Lucas en Arthur Jussen met Schubert, Chopin en Say

Extra Concert 20.15 uur

Arthur Jussen piano
Lucas Jussen piano

Franz Schubert 1797-1828

Allegro in a kl.t., D 947 (1828)
‘Lebensstürme’
voor piano vierhandig

Frédéric Chopin 1810-1849

Deux nocturnes, op. 62 (1846)
Nocturne in B gr.t.
Nocturne in E gr.t.
Lucas Jussen

Eerste ballade in g kl.t., op. 23 (1835)
Lucas Jussen

Francis Poulenc 1899-1963

Sonate (1918, herzien 1939)
voor piano vierhandig
Prélude. Modéré
Rustique. Naif et lent
Final. Très vite

pauze

Hanna Kulenty 1961

VAN… (2014)
voor piano vierhandig

Alberto Ginastera 1916-1983

Danzas argentinas, op. 2 (1937)
Danza del viejo boyero – to Pedro Saenz
Danza de la moza damosa – to Emilia A
Stahlberg
Danza del gaucho matrero – to Antonio
De Raco
Arthur Jussen

Enrique Granados 1867-1916

El amor y la muerte, balada
uit ‘Goyescas, o Los majos enamorados’ (1909-11)
Arthur Jussen

Nikolai Kapustin 1937

Variaties, op. 41 (1984)
Arthur Jussen

Fazil Say 1970

‘Night’ (2016)
voor piano vierhandig
in opdracht van Arthur en Lucas Jussen; wereldpremière

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Lebensstürme

Tekst: Anneloes Brand

In 1828, het laatste jaar van Franz Schuberts korte leven, weerhield zijn tanende gezondheid hem er niet van een flink aantal meesterwerken te voltooien, waaronder de Negende symfonie in C groot (de ‘Grote’). Te midden van dit alles componeerde Schubert tevens drie werken voor piano vierhandig – een genre dat hem dierbaar was, maar dat doorgaans als amateurmuziek werd beschouwd. 

Het was bijvoorbeeld perfect geschikt voor de besloten salonconcerten, de ‘Schubertiades’, tijdens welke vele van Schuberts kamermuziekwerken door hemzelf en zijn muzikale vrienden werden uitgevoerd.

Het in a klein was een van deze werken voor piano vierhandig. Bij de publicatie in 1840 gaf uitgever Antonio Diabelli het werk de bijnaam ‘Lebensstürme’, die zowel lijkt te slaan op Schuberts tegenspoed als op de onstuimige muziek.

Frédéric Chopin 1810-1849

Deux Nocturnes en Eerste ballade

Voor Frédéric Chopins tijdgenoten waren zijn s – intieme, melancholieke ‘nachtmuzieken’ – de meest karakteristieke en belangrijkste werken uit zijn oeuvre. Chopin erfde het genre van zijn Ierse collega John Field, maar oversteeg diens werken al snel.

De late Deux nocturnes, opgedragen aan Chopins leerlinge Mademoiselle R. de Konneritz, bezitten zo’n unieke toon en expressief bereik dat je ze ook kleine ballades zou kunnen noemen. Tegen Robert Schumann zei Chopin eens dat zijn ballades – oorspronkelijk een literair genre – geïnspireerd waren door gedichten van Adam Mickiewicz, net als Chopin een Poolse emigrant in Parijs.

Zo schijnt de Eerste ballade in g klein gebaseerd te zijn op Mickiewicz’ Konrad Wallenrod, een episch verhaal over de strijd tussen de ridders van de Teutoonse Orde en de heidenen van Litouwen. De compositie is vervuld van nostalgie en jeugdig poëtisch vuur, hetgeen Schumann zeer aansprak. Toen Chopin hem in 1836 bezocht, zei Schumann tegen Chopin dat hij dit zijn mooiste werk vond, waarop deze na lang denken reageerde: ‘Daar ben ik heel blij om, want dit is ook mijn favoriete compositie.’

Hanna Kulenty 1961

VAN...

De Poolse componiste Hanna Kulenty studeerde na haar opleiding aan de Frédéric Chopin Muziekacademie in Warschau verder bij Louis Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 1992 woont en werkt ze zowel in Warschau als in Arnhem.

Kulenty’s composities, die wereldwijd worden uitgevoerd, kenmerken zich door een intuïtieve vormgeving van zich ontvouwende klankpatronen en geven de indruk van een organische transformatie en groei. Kulenty schreef VAN… voor piano vierhandig (of twee piano’s) in opdracht van de Nederlandse Ambassade in Warschau ter gelegenheid van het eerste staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Polen in 2014.

Door onvoorziene omstandigheden kon deze eerste uitvoering door Lucas en Arthur Jussen niet doorgaan. Op 20 september van dat jaar brachten de Poolse pianisten Piotr Kopczyński en Julia Samojło VAN… in première in Warschau en een half jaar later voerden de broers Jussen het werk voor het eerst uit in Utrecht.

Francis Poulenc 1899-1963

sonate

De excentrieke Franse componist Francis Poulenc was een autodidact; volgens eigen zeggen volgde hij bij het componeren zijn instinct. Hij wilde niet in een bepaald hokje (kubisme, futurisme, impressionisme) gestopt worden, maar zei wel beïnvloed te zijn door Bach, Mozart, Satie en Stravinsky.

In de ellendige zomer en herfst van 1918 – tijdens zijn dienstplicht aan het front in de Eerste Wereldoorlog, pas negentien jaar oud – componeerde hij de uitbundige voor piano vierhandig (opgedragen ‘à Mademoiselle Simone Tilliard’, een bevriende pianiste die Poulencs werken regelmatig uitvoerde), de ‘eindeloze’ maar toch vrij korte Trois mouvements perpétuels en enkele andere werken.

De componist verzorgde zelf vele (eerste) uitvoeringen van zijn vroege werken in de studio van schilder Émile Lejeune in Montparnasse, waar hij andere componisten ontmoette en met Tailleferre, Milhaud, Durey, Auric en Honegger ‘Les Six’ vormde.

Alhoewel ze alle zes het impressionisme afzwoeren en Satie als inspiratiebron zagen, hadden deze componisten in feite niet meer gemeen dan hun vriendschap. Door toedoen van Stravinsky werden Poulencs vroege werken gepubliceerd door Chester in Londen.

Aanvankelijk schreef Poulenc luchthartige muziek, vol onverwachte wendingen en humor, maar nadat hij in de jaren dertig een aantal vrienden had verloren, zou zijn werk serieuzer van toon worden.

Alberto Ginastera 1916-1983

Danzas Argentinas

Alberto Ginastera, geboren in Buenos es, schreef zijn drie Danzas argentinas, 2, in 1937, in zijn vroege, nationalistische periode. De bitonaliteit van het eerste stuk, ‘Dans van de oude veedrijver’, komt voort uit het simpele gegeven dat de rechterhand alleen witte toetsen bespeelt en de linkerhand alleen zwarte.

De dans eindigt met het e-a-d-g-b-e (de open gitaarsnaren), Ginastera’s favoriet. De ‘Dans van het verdrietige meisje’ is een rustige, sensuele dans in 6/8-maat. En met aanwijzingen als ‘furiosamente’(‘woest’), ‘violente’ (‘agressief’) en ‘salvaggio’ (‘wild’) liet Ginastera geen twijfel over het karakter van de derde dans, de ‘Dans van de listige cowboy’.

Enrique Granados 1867-1916

EL AMOR Y LA MUERTE

Tekst: Dirk Luijmes

Was er lange tijd nauwelijks sprake van een ‘typisch Spaans’ geluid in de kunstmuziek, aan het einde van de negentiende eeuw veranderde dat. Net als in elders in Europa begonnen de Spaanse componisten zich meer en meer te oriënteren op de (volks)muzikale erfenis van hun land.

Een van de belangrijke voortrekkers was Enrique Granados. De meeste faam kreeg hij met zijn Goyescas, een cyclus van zes pianostukken naar een aantal afbeeldingen van de beroemde Spaanse schilder Francisco Goya (1746-1828). Naar eigen zeggen werd Granados verliefd op ‘Goya’s psychologie, op zijn palet, op hemzelf, op de hertogin van Alva, op zijn ruzies, zijn modellen, zijn liefdes en vleierijen…’

Het vijfde stuk uit de bundel, (‘De liefde en de dood’), is gebaseerd op Goya’s gravure waarop een stervende man in de armen van zijn geliefde staat afgebeeld. In de expressieve en melancholische ballade zijn volgens de componist zelf ‘alle ’s van de Goyescas verenigd: intense pijn, nostalgische liefde en de laatste tragedie: de dood.’

Nikolai Kapustin 1937

Variaties

Hij werd opgeleid als een traditionele concertpianist, maar de Oekraïense componist Nikolai Kapustin verdiende zijn sporen vooral in de jazz. Dat is ook duidelijk te horen in de vele werken die hij voor zijn eigen instrument schreef, waarin romantische klanken hand in hand gaan met jazzinvloeden.

De Variaties, 41 vormen daarop geen uitzondering. Uitgangspunt van het werk is het beroemde openingsthema van Igor Stravinsky’s Le sacre du printemps; in verschillende sfeertekeningen ondergaat het jazzy en swingende metamorfoses.

Fazil Say 1970

Night

Tekst: lonneke Tausch

Fazil Say studeerde piano en compositie aan het conservatorium in zijn geboortestad Ankara en vervolgde zijn studie in Düsseldorf en Berlijn. In 1994 won hij de Young Concert Artists International Competition in New York, waarna hij als solist werd uitgenodigd door vele belangrijke orkesten en en in Europa en de Verenigde Staten.

Eigen werk, variërend van kamermuziek tot grootschalige orkestpartituren, schreef hij in opdracht van onder meer de festivals van Salzburg, Schleswig-Holstein en Mecklenburg-Vorpommern, voor de WDR en voor het Konzerthaus Dortmund.

In 2014 bracht hij het album Say Plays Say uit, met louter pianomuziek van eigen hand. Op 27 februari zit Fazil Say zelf aan de piano in de in een programma met cellist Nicolas Altstaedt; ze spelen dan onder andere Says cyclus Dört Şehir (‘Vier steden’). Het quatre-mains pianostuk Night schreef Say op verzoek van de broers Jussen en vanavond klinkt het voor het eerst in de concertzaal.

Biografie

Lucas en Arthur Jussen, piano

De broers Jussen kregen hun eerste pianolessen in hun geboorteplaats Hilversum van Leny Bettman. Na gezamenlijke lessen van Maria João Pires, Jan Wijn en Ton Hartsuiker studeerde Lucas Jussen bij Menahem Pressler in Bloomington en Dmitri Bashkirov in Madrid, en Arthur Jussen aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn.

Hun debuut­album (Beethoven) kreeg in 2010 de Edison Klassiek Publieksprijs, en in 2011 kregen ze de allereerste Concertgebouw Young Talent Award.

tournees brachten het pianoduo naar de grote Europese podia en festivals, maar ook naar Japan, China, Zuid-Korea, Singa­pore, Rusland, Mexico en de Verenigde Staten. Lucas en Arthur Jussen traden op met nagenoeg alle Nederlandse ­orkesten en soleerden bijvoorbeeld ook bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Boston ­Symphony Orchestra onder Andris Nelsons, de Academy of St. Martin in the Fields onder Neville Marriner (inclusief cd-opnames), het Budapest Festival Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Wiener Symphoniker, het Mo­zarteumorchester Salzburg, Philharmonia en de Taiwan Philharmonic.

Recent debuteerden de pianisten bij de orkesten van Chicago, Baltimore, Stockholm, Göteborg en Lahti, en ze waren in het seizoen 2024/2025 in residence bij het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Onder de componisten die voor hen schreven zijn Fazıl Say en Joey Roukens. Dit seizoen hebben Arthur en Lucas Jussen een Spotlight in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw, met vorige optredens op 26 november 2025 met de Münchner Philharmoniker en op 10 maart 2026 met het duo Gerassimez & Kuyumcuyan.