Mäkelä leidt Ravels Bolero bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Martin Fröst klarinet
Janine Jansen viool
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
Ook interessant:
- De werkdag van Sally Beamish
- Sally Beamish over Distans (maart 2021)
- Hoe zit Ravels Bolero in elkaar?
- Historie: De Bolero en het Concertgebouworkest
- Interview met Martin Fröst (december 2022)
Claude Debussy (1862-1918)
Jeux (1912-13)
poème dansé
Sally Beamish (1956)
Distans (2020)
concert voor klarinet, viool en orkest
Calling
Echoing
Journeying
geschreven in opdracht van het Concertgebouworkest, het Zweeds Radio Symfonieorkest, het London Symphony Orchestra en het Oslo Filharmonisch Orkest;
Nederlandse première
pauze ± 21.00 uur
Claude Debussy
Images pour orchestre (1905-12)
Gigues
Ibéria
Par les rues et par les chemins
Les parfums de la nuit
Le matin d’un jour de fête
Rondes de printemps
Maurice Ravel (1875-1937)
Bolero (1928)
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Claude Debussy (1862-1918)
Jeux
Door Michiel Cleij
Ondanks de immense populariteit die Claude Debussy al bij zijn leven genoot kreeg het ballet Jeux pas lang na zijn dood serieuze aandacht. In 1913, toen het in première ging, was zijn suggestieve en uiterst sfeervolle componeertrant niet nieuw meer. Bovendien had Igor Stravinsky een paar dagen eerder Le sacre du printemps afgeleverd, het grote before and after in de twintigste-eeuwse muziekgeschiedenis.
Naast zo’n explosief stuk klinkt Jeux inderdaad minder spectaculair. Wat ook niet hielp was dat opdrachtgever Serge Diaghilev een onbenullig scenario had aangedragen, over liefdesperikelen tussen twee meisjes en een jongen op een tennisbaan (liever had hij drie jongens gezien, maar dat was te gedurfd).
Pas jaren later begreep men dat het één van Debussy’s markantste werken is. Zijn ideaal om ‘muziek met voortdurend veranderende kleuren, vormen en s’ te componeren is hier volledig ingelost. Jeux is een verfijnd mozaïek van superkorte jes die voortdurend samenklonteren, uitdijen, gespiegeld worden en zich opsplitsen in nieuwe motieven.
Het effect klinkt spontaan en -achtig – ook zo’n doel dat Debussy zich al vroeg in zijn carrière had gesteld. Daarbij streefde hij naar een vederlicht klankbeeld ‘waarin de orkestpartij geen voeten heeft’. Toen hij de choreografie zag riep hij dan ook teleurgesteld uit: ‘De dansers vertrappen mijn arme ritmes alsof het onkruid is!’
Sally Beamish (1956)
Distans
Door Michiel Cleij
De Engelse Sally Beamish componeerde voor Janine Jansen en Martin Fröst een dubbelconcert dat haar de kans bood drie nationaliteiten te verklanken: het werk zinspeelt op volksmuziek uit Schotland (waar Beamish dertig jaar woonde), Nederland en Scandinavië. Daarbij kwam de omstandigheid dat haar Schotse kinderen naar Zweden waren verhuisd en door de lockdown nog onbereikbaarder waren geworden. Distans is dus, aldus Beamish, muziek over afzondering en de behoefte aan verbinding, weergegeven met half-herinnerde en heruitgevonden flarden volksmuziek.
Het werk begint met een fraai staaltje couleur locale. Kopergeschal roept de sfeer op van de Scandinavische lurs, houten s waarvan de klank hele valleien kon overbruggen. Daarna imiteren de twee solisten, beiden offstage, de traditionele zang waarmee herders hun vee riepen in afgelegen bergweiden. In de quasi-folkloristische dans die volgt liet Beamish zich inspireren door de typische klank van de Zweedse nyckelharpa, een soort viool met toetsen.
In het middendeel geven lang aangehouden tonen en echo-effecten uiting aan onvervuld verlangen – een logische reactie op Beamish’ recente afscheid van Schotland en haar gezinsleven.
Het derde deel, met een hoofdrol voor de klarinet, is gebaseerd op een dertiende-eeuws Nederlands . Het verhaalt over een prinses die afreist om een legendarische zanger te horen. Die ontpopt zich als seriemoordenaar, maar ze overmeestert hem, waarna ze triomfantelijk met zijn hoofd terugkeert. ‘Gruwelijk, maar toch een lied over thuiskomen en het overwinnen van tegenspoed’, aldus Beamish.
Claude Debussy (1862-1918)
Images
Door Michiel Cleij
Ook in de Images voor orkest hoor je een Debussy die zijn stijl heeft gevonden. De scharnieren van het drieluik zijn gammel; de afzonderlijke ‘panelen’ verschillen sterk qua opzet. Maar ze hebben wel elk een duidelijke nationale kleur.
Gigues knoopt aan bij de jig, een dans waarvan Debussy tijdens een verblijf in Engeland onder de indruk was geraakt. Het typeert de ingetogen, emotionele componist dat het stuk eerder melancholiek dan uitbundig klinkt, met klagende ‘roepjes’ van de hobo.
Het driedelige Ibéria – niet te verwarren met de gelijknamige pianocyclus van Isaac Albéniz, waarvan Debussy de titel ‘leende’ – evoceert een straatbeeld, een ‘geparfumeerde’ zomernacht en een volksfeest in Spanje. Zoals altijd mikt Debussy sterk op het voorstellingsvermogen van de luisteraar. Na een repetitie schreef hij aan zijn assistent André Caplet: ‘Je kunt je niet voorstellen hoe vanzelfsprekend de overgang tussen het tweede en het derde deel klinkt... Het klinkt of er geïmproviseerd wordt... De muziek lijkt samen met de mensen en de dingen te ontwaken... Er is een man die meloenen verkoopt, en een fluitend jongetje... Ik zie ze heel duidelijk voor me.’ Overigens is Ibéria al decennia een van de paradepaarden van het Concertgebouworkest.
De inspiratie voor Rondes de printemps vond Debussy in een beschrijving van middeleeuwse Mei-vieringen in Toscane. Maar het stuk draait feitelijk om het Franse volksliedje Nous n’irons plus au bois, waarvan de eerste frasen in allerlei gedaanten door het stuk buitelen.
Maurice Ravel (1875-1937)
Bolero
Door Michiel Cleij
Na zijn succesvolle orkestratie van Moesorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling wilde Maurice Ravel dolgraag hetzelfde doen met Albéniz’ pianosuite Ibéria, maar tot zijn ergernis bleken de rechten daartoe al verkocht.
Daarop besloot hij zelf maar een Spaans getint orkestwerk te schrijven. En zo ontstond , door de componist zelf afgedaan als een ‘experimentje’. Inhoud heeft het stuk nauwelijks − één deuntje (en een variant daarvan) wordt steeds weer herhaald − maar de orkestratie verdicht zich geleidelijk tot een orgie van en.
Danseres Ida Rubinstein, voor wie Ravel het werk componeerde, maakte er een choreografie bij waarin een mysterieuze vrouw een hele kroeg meesleept in een betoverende dans. Een tamelijk ouderwets tafereel dus, en het deed volgens Ravel geen recht aan het bijna mechanische karakter van zijn muziek; liever had hij een fabrieksterrein met een rokende schoorsteen als decor gezien.
Klaus Mäkelä dirigeert de Nederlandse première van Distans, dat Sally Beamish componeerde voor violiste Janine Jansen, klarinettist Martin Fröst en het Concertgebouworkest.
De geplande wereldpremière tijdens de residency van Janine Jansen in seizoen 2020/2021 viel door corona in het water.
Nu klinkt het dubbelconcert alsnog, als onderdeel van de residency van Martin Fröst, binnen een programma vol dans en muzikale ansichtkaarten die verre streken heel dichtbij brengen en grote afstanden overbruggen.
Orkestfeiten
Debussy: Jeux
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 3 februari 1918 onder Willem Mengelberg. De laatste was op 14 juni 2019 met Vladimir Jurowski.
Beamish: Distans
Het Concertgebouworkest zou op 29 april 2021 de wereldpremière verzorgen als onderdeel van de residency van Janine Jansen, de uitvoering is uitgesteld wegens corona.
Debussy: Images
De eerste complete uitvoering werd op 6 juli 1933 geleid door Pierre Monteux, maar Ibéria werd al veel vaker gespeeld sinds de eerste keer op 14 maart 1912 onder leiding van Cornelis Dopper. Shao-Chia Lü leidde de laatste complete uitvoering van Images op 4 november 2011.
Ravel:
Willem Mengelberg dirigeerde de eerste uitvoering op 8 maart 1930, George Benjamin de laatste op 18 januari 2019.
Biografie
Klaus Mäkelä, dirigent
Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.
Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.
Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.
Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.
Martin Fröst, klarinet
De Zweedse klarinettist Martin Fröst bouwde een grote carrière op als kamermusicus, solist en .
Hij soleerde bij orkesten als de New York Philharmonic, de Los Angeles Philharmonic, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker en het NDR Elbphilharmonie Orchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2014. Dit seizoen soleert hij bij het orkest als artist in residence in onder meer premières van Anna Clyne en Sally Beamish en speelt hij kamermuziek met orkestleden (afgelopen maart in de serie Bijlmer Klassiek en op 11 april in de ).
Martin Fröst staat bekend als iemand die de wereld van de klassieke muziek graag uitdaagt en opschudt. Hij ontwikkelde innovatieve presentaties van nieuw en bestaand repertoire in combinatie met bijvoorbeeld dans, beeld, spraak en koorzang. Componisten als Kalevi Aho, Anders Hillborg, Krzysztof Penderecki, Karin Rehnqvist en Bent Sørensen schreven nieuwe werken voor hem; op zijn repertoire staat ook muziek van Mozart, Brahms, Nielsen, Copland en Messiaen.
Als leidde Martin Fröst onder meer het Oslo Filharmonisch Orkest en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm; sinds 2019 is hij chef-dirigent van het Swedish Chamber Orchestra. Martin Fröst was artistiek leider van kamermuziekfestivals in Zweden (Vinterfest) en Noorwegen (Internationaal Kamermuziekfestival Stavanger).
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest




