Maria João Pires en Trevor Pinnock: Mozart en Chopin

Maria João Pires piano
Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen
Trevor Pinnock dirigent

Richard Wagner 1813-1883

Siegfried-Idyll (1870) 

Frédéric Chopin 1810-1849

Tweede pianoconcert in f kl.t., op. 21 (1829)
Maestoso
Larghetto
Allegro vivace

pauze

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Symfonie nr. 41 in C gr.t., KV 551 (1788)
‘Jupiter’
Allegro vivace
Andante cantabile
Menuetto: Allegretto
Molto allegro

Toelichting

Richard Wagner (1813-1883)

Siegfried-Idyll

Door Sabien van Dale

De gelukkigste tijd van Richard Wagners leven was de periode die hij onmiddellijk na zijn huwelijk met Cosima von Bülow (dochter van Franz Liszt en gescheiden van Hans von Bülow) doorbracht in zijn landhuis ‘Tribschen’ bij Luzern. Daar werd ook hun zoon Siegfried geboren. Huwelijksgeluk en vadertrots vinden hun neerslag in de Siegfried-Idyll. Het stuk is een symfonisch gedicht, in 1870 gecomponeerd als verrassingsgeschenk voor de verjaardag van Cosima. Ze verjaarde op 24 december maar dat werd altijd op Eerste Kerstdag gevierd.

Hans Richter, Wagners assistent die later een vermaarde dirigent werd, en veertien musici stelden zich op 25 december om half acht ’s ochtends op in de hal van het huis. Cosima beschreef nadien in haar dagboek hoe ze door de muziek werd gewekt.

  • Richard Wagner in 1861

Daarna trad Wagner de slaapkamer binnen met hun kinderen. Op de kaft van de die hij zijn vrouw overhandigde, stond: ‘Tribschen Idyll, met Fidi’s vogelzang en oranje zonsopgang, een symfonische verjaardagswens voor Cosima van haar Richard’. Fidi was het koosnaampje van Siegfried, hun derde kind, dat in juni 1869 was geboren. Tijdens de bevalling had Wagner een vogel horen zingen terwijl een idyllische zonsopgang plaatsvond boven het Vierwoudstedenmeer. Cosima was erg blij met het stuk en dezelfde dag werd het nog tweemaal uitgevoerd. Daarna werd het jarenlang niet gespeeld. Het bleef gekoesterd als Richards en Cosima’s private schat. Gedwongen door geldnood heeft Wagner het in 1877 toch uitgegeven. De titel werd van Tribschen Idyll gewijzigd in Siegfried-Idyll.

Veel motieven zijn ontleend aan de Siegfried, maar krijgen hier een totaal andere betekenis en een veel intiemere en transparantere sfeer. Daarnaast is Siegfrieds vogel (eveneens een significant element in de opera) goed herkenbaar. Verder maakt Wagner gebruik van het Duitse wiegeliedje Schlaf mein Kind en van een onvoltooid strijkkwartet dat hij eerder voor Cosima had willen schrijven. Na een teder begin bloeit de muziek open in een gloedvol : de ultieme uitdrukking van Richards liefde voor zijn vrouw en van zijn dankbaarheid voor het prille gezinsgeluk.

