Mahlers Symfonie nr. 5 & Rachmaninoffs Pianoconcert nr. 3

Mahler Academy Orchestra 
Philipp von Steinaecker dirigent 
Leif Ove Andsnes piano 

Serge Rachmaninoff (1873-1943) 

Pianoconcert nr. 3 in d kl.t., op. 30 (1909) 
Allegro ma non tanto 
Intermezzo: Adagio 
Finale: Alla breve 

pauze ± 21.00 uur 

Gustav Mahler (1860-1911) 

Symfonie nr. 5 in cis kl.t. (1901-02) 
I
Trauermarsch: In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt 
Stürmisch bewegt: Mit grösster Vehemenz 
II 
Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell 
III 
Adagietto: Sehr langsam – Rondo-Finale: Allegro 

einde ± 22.30 uur 

Toelichting

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Derde pianoconcert

Door Bart de Graaf

De mythische status van Serge Rachmaninoffs Derde pianoconcert ontwikkelde zich pas zo’n twintig jaar nadat het was gecomponeerd. Van de componist hoefde het aanvankelijk ook niet zo: hij schreef het concert voor zijn eerste tournee in de Verenigde Staten. Bijna drie maanden lang zou hij daar vrijwel dagelijks concerten geven als pianist en , terwijl hij liever tijd doorbracht met zijn vrouw en jonge kinderen op zijn landgoed in Rusland. Het contract was echter al getekend en een groot pluspunt van zo’n tournee was dat Rachmaninoff, een groot autoliefhebber, in de Verenigde Staten de nieuwste auto’s kon spotten. 

Rachmaninoff componeerde zijn Derde pianoconcert zonder zijn familie daarvan op de hoogte te brengen en hij heeft er ook maar weinig over geschreven. Het compositieproces is daarom wat in nevelen gehuld, maar in de herfst van 1909 was de in ieder geval voltooid. Ook is duidelijk dat Rachmaninoff in tijdnood zat, want nog voordat hij het concert helemaal had ingestudeerd stak hij de Atlantische Oceaan al over. Aan boord van het schip had hij een los klavier bij zich om, zonder geluid, verder te kunnen studeren. De reacties na de première door de New York Symphony Society onder leiding van Walter Damrosch en met de componist zelf als solist waren gemengd: pianist Józef Hofmann, aan wie het concert nota bene was opgedragen, vreesde waarschijnlijk de uitzonderlijke moeilijkheidsgraad en zei dat het concert niets voor hem was. 

Pas toen Vladimir Horowitz Rachmaninoffs Derde pianoconcert rond 1930 ging uitvoeren, kreeg het steeds meer aandacht. De volgende generatie pianisten, onder wie Emil Gilels, haakte aan en uiteindelijk zou ‘Rach 3’ hét concert uit het pianorepertoire worden. 

Alleen al de eerste paar noten, die het eenvoudige eerste vormen, verklanken de iconische status van het werk. Theorieën over een volksmelodie of een orthodox gezang als basis voor dit thema heeft Rachmaninoff naar het rijk der fabelen verwezen: ‘Dit thema heeft zichzelf gecomponeerd en klinkt zoals een zanger het zou zingen.’ De climax van het eerste deel is de solocadens, waarin de onschuldige openingsmelodie is getransformeerd tot een haast gewelddadig thema in volle en over het hele klavier. Deze passage is technisch extreem veeleisend. Later schreef Rachmaninoff ook een kortere, lichtere , maar Kirill Gerstein zal de originele, uitgebreide cadens spelen. 

Na een melancholisch Intermezzo als tweede deel gaat het concert zonder onderbreking over in de Finale: een thema met variaties, met daarin verwerkt het hoofdthema uit het eerste deel en enkele ën die sterk doen denken aan het Tweede pianoconcert (1900-01). Beide werken eindigen met het lang-kort-kort-lang, net als de Tweede symfonie (1906-07). Dat ritme wordt dan ook wel als Rachmaninoffs muzikale handtekening gezien. 

Gustav Mahler (1860-1911)

Vijfde symfonie

Door Bart de Graaf

Hoewel het spijtig is dat Serge Rachmaninoff het grote succes van zijn Derde pianoconcert niet heeft meegemaakt, heeft het hem toch een zeer waardevolle ervaring opgeleverd: de uitvoering door hemzelf als solist met Gustav Mahler als [op 16 januari 1910 in Carnegie Hall met het New York Philharmonic Orchestra, red.]. Rachmaninoff prees de toewijding van Mahler: ‘Hij bleef het concert, ook de gecompliceerde begeleiding, tot in perfectie repeteren, zelfs toen de repetitie eigenlijk allang klaar was.’ 

Het tekent Mahler, die ook in zijn eigen werken niets aan het toeval overliet. Zo heeft hij aan het begin van het beroemde Adagietto voor strijkers en harp, het slotdeel van zijn Vijfde symfonie, drie keer in het Duits en het Italiaans ‘zeer langzaam’ geschreven. Het woord ‘adagietto’, een verkleining van (langzaam), betekent dan ook niet ‘een beetje langzaam’ maar slaat waarschijnlijk op de korte duur van het deel: in de uitvoering van het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg, een goede vriend van Mahler, slechts zeven minuten. Daarmee is het orkest recordhouder. Het andere uiterste staat op naam van de Berliner Philharmoniker onder Bernard Haitink: bijna een kwartier. Het intieme Adagietto is een liefdesverklaring aan Alma Schindler. Mahler voegde een gedicht toe aan de noten, dat begint met ‘Hoe ik jou liefheb, kan ik niet met woorden zeggen.’ Hij had Alma na het voltooien van het tweede deel ontmoet en zou het jaar daarna met haar trouwen. Wellicht heeft die ontmoeting ook een rol gespeeld bij de overgang van de donkere eerste twee delen van de symfonie naar een gelukzaliger vervolg. 

  • Alma Schindler (1900)

Vrijwel zonder onderbreking gaat het Adagietto over in een vreugdevol . Op weg naar het uitgelaten slot klinken veel snelle imitaties. Dat gebeurt eerder ook in het en de verschillende lagen die zo in het orkest ontstaan, oftewel het , refereren aan de muziek van Johann Sebastian Bach. Mahler verdiepte zich in deze periode grondig in een nieuwe uitgave van de volledige werken van Bach en dirigeerde en arrangeerde zijn werken ook. 

Het is zeker niet de enige verwijzing naar het verleden in de Vijfde symfonie. Zo staat het laatste segment in de rondovorm, een klassieke vorm waarin telkens een refrein terugkeert. Ook is er in de symfonie op grote schaal een klassieke driedeligheid te vinden: de eerste twee delen vormen een sombere sectie, het derde deel is het klassieke middendeel en de laatste twee delen zorgen voor een gelukkige laatste sectie. Bovendien lijkt het van de beroemde solo aan het begin van de symfonie niet alleen te zijn gebaseerd op een militaire , maar ook op een andere vijfde symfonie: die van Ludwig van Beethoven. Ook door een volledig instrumentaal werk te schrijven is Mahler teruggegaan naar het concept van een conventionele symfonie. In tegenstelling tot zijn drie voorgaande symfonieën [met koor en/of vocale solisten, red.] had hij er blijkbaar vertrouwen in dat hij de betekenis van zijn muziek ook zonder tekst kon overbrengen. 

Contrapunt, klassieke vormen, geen zang en een ongekend vrolijk slot: Mahler is met zijn Vijfde symfonie in verschillende opzichten uit zijn comfort zone getreden. Of het door Alma kwam, door Bach, door een groot zelfvertrouwen of door een combinatie van dit alles zullen we nooit zeker weten. Wel dat het van korte duur was: met privé nog altijd de wind in de zeilen schreef hij zijn Zesde symfonie, bijgenaamd de ‘Tragische’, die een voorbode zou blijken voor enkele zeer droevige jaren. Zo vreugdevol als in de Vijfde symfonie zou het nooit meer worden: het klinkende hoogtepunt in Mahlers leven. 

Biografie

Mahler Academy Orchestra, orkest

Het Mahler Academy Orchestra is verbonden aan de Gustav Mahler Academy Bolzano-Bozen, die in 1999 is opgericht op initiatief van Claudio Abbado. Onder anderen leden van het Mahler Chamber Orchestra verzorgen de jaarlijkse zomercursussen van de academie, en sinds de eerste editie hebben al meer dan duizend jonge musici kunnen deelnemen.

In 2015 won de stichting voor zijn inspanningen om een internationaal netwerk van toekomstige orkestmusici te bevorderen een prijs van het EU-project ‘Creative Europe’. 

Met zijn Originalklang-Project werpt het Mahler Academy Orchestra een nieuw licht op de uitvoeringspraktijk in Mahlers tijd. Musici uit verschillende Europese toporkesten en -ensembles bekwaamden zich in Toblach, waar Mahler zijn laatste drie symfonieën componeerde, in het spelen op instrumenten gebouwd naar voorbeeld van het instrumentarium dat Mahler aanschafte in de tijd dat hij was van de Wiener Philharmoniker.

In september 2022 kwam het eerste resultaat van het Originalklang-Project tot uitvoering: voor het eerst sinds de première in 1912 klonk Mahlers Negende symfonie op de originele instrumenten van destijds.

Het huidige debuutconcert van het Mahler Academy Orchestra in Het Concertgebouw vormt de opmaat tot het Mahler Festival in mei 2025. 

Philipp von Steinaecker, dirigent

Mahlers muziek is in de loopbaan van Philipp von Steinaecker alomtegenwoordig, en als voorvechter van de historische uitvoeringspraktijk brengt hij zijn ruime ervaring nu in bij het Mahler Academy Orchestra.

De in Hamburg geboren musicus, oorspronkelijk opgeleid als cellist, werkte met John Eliot Gardiner in diens Orchestre Révolutionaire et Romantique en met Claudio Abbado, eerst als mede-oprichter van het Mahler Chamber Orchestra en in het Lucerne Festival Orchestra en later als zijn assistent en als gastdirigent van Abbado’s Orchestra Mozart

Aan het begin van zijn dirigeercarrière was Philipp von Steinaecker de eerste die bij het Orchestra of the Age of Enlightenment de Melgaard Young Conductor-positie bekleedde. Vervolgens werd hij eerste gastdirigent van het Sloveens Philharmonisch Orkest en stond hij op de bok bij het Zweeds Radio Orkest, de Maggio Musicale Fiorentino, het Gürzenich Orchester Köln, het Residentie Orkest Den Haag, de Camerata Salzburg, het Scottish Chamber Orchestra, de New Japan Philharmonic en het Tokyo Metropolitan Orchestra.

Onder de solisten met wie hij werkte zijn Camilla Tilling, Isabelle Faust, Guy Braunstein, Daniel Müller-Schott, Fazıl Say, Sara Mingardo en Boris Belkin. Mozarts Die Zauberflöte leidde de in Verona, Gounods La colombe in Siena en Händels Giulio Cesare in Parijs.

Uit liefde voor de klank van historische instrumenten richtte hij zijn eigen gezelschap Musica Saeculorum op, dat te gast was op de Internationale Barocktage Stift Melk en het Festival des Pâques d’Aix-en-Provence en opnames uitbracht van The Creation van Haydn, de Eerste symfonie van Bruckner en Mahlers Das von der Erde. In Het Concertgebouw staat Philipp von Steinaecker voor het eerst op de bok. 

Leif Ove Andsnes, piano

Leif Ove Andsnes, voormalig student van Jirí Hlinka en Jacques de Tiège, is artistiek adviseur van de Prof. Jirí Hlinka Piano Academy in zijn woonplaats Bergen en richtte het Rosendal Kamermuziekfestival op. De Noorse pianist bekleedde residencies bij Carnegie Hall in New York, de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic en het London Symphony Orchestra.  

Afgelopen seizoen speelde hij Beethovens ‘Keizersconcert’ met de New York Philharmonic, de New World Symphony, het London Symphony Orchestra en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, en Rachmaninoffs Derde pianoconcert met The Philadelphia Orchestra, het Pittsburgh Symphony Orchestra, het Deens Nationaal en het Orchestre de Paris. Voor solorecitals tourde Leif Ove Andsnes door Europa en Japan, en samen met het Dover Quartet door Noord-Amerika. Zijn discografie van meer dan vijftig albums omspant solorepertoire, kamermuziek en werken met orkest van tot heden. Mozart-en Beethoven-opnames met het Mahler Chamber Orchestra werden meermaals bekroond.

De pianist werd geëerd met zeven Gramophone Awards, de Royal Philharmonic Society’s Instrumentalist Award, de Gilmore Artist Award, de Peer Gynt Prijs, een Noorse koninklijke onderscheiding en eredoctoraten van de Juilliard School of Music en de universiteiten van Bergen en Oslo. In de debuteerde Leif Ove Andsnes in mei 2001 in BrahmsEerste pianoconcert met het Deens Nationaal Radio Symfonieorkest, en bij het Concertgebouworkest was hij te gast in 2003, 2007 en 2011. Voor het laatst was hij in Het Concertgebouw te beluisteren in februari 2022 met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin in het Pianoconcert van Robert Schumann