Mark Padmore zingt en leidt de Johannes-Passion
Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment
Mark Padmore tenor (Evangelist) / leiding
Raoul Steffani bariton (Christus)
Mary Bevan sopraan
Paula Murrihy mezzosopraan
Laurence Kilsby tenor
Jonathan Brown bariton
Daisy Walford sopraan (dienstmeisje)
Tom Robson tenor (dienaar)
Philip Tebb bas (Petrus)
Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke noten.
Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Ook interessant:
- Infographic Historische uitvoeringspraktijk
- 7 onbekende passies
- Hoe klinkt de ultieme Bach?
- Bachs verleiding
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Johannes-Passion, BWV 245 (1724)
op teksten van Barthold Heinrich Brockes en anderen
pauze ± 20.55 uur
einde ± 22.35 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Bach: Johannes-Passion
Door Dirk Luijmes
‘Herr! Herr! Herr!… unser Herrscher’ Wie zich zijn of haar allereerste confrontatie met het openingskoor van de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach nog kan herinneren, kan zich wellicht voorstellen dat het werk tijdens de vespers op 7 april 1724 in de Leipziger Nikolaikerk insloeg als een bom.
Ongekend
De en in de blazers, de onbestemde beweging in de strijkers, de hardnekkige toonsherhalingen in het continuo én de uitroepen in het koor: menig luisteraar zal destijds zijn oren niet hebben geloofd. Dat hun cantor, die nog geen jaar de kerkmuziek in Leipzig bestierde, met iets bijzonders zou komen hadden de gelovigen vast verwacht. Het afgelopen jaar had hij immers in zijn s zondag-in, zondag-uit van zich laten horen. Bovendien had hij de afgelopen kerstdagen luister bijgezet met een indrukwekkend Magnificat. Maar een zó dramatische en ongehoorde zetting van de eerste woorden van psalm 8 moet menigeen hebben verrast.
Menig luisteraar zal destijds zijn oren niet hebben geloofd
Hoe het er werkelijk aan toeging tijdens Bachs eerste passie op Goede Vrijdag 1724, is niet bekend. Over de eerste uitvoering weten we niet veel meer dan wat organisatorische zaken. Bach had gedacht dat de passie in de Thomaskerk zou worden uitgevoerd, maar op grond van eerdere afspraken bleek in 1724 de Nikolaikerk aan de beurt. Zo geschiedde, hoewel daar extra ruimte voor koor en orkest moest worden vrijgemaakt. Bovendien moest het klavecimbel worden gerepareerd en moesten er pamfletten gedrukt worden om duidelijk te maken waar de passie tot klinken zou komen.
Kleuren
Wat zou de luisteraars destijds zijn opgevallen? Misschien dat hun cantor voor het eerst tijdens zijn Leipzigse carrière en voorschreef? Of dat hij met instrumenten als de viola d’amore, de luit en de viola da gamba de Johannes-Passion op een speciale manier inkleurde? Vaste herkenningspunten voor de lutheranen waren ongetwijfeld de koralen, waarvan ze de meeste uit hun gezangboek kenden. Dat neemt niet weg dat de speciale k waarmee Bach vaak tekst en sfeer onderstreepte ze verrast zal hebben.
Bekend voor de kerkgangers was natuurlijk ook de bijbeltekst uit het Evangelie van Johannes (hoofdstuk 18 vers 1 tot en met hoofdstuk 19 vers 42). Dat de Evangelist die woorden dankzij Bach op een beeldende manier gestalte gaf, was waarschijnlijk niet nieuw na de s die ze in de maanden ervoor hadden gehoord. Voorbeelden van muzikale illustraties te over: wrange en bij verrader Judas, de toonschilderingen bij het geselen, en een opmerkelijk behandeling van woorden als ‘gekruisigd’ en ‘sterven’.
Tekstuitbeelding en spiegeling
Twee speciale plaatsen in de evangelistenpartij moeten ook toen al in het oog zijn gesprongen. Het eerste is het moment dat Petrus bitter weent over zijn verraad, omdat het bij Bach breed, in lijnen, wordt uitgemeten. Opvallend is ook het moment dat het gordijn van de tempel openscheurt en de aarde gaat beven – wat in de continuopartij niet ongemerkt voorbijgaat. Deze twee plekken vallen niet alleen op door Bachs nadrukkelijke toonzettingen, het zijn ook de enige passages waarin de componist een tekst uit het Mattheüs-evangelie citeert.
Ook in de partijen van de andere personages wemelt het van de tekstuitbeelding: als Jezus aan Petrus vraagt zijn zwaard in de schede te steken, gaat de naar beneden; als hij spreekt over ‘vechten’ gaat dat met drukke bewegingen gepaard.
Het koor neemt in het verhaal de rol van onder meer de soldaten en het volk op zich. De actieve, beeldende ‘turba-koren’ (turba = menigte) geven Bachs Johannes-Passion een ongemeen felle dramatiek en vaart. Oplettende luisteraars moeten destijds misschien ook gehoord hebben dat Bach in het tweede deel, na de preek, de muziek van verschillende koren terug laat keren. Achteraf zal de componist desgevraagd wellicht uitgelegd hebben dat hij het ‘Durch dein Gefängnis’ als scharnierpunt gebruikte. Het koor erna, ‘Lässest du diesen los’, gaf hij dezelfde noten als ‘Wir haben ein Gesetz’. Daaromheen trok hij nog grotere kringen: ‘Kreuzige’ en ‘Weg, weg’ zijn gespiegeld rond het koraal, evenals ‘Sei gegrüsset’ en ‘Schreibe nicht’.
Ariamateriaal
De in de kerk aanwezige theologen zullen scherp opgelet hebben welk materiaal Bach voor de vrijere ’s gebruikte. Kenners zullen de teksten van Barthold Heinrich Brockes, Christian Weise en Christian Heinrich Postel herkend hebben. Het zal hun niet zijn ontgaan dat Bach ook met hun teksten illustratief te werk ging. Denk aan de ‘Regenbogen’ in de aria ‘Erwäge, wie sein blutgefärbter Rücken’; het haasten en de vertwijfelde vragen ‘Wohin, wohin?’ in de aria ‘Eilt, ihr angefochtnen Seelen’, en aan de tegenstelling tussen de donkere nacht en de mfantelijke zege van de held in de aria ‘Es ist vollbracht’.
Diepere lagen
Zouden de dieperliggende lagen die men tegenwoordig na veel onderzoek in de Johannes-Passion bespeurt ook gezien zijn door Bachs tijdgenoten? Het is niet ondenkbaar, omdat men er destijds – in een leven doordrongen van religie – waarschijnlijk meer op gespitst was. Wellicht associeerden de kenners toen in het openingskoor ook al de standvastige bas met God, de ‘zwevende’ strijkersbeweging met de Heilige Geest en – om de Triniteit compleet te maken – de smartelijke klanken in de blazers met de lijdende Christus.
Hoe zou Bach die eerste uitvoering zélf hebben ervaren? Ook dat weten we niet. Het is wel bekend dat hij een jaar later al flink wat veranderde in het oorspronkelijke concept: hij verving de hoekdelen door andere en voegde drie aria’s toe. Later, in 1728 of 1732, volgde een derde variant. In de laatste versie van 1739 keerde de componist weer grotendeels terug naar de eerste opzet.
Intussen zou hij in ieder geval nog één andere grote passie schrijven: de dubbelkorige Matthäus-Passion uit 1727. Een heel ander werk: langer, breder uitgesmeerd en met minder felle koren. In de woorden van componist Matthijs Vermeulen (1888-1967): ‘De Johannes-Passie is gevoeld, gedacht, geplaatst op deze aarde; de Mattheus-Passie ergens in een ruimte buiten de tijd als een herinnering welke wij meedragen. De eerste is de passie van Martha, die de dingen doet, de tweede die van Maria, die over de dingen nadenkt. De eerste actief, de tweede contemplatief.’ Dat de Johannes-Passion bijna drie eeuwen na de eerste uitvoering nog tot de verbeelding spreekt is zonneklaar.
Zoals de passie voor Bach kennelijk een ‘work in progress’ was, is het werk voor veel luisteraars, musici en theologen vandaag de dag ook niet ‘af’. Iedere keer als de Johannes-Passion klinkt, hoor je weer andere details, en ervaar je weer nieuwe elementen. De een ziet er een theologische boodschap in, de ander verheugt zich over Bachs vakmanschap, en nummer drie wiegt eenvoudigweg mee op het sarabanderitme van het slotkoor ‘Ruht wohl’. Over één ding blijven velen het eens: de Johannes-Passion is een veelomvattend meesterwerk.
Biografie
Orchestra of the Age of Enlightenment, orkest
Het Orchestra of the Age of Enlightenment werd in het midden van de jaren 1980 opgericht door een groep onderzoekende Britse musici. Zij besloten te werken zonder vaste en gaven het collectief een grote mate van inspraak in artistieke zaken. Nog altijd ligt de verantwoordelijkheid voor de programmering bij het Players’ Artistic Committee, dat elk jaar democratisch wordt gekozen.
Het Orchestra of the Age of Enlightenment maakt gebruik van historisch instrumentarium. Het zwaartepunt van het repertoire ligt bij de en de , al staat ook regelmatig werk uit de op de lessenaars. Simon Rattle, Vladimir Jurowski, Mark Elder en Iván Fischer delen de titel principal artist. Wijlen Frans Brüggen was conductor emeritus.
Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft zijn hoofdkwartier in King’s Place in Londen en is resident orchestra van het Southbank Centre in dezelfde stad. Bovendien is de groep associate orchestra bij de Glyndebourne Festival .
Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft een omvangrijke discografie en gaat regelmatig op tournee. In Het Concertgebouw was het gezelschap meermalen te beluisteren, onder meer ook in 2009 en 2015 met Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Mark Padmore.
Mark Padmore, tenor
Mark Padmore, opgeleid aan King’s College in Cambridge en in 2016 Vocalist of the Year van Musical America, is veelvuldig te gast bij de bekende orkesten van Londen, Berlijn, München, Wenen en New York. Bij het Concertgebouworkest zong hij in Bachs Matthäus-Passion, Mozarts Requiem en Brittens War Requiem. Zijn uitvoeringen van Bachs Passionen als zanger én met het Orchestra of the Age of Enlightenment zijn wereldwijd geprezen.
Na residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (2016/2017) en de Berliner Philharmoniker (2017/2018) was de tenor in 2021/2022 in residence bij Wigmore Hall in zijn geboortestad Londen, waar hij zijn verbintenis vierde met de pianisten Till Fellner, Imogen Cooper, Mitsuko Uchida en Paul Lewis.
Van 2012 tot 2022 was Mark Padmore artistiek leider van het St. Endellion Summer Music Festival in Cornwall. Dit seizoen is Mark Padmore in residence bij het Oxford er Festival, tourt hij met Mitsuko Uchida door Japan en verzorgt hij met het Nash Ensemble de wereldpremière van A Constant Obsession van Mark-Anthony Turnage.
Op het toneel vertolkte hij de hoofdrollen in Birtwistle’s The Corridor and the Cure en Stravinsky’s The Rake’s Progress en – recentelijk nog aan de Royal Opera Covent Garden – Aschenbach in Brittens Death in Venice. In de was Mark Padmore vaak te gast, bijvoorbeeld met Kristian Bezuidenhout in Schuberts Die schöne Müllerin (september 2015), Schwanengesang (juni 2017) en Winterreise (januari 2018). In oktober 2019 zong hij er met pianist Aaron Pilsan A Padmore Cycle van Thomas Larcher.
Raoul Steffani, bariton
Raoul Steffani ontving in 2023 de Nederlandse Muziekprijs. Eerder won hij de Elisabeth Evertsprijs en de Grachtenfestival Prijs. De zanger was lid van Equilibrium, het young artists-programma van sopraan/ Barbara Hannigan.
Met haar en Camerata RCO nam hij Bergs Vier Gesänge, op. 2 op in een nieuwe orkestratie. Zijn debuutalbum Deep in a Dream (2018) met pianist Gerold Huber werd in 2021 gevolgd door Robert and Clara Schumann: Love’s Spring met Gerold Huber en mezzosopraan Magdalena Kožená.
Na zijn studie bij Margreet Honig vervolgde Raoul Steffani zijn opleiding aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Van 2016 tot 2018 was hij bovendien lid van de Dutch National Academy.
De Nederlandse bariton debuteerde in 2016 in de . In de was hij onder meer in 2022 te horen als Christus in Bachs Johannes-Passion met het Orchestra of the Age of Enlightenment onder leiding van Mark Padmore.
Mary Bevan, sopraan
De Britse sopraan Mary Bevan brak internationaal door sinds ze zowel de Royal Philharmonic Society’s Young Artist Award als de UK Critics’ Circle Award for Exceptional Young Talent won. Ze werd de afgelopen tijd geëngageerd door de Academy of Ancient Music, de Early Company, het Kammerorchester Basel, de Handel and Haydn Society en het Philhamonia Baroque Orchestra.
s gaf ze in Wigmore Hall in Londen, tijdens het Lammermuir Festival, bij Oxford er en in Carnegie Hall in New York.
Op het toneel stond de sopraan onder meer bij de Koninklijke Deense Opera, het Bolsjoj Theater (Moskou), de Opéra de Monte-Carlo, English National Opera, het Royal Opera House Covent Garden en het Adelaide Festival.
Mary Bevan soleerde bij het Radio Filharmonisch Orkest, bij het London Philharmonic Orchestra, tijdens de BBC Proms, bij het City of Birmingham Symphony Orchestra onder Mirga Gražinytė-Tyla en bij het Orchestra of the Age of Enlightenment in The Judas Passion van Sally Beamish.
In Azië tourde ze met The English Concert en Harry Bicket. Mary Bevan bracht twee -cd’s uit met pianist Joseph Middleton en een Händel-album met London Early Opera.
Paula Murrihy, mezzosopraan
Paula Murrihy is Iers van geboorte en begon haar studie aan het conservatorium in Dublin. In de Verenigde Staten volgde ze lessen aan het New England Conservatory in Boston, waarna ze deelnam aan zowel het Britten-Pears Young Artists Programme als het Merola Program van de San Francisco Opera.
In 2009 werd ze ingelijfd bij het vaste zangersensemble van de Oper Frankfurt, waar ze rollen vertolkte in werken van bijvoorbeeld Mozart, Purcell, Humperdinck, Bizet en Richard Strauss. Voor de vertolking van de partij van Octavian in Strauss’ Der Rosenkavalier was Paula Murrihy te gast bij de Staatsoper Stuttgart.
De mezzosopraan werd inmiddels ook geëngageerd door onder meer de Metropolitan in New York, de Scala in Milaan en De Nationale Opera in Amsterdam.
In Het Concertgebouw zong ze eerder in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlightenment onder leiding van Mark Padmore (2015) en in Mozarts La clemenza di Tito (2017) en Don Giovanni (2019) met het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Kenneth Montgomery.
Laurence Kilsby, tenor
Laurence Kilsby werd genomineerd in de categorie ‘Young Singer’ tijdens de International Awards 2023 en won eerste prijzen op drie internationale concoursen: de Wettbewerb ‘Das ’ tijdens de Heidelberger Frühling, de Wigmore Hall/Bollinger International Song Competition en de Cesti Competition tijdens de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik.
Met pianiste Ella O’Neill bracht hij onlangs zijn debuutalbum Awakenings uit.
Laurence Kilsby begon zijn zangcarrière als jongenssopraan bij de Tewkesbury Abbey Schola Cantorum. Later studeerde hij aan het Royal College of Music in Londen en aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Inmiddels maakt de Britse tenor furore op zowel het - en concertpodium als in de kunst.
Sinds zijn Concertgebouwdebuut in 2022 in Bachs Johannes-Passion met het Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment keerde hij er al drie keer terug, de laatste keer in mei 2025, toen hij tijdens het Mahler Festival in de liederen van Mahler zong met pianist Julius Drake. Laurence Kilsby debuteert bij het Concertgebouworkest.
Jonathan Brown, bariton
Jonathan Brown studeerde in zijn geboorteland Canada aan het Royal Conservatory of Music en de University of Western Ontario. In Engeland zette hij zijn opleiding voort aan de University of Cambridge en aan de Britten-Pears School in Aldeburgh bij Thomas Allen en Anthony Rolfe Johnson.
In een programma met Bach-s door John Eliot Gardiner en diens Monteverdi Choir maakte de bariton zijn solistendebuut, en sindsdien tourde hij meermaals met het gezelschap door Europa in het kader van de Bach Cantata Pilgrimage.
De bariton zingt ook graag en vertolkte rollen als Marcello (La bohème), Belcore (L’elisir d’amore), Almaviva (Le nozze di Figaro), Garibaldo (Rodelinda), Silvio (I pagliacci), Masetto (Don Giovanni) en Shepherd (Venus and Adonis).
Met Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker stond hij in Mozarts Idomeneo tijdens de Salzburger Pfingstfestspiele. Onder leiding van Emmanuelle Haïm tourde Jonathan Brown als Pastore in Monteverdi’s L’Orfeo naar Lille, Parijs en Straatsburg.
Op cd is hij onder meer te beluisteren in Semele van Jon Eccles door de Academy of Ancient Music.









