Made in Amsterdam: Maarten Engeltjes + PRJCT Amsterdam
Maarten Engeltjes countertenor
PRJCT Amsterdam
Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Dit concert maakt deel uit van de serie Made in Amsterdam.
Om 19.30 uur begint in de Felix de Nobelfoyer een gratis toegankelijke lezing over de Amsterdamse muziekuitgever Estienne Roger. Spreker is Rudolf Rasch, die onder meer het artikel De verspreiding van Italiaanse muziek door Nederlandse uitgevers schreef in Een geschiedenis der Nederlanden (Amsterdam University Press, 2001).
Antonio Vivaldi (1678-1741)
Perfidissimo cor! Iniquo fato, RV 674 (jaartal onbekend)
cantate voor stem en basso continuo
Perfidissimo cor! Iniquo fato
Nel torbido mio petto
Così dunque tradisci chi contenta
Più amar non spero, no
Arcangelo Corelli (1653-1713)
Sonate in A gr.t., op. 5 nr. 6 (ca. 1700)
voor viola da gamba en basso continuo
Adagio
Allegro
Allegro
Adagio
Adagio
Antonio Vivaldi
Qual per ignoto calle, RV 677 (jaartal onbekend)
cantate voor stem en basso continuo
Qual per ignoto calle
Quel passagier son io
Deh, più non regni nel tuo gentil petto
Qual dopo lampi e turbini
pauze ± 20.50 uur
Claudio Monteverdi (1567-1643)
Oblivion soave
uit ‘L’incoronazione di Poppea’, SV 308 (1642)
Toccata arpeggiata
uit ‘L’Orfeo’, SV 318 (1607)
Francesco Cavalli (1602-1676)
Delizie, contente
uit ‘Giasone’ (1648)
Claudio Monteverdi
Si dolce è’l tormento, SV 332 (ca. 1624)
madrigaal voor stem en basso continuo
Antonio Vivaldi
Pianti, sospiri e dimandar mercede, RV 676 (jaartal onbekend)
cantate voor stem en basso continuo
Pianti, sospiri e dimandar mercede
Lusinga è del nocchier
O ingannato nocchiero
Cor ingrato, dispietato
einde ± 21.45 uur
Toelichting
Toelichting
Door Erwin Roebroeks
‘Amsterdam, dacht hij, mocht dan het Venetië van het noorden zijn, Venetië was gelukkig niet het Amsterdam van het zuiden’, aldus de hoofdpersoon in Harry Mulisch’ roman De ontdekking van de hemel (1992). Qua muziekuitgeverijen hebben de steden wel degelijk een en ander gemeenschappelijk. In verschillende tijdperken waren het epicentra van de productie en verspreiding van muziekpartituren.
Wie Monteverdi, Cavalli en Vivaldi zegt, zegt Venetië. De afzet van de muziekuitgevers in de lagunestad was gigantisch. In 1590 werd er meer muziek uitgebracht dan in de rest van Europa bij elkaar opgeteld. De muziek werd toen nog op een vrij omslachtige manier gedrukt.
Amsterdam had later, samen met Londen, de primeur van grootschalige muziekuitgaven die met behulp van gravuretechnieken werden gemaakt. Thomas Cross opende in 1683 in Londen zijn bedrijf, de gevluchte hugenoot Estienne Roger (1665-1722) begon in 1696 zijn zaak in Amsterdam. Roger was de eerste Nederlandse muziekuitgever van internationale statuur en zijn uitgaven waren van het hoogste niveau.
Italië had de primeur wat betreft het drukken van notenpapier. Het drukken van partituren gebeurde er met behulp van beweegbare elementen. Dat was duur en onhandig. Bovendien waren de mogelijkheden tot reproductie van bijzondere muziektekens beperkt. Goedkoper, effectiever en leesbaarder was het om muziek te drukken met behulp van gegraveerde koperen platen die met inkt werden ingesmeerd. Dat proces werd de specialiteit van Roger in Amsterdam.
Niet alleen kon met deze gravuretechnieken het notenbeeld beter worden weergegeven dan met traditionele boekdruk, bovendien was het mogelijk om met een kleine oplage de markt te testen, waarna er bij gebleken succes eenvoudig kon worden bijgedrukt. Roger was waarschijnlijk de beste muziekuitgever van zijn tijd. Dat er nog geen auteursrecht bestond, maakte het uitgeven van muziek destijds tot een lucratieve handel.
Roger bleef winst investeren; hij maakte altijd gebruik van de nieuwste technieken. Hij drukte niet alleen, maar fungeerde ook als uitgever en distributeur. Roger had vertegenwoordiging in verschillende steden in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Daar kon iedereen in de gigantische catalogus bladeren. Dat betekende dat componisten voor verspreiding van hun werk niet langer afhankelijk waren van een rijke broodheer, maar zichzelf tegen betrekkelijk lage kosten tot Roger konden wenden.
Het programma van vanavond gaat over meer dan drukkers en -uitgevers. De partituur zelf wordt aan de orde gesteld; met name de functie ervan. In de tijd van Claudio Monteverdi’s L’Orfeo (1607), de eerste echte , waaruit vanavond de Toccata arpeggiata wordt gespeeld, werd muziek veelal geïmproviseerd op basis van enkele uitgeschreven partijen. De reden dat we een complete partituur van L’Orfeo hebben, is omdat het een cadeau was van Monteverdi voor zijn broodheer, Vincenzo Gonzaga, hertog van Mantua.
Opera was toen nog een besloten aangelegenheid voor de adel. Dertig jaar later werd opera in Venetië een commerciële kunstvorm in publieke theaters. De concurrentie was moordend. Elke nieuwe opera moest beter zijn dan de vorige. Dat wil zeggen: een intrigerender plot, spannendere muziek, en een sterkere samenhang tussen de twee. Bij L’incoronazione di Poppea uit 1642, het eerste muziekdrama dat letterlijk ‘opera’ werd genoemd, is de partituur dan ook al fijnmaziger. Bij Antonio Vivaldi lag er al meer vast en kregen de musici nog meer voorschriften.
Partituren geven niet alleen aan wat er moet worden gespeeld, het componeren met behulp van notenschrift verandert ook de muziek. Het stelt componisten in staat om complexere muziek te maken dan voorheen. Dat horen we bijvoorbeeld bij Vivaldi’s vaak veeleisende vocale capriolen, zoals vanavond in de Pianti, sospiri e dimandar mercede.
In het kader van verschuivende functies van een partituur is ook het werk van Arcangelo Corelli van vanavond bijzonder: de in A groot, 5 nr. 6 (vanavond gespeeld op gamba) in de 1710-uitgave. Vanaf 1710 concentreerde Roger zich op de bekende Italiaanse componisten, waarmee hij zich op internationale handel in Noord- en West-Europa richtte. Hij gaf in dat jaar Corelli’s vioolsonates opus 5 opnieuw uit, ditmaal met versieringen; de bundel zonder versieringen was in 1700 in Rome verschenen.
Na publicatie bereikten deze vioolsonates de status van klassiekers. Rond 1800 was het werk meer dan vijftig keer opnieuw gepubliceerd; in Amsterdam, Bologna, Florence, Londen, Madrid, Milaan, Napels, Parijs, Rome, Rouen en… Venetië. Geen andere collectie kon in de achttiende eeuw op een dergelijke receptie rekenen.
De concurrentie was moordend. Elke nieuwe opera moest beter zijn dan de vorige.
Het verhaal ging dat de 1710-uitgave in Amsterdam een letterlijk speciale behandeling had gekregen, namelijk dat Roger eigenhandig de ornamenten in de partituur zou hebben aangebracht. De scepsis over de echtheid van de ornamenten werd dermate groot, dat Roger in 1716 in een advertentie liet weten dat iedereen die geïnteresseerd was in Corelli’s origineel en zijn brieven over het onderwerp welkom was om ze te komen bekijken in Amsterdam.
Critici meenden dat het bluf was, omdat Corelli in 1713 was gestorven en niemand in Amsterdam iets over de authenticiteit zou kunnen zeggen. Toch waren er kenners van het handschrift van Corelli in Amsterdam, waaronder collega-componist Pietro Locatelli. Als Roger daadwerkelijk de ornamenten zou hebben aangebracht, zou een dergelijke flessentrekkerij een ongekend risico hebben betekend, iets dat Roger zakelijk gezien niet nodig had. In 1711 was namelijk concurrent Pieter Mortier overleden, waarna Roger het monopolie had in Amsterdam.
