Mäkelä leidt Mozart en Mahler bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Olivier Patey ­bassetklarinet

Dit programma maakt deel uit van de serie B.

Lees ook:
- Olivier Patey: ‘Ik voelde dat Mozarts Klarinetconcert voor mij was’
- Klaus Mäkelä over Mozart, Mahler en Larcher
- De melancholische klanken van Mozarts Klarinetconcert

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Maurerische Trauermusik, KV 477 (1785)

Klarinetconcert in A gr.t., KV 622 (1791)
Allegro
Adagio
Rondo: Allegro

pauze ± 20.50 uur

Thomas Larcher (1963)

Symfonie nr. 2, ‘Kenotaph’ (2015-16)
Fast
Adagio
Fast, alert
 = ca. 60
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

Gustav Mahler (1860-1911)

Adagio
uit ‘Symfonie nr. 10 in Fis gr.t.’ (1910-11, versie Mengelberg/Dopper 1924)

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Maureriche Trauermusik

Door Michiel Cleij

Met de Maurerische Trauer­musik eerde Wolfgang Amadeus Mozart twee overleden ‘broeders’ uit de vrijmetselaarsloge waarvan hij op zijn 28ste lid was geworden. Een belangrijke verbindende rol in de vrijmetselarij was weggelegd voor muziek, waarbij sommige en of ritmische figuren een symbolische betekenis konden hebben. Mozart verwerkte ze subtiel in diverse composities, de Die Zauberflöte voorop. Deze Trauermusik voegt zich naar de vrijmetselaars-esthetiek met sobere, onversierde lijnen en het ontbreken van vertoon. e kerktoonsoorten leveren het harmonische fundament en drie bassetklarinetten geven het stuk een gepast klagend karakter.

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 10 december 1891 onder leiding van Willem Kes. De laatste werd op 10 januari 2016 geleid door Iván Fischer.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Klarinetconcert

Door Michiel Cleij

De nieuwigheid is er al lang af, maar het blijft een leuk verhaal: Mozarts Klarinetconcert werd anderhalve eeuw lang uitgevoerd op een instrument waarvoor het niet bedoeld was. Want Mozart schreef het voor een experimenteel instrument dat lagere tonen kon produceren dan de gangbare klarinet. Aanjager van het werk was de Weense klarinettist Anton

Stadler, een van Mozarts vrienden uit de vrijmetselaarsloge en tevens inspirator van diens late klarinetwerken. Ook daagde Stadler de instrumentmaker Theodor Lotz uit om nieuwe instrument­types te bouwen, waaronder een zogeheten Inventionsklarinette met een eigenaardige bolle beker. Mozart reageerde enthousiast en componeerde prompt dit soloconcert. Toch was de Inventionsklarinette geen lang leven beschoren, vooral omdat Mozarts uitgever geen commercieel succes zag in een soloconcert voor zo’n buitenissig instrument en het werk publiceerde in een versie voor de standaard klarinet in bes. Die versie veroverde het reper­toire, Mozarts manuscript raakte zoek en de origine van het werk werd vergeten. Wel vroegen latere uitvoerenden zich af waarom het Klarinetconcert een aantal rare sprongen bevatte; ze vermoedden niet dat de ­onhaalbare, lage noten uit het origineel door de uitgever een omhoog waren getransponeerd.

Wat het stuk bovenal een bijzondere lading geeft is dat het Mozarts laatste grote compositie is; enkele weken na voltooiing stierf hij.

In sommige andere late werken hoor je terug dat ziekte en geldzorgen hem niet onberoerd lieten, zoniet in het Klarinetconcert. Het is Mozart op zijn vitaalst: inventief, elegant en gul met zijn kenmerkende contrasten tussen indringende solo’s en tuttipartijen, tussen ingetogen en uitbundige passages, tussen ernst en speelsheid. Hoogtepunt is wellicht het middendeel, waarvan de beginmelodie een vuurproef is voor ­aspirant-klarinettisten op auditie: het zijn maar een paar simpele noten, maar ze zeggen alles wat de solist op het gebied van zuiverheid, en zeggingskracht in huis heeft.

Willem Mengelberg dirigeerde de eerste uitvoering op 11 maart 1906 met soloklarinettist Willem Brohm. De laatste uitvoering was op 25 maart 2012 met Trevor Pinnock; Andreas Sundén was de solist.

Thomas Larcher 1963

Tweede symfonie

Door Martijn Voorvelt

Thomas Larcher, geboren in Innsbruck, verhuisde al vroeg naar Wenen, waar hij compositie en piano studeerde. In het seizoen 2019/2020 was hij composer in residence van Het Concertgebouw. Stond de piano aanvankelijk centraal in zijn werk, geleidelijk ontdekte hij het rijke kleurenpalet van het orkest en ontwikkelde hij zich tot een van de meest inventieve componisten van zijn generatie. Zijn ‘eerste symfonie’ noemde hij Red and Green (2010) – de twee delen staan lijnrecht tegenover elkaar, als de kleuren waarnaar ze genoemd zijn. Zijn Tweede symfonie, ‘Kenotaph’, kent nog veel meer van zulke felle contrasten. Massieve tuttipassages worden afgezet tegen tere kamermuziek. Verschillende vormen van energie staan volgens de componist tegenover elkaar: ‘gebundeld, verspreid, glad, beweeglijk of razend’. Het werk werd op 3 juni 2016 in première gebracht door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Semyon Bychkov – in Wenen, natuurlijk. Pers en publiek waren eensgezind: het werk verdient een vaste plek in het orkestrepertoire.

Kenotaph’ heeft vier delen, als een traditionele symfonie. Bach, Mahler, Berg: het muzikale verleden van Europa en – vooral – de Weense traditie klinken voortdurend in de muziek door. Ze stellen vragen. Wat betekenen de traditionele vormen en de tonaliteit voor ons? En wat zijn ze nog waard in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen? Meer specifiek: naar welk Europa zijn al die migranten op zoek die op de Middellandse Zee omkomen? Hoewel dit soort vragen ten grondslag liggen aan de muziek, benadrukt Larcher dat zijn symfonie niet programmatisch is. Toch is het gemakkelijk de ruige zee te horen onder de bodem van het wild rammelende openingsdeel, of de verraderlijk kalme golven in het . In het furieuze derde deel, een , bespelen de ers olievaten, koektrommels en slakommen – afval dat aanspoelt, overblijfselen van onze beschaving? Na een Ländler in Mahler-stijl, banaal en betekenisloos, barst het laatste deel in al zijn hevigheid los. Hier klinken wanhoop en tomeloze woede om de duizenden slachtoffers – al die hoop, al die toekomstmogelijkheden – waar zijn ze gebleven? Veelzeggend is de titel: een cenotaaf is een symbolisch graf, ter nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk overschot elders of onvindbaar is – een leeg graf.

Gustav Mahler (1860-1911)

Adagio uit ‘Tiende symfonie’

Door Martijn Voorvelt

‘Een symfonie moet de hele wereld omvatten’, vond Gustav Mahler. Hoe zijn wereld er in 1910 uitzag wordt pijnlijk duidelijk uit de onvoltooide Tiende symfonie. Pijn en wanhoop spatten van de noten af, en met reden. Kort daarvoor had Mahler de dood van zijn vierjarige dochter en de diagnose van een hartkwaal moeten incasseren. Tijdens het ontstaan van de Tiende kwam daar een acute huwelijkscrisis bij: zijn echtgenote Alma, zo bleek, onderhield een relatie met de jonge architect Walter Gropius. Maar het allergrootste drama is misschien wel dat het stuk nooit af kwam. Tijdens die noodlottige, maar wonderlijk productieve zomer van 1910 componeerde Mahler weliswaar de hoofdlijnen van de vijf afzonderlijke delen, maar aan de invulling en orkestratie daarvan kwam hij niet meer toe; in mei 1911 bezweek hij aan zijn hartkwaal. Er zijn diverse pogingen gedaan om van het nagelaten manuscript een volledige, speelbare versie te maken, met het nodige succes – maar het leverde natuurlijk geen echte Mahler-symfonie op. Alleen het eerste deel, een , werd door Mahler zelf georkestreerd en kan als voltooid beschouwd worden. Behalve de beklemmende sfeer valt hier duidelijk op dat de componist zich nog altijd ontwikkelde en niet in de laatromantiek was blijven steken: de wrange ën schuren regelmatig tegen de atonaliteit aan.

Wenen speelde vanaf de achttiende eeuw een centrale rol in de muziek. De ‘Weense Klassieken’ Haydn, Mozart en Beethoven waren supersterren en zijn dat nog steeds. Schubert was Weens, en niet voor niets trok Bruckner van Linz naar Wenen om carrière te maken. Ook tijdens de overgang van de naar de moderne tijd bleef Wenen prominent als muziekstad. Mahler bekroonde er de symfonische traditie met een reeks werken waarvan het laatste even vernieuwend was als de muziek van de jongere Schönberg en diens ‘’.

Hoewel Wenen zijn prominente positie inmiddels kwijt is, levert de stad nog altijd opmerkelijke componisten af. Zoals Thomas Larcher, geboren in Innsbruck en opgeleid in Wenen: Klaus Mäkelä noemt hem ‘een Mahler van onze tijd’ en ‘een typisch Oostenrijkse componist, zoals Mozart en Mahler dat ook waren’.

Die Weense lijn, die we vanavond volgen, is een hobbelige. Thomas Larchers Tweede symfonie, ‘het meesterwerk van deze eeuw, bevat van zichzelf al het hele scala van de meest brute, angstwekkende geluiden tot hemelse momenten’, legt Klaus Mäkelä uit. ‘Als we dat samenvoegen met aan de ene kant Mozarts heerlijke Klarinetconcert en aan de andere kant Mahlers Tiende symfonie, die me altijd doet denken aan apocalyptische visioenen zoals bij ­Hiëronymus Bosch of Pieter ­Bruegel…. Dan hebben we de hemel en de hel verenigd binnen een Oostenrijks perspectief.’

Biografie

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Olivier Patey, klarinet

Olivier Patey is sinds augustus 2013 soloklarinettist van het Concertgebouworkest; afgelopen februari verzorgde hij bij zijn orkest uitvoeringen van het Klarinetconcert van Mozart op een bijzondere bassetklarinet.

De klarinettist studeerde aan de conservatoria in zijn geboortestad Lille en in Rueil-Malmaison en vervolgde zijn opleiding bij Michel Arrignon aan het Conservatoire Supérieur de Paris.

Hij speelde regelmatig in de Opéra de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France en was prijswinnaar van het ARD Concours en de Carl Nielsen International Music Competition.

Olivier Patey soleerde onder meer bij het Sym­phonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Münchener Kammerorchester, het Praags Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Van 2005 tot 2013 speelde hij bij het Mahler Chamber Orchestra, waar hij in 2009 ­aanvoerder werd. Ook maakte hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra en was hij in seizoen 2012/2013 soloklarinettist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Naast zijn orkestbaan is Olivier Patey een actief kamermusicus en is hij verbonden aan het Artie’s Festival in Mumbai.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest