Manfred Honeck en Matthias Goerne bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Manfred Honeck dirigent
Matthias Goerne bariton

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Symfonie nr. 7 in A gr.t., op. 92 (1811-12)
Poco sostenuto – Vivace 
Allegretto
Presto – Assai meno presto
Allegro con brio

pauze

Gustav Mahler 1860-1911

Der Schildwache Nachtlied (1892)
Rheinlegendchen (1893)
Wo die schönen Trompeten blasen (1898)
Das irdische Leben (1893)
Urlicht (1893)
Lied des verfolgten im Turm (1898)
Verlorne Müh’! (1892)
Des Antonius von Padua Fischpredigt (1893)
Lob des hohen Verstandes (1896)
Revelge (1899)
Der Tamboursg’sell (1901)
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’ (1892-1901)

begin van de pauze
ca. 20.50 resp. 14.50 uur

einde van het concert
ca. 22.30 resp. 16.30 uur

dit programma maakt deel uit
van de Series D en Z

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

zevende symfonie

Door Floris Don

Ludwig van Beethovens Zevende symfonie in A groot beleefde zijn succesvolle wereldpremière in december 1813 in het universiteitsgebouw in Wenen. Dit ondanks het feit dat de van het concert, de componist zelf, stokdoof was. Jan Caeyers beschrijft in zijn recente Beethoven-biografie de gebeurtenis, die veel nieuwsgierig publiek trok, als volgt: ‘Eigenlijk was concertmeester Schuppanzigh degene die de teugels van het orkest in handen had, terwijl Beethoven met armen als molenwieken en het gezicht van een mimespeler de muzikale regie voerde. De bijna stokdove Beethoven moest zich daarbij oriënteren op datgene wat hij zag. Hij raadde als het ware de muziek op basis van de boogstreken en de lichaamstaal van de musici. Dat liep enkele keren grondig fout, met het hilarische gevolg dat hij soms wegkroop bij fortes en omhoogveerde bij piano’s. En in het eerste deel vergat hij een te dirigeren: de ene helft van het orkest hield halt, terwijl de andere helft met hem verder speelde, waarna het nog meer dan twintig maten duurde vooraleer dirigent en orkest elkaar terugvonden. Toen Beethoven zich min of meer realiseerde welke chaos hij had veroorzaakt, begon hij mild te lachen.’ Het publiek vergaf hem ruimschoots en applaudisseerde uitbundig. Het – inderdaad schitterende – tweede deel werd gebisseerd. Een recensent sprak van ‘het werk van een genie’.

Dan te bedenken dat Beethoven sinds zijn donderende Vijfde symfonie in c klein en impressionistische Zesde symfonie in F groot, ‘Pastorale’, vijf jaar eerder, niet meer zulke ongehoorde orkestmuziek had gebracht. ­Grote delen van de Zevende symfonie zijn bijna non-melodisch en non-harmonisch. Het lijkt in deze symfonie een alles­bepalende factor. Zo domineert een lang-kort-lang-patroon het eerste deel (met daarvóór een langzame introductie van ongewone lengte). Het tweede deel is een opvallend vlot en dansant Allegretto waarin het ‘lang-kort-kort-lang-lang’ de vorm dicteert. Wie zich na het geen uitbundiger muziek kan voorstellen, moet zich tijdens de finale herbezinnen. Als daar tenminste tijd voor is, want het tempo ligt hoog en de roes is uitputtend. Wederom is het ritme hiervoor de hoofdverantwoordelijke, zoals de ist regelmatig hoorbaar maakt.

Het succes van de Zevende symfonie werd toch nog overschaduwd door een ander werk dat diezelfde avond op het programma stond: Wellingtons Sieg oder Die Schlacht bei Vittoria, 91. Met zijn vele kanonschoten en fanfares bood dit nu eenmaal het luidste spektakel. Bovendien werd hier de actualiteit in klinkende noten omgezet: de nederlaag die Wellington in Noord-Spanje aan de Napo­leontische legers had toegebracht. In dat licht kreeg de Zevende symfonie alsnog het stempel ‘begeleidend werk van de avond’.

Gustav Mahler (1860-1911)

liederen uit 'Des Knaben Wunderhorn'

Door Aad van der Ven

en symfonie, ze zijn in het oeuvre van Gustav Mahler innig met elkaar verbonden. Dat geldt in het bijzonder voor de periode 1880-1900, waarin naast de eerste vier symfonieën de Lieder eines fahrenden Gesellen en de liederen op teksten uit de anthologie Des Knaben Wunderhorn ontstonden. We spreken over Mahlers ‘Wunderhorn-jaren’. De volkse toon van zijn liederen uit die tijd drong ook door in zijn symfonische werken, soms als een verre echo, soms ook in de vorm van een letterlijk citaat. In enkele gevallen werd een lied zelfs in het geheel overgeheveld naar een symfonie (Urlicht, Des Antonius von Padua Fischpredigt, Es sungen drei Engel).

Mahlers selectie uit Des Knaben Wunderhorn laat ook iets van zijn jeugdherinneringen zien. Hij groeide op in de toenmalige Moravische garnizoensstad Iglau (tegenwoordig Jihlava). Daar was hij vertrouwd geraakt met de manier waarop militairen hun muziek ten gehore brachten terwijl zij langs de kazerne marcheerden.

  • Gustav Mahler

De ‘militaire’ teksten in Des Knaben Wunderhorn zijn verre van tri­omfantelijk. Het meest aangrijpende voorbeeld is Revelge (‘Ich muss ma­rschieren’) over een dodelijk gewonde tamboer. Een van zijn collega’s wordt in Der Tamboursg’sell wegens desertie ter dood veroordeeld. Soms komen liefdesbetuigingen en militaire muziek bij elkaar, zoals in Wo die schönen Trom­peten blasen. Dat de bewuste gedichten uitgesproken antimilitaristisch zijn is evident.

Elk van de eren van deze cyclus heeft als het ware zijn eigen orkest. Telkens treden andere instrumenten op de voorgrond, voortdurend verandert het coloriet. Later zouden de ritmes en signalen bij deze componist in kracht toenemen en de Ländler (Rheinlegendchen), die bij uitstek een dans van het ‘gewone volk’ was, zou gaandeweg haar onschuld verliezen. Bijna alles wat Mahler tot Mahler maakt is hier al te vinden.

Biografie

Manfred Honeck, dirigent

Manfred Honeck, de Oostenrijkse chef- van het Pittsburgh Symphony Orchestra, begon als violist en altviolist en maakte ooit deel uit van de Wiener Philharmoniker. Het directievak leerde hij van onder anderen Claudio Abbado, die hij assisteerde bij het Gustav Mahler Jugendorchester.

Begin jaren 1990 leidde Manfred Honeck regelmatig uitvoeringen van het Opernhaus Zürich en zijn eerste vaste post werd die van chef-dirigent van de Nationale van Noorwegen.

In de daaropvolgende decennia bekleedde hij vergelijkbare posities bij het MDR-Sinfonieorchester, het van de Zweedse Radio en de Staatsoper Stuttgart. In mei 2006 stond Manfred Honeck voor het eerst op de bok bij het Pittsburgh Symphony Orchestra, dat hem aanstelde als chef- met ingang van het seizoen 2008/2009.

Als gastdirigent stond Manfred Honeck voor alle grote Amerikaanse orkesten – Boston, Chicago, Cleveland, Los Angeles, New York, Philadelphia, San Francisco – maar ook voor bijvoorbeeld het Orches­tre de Paris, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Berliner en de Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia Roma. ’s leidde hij bij de Komische Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Salzburger Festspiele. In 2018 werd hij bij de International Classical Music Awards 2018 verkozen tot ‘artist of the year’.

Bij het Concertgebouworkest stond Manfred Honeck in januari 2004 voor het eerst op de bok. Hij kwam terug in 2016 en 2018, en leidde in de Bruckner-cyclus van het orkest zowel de Achtste (juni 2024) als de Negende symfonie (februari 2025).

Matthias Goerne, bariton

Matthias Goerne wordt geprezen om zijn diepgaande interpretaties van en . Hij werd geëngageerd door de grote operahuizen, zoals de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Opéra national de Paris en de Wiener Staatsoper, in rollen als Wotan, Amfortas, Marke, Blauwbaard en Wozzeck.

Hij werkt geregeld met vooraanstaande en – Simon Rattle, Kirill Petrenko, Gustavo Dudamel, Christoph Eschenbach, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt, Fabio Luisi, Manfred Honeck, Jaap van Zweden, Yannick Nézet-Séguin – en maakt zijn opwachting bij befaamde orkesten en festivals. Matthias Goerne won talloze prijzen, werd vijf keer genomineerd voor een Grammy en is lid van de Royal Philharmonic Society.

Om zijn artistieke horizon te verbreden debuteert hij in Toulouse als regisseur in Salome (Richard Strauss). Recente hoogtepunten zijn onder meer cycli van Schubert met Maria João Pires en Daniil Trifonov, uitgevoerd in heel Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië, en de wereldpremière van Jörg Widmanns Schumannliebe. Matthias Goerne, geboren in Weimar, studeerde bij Hans-Joachim Beyer, Elisabeth Schwarzkopf en Dietrich Fischer-Dieskau.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest