Mahler en Prokofjev bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Daniil Trifonov piano
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie E.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Derde pianoconcert in C gr.t., op. 26 (1917-21)
Andante, Allegro
Tema con variazioni
Allegro ma non troppo
pauze
Gustav Mahler 1860-1911
Eerste symfonie in D gr.t., ‘Titan’ (1884-88, revisie 1906)
Langsam, schleppend (Wie ein Naturlaut) – Im Anfang sehr gemächlich
Kräftig bewegt, doch nicht zu schnell – Trio: Recht gemächlich
Feierlich und gemessen, ohne zu schleppen
Stürmisch bewegt
Toelichting
Sergej Prokofjev 1891-1953
Prokofjev: Derde pianoconcert
Door Michiel Cleij
Sergej Prokofjev componeerde zijn Derde pianoconcert in C groot niet thuis in Rusland, maar als een rusteloze podiumartiest die zich door zijn concertagenda over verschillende continenten liet voortjagen. In Amerika en in Europa baarden zijn optredens als pianist (soms als ) van eigen werk heel wat opzien. Niet zelden ontstonden daarbij polemieken tussen enerzijds enthousiaste aanhangers en anderzijds critici die Prokofjev van ‘anarchistische, barbaarse, bolsjewistische herrie’ betichtten.
Steeds was Prokofjev zelf al weer verhuisd, of naar een volgend optreden doorgereisd, eer zijn volgelingen of zijn critici zich konden organiseren: voor schoolvorming of een hetze was hij niet honkvast genoeg. De componist leek zich herhaaldelijk ergens te vestigen – in New York, in Chicago, in Parijs – maar vertrok telkens spoedig nadat hij zijn muzikale brandbrieven had afgeleverd. En wanneer hij tóch ergens voor langere tijd neerstreek, zoals in Parijs, dan bracht hij zijn publiek geregeld in verwarring door beukende, modernistische composities af te wisselen met stukken vol beschaafde, neoklassieke koketterie.
Dat bewuste gestoei met verschillende imago’s hield hij bijna twee decennia vol, tot in het midden van de jaren 1930. Toen keerde hij definitief terug naar Rusland om zich te nestelen in een wat bezadigder – en deels naar sovjetmodes gevormd – idioom. Maar het Derde pianoconcert gloeit van inventiviteit, reislust, ongeduld, kortom, van de energie die Prokofjev in de jaren twintig voortdreef.
Terugblikkend op de ontstaansgeschiedenis meldde Prokofjev dat hij al jaren een paar jes ‘voor de witte toetsen van de piano’ had liggen; eenvoudig, diatonisch materiaal dat hij voor een strijkkwartet had voorbestemd. Die in 1917 genoteerde ‘witte atjes’, zoals hij ze noemde, legden een lange weg af: ze groeiden uit tot een van de meest kleurrijke en spectaculaire pianoconcerten van de twintigste eeuw. Ze werden gekruid met Slavische wendingen, opgepept met de hectische puls van grote Amerikaanse steden en in de fik gestoken door Prokofjevs eigen virtuoze pianistiek.
Een fraai voorbeeld van Prokofjevs neiging tot voortdurende verandering en omvorming vind je in het middendeel, een variatiespel dat de kern van het concert vormt. Maar ook in het openingsdeel is Prokofjev een meester van de metamorfose: het klarinetthema waarmee het stuk begint en de introductie van de solist duiken steeds weer op in een nieuwe gedaante. Prokofjev beschouwde zichzelf als een classicist; dat bewees hij door de vele agressieve, ‘barbaarse’ uitbarstingen en de scherpe en te verweven in een betoog dat zich als een hecht tapijt ontrolt.
Gustav Mahler 1860-1911
Mahler: Eerste symfonie
Door Sabien van Dale
In de Grote Redoutenzaal van het Stedelijk Paleis van Boedapest dirigeert Gustav Mahler op 20 november 1889 de première van zijn Eerste symfonie. Na het laatste blijft het publiek verbijsterd achter. Voor de eerste maal injecteerde Mahler de geïdealiseerde wereld van de klassieke en romantische symfonie met alledaagse, brutale elementen: volkwijsjes, signaalmotieven, straatmuziek, collages en rauwe en.
De jonge componist koos als titel aanvankelijk ‘Symphonische Dichtung in zwei Teilen’ en later ‘Titan, Tondichtung in Symphonieform’. Vechtend tegen het onbegrip van zijn toehoorders en tegen zijn eigen twijfels bleef Mahler tot 1906 meerdere wijzigingen aanbrengen.
De meest ingrijpende zijn de vervanging van een passage in de finale (tweede uitvoering, Hamburg, 1893) en de volledige weglating van het (het Blumine) voor de vierde uitvoering in Berlijn, op 16 maart 1896. Vanaf die datum zijn de oorspronkelijke vijf delen tot vier gereduceerd en heet het werk voortaan Eerste symfonie.
De ondertitel ‘Der Titan’ verwijst naar de roman van Jean Paul. De wil geen verhaal naar voren brengen maar een algemeen idee van jeugdig enthousiasme en strijdlust. Alle elementen van de latere Mahler zijn reeds aanwezig: natuurmystiek, de onherroepelijke greep van het noodlot en de typische dramatische synthese in de finale.
