Mark Padmore en Kristian Bezuidenhout: Winterreise
Dit is een voorlopig concertprogramma. Minimaal een week voor aanvang van het concert wordt dit programma aangevuld met toelichtingen op de muziek en biografieën van musici. U kunt dit uitgebreide concertprogramma alleen openen als u het gekocht heeft.
Mark Padmore tenor
Kristian Bezuidenhout fortepiano
Aanvang van het concert: 20:15
Einde van het concert ca.: 21:30
Schubert
Winterreise, D 911
Mark Padmore
In drie seizoenen zingt tenor Mark Padmore de drie grote liederencycli van Schubert. Na bejubelde vertolkingen van Die schöne Müllerin en Schwanengesang richt hij zich nu op Winterreise. Vierentwintig liederen die je het best als geheel hoort, aldus Padmore. Dan is de impact maximaal. Schubert bekijkt de wereld zoals hij écht is, zei Padmore in Opus Klassiek. Niet alleen mooi, maar ook wreed, en eenzaam. Winterreise als monumentale afsluiting van Padmores Schubert-pelgrimage.
Winterreise
Schubert baseerde zijn Winterreise op gedichten van Müller. Een man, in de steek gelaten door zijn geliefde, gaat op reis. Een barre winterse tocht leert hem zichzelf en de wereld kennen. Padmore voert deze mijlpaal uit het liedrepertoire uit samen met Kristian Bezuidenhout op fortepiano.
Toelichting
Franz Schubert (1797-1828)
Schubert: Winterreise
Door Axel Meijer
De Urania-almanak voor 1824 is al een paar jaar oud als Franz Schubert er op een goede dag twaalf gedichten in vindt die hij nog niet kent. De dichter kent hij wel: dat is Wilhelm Müller, van wie Schubert enkele jaren eerder Die schöne Müllerin op muziek heeft gezet. Schubert kan niet wachten de nieuwe gedichten op muziek te zetten – in no time ontvangen zijn vrienden een uitnodiging om het resultaat te komen beluisteren. Maar wanneer de vrienden arriveren, geeft Schubert niet thuis.
De reden is vermoedelijk dat hij inmiddels heeft ontdekt dat Müller zijn twaalf gedichten uiteindelijk heeft uitgebreid tot een bundel van 24, onder de titel Die Winterreise. Schubert werkt verder en enkele maanden later geeft hij, in kleine kring, een try-out van het complete werk, waarbij hij zichzelf begeleidt op de piano.
Het is geen onmiddellijk succes. De vrienden vinden eigenlijk alleen Der Lindenbaum meteen mooi. Dat de rest niet direct aanslaat is teleurstellend voor de componist, maar niet geheel onbegrijpelijk. Niemand had ooit iets gehoord wat op Winterreise leek (Schubert liet het lidwoord weg). Het is een erenbundel zonder plot, zonder noemenswaardige handeling.
De naamloze hoofdpersoon (is hij misschien de molenaarsknecht uit de eerdere cyclus?) verlaat het huis van zijn geliefde, zonder dat we te weten komen waarom, en gaat op reis. Het doel van zijn tocht blijft onbekend, en het is onduidelijk hoe lang de reis duurt.
Een leeg doek
Toch is het juist de leegte van de vertelling die Schubert de gelegenheid geeft er zijn eigen invulling aan te geven. Schubert brengt het sneeuwwitte doek tot leven. In de eerste plaats door een muzikale schildering van de omgeving: het roestig piepen van de spottende Wetterfahne; het ruisen van Der Lindenbaum; in Auf dem Flusse schetst Schubert zelfs het stromen van een beek onder een laag ijs.
Maar in de is een weergave van de omgeving natuurlijk ook een weergave van de gemoedstoestand van de schilder, of, in dit geval, van dichter en componist.
Gevoel en symboliek liggen er bij Müller vaak nogal dik bovenop: hete tranen die de sneeuw doen smelten waar eens de geliefde liep; de bloemen die in werkelijkheid ijsbloemen op een ruit blijken te zijn; de trouwe kraai die maar boven het hoofd van de reiziger blijft cirkelen. Schubert redt deze hier en daar larmoyante biedermeierpoëzie door in zijn muziek nergens sentimenteel te worden. De toonzetting is onopgesmukt en precies.
De koude wind die, in Letzte Hoffnung, met de laatste bladeren aan de boom speelt geeft Schubert weer door een scherp, kaal in de piano – niet meer dan een paar snelle, losse nootjes. Van eenzelfde eenvoud is de gedempte, wandelende beweging die het vertrek in het openingslied Gute Nacht schetst. In Die Post schalt het herkenbare geluid van de vanaf de diligence, en heel even koestert de hoofdpersoon de hoop dat er misschien nog een brief voor hem komt.
Het bezonken en bezinnende Das Wirtshaus (de herberg blijkt in dit geval een kerkhof te zijn) wordt begeleid door achtige pianoakkoorden, die doen denken aan equalen, de traditionele blaasmuziek voor Allerzielen.
In de ingetogenheid van Winterreise schuilt, paradoxaal genoeg, juist de moeilijkheid voor de uitvoerenden. Om diepte aan te brengen in al zijn grijstinten geeft Schubert de pianist hier een rol die volkomen gelijkwaardig is aan die van de zanger, meer nog dan in Die schöne Müllerin.
Dat is door de gehele cyclus heen te horen, maar wellicht nergens beter dan in het slotlied Der Leiermann. De hoofdpersoon komt hier een speelman tegen met een draailier, een soort mechanische viool, die vaak werd bespeeld door blinde bedelaars met even geringe muzikale mogelijkheden als het instrument zelf. De piano imiteert de lier met een eenvoudige riedel en de hoofdpersoon zingt een simpele , steeds opnieuw.
Losgelaten
En daar eindigt de reis: met de hoofdpersoon en de speelman die gezamenlijk uit beeld lopen, terwijl ze langzaam maar zeker worden opgeslokt door het wit van de winter.
Na een tweede uitvoering van de cyclus, ditmaal gezongen door Schuberts vaste zanger Johann Michael Vogl, zijn de vrienden die aanvankelijk zo lauw reageerden helemaal om. In de woorden van een van de Schubertianen, Josef von Spaun: ‘Hij (Schubert) had gelijk; al gauw waren we allemaal vervuld van bewondering voor deze treurige liederen, die Vogl zo meesterlijk zong.’
De eerste uitgave van Winterreise bestaat uit twee losse delen van elk twaalf liederen. Het eerste verschijnt in januari 1828. Schubert werkt nog op zijn sterfbed aan de correctie van de proefdrukken voor het tweede deel, dat verschijnt in januari 1829, anderhalve maand na het overlijden van de componist.
Biografie
Mark Padmore, tenor
Mark Padmore, opgeleid aan King’s College in Cambridge en in 2016 Vocalist of the Year van Musical America, is veelvuldig te gast bij de bekende orkesten van Londen, Berlijn, München, Wenen en New York. Bij het Concertgebouworkest zong hij in Bachs Matthäus-Passion, Mozarts Requiem en Brittens War Requiem. Zijn uitvoeringen van Bachs Passionen als zanger én met het Orchestra of the Age of Enlightenment zijn wereldwijd geprezen.
Na residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (2016/2017) en de Berliner Philharmoniker (2017/2018) was de tenor in 2021/2022 in residence bij Wigmore Hall in zijn geboortestad Londen, waar hij zijn verbintenis vierde met de pianisten Till Fellner, Imogen Cooper, Mitsuko Uchida en Paul Lewis.
Van 2012 tot 2022 was Mark Padmore artistiek leider van het St. Endellion Summer Music Festival in Cornwall. Dit seizoen is Mark Padmore in residence bij het Oxford er Festival, tourt hij met Mitsuko Uchida door Japan en verzorgt hij met het Nash Ensemble de wereldpremière van A Constant Obsession van Mark-Anthony Turnage.
Op het toneel vertolkte hij de hoofdrollen in Birtwistle’s The Corridor and the Cure en Stravinsky’s The Rake’s Progress en – recentelijk nog aan de Royal Opera Covent Garden – Aschenbach in Brittens Death in Venice. In de was Mark Padmore vaak te gast, bijvoorbeeld met Kristian Bezuidenhout in Schuberts Die schöne Müllerin (september 2015), Schwanengesang (juni 2017) en Winterreise (januari 2018). In oktober 2019 zong hij er met pianist Aaron Pilsan A Padmore Cycle van Thomas Larcher.
Kristian Bezuidenhout, piano
Kristian Bezuidenhout werd geboren in Zuid-Afrika, studeerde in Australië en New York, en woont nu in Londen. Hij studeerde piano bij Rebecca Penneys, fortepiano bij Malcolm Bilson, klavecimbel bij Arthur Haas en bij Paul O’Dette. Op 21-jarige leeftijd won hij het fortepianoconcours van het Festival Musica Antiqua in Brugge (2001), wat het begin markeerde van een indrukwekkende internationale carrière.
Kristian Bezuidenhout excelleert op een breed scala aan klavierinstrumenten, zowel historische als moderne, en werkt met vooraanstaande ensembles, orkesten, en en solisten wereldwijd. Als solist trad hij op met onder andere het Chamber Orchestra of Europe, Les Arts Florissants, het Orchestre des Champs-Élysées, het Chicago Symphony Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.
Als dirigent vanaf het klavier leidde hij onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, Collegium Vocale Gent, het Dunedin Consort en het Concertgebouworkest (januari 2018). Hij is vaste gastdirigent van het Freiburger Barockorchester en The English Concert. Dit seizoen debuteert Kristian Bezuidenhout bij het Noors Radio Orkest, Tampere Filharmonia en het SWR Symphonie-orchester, en speelt hij kamermuziek met violiste Isabelle Faust, tenor Julian Prégardien en het Consone Quartet – dit laatste ook als onderdeel van een residency in Bourgie Hall (Montreal).
Zijn vorige optreden in de was op 20 januari jongstleden een Schubertiade met mezzosopraan Anne Sofie von Otter. In de was Kristian Bezuidenhout voor het laatst te beluisteren in een solorecital in de serie Grote Pianisten op 9 januari 2023.

