Maria João Pires & Ignasi Cambra
Maria João Pires piano
Ignasi Cambra piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- De werkdag van Ignasi Cambra
- De 7 onmisbare opnamen van Maria João Pires
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Adagio en Allegro in f kl.t., KV 594 (1790) ‘Stück für ein Orgelwerk in einer Uhr’
oorspronkelijk voor mechanisch orgel
bewerking voor piano
vierhandig
Joseph Haydn (1732-1809)
Sonate in c kl.t., Hob. XVI: 20 (1771)
Moderato
Andante con moto
Finale: Allegro
Ignasi Cambra
Sonate in Es gr.t., Hob. XVI: 52 (1794)
Allegro (moderato)
Adagio
Finale: Presto
Maria João Pires
pauze ± 21.05 uur
Franz Schubert (1797-1828)
Impromptu in f kl.t., nr. 1
Impromptu in As gr.t., nr. 2
uit ‘Vier impromptu’s’, D 935 (1827)
Maria João Pires
Allegretto – L’istesso tempo, nr. 2 in Es gr.t.
Allegro, nr. 3 in C gr.t
uit ‘Drei Klavierstücke’, D 946 (1828)
Ignasi Cambra
Allegro in a kl.t., D 947 ‘Lebensstürme’ (1828)
voor piano
vierhandig
einde ± 22.20 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Toelichting
Toelichting
Door Frits de Haen
Mozart
Je zou het misschien niet direct verwachten, een ‘Stück für ein Orgelwerk in einer Uhr’ op een pianorecital. En dat in een uitvoering door twee pianisten. Maar dit door Wolfgang Amadeus Mozart in de laatste maanden van 1790 geschreven werk is te fraai om het alleen op mechanisch te spelen – dat verklaart de diverse bewerkingen. Mozart componeerde zijn ‘Stücke für eine Orgelwalze’ voor het Kunstkabinett van graaf Joseph Deym. Die wilde dat een orgelautomaatje deze muziek zou afspelen tijdens een rouwbijeenkomst in 1791 in Wenen. Deym had een en ander georganiseerd om de in juli 1790 gesneuvelde veldmaarschalk Laudon te herdenken. Het evenement kende een hoge toegangsprijs, maar die werd gerechtvaardigd doordat, lezen we in een krant, niemand minder dan Mozart de componist was van de uit te voeren ‘Trauer Musique’. Hoewel deze inderdaad gevolg had gegeven aan het verzoek iets hiervoor te componeren, schreef hij Constanze dat hij dat alleen maar deed om ‘mijn vrouwtje enkele dukaten in de hand te spelen’; in werkelijkheid had hij een hekel aan deze ‘sehr verhasste Arbeit’. De reden? Dat het instrumentje volgens Mozart kinderachtig klonk met zijn kleine pijpjes. Om eraan toe te voegen dat hij dan een echt orgel prefereerde. Alle reden dus om deze muziek van Mozart te laten klinken op instrumenten die ze meer recht doen, zoals hier op een concertvleugel à quatre mains.
Haydn
We weten niet wanneer Mozart en Joseph Haydn elkaar hebben leren kennen. Haydn bezwoer Mozarts vader dat diens zoon ‘de grootste componist is die ik van persoon en van naam ken’. Anderzijds liet Mozart zich ook veelvuldig lovend uit over ‘Papa’ Haydn. Hij droeg zijn strijkkwartetten 10 op aan Haydn en nodigde hem in het voorwoord uit: ‘Ontvang ze daarom vriendelijk en ben voor ze een vader, gids, en vriend! […] Ik smeek je echter om met toegeeflijkheid hun tekortkomingen te beschouwen.’ Complimenten over en weer dus.
Sonate in Es groot wordt algemeen beschouwd als een van zijn grootste
De pianosonates van Haydn laten een interessante ontwikkeling zien, zowel vanuit het oogpunt van instrumentgebruik als dat van benaming – en uiteraard muzikale inhoud. De vroegste schreef hij nog met het klavichord of klavecimbel in het achterhoofd, maar in de loop van de tijd lijkt Haydn ook een groeiende belangstelling te ontwikkelen voor de fortepiano. Ook noemt hij zijn pianostukken op den duur s, en niet meer ’s of ’s. De Sonate in c klein stamt uit 1771. Ze werd echter pas gepubliceerd in 1780, in een collectie van zes sonates opgedragen aan Katharina en Marianna Auenbrugger. Haydn was zeer over hen te spreken, hij prees deze zusjes ‘wier spel en inzicht in de muziek dat van de grootste meesters evenaart’. Hij gaf ze dan ook iets om op te kauwen, want het werk heeft een behoorlijke moeilijkheidsgraad. Deze sonate, eerder geschreven dan de andere in 1780 gepubliceerde, draagt nog duidelijk de sporen van de invloed die Johann Sebastian Bachs zoon Carl Philipp Emanuel op Haydn had; de grilligheid van de ‘Sturm und Drang’-stijl is onmiskenbaar aanwezig.
Van veel latere datum stamt de Sonate in Es groot. Deze maakt deel uit van de laatste pianosonates die Haydn componeerde, en ze wordt algemeen beschouwd als een van zijn grootste. Dit werk werd geschreven voor Therese Jansen, een roemruchte pianiste die toentertijd in Londen woonde: ‘Sonata composta per la Celebre Signora Teresa de Janson… di me giuseppe Haydn mpri’, welk laatste slaat op het feit dat Haydn het werk eigenhandig, ‘manu propria’, genoteerd had. Er is wel gesuggereerd dat het werk vier jaar heeft gewacht op publicatie zodat Jansen het exclusieve gebruiksrecht erop zou hebben. De sonate kenmerkt zich door het aandoen van ver verwijderde en – bovendien lijkt Haydn zich te hebben laten inspireren door de forsere piano’s van John Broadwood die in Engeland in zwang waren.
Schubert
Na de pauze is de het decor van een Schubertiade, die avonden die Franz Schubert met zijn vrienden doorbracht onder het genot van goede gesprekken, eten, drank, spelletjes en natuurlijk muziek. Geregeld vertolkte de componist dan iets ‘’, improviserend aan de piano. Schuberts werken met die naam zijn echter serieuzer van karakter, hoewel ze soms nog wel het improviserende karakter verraden. Hij schreef ze (het zijn er in totaal acht) in 1827, ongeveer een jaar voordat hij stierf. Het was de Tsjechische componist Jan Václav Voríšek (1791-1825) die het genre geïntroduceerd had: een stuk met die naam was in 1817 gepubliceerd in de Allgemeine Musikalische Zeitung en vijf jaar later verscheen een bundel met een set van zes. Schubert sloot aan bij het genre maar gebruikte de term ‘impromptu’ zelf niet; dat deden zijn uitgevers. Het is moeilijk te begrijpen dat de in onze tijd zo populaire impromptu’s van Schubert zo lang op publicatie hebben moeten wachten: de set waar die in f klein en As groot deel van uitmaken, werd pas in 1839 gedrukt. Hoewel ze bedoeld zijn voor de piano kun je niet ontkennen dat sommige ervan een achtige natuur hebben. Dit is vooral te horen in het Impromptu in As groot; daarin herken je welhaast een wiegelied.
Het feit dat in Schuberts handschrift tal van doorhalingen te vinden zijn suggereert dat hij er nog aan werkte
Ook de Drei Klavierstücke zijn late werken, Schubert schreef ze in mei 1828, maar ze werden pas veertig jaar later gepubliceerd, toen Johannes Brahms ze anoniem uitgaf. Er is wel gesuggereerd dat deze drie stukken oorspronkelijk als grondslag zouden hebben moeten dienen voor een derde serie impromptu’s. Hoewel direct bewijs daarvoor ontbreekt zou het qua karakter zeer wel kunnen. Helaas weten we weinig over hun ontstaan. Het feit dat in Schuberts handschrift tal van doorhalingen te vinden zijn suggereert dat hij er nog aan werkte, wat ook wel enige discussie heeft uitgelokt over hoe bepaalde passages definitief zouden moeten klinken.
Aan het slot van dit klinkt weer een vierhandig pianowerk, eveneens uit Schuberts late periode. Omdat het pianospel à quatre mains tijdens de Schubertiades een grote rol vervulde, heeft Schubert een groter oeuvre op dit gebied nagelaten dan welke andere grote componist ook maar. Waarschijnlijk schreef hij deze ‘Lebensstürme’ voor hemzelf en zijn pianopartner Franz Lachner. In ieder geval weten we dat hij in mei/juni 1828 de laatste hand eraan legde. Ook hier is een andere functie gesuggereerd: wellicht zou dit samen met het Rondo in A groot, D 951 een tweedelige sonate hebben moeten vormen. Het was Anton Diabelli die het Allegro in a klein in 1840 publiceerde onder de titel ‘Lebensstürme’.
Biografie
Maria João Pires, piano
Maria João Pires werd geboren in Lissabon en gaf haar eerste publieke optreden op haar vierde. Ze begon haar pianostudie bij Campos Coelho en Francine Benoît en vervolgde deze in Duitsland bij Rosl Schmid en Karl Engel. Sinds de jaren 1970 is ze zich steeds meer gaan bezinnen op de rol die kunst speelt in het dagelijks leven, de samenleving en de opvoeding.
In 1999 richtte ze in haar geboorteland het Belgais Centre for the Study of the Arts op, waar ze geregeld masterclasses geeft aan zowel professionele musici als muziekliefhebbers. In 2012 initieerde Maria João Pires vanuit Brussel Partitura Choirs, dat koren opricht voor kinderen uit kansarme gezinnen, en Partitura Workshops. Binnen het Partitura-project werkt Maria João Pires samen met een groep pianisten van een jongere generatie.
Bij een optreden in Het Concertgebouw op 12 september 2017 met het Orkest van de Achttiende Eeuw speelde ze in dat kader zelf het Vierde pianoconcert van Beethoven en bood ze de jonge Armeniër Ashot Khachatourian het podium voor het Twintigste pianoconcert van Mozart. Met het Derde pianoconcert van Beethoven was Maria João Pires op 19 september 2022 te gast in Het Concertgebouw met het Braziliaanse jeugdorkest Neojiba, en op 2 oktober van datzelfde jaar gaf ze een solorecital met s van Schubert en Beethoven en de bergamasque van Debussy. Sinds haar eerste engagement bij het Concertgebouworkest in 1987 keerde de pianiste daar regelmatig terug. De laatste samenwerking met het orkest was afgelopen december in Mozarts Negende pianoconcert ‘Jeunehomme’ gedirigeerd door Iván Fischer.
Ignasi Cambra, piano
Ignasi Cambra, die vandaag op voordracht van Maria João Pires zijn debuut maakt in Het Concertgebouw, was in de Verenigde Staten te beluisteren in Carnegie Hall in New York en het Kennedy Center in Washington en tijdens het Ravinia Festival.
Hij soleerde met het Mariinski Orkest en met orkesten in Barcelona, Miami en Vancouver en werkte met en als Valery Gergiev, Tsung Yeh, Eduardo Marturet, Josep Pons en Salvador Brotons.
Hij soleerde met het Mariinski Orkest en met orkesten in Barcelona, Miami en Vancouver en werkte met en als Valery Gergiev, Tsung Yeh, Eduardo Marturet, Josep Pons en Salvador Brotons. Geliefd in zijn geboorteland speelde de pianist ook op de belangrijkste Spaanse podia, waaronder het Palau de la Música Catalana, het Gran Teatre del Liceu en l’Auditori in Barcelona, het Auditorio Nacional de Música en de Fundación Juan March in Madrid en het Auditorio de Zaragoza. La Pedrera (Barcelona) nodigde hem uit als artist in residence, en hij was te gast op het festival van Peralada, de Schubertiade in Vilabertràn en de Quincena Musical in San Sebastián.
Ignasi Cambra speelt piano vanaf zijn zesde en studeerde bij Jerome Lowenthal en Matti Raekallio aan de Juilliard School in New York. Van belangrijke invloed op zijn spel waren ook de pianisten Edward Auer, Menahem Pressler, Alexander Toradze en Rustem Hayroudinoff. Ignasi Cambra heeft ook diploma’s van Indiana University en de Royal Academy of Music in Londen en behaalde bovendien in 2021 een Executive MBA aan de IESE Business School van de University of Navarra.

