenment, het London Symphony Orchestra en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De opname van Bachs Johannes-Passion van het het Dunedin Consort met Joanne Lunn onder de solisten werd genomineerd voor een Gramophone Award.

De sopraan werd eveneens uitgenodigd door gezelschappen als de Academy of Ancient Music en het Melbourne Symphony Orchestra en ging de opnamestudio in met formaties als het Hilliard Ensemble, het City of London en The King’s Consort.

In Het Concertgebouw was Joanne Lunn eerder te beluisteren met het New London Consort en de Akademie für Alte Musik Berlin.

Hana Blažíková, sopraan

Hana Blažíková was al vaak in de te beluisteren, in Bachs s of oratoria met het Collegium Vocale Gent en ­Philippe Herreweghe of het Bach Collegium Japan en Masaaki Suzuki. Met de Nederlandse Bachvereniging stond ze eerder in Het Concertgebouw in april 2019.

De Tsjechische sopraan werkte met oudemuziekensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra, Tafelmusik Toronto, Sette Voci, Gli Angeli Genève en Collegium 1704. Ze maakte haar opwachting op de Praagse Lente, het Festival Oude Muziek Utrecht, Resonanzen (Wenen), de Tage Alter Musik (Regensburg) en het Festival de Saintes.

Hana Blažíková studeerde filosofie en muziekwetenschap voordat ze in 2002 afstudeerde aan het conservatorium van haar geboortestad Praag. Ze nam verdere lessen bij Poppy Holden, Peter Kooij, Monika Mauch en Howard Crook, specialiseerde zich in het repertoire van Middeleeuwen tot en met , en maakt geregeld uitstapjes naar de . Zo vertolkte ze in Karlovy Vary de rol van Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. Bij gelegenheid begeleidt de zangeres zichzelf op de gotische harp.

Robin Blaze, countertenor

Robin Blaze maakte naam als vertolker van het werk van Purcell, Bach en Händel en reisde voor het geven van concerten naar podia in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Japan. Hij is vaste gast van vele bekende ensembles en ­orkesten, waaronder The English Concert, het RIAS Kammerchor, het Radio Filharmonisch Orkest en het Amsterdam Baroque Orchestra.

Voor het zingen van rollen werd de Engelsman aangetrokken door bijvoorbeeld de Royal Opera Covent Garden in Londen, Welsh National Opera en de Internationale Händel-Festspiele Göttingen. In recente seizoenen werkte de mee aan uitvoeringen van Purcells Dido and Aeneas met The King’s Consort en Händels Teseo met het Philharmonia Baroque Orchestra.

Robin Blaze studeerde aan Magdalen College in Oxford en aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij inmiddels zelf docent is. Het vorige optreden van Robin Blaze in Het Concertgebouw was in maart vorig jaar in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlightenment.

Colin Balzer, tenor

Het talent van de Canadese zanger Colin Balzer werd onderstreept met het winnen van prijzen tijdens het ARD Concours, de Wigmore Hall International Song Competition en het Internationaal Vocalisten Concours in ‘s Hertogenbosch.

De tenor geeft graag s en was hiervoor te gast op evenementen als het Britten Festival in Aldeburgh, het Vancouver Chamber Music Festival en Wratislavia Cantans in Polen. Begeleid door ­pianist Graham Johnson trad hij op in de Londense Wigmore Hall.

Onder de orkesten en ensembles waarmee Colin Balzer musiceerde zijn Les Violons du Roy, de Camerata Salzburg, het Indianapolis Symphony Orchestra, de Radio Kamer Filharmonie en de philharmonie zuidnederland. Colin Balzer studeerde aan de University of British Columbia bij David Meek en aan de Musikhochschule in Nürnberg/Augsburg bij Edith Wiens.

Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was in januari 2015 in de concertante uitvoering van Steffani’s Niobe door het Boston Early Music Festival.

Dominik Wörner, bas

Dominik Wörner studeerde kerkmuziek, muziekwetenschap, klavecimbel, en zang in Stuttgart, Freiburg en Bern. Masterclasses interpretatie volgde hij bij pianist Irwin Gage.

Belangrijk in zijn vroege carrière was het winnen van het Internationale Bach Concours in Leipzig in 2002. Sindsdien zong Dominik Wörner de grote partijen voor zijn stemvak onder leiding van en als Philippe Herreweghe, Christophe Coin, Thomas Hengelbrock en Sigiswald Kuijken.

Hij soleerde onder meer bij het Münchner Rundfunkorchester, de Bamberger Symphoniker, het Bach-Collegium Stuttgart en het Ensemble Baroque de Limoges.

Dominik Wörners discografie telt zo’n tachtig titels, waaronder ook opnamen van Schuberts Winterreise en Schwanengesang en BrahmsDie schöne Magelone.

De zanger is mede-oprichter van het ensemble Sette Voci en het Kirchheimer BachConsort en artistiek leider van de concertserie ‘Kirchheimer Konzertwinter’. In Het Concertgebouw was Dominik Wörner eerder te beluisteren bij het Concertgebouworkest, Collegium Vocale Gent en het Bach Collegium Japan.

Bach Collegium Japan

Het Bach Collegium Japan werd in 1990 opgericht door Masaaki Suzuki. Zijn doel was de ­Japanse concertbezoekers kennis te laten maken met historisch geïnformeerde ­uitvoeringen van de grote werken uit de . De focus lag daarbij in de eerste plaats op de geestelijke en ­wereldlijke composities van Johann ­Sebastian Bach.

Het gezelschap bestaat uit een koor en een orkest en heeft zijn thuisbasis in Tokio in de City Concert Hall. In Kobe, de geboortestad van Masaaki Suzuki, verzorgt het gezelschap een concertreeks in de Shoin Women’s University Chapel. In 1995 maakte het Bach Collegium Japan zijn eerste -cd, en met deel 55 voltooide het in november 2013 zijn ­volledige Bach-cyclus.

Sinds enige tijd houdt het Bach Collegium Japan zich ook bezig met ­repertoire uit de . Tournees brachten het Bach Collegium Japan naar toonaangevende concertzalen in bijvoorbeeld Berlijn, Londen, Los Angeles en New York. Ook was het gezelschap te gast tijdens het Edinburgh International Festival en het Hong Kong Arts Festival.

Masaaki ­Suzuki is nog altijd muzikaal-artistiek leider van het Bach Collegium Japan. In Het Concert­gebouw waren koor en orkest eerder te beluisteren in mei 2006, mei 2012 en april 2016 – tot nog toe steeds met muziek van Bach.