Mahler benadrukte meermaals hoe zijn ’s organisch waren gegroeid uit herinneringen aan gemoedsstemmingen. Directe aanleiding was de verwerking van een ongelukkige liefdesaffaire met de zangeres Joanna Richter. De er eines fahrenden Gesellen, die Mahler in datzelfde jaar voor haar schreef, vormen de sleutel tot zijn latere Eerste symfonie. Hijzelf is de rondtrekkende zwerver uit de titel, de afgewezen minnaar die heling zoekt in eenzame natuurverkenningen.
In de symfonie gaat het niet langer om de directe verwijzing naar persoonlijke belevenissen maar om de emotionele en spirituele neerslag ervan. Het thematisch materiaal van het eerste deel – na de zinderende evocatie van de ontwakende natuur – is haast integraal overgenomen uit het tweede lied van de cyclus, Ging heut’ Morgen übers Feld.
De directe bevruchting tussen zijn liedoeuvre en zijn symfonische oeuvre zou een van Mahlers meest treffende karakteristieken worden. Ook in het tweede deel refereren meerdere motieven aan een lied dat Mahler op twintigjarige leeftijd componeerde, Hans und Grete. Uitgelaten ritmes wisselen verder af met de pastorale ‘ländler’, typisch Oostenrijkse dansen en sentimentele ‘fin de siècle’-muziek op het randje van de karikatuur.
Het meest treffende liedcitaat is te horen in het derde deel, een treurmars. Het idee voor de ontleende Mahler aan de in zijn tijd bekende tekening ‘Des Jägers Leichenbegängnis’, waarop een troep dieren – muzikanten en dragers – een gestorven jager naar het graf geleidt.
Om het groteske karakter te ueren, vervormt Mahler de aloude die wij kennen als Vader Jacob en plaatst daarboven een scherpe tegenmelodie met hobo’s. Parodiërende aanzetten van Hongaars-Slavische volksliederen verhogen de spanning. Na de ironische banaliteit volgt verstilde schoonheid, opnieuw geplukt uit Lieder eines fahrenden Gesellen, uit het laatste lied Die zwei blauen Augen.
Daarna komen de mars en het doodsritme des te scherper terug. Boven het vierde deel schreef Mahler ‘Ausdruck eines im Tiefsten verwundeten Herzens’. De dramatische schreeuw waarmee het orkest zich ontlaadt kan dit alleen maar bevestigen. Het geheel wordt voortgestuwd als een bovenmenselijke strijd vol turbulente tutti en vlijmende accenten.
Aan het slot krijgen de conflicterende thema’s een mfantelijke toon. De levenskracht en de erkenning van de schoonheid van de omringende natuur winnen het van de destructieve emotionele strijd van de mens.
Biografie
Daniele Gatti, dirigent
Afgelopen augustus begon Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.
Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.
Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.
Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).
Bij het Royal Opera House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.
Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.
Daniil Trifonov, piano
Daniil Trifonov had vanaf zijn achtste pianoles aan de Gnessin Muziekschool in Moskou en vervolgde zijn studie bij Sergei Babayan aan het Cleveland Institute of Music. Hij studeerde tevens compositie en schreef naast kamermuziek ook drie pianoconcerten.
In 2010/2011 won de pianist prijzen op drie belangrijke internationale wedstrijden op rij: het Chopinconcours in Warschau, het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en het Tsjaikovski Concours in Moskou.
In 2013 werd hem in Italië de Franco Abbiati Prijs toegekend, en hij werd Artist of the Year bij zowel Gramophone (2016) als Musical America (2019). Voor zijn Liszt-album Transcendental won hij in 2018 een Grammy Award, en in 2021 kreeg het Russische album Silver Age een Opus Klassik.
Zijn nieuwste project, waarvan in oktober het eerste album My American Story: North uitkwam, beschrijft een zeer persoonlijke muzikale reis door Amerika, waar Daniil Trifonov bijna de helft van zijn leven heeft doorgebracht. Daniil Trifonov bekleedde residencies bij de Berliner Philharmoniker, de Wiener Musikverein, de New York Philharmonic en Carnegie Hall (2019/2020) en is dit seizoen in residence bij zowel het Chicago Symphony Orchestra als het Tsjechisch Philharmonisch Orkest.
Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (2018), het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het Mariinski Orkest en de orkesten van Los Angeles, Boston, Philadelphia en Cleveland.
Door Europa tourde hij vorig seizoen met cellist Gautier Capuçon en dit seizoen reist hij met violist Leonidas Kavakos naar Chicago, Boston, Kansas City en Washington D.C. Met een programma met bariton Matthias Goerne deed hij in juni 2022 onder andere Het Concertgebouw aan. Daniil Trifonov geeft ook wereldwijd solorecitals; in de deed hij dat in 2013, 2016, 2017 en 2019 en in maart 2023 verzorgde hij er samen met zijn voormalig leraar Sergei Babayan een Rachmaninoff-programma.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


