Lucas Jussen en het Nederlands Kamerorkest: Chopin

Nederlands Kamerorkest
Gordan Nikolić viool/leiding
Lucas Jussen piano

Felix Mendelssohn 1809-1847

Ouverture ‘Ein Sommernachtstraum’, op. 21 (1826)

Frédéric Chopin 1810-1849

Tweede pianoconcert in f kl.t., op. 21 (1829)

Maestoso
Larghetto
Allegro vivace

pauze

Felix Mendelssohn 1809-1847

Notturno
Scherzo
uit ‘A Midsummer Night's Dream’, op. 61 (1843)

Carl Maria von Weber 1786-1826

Tweede symfonie in C gr.t. (1807/1839)

Allegro
Adagio ma non troppo
Menuetto: Allegro
Finale, Scherzo: Presto

Toelichting

Felix Mendelssohn 1809-1847

‘ein sommernachtstraum’

Wolfgang Amadeus Mozart uitgezonderd kent Felix Mendelssohn als componerend wonderkind zijn gelijke niet. Als twaalfjarige componeerde hij al symfonieën, kamermuziek, ja zelfs een complete . Maar het hoogtepunt uit zijn vroege jaren is ongetwijfeld de Ouverture ‘Ein Sommernachtstraum,’ naar A Midsummer Night’s Dream van William Shakespeare, die hij in 1826, op zeventienjarige leeftijd, schreef. In uiterst geraffineerde en subtiele klanken, maar ook met humor, volgt Mendelssohn, bijna als in een symfonisch gedicht, de oorspronkelijke komedie. We horen de feeërieke sfeertekening van het begin, het grote feest van de aanstaande huwelijken en de heftige uitwerking van de liefdesdrank. Zelfs de bergamasque (een snelle boerendans die Shakespeare ook in zijn stuk ten tonele voert) en de ongelukkige in een ezel veranderde acteur ontbreken niet. De première van het stuk vond plaats in Stettin onder leiding van Carl Loewe. Mendelssohn moest er een tocht van meer dan 100 kilometer door een vliegende sneeuwstorm voor over hebben om het concert bij te wonen en er zelfs nog samen met de als solist op te treden in zijn Concert voor twee piano’s.

Jaren later greep Mendelssohn terug op zijn Sommernachtstraum. In 1842 kreeg hij de opdracht van koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen om toneelmuziek te componeren bij een uitvoering van Shakespeares toneelstuk in ’s konings paleis in Potsdam. De uitgebreide, complete toneelmuziek ( 61) wordt maar zelden uitgevoerd, maar enkele instrumentale delen daaruit des te meer. Het vormt de entr’acte tussen de eerste twee bedrijven, waar het de sprookjesachtige sfeer verklankt rond de komst van het koninklijke elfenechtpaar Oberon en Titania. De Notturno klinkt na het derde bedrijf als Puck alle geliefden in slaap laat vallen.

Frédéric Chopin 1810-1849

Tweede pianoconcert

Als negentienjarige had Frédéric Chopin in 1829 al heel wat in zijn leven bereikt. In zijn vaderland Polen werd hij alom gevierd als een groot pianist en componist voor zijn instrument en ook buiten de landsgrenzen begon zijn roem al meer gestalte te krijgen. Met zijn eerste buitenlandse optreden in dat jaar in Wenen had hij diepe indruk op zijn publiek gemaakt. Het smaakte naar meer en om dat te bereiken waagde Chopin zich voor het eerst aan een pianoconcert. De première op 17 maart 1830 van dit concert, dat vanwege een latere publicatiedatum dan zijn opvolger als Tweede pianoconcert de geschiedenis inging, met uiteraard de componist als solist, werd een enorm succes. Nu had de pers hem wel een klein handje geholpen. Enkele dagen eerder had Chopin in strikt besloten verband een proefuitvoering gehouden. Een journalist had daar lucht van gekregen en had zich toegang tot deze private bijeenkomst weten te verschaffen. Meteen schreef hij de volgende dag een zeer lovend artikel, hetgeen het publiek in groten getale met hooggespannen verwachtingen naar de concertzaal lokte. Het werd niet teleurgesteld. Waar zijn voorgangers Beethoven en de klavierleeuw avant la lettre Hummel voorzichtig al meer virtuositeit in hun pianoconcerten toelieten, gaan bij Chopin alle remmen los. De ‘Paganini van de piano’, zoals hij door zijn bewonderaars werd genoemd, gaf zichzelf de ruimte om zijn briljante spel ten volle tot zijn recht te laten komen, soms ten koste van de muzikale structuur. Maar juist bevrijd door die soms knellende band kon Chopin zijn pianistische fantasie de vrije loop laten. Dat gebeurt meteen al in het eerste deel. Na de formele opening door het orkest gaat de solist onmiddellijk aan de haal met de beide ’s en fantaseert daar naar hartenlust over. Het tweede deel is een dromerige romance, geïnspireerd op het e uit de van die tijd, maar uitgesponnen tot een Chopin typerende . De componist schreef het naar aanleiding van zijn hevige verliefdheid op een operazangeres. Een half jaar droomde hij van haar, maar durfde haar nooit aan te spreken, zijn gevoelens slechts toevertrouwend aan de muziek. In de finale laat Chopin zich kennen als een echt Poolse componist. Het is een opzwepende krakowiak, een geliefde volksdans uit de omgeving van Krakau, die Chopin al eerder in zijn à la Krakowiak voor piano en orkest had gebruikt.

Carl Maria von Weber 1786-1826

Tweede symfonie

Op verscheidene manieren zijn Felix Mendelssohn en Carl Maria von Weber in dit concert met elkaar verbonden. Op die gedenkwaardige dag van Mendelssohns première van de Ouverture ‘Ein Sommernachtstraum’ in Stettin in 1826 trad hij ook nog op als solist in Webers Konzertstück voor piano en orkest. En in datzelfde jaar liet Weber zich door Shakespeares A Midsummer Night’s Dream inspireren tot zijn elfenopera Oberon. Maar dat was aan het eind van zijn korte leven. Zijn carrière begon toen hij 18 jaar oud was, als kapelmeester in Breslau in 1804. Daar voerde hij een nieuwe orkest­opstelling in en bedacht hij een ingenieus en efficiënt repetitieschema voor het instuderen van ’s dat heden ten dage nog steeds door de meeste operagezelschappen gebruikt wordt. In 1806 vertrok hij naar het plaatsje Carlsruhe – tegenwoordig Pokój in het zuidwesten van Polen – waar hij in dienst kwam van hertog Eugen von Württemberg. Deze had een klein maar talentvol hoforkest waarvoor Weber binnen een maand twee symfonieën schreef.
Het zijn beide orkestwerken waarin prachtig te horen is hoe Weber aan het begin van zijn loopbaan op de grens van het Classicisme van de achttiende eeuw en de van de negentiende eeuw staat. Het eerste deel van de Tweede symfonie is grotendeels in de stijl van de late Joseph Haydn (Weber had per slot van rekening enige tijd les van diens broer Michael), maar schurkt al behoorlijk aan tegen de radicale vernieuwingen waarmee Beethoven in deze jaren de muzikale wereld opschrikte. Prachtig is ook de tegenstelling tussen het klassieke van het derde deel tegenover de hele korte maar onstuimige Finale. Opvallend zijn de virtuoze hobopartijen. Dat had alles te maken met de hertog, die zelf niet onverdienstelijk hobo speelde en zo nu en dan in zijn eigen orkest plaatsnam. Hoewel hij er zeer gelukkig was bleef Weber slechts een half jaar bij de hertog om daarna een betrekking aan te nemen bij Eugens broer, koning Friedrich I van Württemberg in Stuttgart. Maar hij zou zijn leven lang over zijn dagen in Carlsruhe spreken als zijn ‘gouden tijd’.

Kees Wisse

Biografie

Gordan Nikolić, viool

Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met ­orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.

Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de ­Musikhochschule in Basel.

Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.

Daar werkte hij samen met top­en als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.

Naast zijn podium­activiteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in ­Saarbrücken en Co­darts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van ­Lorenzo Storioni.

Lucas Jussen, piano

Lucas Jussen debuteerde toen hij negen was in de van Het Concertgebouw, als solist bij Camerata Amsterdam. In 2006 deelde hij tijdens het Prinsengrachtconcert het podium met Lang Lang. Net als zijn jongere broer Arthur studeerde hij bij Jan Wijn, Ton Hartsuiker en Maria João Pires. Daarna was hij in de leer bij Menahem Pressler in de Verenigde Staten en bij Dmitri Bashkirov in Madrid.

Samen wonnen Lucas en Arthur Jussen vele prijzen, waaronder in 2011 de allereerste Concertgebouw Young Talent Award. Naast hun talloze s – als duo of afzonderlijk – traden ze op met nagenoeg alle Nederlandse orkesten maar ook met bijvoorbeeld het Dallas Symphony Orchestra en het Hong Kong Philharmonic Orchestra onder leiding van Jaap van Zweden, het Mariinski Orkest en orkesten in Sydney en Sjanghai.


In 2012 maakten de broers hun debuut bij het Concertgebouworkest, en bij het Nederlands Philharmonisch Orkest/Nederlands Kamerorkest was Lucas Jussen in 2015/16 artist in residence. In het vorige concertseizoen speelden de broers bij onder meer The Philadelphia Orchestra onder leiding van Yannick Nézet-Séguin, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Vancouver Symphony Orchestra en het Münchener Kammerorchester.

Voor drie seizoenen zijn ze ‘Junge Wilde’ bij het Konzerthaus Dortmund en vorige maand tourden ze door Japan en Singapore. Inmiddels brachten de broers Jussen zes veelgeprezen cd’s uit. Hun debuutalbum uit 2010 met werken van Beethoven behaalde meteen al de platinastatus en kreeg de Edison Klassiek Publieksprijs.