Mariss Jansons dirigeert Mahlers zevende
Serie B en Extra Concert 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Mariss Jansons dirigent
Gustav Mahler 1860-1911
Zevende symfonie in e kl.t. (1904-05)
Langsam (Adagio) – Allegro risoluto ma non troppo
Nachtmusik: Allegro moderato
Scherzo: Schattenhaft
Nachtmusik: Andante amoroso
Rondo-Finale: Allegro ordinario
er is geen pauze
einde van het concert ca. 21.40 uur
het concert van 30 september wordt opgenomen door avrotros voor uitzending op zondag 2 oktober 14.00 uur via npo radio 4.
Toelichting
Gustav Mahler 1860-1911
Zevende symfonie
Tekst: Dirk Luijmes
Zoals altijd trok Gustav Mahler zich ook in de zomer van 1905 terug om te componeren en even het drukke enbestaan achter zich te laten. Aan zijn vrouw Alma schreef hij: ‘Ik was heilig van plan de Zevende, waarvan ik de beide s al af had, te voltooien.
Ik kwelde mijzelf twee weken aan een stuk, tot ik er depressief van werd [...] Ik stapte in de boot om mij naar de overkant te laten varen. Bij de eerste slag van de riemen flitste mij het (of liever het en het karakter) van de aanzet tot het eerste deel door het hoofd – en in vier weken tijd waren het eerste, derde en vijfde deel voltooid.’
Zoals uit dit citaat blijkt schreef Mahler zijn Zevende symfonie in e klein in twee etappes; de twee ‘andantes’, nu beter bekend als de ‘Nachtmusiken’, ontstonden in 1904, terwijl Mahler zijn handen nog vol had aan de Zesde symfonie.
Volgens Mahler-biograaf Hans Ferdinand Redlich bevindt zich tussen de beide s en de overige delen in stilistisch opzicht een ‘onoverbrugbare kloof’. Redlich staat niet alleen in zijn kritiek; dirigent Otto Klemperer noemde het eerste en laatste deel ‘heel problematisch en dat terwijl de drie middelste delen juist fascineren door hun eenvoud’; volgens muziekfilosoof Theodor Adorno bracht de componist met name in het laatste deel ook de Mahler-fans ‘in verlegenheid’.
Degenen die positiever oordeelden over de symfonie sloten beter aan bij Mahlers eigen oordeel: in 1908 beschouwde de componist de Zevende als zijn ‘beste werk, met een overwegend heiter karakter’ en schreef hij aan uitgever Bote & Bock dat hij hoopte dat ‘zowel vanwege zijn vrolijke karakter als de verhoudingsgewijs kleine orkestbezetting’ het werk zijn weg wel zou vinden naar de meeste concertzalen.
Mahler-kenner Paul Bekker zag in de symfonie – na de ‘tragische’ Zesde – een ‘terugkeer in het leven’ en meende dat het werk een brug vormde ‘van de individualistische instrumentale symfonieën naar de allesverenigende koor-symfonie’ [nummer 8]. Arnold Schönberg roemde de ‘subtiliteiten in de vorm’ en ervoer een ‘volmaakte rust’ in de symfonie.
Het spannende eerste deel wordt bepaald door een voor Mahler karakteristiek ritme, het gepuncteerde van de roeispanen, het hoofdthema dat wordt geïntroduceerd door de – Mahler: ‘Hier schreeuwt de natuur’ – en het tweede (in C groot) in de strijkers.
Volgens de eerder genoemde Redlich is dit het ‘minst toegankelijke deel’ van de Weense laatromanticus, onder meer door de bij hem zelden gehoorde heletoonstoonladder, de kwartsprongen en de ‘überscharfe Instrumentation’.
De prachtige Nachtmusiken vormen het hart van de symfonie. De eerste nachtelijke mars doet denken aan Mahlers Wunderhorn-eren. De herdersklokken klinken ‘slechts uit de verre verte’ en symboliseren volgens Mahler zelf de ‘weltfernster Einsamkeit’.
Als we Alma moeten geloven stond haar man bij de compositie van Nachtmusik II onder invloed van ‘Eichendorff-achtige visioenen, murmelende beken en Duitse ’. Het deel wordt prachtig ingekleurd door de mandoline, de gitaar en de soloviool.
Bruno Walter vond deze misschien wel ‘het mooiste wat Mahler ooit heeft geschreven; er gaat een tedere en zoete erotiek in schuil, het enige erotische geluid dat, zover ik weet, in Mahlers muziek aanwezig is.’ De s omranken een bizar , een dodendans in de vorm van een .
Over de niet onomstreden C groot-finale van de symfonie zijn inmiddels heel wat bladzijden vol geschreven. Terwijl iemand als Bekker spreekt over een ‘jubelfanfare van een nieuwe overwinning’, meent Karl Schumann: ‘Misschien is in dit deel sprake van een reusachtige persiflage op de pomposo-stijl van de eeuwwisseling, een bizarre optelsom van orkesteffecten, te vergelijken met de kunst van de Amerikaan Charles Ives.’ In het deel horen we meteen in het begin verwijzingen naar Richard Wagners Die Meistersinger von Nürnberg.
Op 19 september 1908 dirigeerde Mahler zelf de première van de Zevende te Praag, in het bijzijn van een aantal jonge musici, onder wie Alban Berg. Hij had 24 repetities met het orkest gekregen, en na elke bijeenkomst bracht hij de nodige correcties aan in de .
Ook na de eerste uitvoeringen – waaronder in oktober 1909 drie in Nederland met het Concertgebouworkest – zou hij nog aan het werk blijven schaven. Toen een tist zich tijdens de repetitie druk maakte over een hoge noot in zijn partij, beklaagde Mahler zich bij Alma over diegenen die niet in kunnen zien hoe hun ‘geschreeuw in overeenstemming is met de grote van de universele symfonie van de gehele schepping’.
De partituur van de Zevende is in handschrift in bezit van Het Concertgebouw, hij werd destijds geschonken door Alma Mahler aan Willem Mengelberg.
Biografie
Mariss Jansons, dirigent
Mariss Jansons was een van de meest vooraanstaande en ter wereld. Tussen 2004 en 2015 was hij chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Na zijn afscheid benoemde het orkest hem tot conductor emeritus. Jansons studeerde viool en directie in Sint-Petersburg en deed vervolgstudies in Wenen en Salzburg bij Hans Swarovsky en Herbert von Karajan. In 1973 werd hij assistent van Jevgeni Mravinski bij het orkest van Sint-Petersburg, waar ook zijn vader Arvids Jansons dirigent was.
Van 1979 tot 2000 was hij chef- van het Oslo Filharmonisch Orkest, dat onder hem groot internationaal aanzien verwierf. Van 1997 tot 2004 stond Mariss Jansons aan het roer van het Pittsburgh Symphony Orchestra en vanaf 2003 was hij chef-dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Als gastdirigent bij orkesten als de Berliner en Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra en de grote orkesten van de Verenigde Staten gaf hij wereldwijd vele concerten.
Na zijn vertrek als chef van het Concertgebouworkest keerde Mariss Jansons regelmatig terug als gastdirigent. Na de bejubelde productie van Tsjaikovski’s Pique dame bij De Nationale in juni en juli 2016 leidde hij het orkest in september in Mahlers Zevende symfonie. In 2017 stonden werken van Sjostakovitsj, Rachmaninoff, Tsjaikovski en Liszt op het programma.
Mariss Jansons overleed op 1 december 2019.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

