Marc Albrecht leidt Bruckners Vierde symfonie
Nederlands Philharmonisch Orkest
Marc Albrecht dirigent
Bertrand Chamayou piano
pauze ca. 20.40 uur
einde ca. 22.10 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Tweede pianoconcert in d kl.t., op. 40 (1837)
Allegro appassionato
Adagio moto sostenuto
Finale: Presto scherzando
pauze
Anton Bruckner 1824-1896
Vierde symfonie in Es gr.t. (1874/80) ‘Romantische’
Bewegt, nicht schnell
Andante, quasi allegretto
Scherzo: Bewegt – Trio: Nicht zu schnell. Keinsfalls schleppend
Finale: Bewegt, doch nicht zu schnell
Toelichting
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Tweede pianoconcert
Door Jos van der Zanden
In de zomer van 1837 vertrok Felix Mendelssohn met zijn jonge bruid Cécile Jeanrenaud op huwelijksreis naar het Zwarte Woud en Bingen aan de Rijn. Cécile kwam er spoedig achter wat het betekende om met een kunstenaar getrouwd te zijn. Haar kersverse echtgenoot stortte zich volledig op het componeren en bij terugkomst had hij enkele gloednieuwe stukken klaar. Werk ging blijkbaar voor het meisje.
Het belangrijkste product van deze ontspannen weken was het Tweede pianoconcert in d klein. De zorgeloosheid van de huwelijksreis klinkt overal door, in weerwil van de toonsoort. Het leven lachte de jonge Mendelssohn dan ook in alle opzichten toe, zowel artistiek als privé liep alles op rolletjes. Hij was een gerespecteerd van het Leipziger Gewandhausorchester – een van de meest begerenswaardige posten in muzikaal Duitsland –, was invloedrijk, en vriend en vijand erkende zijn uitzonderlijke talent.
Het korte pianoconcert – iets meer dan twintig minuten – bruist van optimisme. Robert Schumann noemde het een ‘zorgeloos geschenk’. De pianopartij is rijk en schuurt hier en daar zelfs aan tegen het virtuoze, wat te maken kan hebben gehad met de kennismaking van Mendelssohn met de pianoleeuw Sigismund Thalberg.
Collega-componist Robert Schumann vond evenwel dat het concert een tikje uitbundiger had mogen zijn, wat dankbaarder voor de solist. Het was immers de tijd waarin muziekliefhebbers vooral genoten van klatergoud aan vertoon in de concertzaal, van pianistische acrobatiek zoals Franz Liszt die tentoonspreidde. Mendelssohn lag zoiets echter niet.
Grootgebracht met de klassieke beginselen van evenwicht en helderheid, en met het tijdloze van Johann Sebastian Bach, wenste hij zijn muziek niet tot voertuig te maken van protserigheid. Zijn Tweede pianoconcert werd dan ook in menig opzicht een hulde aan het verleden.
Het openingsdeel is een breed uitgesponnen met een wervelende doorwerking. Het stemmenweefsel daar verraadt de invloed van de late Ludwig van Beethoven, wiens strijkkwartetten en s door Mendelssohn tot de laatste noot onder het vergrootglas werden gelegd. Het is juist van mozartiaanse allure. Sinds de première van het concert in Birmingham, eind 1837, is dit een publiekstrekker gebleven, vergelijkbaar met het model waarop het lijkt te zijn gebaseerd: Mozarts Pianoconcert in d-klein, KV 466.
De milde, hoogromantische die Mendelssohn ontvouwt ondergaat diverse transformaties, maar nergens wordt echt dramatiek gezocht. Ook tegenwoordig verkiezen we deze intieme expressie boven vingervlugge hoogstandjes zoals die in de sprankelende Finale, ingebed in een compact en uitbundig scherzando. Zulke brille vormt voor professionele pianisten van nu geen enkel struikelblok.
Anton Bruckner 1824-1896
Bruckner: Vierde symfonie
Door Christiane Schima
‘Bij Bruckner gaat het niet om werken, maar om een zwendel die na een of twee jaar vergeten zal zijn’, aldus Johannes Brahms. Anton Bruckner schiep monumentale werken die ver uitstegen boven de in zijn tijd gangbare proporties en dat leidde regelmatig tot dergelijke kritiek.
Bruckner, van huis uit organist en diep gelovig, schreef eigenaardig archaïsch en religieus getinte muziek waar Brahms noch Richard Wagner iets mee kon. Hij putte uit een creatieve diepte die bevreemding wekte: zijn muziek paste niet in de muzikale traditie van Oostenrijk die door Haydn, Mozart en Beethoven was gevormd. De plechtig-sacrale klank van Bruckners muziek lijkt uit vroeger tijden (misschien de Middeleeuwen) te stammen. De muziekfilosoof Theodor Adorno sprak over ‘muzikaal oergesteente’.
Kritiek van collega’s en een gebrek aan zelfvertrouwen gaven Bruckner aanleiding tot voortdurende correcties. Op aanraden van enkele getrouwen bleef de al te bescheiden Bruckner aan zijn muziek sleutelen. Delen werden geschrapt, ën veranderd. In de verschillende versies van zijn symfonieën, en de vernietiging en het verloren gaan van manuscripten, openbaart zich het hele dilemma van de componist Bruckner.
Van de Vierde symfonie bestaan in totaal drie versies. Bruckner, bezeten van een dwangmatige verbeteringsdrang, zou er uiteindelijk vijftien jaar lang aan blijven werken – van 1874 tot en met 1889. Net als vele symfonieën van de visionair Bruckner lijkt ook de Vierde uit mythische diepten op te stijgen. Het werk vertoont alle eigenschappen die ook Bruckners andere symfonieën kenmerken: kernachtige, archaïsch aandoende ’s die gebaseerd zijn op eenvoudige - en drieklanken. De vormen worden aan voortdurende metamorfoses onderworpen en zijn het resultaat van een permanent en organisch aandoend ontwikkelingsproces dat – met behulp van veel koper – tot grandioze hoogtepunten wordt geleid. Het dieptreurige , quasi allegretto – door de componist als ‘nachtelijke pelgrimsmars’ gekarakteriseerd – behoort tot de meest ontroerende langzame delen die Bruckner heeft geschreven. Het makkelijk in het gehoor liggende is het populairste deel geworden. Bruckners Vierde met de bijnaam ‘Romantische’ kreeg als enige van zijn symfonieën (in haar tweede versie die ook vandaag klinkt) na de Weense première in 1881 een gunstige recensie. De gezaghebbende Weense muziekjournalist, en aanhanger van Brahms, Eduard Hanslick schreef: ‘Het ongewone succes van een nieuwe symfonie van Anton Bruckner werd in dit blad reeds onlangs vermeld. Wij kunnen vandaag slechts toevoegen dat dit succes van een niet geheel begrijpelijk werk ons oprecht heeft verheugd omwille van de respectabele en sympathieke persoonlijkheid van de componist.’ Bruckners doorbraak liet echter nog bijna een eeuw op zich wachten.
Biografie
Bertrand Chamayou, piano
Bertrand Chamayou, afkomstig uit Toulouse, won onder meer het Concours International Long-Thibaud en ontving tot viermaal toe een Victoire de la Musique Classique (onder andere voor Liszts Années de pèlerinage). Hij is een gezaghebbend interpreet van Franse muziek en heeft een grote liefde voor hedendaagse muziek; hij werkte met Pierre Boulez, Henri Dutilleux, György Kurtág, Thomas Adès, Bryce Dessner en Michael Jarrell.
Bertrand Chamayou is een regelmatige gast van podia als de Philharmonie en het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, Wigmore Hall in Londen, de Elbphilharmonie in Hamburg en de Philharmonie Berlin en op festivals van Luzern en Salzburg tot New York en Tokio.
Orkesten die hem engageerden waren bijvoorbeeld de New York Philharmonic, The Cleveland Orchestra, het Leipziger Gewandhausorchester, het Orchestre de Paris, het London Philharmonic Orchestra, de Wiener Symphoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en het NHK Symphony Orchestra Tokyo.
Hij werd gedirigeerd door Semyon Bychkov, Philippe Herreweghe, François-Xavier Roth, Herbert Blomstedt, Antonio Pappano en Elim Chan. Bertrand Chamayou geeft veelvuldig s met celliste Sol Gabetta en is co-artistiek leider van het nieuwe Festival Ravel in Baskenland.
Voor zijn opname van Ravels complete werk voor piano solo won hij een Echo Klassik Preis en voor Messiaens Vingt regards sur l’Enfant-Jésus in 2022 een Choc de l’Année. De pianist debuteerde in juni 2018 in de in het Tweede pianoconcert van Mendelssohn met het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht en keert nu voor het eerst terug in Het Concertgebouw.
Marc Albrecht, dirigent
Marc Albrecht is sinds september 2011 chef- van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest en De Nationale . Naast zijn vele optredens in Amsterdam leidde hij recentelijk producties aan de Oper Zürich, het Theater an der Wien en La Scala in Milaan.
Hij onderhoudt nauwe banden met bijvoorbeeld de Semperoper Dresden, de Deutsche Oper Berlin en de Bayerische Staatsoper München en was te gast bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de operahuizen van Madrid, Brussel en Parijs en de festivals van Salzburg en Bayreuth.
Marc Albrecht is ook een veelgevraagd concertdirigent en werd uitgenodigd door gezelschappen als de Staatskapelle Dresden, het Hallé Orchestra, de Berliner Philharmoniker, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Dallas Symphony Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra en het Orchestre National de France.
Al in zijn tienerjaren begon Marc Albrecht zijn vader, George Alexander Albrecht, te assisteren bij repetities van ’s van Strauss en Wagner – leerjaren die hij voortzette als repetitor bij het operahuis van Hamburg.
In de vroege jaren van zijn carrière was Marc Albrecht assistent van Claudio Abbado bij het Gustav Mahler Jugendorchester in Wenen en chef-dirigent van het Staatstheater Darmstadt (vanaf 1995) en het Orchestre Philharmonique de Strasbourg (vanaf 2006). Aan de piano vertolkt hij ook graag kamermuziek.
Nederlands Philharmonisch, orkest
Het Nederlands Philharmonisch speelt het grote symfonische repertoire in Het Concertgebouw, maar ook in vele andere concertzalen. Als het vaste orkest van De Nationale , samen met het Nederlands Kamerorkest, wordt het internationaal gerekend tot de beste operaorkesten. Het Nederlands Philharmonisch is in 1985 ontstaan uit het Utrechts Symfonie Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest.
Dat laatste was in 1953 opgericht door Anton Kersjes, die een nieuw publiek naar de concertzalen wist te trekken doordat hij wekelijks op tv te zien was en de ‘gouden meesterwerken’ uitvoerde. Vanaf 1985 was Hartmut Haenchen chef-dirigent. Hij werd in 2003 opgevolgd door Yakov Kreizberg, en na diens vroegtijdige overlijden in 2011 werd het chef-dirigentschap overgenomen door Marc Albrecht.
Zijn komst kwam een jaar voor de verhuizing van het orkest van de Beurs van Berlage naar de NedPhO-Koepel in Amsterdam-Oost, waar de musici repeteren voor hun optredens. In 2020 nam Marc Albrecht na tien jaar afscheid van het orkest en per seizoen 2021/2022 werd Lorenzo Viotti chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch als De Nationale .
Het vorige concert van het Nederlands Philharmonisch in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 20 juni jongstleden: onder leiding van André de Ridder bracht het orkest de Nederlandse première van Dream Requiem van Rufus Wainwright.


