Mäkelä leidt Concertgebouworkest in Mozart, Jolas en Larcher

Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Olivier Patey ­bassetklarinet

Dit concert maakt deel uit van de serie A.

Na afloop van het concert bent u welkom bij Meet the Artists in de Spiegelzaal. Dominik Winterling, directievoorzitter van het Concertgebouworkest, spreekt met dirigent Klaus Mäkelä, soloklarinettist Olivier Patey en componist Thomas Larcher.

Lees ook:
- Componist Betsy Jolas: ‘Ik ben componist geworden, ondanks alles’
- Olivier Patey: ‘Ik voelde dat Mozarts Klarinetconcert voor mij was’
- Klaus Mäkelä over Mozart, Mahler en Larcher
- De melancholische klanken van Mozarts Klarinetconcert

Betsy Jolas (1926)

Latest (2021)
geschreven in opdracht van het Orchestre de Paris, de Bayerische Rundfunk, de San Francisco Symphony en het Koninklijk Concert­gebouworkest;
Nederlandse première

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Klarinetconcert in A gr.t., KV 622 (1791)
Allegro
Adagio
Rondo: Allegro

pauze ± 20.55 uur

Thomas Larcher (1963)

Symfonie nr. 2, ‘Kenotaph’ (2015-16)
Fast
Adagio
Fast, alert
 = ca. 60
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Betsy Jolas 1926

Latest

Door Martijn Voorvelt

  • Betsy Jolas

Betsy Jolas belichaamt bijna honderd jaar muziekgeschiedenis. Ze groeide op in het artistieke milieu van Parijs en (vanaf haar veertiende) New York. Na zes jaar in de Verenigde Staten keerde ze terug naar Parijs, waar ze in de befaamde muziekanalyseklas van Olivier Messiaen terecht kwam. In het radicaal avant-­gardistische klimaat dat haar medestudenten initieerden ging ze als componist vanaf het begin haar eigen weg: ja, haar muziek was en zou dat altijd blijven, maar ze was het niet eens met de door Pierre Boulez gepropageerde totale breuk met de traditie. Terwijl ze Messiaen opvolgde aan het Parijse conservatorium en later lesgaf aan diverse Amerikaanse instituten bleef ze altijd doorcomponeren – aan ideeën en energie geen gebrek.

Klaus Mäkelä heeft warme herinneringen aan de repetities voorafgaand aan de première van Latest door het Orchestre de Paris op 30 november 2022. ‘Ze is heel charmant, heel levendig en betrokken. Interessant is dat ze die enorme levenservaring heeft, en dan met dit werk komt, dat klinkt als het werk van een jonge componist! Ik bedoel dat in de meest positieve zin. Het is jazzy en springerig, start-stop, en behoorlijk complex, maar wat je vooral in het stuk hoort is levensvreugde. Alles in het stuk is grappig, dat begint al bij de titel – ‘m’n nieuwste stuk’, maar misschien ook: ‘mijn laatste’.

Latest begint met bijna onhoorbare, ijle klanken, waarna zich vanuit de zoekende, timide klanken van en een fragmentarisch betoog ontspint. Het is alsof de muziek steeds weer opnieuw wil beginnen. Geklop en getik van het slagwerk, een loopje hier, een verdwaalde viool- of hobosolo daar, een aanzwellende golf, een vertwijfelde flard Ravel of ­Xenakis – ondanks de veelvormigheid blijft de muziek coherent, transparant en gemakkelijk te volgen.

In wezen is Latest een compositie over de leidtoon, de stijgende kleine secunde die zo vaak het slot van een markeert, het laatste stapje naar het eindpunt. Het tragikomische van Latest is dat dat eindpunt steeds maar niet bereikt wordt. De melodische fragmentjes streven omhoog – naar de hemelse klanken van het begin, maar komen er nooit. Leidtonen rijgen zich aaneen tot stijgende loopjes, voortdurend door allerlei krachten weer tegengehouden en omlaag getrokken. Hoe loopt dat af? Het slot is illustratief voor Jolas’ droge humor.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Klarinetconcert

Door Michiel Cleij

De nieuwigheid is er al lang af, maar het blijft een leuk verhaal: Mozarts Klarinetconcert werd anderhalve eeuw lang uitgevoerd op een instrument waarvoor het niet bedoeld was. Want Mozart schreef het voor een experimenteel instrument dat lagere tonen kon produceren dan de gangbare klarinet. Aanjager van het werk was de Weense klarinettist Anton

Stadler, een van Mozarts vrienden uit de vrijmetselaarsloge en tevens inspirator van diens late klarinetwerken. Ook daagde Stadler de instrumentmaker Theodor Lotz uit om nieuwe instrument­types te bouwen, waaronder een zogeheten Inventionsklarinette met een eigenaardige bolle beker. Mozart reageerde enthousiast en componeerde prompt dit soloconcert. Toch was de Inventionsklarinette geen lang leven beschoren, vooral omdat Mozarts uitgever geen commercieel succes zag in een soloconcert voor zo’n buitenissig instrument en het werk publiceerde in een versie voor de standaard klarinet in bes. Die versie veroverde het reper­toire, Mozarts manuscript raakte zoek en de origine van het werk werd vergeten. Wel vroegen latere uitvoerenden zich af waarom het Klarinetconcert een aantal rare sprongen bevatte; ze vermoedden niet dat de ­onhaalbare, lage noten uit het origineel door de uitgever een omhoog waren getransponeerd.