Frédéric Chopin 1810-1849

Tweede Pianoconcert

In de jaren 1830 begon de jonge Poolse pianovirtuoos en componist Frédéric Chopin furore te maken in Parijs. Het Tweede pianoconcert in f klein is een van zijn eerste composities, geschreven op zijn achttiende toen hij nog bij zijn ouders in Polen woonde. Chopin zei in 1830 over dit concert: ‘Ik heb – wellicht tot mijn verdriet – de ideale vrouw gevonden. Ik droom al zes maanden lang iedere nacht van haar, terwijl ik nog geen woord met haar heb gewisseld. Met haar in gedachten heb ik het (Larghetto) van mijn Pianoconcerto gecomponeerd.’ Behalve zijn verliefdheid op de vrouw van zijn dromen (de Poolse zangeres Konstancia Gladkowska), die de klank en stemming van het e Larghetto bepaalde, zijn er meer uit Polen afkomstige inspiratiebronnen terug te vinden in het concert. Poolse volksdansen als en krakowiak bijvoorbeeld (vooral in de finale), maar ook de Italiaans getinte ën uit de ’s van Gioacchino Rossini en Gaspare Spontini die destijds in Warschau de grote mode waren. Tijdens Chopins eerste openbare optreden in Parijs, op 26 februari 1832, speelde hij dit Pianoconcert in f klein. Deze gebeurtenis opende voor Chopin alle belangrijke deuren in de stad die toen het culturele centrum van Europa was. Vanaf dat moment was hij bevriend met invloedrijke en beroemde kunstenaars als Franz Liszt, Vincenzo Bellini en Giacomo Meyerbeer en verwierf hij de financiële steun van de rijke familie Rothschild. Chopins Pianoconcert in f klein wordt het Tweede pianoconcert genoemd, maar is in feite zijn eerste. Om de een of andere reden is het in 1830 gecomponeerde Pianoconcert in e klein eerder gepubliceerd (in 1833) en daardoor bestempeld als Eerste pianoconcert. Het in 1836 gepubliceerde maar al in 1829 voltooide Pianoconcert in f klein werd daarop vanzelf het Tweede pianoconcert.

Agnes van der Horst

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

‘jupitersymfonie’

Het lichtende C groot is ook de van Mozarts laatste en wellicht grootste symfonie, drie jaar na de Trauermusik geschreven. De bijnaam ‘Jupiter’ zegt misschien iets over de goddelijke status die men het werk toedacht, maar is van na Mozarts dood. In de vroege negentiende eeuw sprak men vooral over de ‘symfonie met de finale’. Met drie magistrale uitbarstingen, als om de toonsoort C groot krachtig neer te zetten, wordt de symfonie geopend. Gedempte violen zetten in het tweede deel een aangrijpende in, gevolgd door meer onrust en een donkerder stemming. Het derde deel is een vrolijk in de traditionele menuet en vorm. Het zwaartepunt van de compositie is de befaamde fugafinale, waarin Mozart het oude contrapunt geniaal weet te combineren met de klassieke zinsbouw en elegante stijl uit zijn eigen tijd. Er zijn vijf ’s, te beginnen met een openingsthema van vier hele noten. Het wordt in verband gebracht met de e hymne Lucis Creator (Schepper van het Licht). Licht speelt dus zowel in de toonsoort als in dit thema een rol, en sommigen zien hierin een verband met Mozarts lidmaatschap van de vrijmetselarij. De hele finale is een ingenieus en ritmisch gedreven bouwwerk van thema’s en motieven die gepresenteerd, gecombineerd en behandeld worden met een diversiteit aan ische procedures, zoals omkeringen, imitaties, technieken. De melodieën buitelen over elkaar heen, als uitbarstingen van vuurwerk. De verrassing bewaart Mozart voor het eind: een lange waarin hij de vijf thema’s ingenieus combineert in een briljante fugatische apotheose van wat niet voor niets de bijnaam ‘Jupiter’ kreeg.

Lies Wiersema

Biografie

Maria João Pires, piano

Maria João Pires werd geboren in Lissabon en gaf haar eerste publieke optreden op haar vierde. Ze begon haar pianostudie bij Campos Coelho en Francine Benoît en vervolgde deze in Duitsland bij Rosl Schmid en Karl Engel. Sinds de jaren 1970 is ze zich steeds meer gaan bezinnen op de rol die kunst speelt in het dagelijks leven, de samenleving en de opvoeding.

In 1999 richtte ze in haar geboorteland het Belgais Centre for the Study of the Arts op, waar ze geregeld masterclasses geeft aan zowel professionele musici als muziekliefhebbers. In 2012 initieerde Maria João Pires vanuit Brussel Partitura Choirs, dat koren opricht voor kinderen uit kansarme gezinnen, en Partitura Workshops. Binnen het Partitura-project werkt Maria João Pires samen met een groep pianisten van een jongere generatie.

Bij een optreden in Het Concertgebouw op 12 september 2017 met het Orkest van de Achttiende Eeuw speelde ze in dat kader zelf het Vierde pianoconcert van Beethoven en bood ze de jonge Armeniër Ashot Khachatourian het podium voor het Twintigste pianoconcert van Mozart. Met het Derde pianoconcert van Beethoven was Maria João Pires op 19 september 2022 te gast in Het Concertgebouw met het Braziliaanse jeugdorkest Neojiba, en op 2 oktober van datzelfde jaar gaf ze een solorecital met s van Schubert en Beethoven en de bergamasque van Debussy. Sinds haar eerste engagement bij het Concertgebouworkest in 1987 keerde de pianiste daar regelmatig terug. De laatste samenwerking met het orkest was afgelopen december in Mozarts Negende pianoconcert ‘Jeunehomme’ gedirigeerd door Iván Fischer.

Trevor Pinnock, dirigent

Trevor Pinnock is wereldwijd actief als klavecinist en . Als een van de pioniers op het gebied van de authentieke uitvoerings­praktijk richtte hij in 1972 The English Concert op, waarvan hij tot 2003 artistiek leider was.

Hij gaf soloconcerten in Engeland en Italië en trad op met het Freiburger Barockorchester ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van dat ensemble. Met het Brandenburg Ensemble, dat hij vormde ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, speelde hij Bachs Brandenburgse concerten

Trevor Pinnock ondernam tournees door Europa met onder andere de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het Orchestra of the Age of Enlightenment en de ­Kammerakademie Potsdam. Hij dirigeerde orkesten als de Wiener en de Berliner Philharmoniker, het Chicago Symphony Orchestra, het Moz­arteum­orchester Salzburg, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra en het Orchestra Mozart.

Bij de Metropolitan in New York leidde hij Giulio Cesare van Händel. In 1992 werd hij Commander of the Order of the British Empire. Trevor Pinnock is sinds 2008 regelmatig te gast bij het Concertgebouworkest. In oktober 2018 leidde hij het orkest in werken van Haydn, Chopin en Liszt

Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, orkest

Het orkest dat vandaag te gast is werd in 1980 in Frankfurt opgericht als Junge Deutsche Philharmonie, werd in 1987 hernoemd als Deutsche Kammerphilharmonie en verhuisde in 1992 naar Bremen. De eerste vaste gastdirigenten waren Mario Venzago en Heinrich Schiff, en ook Gidon Kremer leidde het gezelschap geregeld – onder meer op de eerste tournees naar de Verenigde Staten en Japan. Met Jirí Belohlávek kreeg het orkest in 1995 zijn eerste vaste en met Thomas Hengelbrock in 1992 zijn eerste artistiek leider. Van 1999 tot 2003 was Daniel Harding chef-dirigent, en de reputatie van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen groeide gestaag.

Van 2005 tot 2015 was het gezelschap in residence bij het Beethovenfest Bonn, vanaf 2010 is het in residence bij de Elbphilharmonie in Hamburg en vanaf 2017 bij de Kissinger Sommer.

Sinds Paavo Järvi in 2004 de leiding kreeg, ondernam het orkest intensieve meerjarige projecten m het symfonische werk van achtereenvolgens Beethoven, Schumann en Brahms; de bijbehorende cd’s wonnen verschillende Preise der deutschen Schallplattenkritik, Echo Klassiks en Diapasons d’Or.

Hun thuisbasis delen de musici met een middelbare school in een minder welgestelde wijk van Bremen; een voor beide partijen vruchtbare wisselwerking die meermaals werd bekroond.

In het vorige concert van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen in Het Concertgebouw, in de zomer van 2017, soleerde Janine Jansen in het Derde vioolconcert, KV 216 van Mozart.