Inmiddels suggereert de stand van onderzoek dan ook dat de ornamenten wel degelijk van de hand van Corelli zijn. De vraag over authenticiteit is ook niet zo interessant. Wat de discussie zo boeiend maakt, is dat ze toont hoeveel aandacht er werd geschonken aan iets bijkomstigs als ornamenten. Zo zien we in relatief korte tijd de functie van een partituur evolueren van basisaanwijzingen met ruimte voor tot relatief precieze instructies.
De partituurfunctie verschoof en de partituurproductie verplaatste zich. Vivaldi liet in 1711, teleurgesteld in de kwaliteit van de toenmalige Venetiaanse uitgevers, zijn L’estro armonico door Roger uitgeven, Albinoni een jaar later zijn Trattenimenti armonici, en Corelli in 1714 zijn Concerti grossi opus 6. Albinoni en Vivaldi verruilden vanaf dat moment voor hun muziekuitgaven Venetië definitief voor Amsterdam. Andere Italianen volgden, met als bekendste Locatelli – die zich in 1729 definitief vestigde op Prinsengracht 506.
Biografie
Maarten Engeltjes, countertenor/dirigent
Maarten Engeltjes zong vanaf zijn vierde jaar als jongenssopraan, maakte op zijn zestiende zijn debuut als in Bachs Matthäus-Passion en studeerde in 2007 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij werkte als solist met en als Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, William Christie, Jordi Savall, Reinbert de Leeuw, Markus Stenz en Lars Ulrik Mortensen.
Hij zong in Bachs Hohe Messe en Weihnachtsoratorium bij de Akademie für Alte Musik Berlin, Pergolesi’s Stabat Mater bij Concerto Köln en Händels Messiah bij de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.
Actuele highlights zijn een zevenjarige Bachcyclus met Les Arts Florissants onder leiding van Paul Agnew, Bachcantates in Praag en Leipzig met Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra, Händels Israel in Egypt met het NDR Chor onder leiding van Klaas Stok en – in december 2024 onder leiding van Ton Koopman – zijn debuut bij de New York Philharmonic in Händels Messiah.
Het podium betrad Maarten Engeltjes bij de Opéra de Marseille, de Opéra Comique in Parijs, het Boston Early Music Festival, het Tokyo Metropolitan Theatre en De Nationale Opera in Amsterdam.
In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was hij sinds 2008 meermaals te gast, onder meer op 27 oktober 2024 in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag. In 2017 richtte de zanger zijn eigen ensemble PRJCT Amsterdam op, dat hij ook dirigeert.
PRJCT Amsterdam, ensemble
Het in 2017 opgerichte gezelschap PRJCT Amsterdam staat voor een vindingrijke programmering, waarvoor artistiek leider Maarten Engeltjes graag samenwerking zoekt met internationaal bekende solisten. In september 2017 presenteerde de groep zijn eerste project Tranen van een moeder, m het Stabat Mater en met een voordracht van schrijver P.F. Thomése.
Op 9 februari 2021 herhaalden ze dit in de van Het Concertgebouw, en in november 2024 bracht het ensemble deze muziek van Pergolesi en Vivaldi nogmaals met sopraan Carolyn Sampson.
In de zomer van 2018 maakte PRJCT Amsterdam programma’s rond Vivaldi en Händel voor het festival Wonderfeel en het oudemuziekfestival van Sintra (Portugal). Later dat jaar toerde het met ‘vergeten ’s’ van Johann Sebastian Bach, in 2019 uitgebracht op cd. Ook Nicht mehr hier, met muziek van Buxtehude en Bach over de dood, kwam uit op cd. Veel lof was er vervolgens voor de tournee If Music Be the Food of Love met Andreas Scholl.
De afgelopen jaren werd PRJCT Amsterdam uitgenodigd door onder meer het Bachfest Leipzig en de Thüringer Bachwochen. Het Mozart-programma met Lenneke Ruiten, Rolando Villazón en Andreas Wolf dat in mei 2024 klonk in de , bracht PRJCT Amsterdam ook naar de Kölner Philharmonie. Het Concertgebouwdebuut was een programma vol Venetiaanse muziek in de op 15 november 2019; het vorige optreden was een Händelprogramma in de Grote Zaal met sopraan Jeanine De Bique op 11 maart jongstleden.