Wat het stuk bovenal een bijzondere lading geeft is dat het Mozarts laatste grote compositie is; enkele weken na voltooiing stierf hij.

In sommige andere late werken hoor je terug dat ziekte en geldzorgen hem niet onberoerd lieten, zoniet in het Klarinetconcert. Het is Mozart op zijn vitaalst: inventief, elegant en gul met zijn kenmerkende contrasten tussen indringende solo’s en tuttipartijen, tussen ingetogen en uitbundige passages, tussen ernst en speelsheid. Hoogtepunt is wellicht het middendeel, waarvan de beginmelodie een vuurproef is voor ­aspirant-klarinettisten op auditie: het zijn maar een paar simpele noten, maar ze zeggen alles wat de solist op het gebied van zuiverheid, en zeggingskracht in huis heeft.

Willem Mengelberg dirigeerde de eerste uitvoering op 11 maart 1906 met soloklarinettist Willem Brohm. De laatste uitvoering was op 25 maart 2012 met Trevor Pinnock; Andreas Sundén was de solist.

Thomas Larcher 1963

Tweede symfonie

Door Martijn Voorvelt

Thomas Larcher, geboren in Innsbruck, verhuisde al vroeg naar Wenen, waar hij compositie en piano studeerde. In het seizoen 2019/2020 was hij composer in residence van Het Concertgebouw. Stond de piano aanvankelijk centraal in zijn werk, geleidelijk ontdekte hij het rijke kleurenpalet van het orkest en ontwikkelde hij zich tot een van de meest inventieve componisten van zijn generatie. Zijn ‘eerste symfonie’ noemde hij Red and Green (2010) – de twee delen staan lijnrecht tegenover elkaar, als de kleuren waarnaar ze genoemd zijn. Zijn Tweede symfonie, ‘Kenotaph’, kent nog veel meer van zulke felle contrasten. Massieve tuttipassages worden afgezet tegen tere kamermuziek. Verschillende vormen van energie staan volgens de componist tegenover elkaar: ‘gebundeld, verspreid, glad, beweeglijk of razend’. Het werk werd op 3 juni 2016 in première gebracht door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Semyon Bychkov – in Wenen, natuurlijk. Pers en publiek waren eensgezind: het werk verdient een vaste plek in het orkestrepertoire.

Kenotaph’ heeft vier delen, als een traditionele symfonie. Bach, Mahler, Berg: het muzikale verleden van Europa en – vooral – de Weense traditie klinken voortdurend in de muziek door. Ze stellen vragen. Wat betekenen de traditionele vormen en de tonaliteit voor ons? En wat zijn ze nog waard in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen? Meer specifiek: naar welk Europa zijn al die migranten op zoek die op de Middellandse Zee omkomen? Hoewel dit soort vragen ten grondslag liggen aan de muziek, benadrukt Larcher dat zijn symfonie niet programmatisch is. Toch is het gemakkelijk de ruige zee te horen onder de bodem van het wild rammelende openingsdeel, of de verraderlijk kalme golven in het . In het furieuze derde deel, een , bespelen de ers olievaten, koektrommels en slakommen – afval dat aanspoelt, overblijfselen van onze beschaving? Na een Ländler in Mahler-stijl, banaal en betekenisloos, barst het laatste deel in al zijn hevigheid los. Hier klinken wanhoop en tomeloze woede om de duizenden slachtoffers – al die hoop, al die toekomstmogelijkheden – waar zijn ze gebleven? Veelzeggend is de titel: een cenotaaf is een symbolisch graf, ter nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk overschot elders of onvindbaar is – een leeg graf.

Biografie

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Olivier Patey, klarinet

Olivier Patey is sinds augustus 2013 soloklarinettist van het Concertgebouworkest; afgelopen februari verzorgde hij bij zijn orkest uitvoeringen van het Klarinetconcert van Mozart op een bijzondere bassetklarinet.

De klarinettist studeerde aan de conservatoria in zijn geboortestad Lille en in Rueil-Malmaison en vervolgde zijn opleiding bij Michel Arrignon aan het Conservatoire Supérieur de Paris.

Hij speelde regelmatig in de Opéra de Paris en het Orchestre Philharmonique de Radio France en was prijswinnaar van het ARD Concours en de Carl Nielsen International Music Competition.

Olivier Patey soleerde onder meer bij het Sym­phonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Münchener Kammerorchester, het Praags Filharmonisch Orkest en Amsterdam Sinfonietta. Van 2005 tot 2013 speelde hij bij het Mahler Chamber Orchestra, waar hij in 2009 ­aanvoerder werd. Ook maakte hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra en was hij in seizoen 2012/2013 soloklarinettist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Naast zijn orkestbaan is Olivier Patey een actief kamermusicus en is hij verbonden aan het Artie’s Festival in Mumbai.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest