Maria João Pires en Ashot Khachatourian
Maria João Pires fortepiano/leiding
Ashot Khachatourian fortepiano
Orkest van de Achttiende Eeuw
Alexander Janiczek concertmeester
Aanvang van het concert: 20:15
Einde van het concert ca.: 22:35
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.
De fortepiano is een Érard uit 1836 uit de collectie van Edwin Beunk.
Beide solisten maken deel uit van het Partitura Project, een collectief van artiesten die zich buigen over hun rol en verantwoordelijkheid in de samenleving. Een samenleving waarin fundamentele waarden in een crisis lijken te zijn beland.
Een verantwoordelijkheid van esthetische, ethische, sociale, pedagogische en spirituele aard. Het collectief streeft naar een grotere en meer open dialoog tussen de verschillende vormen van kunst en wetenschap, om zo bij te dragen aan een betere verstandhouding tussen de mens en zijn omgeving.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Symfonie nr. 35 in D gr.t., KV 385 (1782) ‘Haffner’
Allegro con spirito
Andante
Menuetto
Finale: Presto
Twintigste pianoconcert in d kl.t., KV 466 (1785)
Allegro
Romance
Rondo: Allegro assai
solist: Ashot Khachatourian
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vierde pianoconcert in G gr.t., op. 58 (1805-06)
Allegro moderato
Andante con moto
Rondo: Vivace
solist: Maria João Pires
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
'Haffner'-symfonie
tekst: Jos van der Zanden
‘Het openingsdeel moet lekker vurig klinken. En het laatste zo snel als maar enigszins mogelijk.’
Uitlatingen van een componist over eigen werk plegen wij op een goudschaaltje te leggen. Ook Wolfgang Amadeus Mozarts woorden over wat hij zelf zijn ‘Haffner-symfonie’ noemde, moeten we maar serieus nemen. Ze zeggen meer dan multi-interpretabele Italiaanse tempoaanduidingen.
Mozart zei ook dat hij vermoedde dat de symfonie het in de concertzaal ‘vast en zeker goed zal doen’. Hij was er dus tevreden over, ofschoon hij de muziek in vliegende haast had moeten componeren om vanuit Wenen zijn vader in Salzburg van dienst te kunnen zijn met feestelijke klanken voor de familie Haffner.
Het openingsdeel van de 'Haffner'-symfonie, opname van Nikolaus Harnoncourt
Wat hij opstuurde was feitelijk een (niet de oude Haffner-serenade, KV 250, maar een andere). Toen hij die later terugkreeg en er eens goed voor ging zitten, besloot hij er door middel van wat aanpassingen een vierdelige symfonie van te maken. Extra kleuring met fluiten en klarinetten vormden de toefjes op de taart.
Toen de symfonie op 23 maart 1783 in Wenen werd uitgevoerd, in het bijzijn van keizer Joseph II, deed Mozart iets wat tegenwoordig ondenkbaar zou zijn. Het concert werd geopend met de eerste drie delen van de symfonie. Daarna volgde een hele reeks andere composities, ook vocale.
Pas na dat alles, helemaal aan het eind, werd de draad van de symfonie weer opgepakt en klonk de Finale, als een soort vrolijke uitsmijter.
Gewend als wij zijn om partituren van grote meesters heilig te verklaren en om een muziekstuk als een organisch geheel te beschouwen, kunnen we met het opportunistisch opknippen van een symfonie in het geheel niet leven. Dat Mozart zelf er weinig problemen mee had, zet ons misschien weer met twee benen op de grond.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Twintigste pianoconcert
Wat zou vader Leopold hebben gedacht toen hij, op bezoek bij zijn zoon in 1785, diens Twintigste pianoconcert in d klein, KV 466 hoorde? Een concert in een toonsoort was al ongebruikelijk. Maar dan ook nog al die koppige sforzato’s, rusteloze ’s en onophoudelijk vermijdingen.
Vooral dat laatste was een vernieuwing waarmee Mozarts muziek zich onderscheidde: het vooruitschuiven van afsluitende formules, met als gevolg een sterke voorwaarts stuwende kracht. Nooit eerder had iemand muziek gecomponeerd die zulke lange, sierlijke spanningsbogen kon verdragen.
Het openingsdeel kent maar een handvol scharnierpunten. Alles overlapt, verglijdt of gaat sequensmatig voort. Er is ook geen solocadens van Mozart overgeleverd, ongetwijfeld improviseerde hij die.
De milde, serene Romance, het tweede deel, is een feest voor elke muziekliefhebber. Het is een demonstratie van kunnen, alsof Mozart zich ten doel stelt om een zo hoog mogelijke mate van uitdrukkingskracht te verkrijgen met zo weinig mogelijk noten. Bij films of documentaires over zijn leven komen deze klanken steevast voorbij.
In de finale gunt Mozart de solist de mogelijkheid om te schitteren, maar tegelijk demonstreert hij zijn beheersing van meerstemmigheid. Het sombere d klein gaat spoedig over naar D groot, wat de sensatie geeft van een met goed gevolg afgelegde weg en een mfantelijke aankomst.
Leopold liet zich in een brief aan zijn dochter ongewoon gunstig uit over dit concert. De loftuitingen van toehoorders roerden hem tot tranen toe.
Daarnaast was hij onder de indruk van de levensstandaard van zijn zoon: ‘Alleen maar vleesgerechten, zelfs aan de kool was fazant toegevoegd. Vorstelijk was het. Tot slot oesters, de heerlijkste nagerechten en flessen champagne...’ Korte tijd later zat Mozart volledig aan de grond.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vierde pianoconcert
In 1809 schreef Ludwig van Beethoven een bij het Twintigste pianoconcert van Mozart. Uit respect voor het werk dat hij in zijn jonge jaren ook meermalen in het openbaar had gespeeld. Inmiddels had hij zelf al zijn vijf pianoconcerten voltooid; de eerste drie duidelijk gemodelleerd naar die van zijn grote idool.
Bij het Vierde pianoconcert in G groot tapte hij uit een ander vaatje. Orpheus, de mythologische zanger en lierspeler wiens spel zelfs de wilde beesten temde, is in muziek vaak bezongen. Hij verloor zijn geliefde Eurydice aan een slangenbeet en rouwde zo intens om haar dat de goden medelijden kregen en voor één keer een sterveling toegang boden tot de onderwereld.
Orpheus mocht zijn Eurydice terughalen op voorwaarde dat hij tijdens de terugweg niet naar haar omkeek – dat genot moest hij uitstellen. Het bleek te veel gevraagd, voortijdig achteromkijken werd Orpheus fataal.
Ontroostbaar doolde hij rond en toen hij vanwege zijn lange weduwnaarschap de herenliefde bleek toegedaan, grepen Thracische vrouwen in: hij werd op gruwelijke wijze door hen verscheurd.
Wat heeft dit alles met het Vierde pianoconcert te maken? Feitelijk niets.
Maar omdat Beethovens leerling Carl Czerny lang na Beethovens dood ergens noteerde dat het langzame deel van dit concert ‘onwillekeurig doet denken aan een antieke dramatisch-tragische scène’, is de aanname dat Beethoven in zijn con moto, het tweede deel, Orpheus uitbeeldde, nooit verstomd.
Een nadere onderbouwing ontbreekt, nooit heeft Beethoven ook maar met een woord gerept over zo’n idee. Nemen we in aanmerking dat Czerny in Beethovens muziek ook allerlei andere zogenaamde inspiratiebronnen hoorde, zoals hoefgetrappel en vogelgeluiden, dan is er alle reden voor scepsis.
Met name in Amerika wordt daar anders over gedacht. Daar wordt het Orpheusverhaal achter de muziek serieus genomen – opvattingen over Beethoven als narrative composer zijn daar wijder verbreid dan in het nuchtere Europa.
En laten we het toegeven, het spel van vraag en antwoord, de uitdrukkingsvolle dialoog tussen piano en orkest in het langzame deel spreekt zeer tot de verbeelding. Een solist die smeekt, steeds weer opnieuw, haast snikkend.
Een orkest dat nors reageert, vervolgens een beetje toegeeft, dan medelijden krijgt, zich laat vermurwen en zich uiteindelijk terugtrekt tot enkel een paar subtiele nootjes overblijven.
Een pianopartij die juist opbloeit, meer en meer jubelt en uiteindelijk de overwinning viert in een magistrale climax met uitbundige trillers en – het kost moeite om hier niet een ‘verbeeldende’ Beethoven te horen.
'Er is geen reden om te vertragen of te slepen'
Maar ook het openingsdeel mag er zijn. Meteen al de vijf openingsmaten voor piano solo zijn bijzonder. Ze nodigen uit tot romantisering, waar tekstueel echter geen aanleiding voor is. Nergens kent de een ritenuto, een , een of decrescendo. Er is geen reden om te vertragen of te slepen.
Toch wordt deze openingsfrase door pianisten nogal eens expressief gemaakt, een indicatie dat hier het breukvlak van de en de wordt gevoeld.
Biografie
Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest
Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.
De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziekensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem op.
Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.
Maria João Pires, piano
Maria João Pires werd geboren in Lissabon en gaf haar eerste publieke optreden op haar vierde. Ze begon haar pianostudie bij Campos Coelho en Francine Benoît en vervolgde deze in Duitsland bij Rosl Schmid en Karl Engel. Sinds de jaren 1970 is ze zich steeds meer gaan bezinnen op de rol die kunst speelt in het dagelijks leven, de samenleving en de opvoeding.
In 1999 richtte ze in haar geboorteland het Belgais Centre for the Study of the Arts op, waar ze geregeld masterclasses geeft aan zowel professionele musici als muziekliefhebbers. In 2012 initieerde Maria João Pires vanuit Brussel Partitura Choirs, dat koren opricht voor kinderen uit kansarme gezinnen, en Partitura Workshops. Binnen het Partitura-project werkt Maria João Pires samen met een groep pianisten van een jongere generatie.
Bij een optreden in Het Concertgebouw op 12 september 2017 met het Orkest van de Achttiende Eeuw speelde ze in dat kader zelf het Vierde pianoconcert van Beethoven en bood ze de jonge Armeniër Ashot Khachatourian het podium voor het Twintigste pianoconcert van Mozart. Met het Derde pianoconcert van Beethoven was Maria João Pires op 19 september 2022 te gast in Het Concertgebouw met het Braziliaanse jeugdorkest Neojiba, en op 2 oktober van datzelfde jaar gaf ze een solorecital met s van Schubert en Beethoven en de bergamasque van Debussy. Sinds haar eerste engagement bij het Concertgebouworkest in 1987 keerde de pianiste daar regelmatig terug. De laatste samenwerking met het orkest was afgelopen december in Mozarts Negende pianoconcert ‘Jeunehomme’ gedirigeerd door Iván Fischer.
Ashot Khachatourian, fortepiano
Ashot Khachatourian is afkomstig uit Jerevan (Armenië) en begon daar op vijfjarige leeftijd met pianolessen aan de Charles Aznavour Muziekschool. Later studeerde hij bij Eliso Virsaladze in Fiesole, bij Gérard Wyss in Basel en bij Maria João Pires aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo.
Hij maakte vooral naam met vertolkingen van het Eerste en het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff. Hij won eerste prijzen op het Rachmaninoff Pianoconcours (2006) en het Martha Argerich Pianoconcours (2007) en behoorde tot de laureaten van de Top of the World International Piano Competition (2011) en het Concours International de Piano d’Epinal (2013).
Als solist trad hij inmiddels op met onder meer het Sinfonieorchester Basel, het London Chamber Orchestra en Le Concert Olympique. Als kamermusicus speelde hij met musici als Maxim Vengerov, Mischa Maisky, Zakhar Bron, Augustin Dumay, Gary Hoffman en Gérard Caussé.
Op zijn debuut-cd (2013) vertolkt Ashot Khachatourian werken van Haydn en Beethoven. De pianist, die is verbonden aan het Partitura-project van Maria João Pires maakt vandaag zijn debuut in Het Concertgebouw.


